Achttiende week. Vrijdag
35. Liefde en het Kruis
-De grootste uiting van liefde. -De betekenis en de vruchten
van lijden. -Verstervingen zoeken.
35.1 Jezus riep zijn leerlingen en zij lieten alles achter en volgden Hem.
Zij vergezelden de Meester langs de wegen van Palestina, naar de dorpen en
steden. Zij deelden vreugden, vermoeidheid en honger. Soms riskeerden zij voor
Jezus hun goede naam en inderdaad het leven zelf. Eerst vergezelden zij Hem
uiterlijk, maar beetje bij beetje schoot een innerlijke gesteldheid wortel om
Hem te volgen: hun zielen werden herschapen. Deze diepere gesteltenis vereist
meer dan gewone onthechting, en zelfs meer dan het achterlaten van huis en
haard, van zijn familie en van materiële bezittingen. In het evangelie1 van vandaag zegt de Heer: Wie mijn volgeling wil zijn,
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.
Zichzelf verloochenen betekent weigeren het middelpunt te
zijn van de eigen aandacht. De echte volgeling moet op Christus geconcentreerd
zijn, naar wie alle gedachten moeten gaan, zodat onze hele dag waarlijk een
offer aan God wordt.
Het kruis dragen was een teken van de aanvaarding van het
vonnis. Wie ook het kruis opneemt en het manmoedig draagt, aanvaardt zijn
bestemming en weet dat zijn leven aan dat kruis zal eindigen. Het kruis dragen
betekent dat een vast voornemen is gemaakt; het geeft aan dat wij bereid zijn
Hem te volgen -indien nodig tot in de dood- dat wij Hem in alles wensen na te
volgen zonder hindernissen tussen ons. Om Christus te volgen behoren wij onze
wil met de zijne te vereenzelvigen; Hij nam zonder aarzelen zijn kruis op. Hij
droeg het naar Calvarië, waar Hij zichzelf opdroeg aan God de Vader als een
offer van oneindige verdienste en liefde.
Wij moeten veelvuldig overwegen dat de Passie en Dood aan het
Kruis het grootste teken zijn van zijn liefde voor de Vader en voor ons.
Ongetwijfeld had de kleinste daad van liefde die Hij deed, zijn meest
onbetekenende handeling als kind, oneindige verdienste, genoeg om voor alle
mensen van alle tijden de genade van de redding te verkrijgen; om voor hen
eeuwig leven te verkrijgen en alle genade die zij ervoor nodig zouden hebben.
Ondanks dit was Hij bereid om de verschrikkingen te ondergaan van zijn Lijden
en Dood aan het kruis om ons te laten zien hoeveel Hij van de Vader houdt, en
van ieder van ons. Soms gaf Hij aan zijn leerlingen te kennen wat zo zwaar op
zijn ziel drukte: Ik moet
een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik Mij totdat het volbracht is...2 De Heilige Geest heeft door de heilige Johannes
geschreven: Zozeer immers
heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven.3 Jezus gaf vrijwillig zijn leven voor ons omdat Hij
ons beminde, want geen
groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn
vrienden.4
Jezus Christus kan zijn verlangen niet onderdrukken zijn
leven te geven om onze liefde. Als wij Hem willen volgen, ons met Hem
vereenzelvigend niet alleen uiterlijk maar echt, hoe kunnen wij dan het Kruis
verwerpen, het offer dat zo innig met de liefde en de overgave is verbonden?
Christus nabij zijn zal ons tot volledige overgave brengen, tot echte liefde,
tot de grootste vreugde. Onszelf vergeten, ons vereenzelvigen met zijn heilige
wil in alles, reinigt, zuivert, maakt transparant en vergoddelijkt onze ziel.
«Wie het Kruis vastpakt, heeft de blijdschap in zijn hand: hij houdt U, Heer,
omklemd.»5
35.2 Een heilige ziel ondervond eens moeilijke beproevingen. Het ene onheil
na het andere overviel haar, en elke volgende ramp leek erger dan de vorige.
Uiteindelijk keerde die ziel zich aangedaan tot de Heer en vroeg: 'Maar Heer,
wat heb ik U gedaan?' En uit de diepte van haar hart kwam het antwoord: 'Je
hebt Mij liefgehad'. Zij dacht aan Calvarië en begreep een beetje beter hoe de
Heer haar wilde zuiveren en haar wilde betrekken bij de redding van velen die
verloren waren, ver van God. Daarop was zij van vrede en vreugde vervuld.6
In ons leven zullen wij verdriet ontmoeten, zoals dat alle
mensen overkomt. «Wees, als de tegenslagen komen, ervan overtuigd, dat deze een
bewijs zijn van de vaderlijke liefde die de Heer voor jou heeft.»7 Dit zijn goede momenten om met liefde naar Christus
aan het Kruis te kijken, om te begrijpen dat Hij ons vanaf het Kruis zegt: 'Ik
houd meer van je, van jou verwacht Ik meer'. Misschien is het een pijnlijke
ziekte die de plannen die we gemaakt hebben verstoort, of een ongeluk dat
diegenen treft van wie wij het meest houden, of een mislukking in ons beroep. 'Heer,
wat heb ik U gedaan?', zullen we vragen. En Hij zal in stilte antwoorden dat
Hij van ons houdt; dat Hij een onbeperkte aanvaarding verlangt van zijn
goddelijke wil; dat zijn logica anders is dan menselijke beredenering. Dan, als
wij het aanvaarden en onszelf verloochenen, gaan wij begrijpen -misschien pas
later- wat een groot goed die moeilijkheden zijn. Hoe dankbaar zullen wij de
Heer dan zijn!8
Dikwijls echter zullen wij het Kruis aantreffen in de gewone
en zelfs onbelangrijke dingen die wij tegenkomen in de loop van het dagelijks
leven: vermoeidheid, gebrek aan tijd voor dingen die we graag willen doen, een
leuk plan moeten afzeggen, gebreken van anderen met wie we leven en werken
moeten verdragen, vernederingen, dorheid in het gebed... De Heer wacht ook daar
op ons. Hij vraagt dat wij die grote en kleine tegenslagen aanvaarden zonder
klachten, zonder bitterheid of opstandigheid. Hij wacht op onze liefde. Onze
kleine tegenslagen verbonden met die van Christus aan het Kruis, krijgen een
oneindige waarde van eerherstel voor onze zonden en de vele zonden die elke dag
over de hele wereld bedreven worden.
Lijden met liefde en om liefde geeft vele andere vruchten:
het dient als genoegdoening voor onze zonden; lijden zuivert onze ziel;
«verdiept en sterkt ons karakter en persoonlijkheid. Het is de enige manier om
een bijzonder begrip en speciale sympathie te krijgen voor de naaste. Smart
opent Christus' eigen innerlijk leven voor ons, en verbindt ons inniger met
Hem. Vaak drukt op een doorslaggevend ogenblik zwaar lijden zijn stempel op ons
leven, en leidt het ons tot hernieuwde vurigheid en hoop»9 tot een nieuwe manier -voller en dieper- van het begrijpen
van ons eigen bestaan. Maar leed en lijden moeten geen droefheid betekenen. Als
wij ons Kruis dragen samen met Christus, wordt onze ziel van vrede en diepe
vreugde vervuld te midden van de beproevingen. Het leven van de heiligen is vol
vreugde, een vreugde die de wereld niet begrijpt omdat zijn wortels in God zijn
verzonken.
35.3 Als iemand Mij wil volgen... Wij willen in de wereld niets anders als Christus van nabij volgen.
Geen ander ding - zelfs niet ons eigen leven- beminnen wij meer dan dit: ons
met Hem vereenzelvigen, de gevoelens en verlangens die Hij op aarde had ons
eigen maken. Wij zijn Hem nabij, niet alleen wanneer de zaken goed gaan, maar
ook als wij tegenslagen met geduld aanvaarden, gelukkig Hem te kunnen
vergezellen op de weg van het Kruis, ons lijden te verenigen met het zijne.10
Maar als we alleen maar de beproevingen en tegenstellingen
afwachten, het leed dat we niet kunnen vermijden, dan zou onze liefde
edelmoedigheid mankeren. We zouden tevreden zijn met te overleven. «Wij zouden
een aarzelende instelling hebben, die zo zou kunnen worden omschreven:
'Versterving? Het leven kent genoeg verdriet! Ik heb al zorgen genoeg!'
Innerlijk leven echter hangt te veel af van versterving om die niet actief te
zoeken. De verstervingen die vanzelf komen zijn belangrijk en waardevol, maar
moeten niet dienen als excuus om vrijwillige offers te ontvluchten, want dit is
het teken van ware boetvaardigheid.»11
De Kerk stelt voor dat wij één dag in elke week -op vrijdag-
de boete in overweging nemen. Op deze dag beschouwen vele christenen met
devotie de droevige geheimen van Christus' leven, of zij vergezellen Hem op de
Kruisweg, of overwegen zijn Lijden en Dood. Het is een goede dag om
nauwkeuriger te onderzoeken hoe wij de gewone tegenvallers van het leven
verdragen; met welke edelmoedigheid -vrucht van liefde- zoeken wij vrijwillige
verstervingen in kleine dingen; hoe wij strijden tegen onze zelfzucht, luiheid
of het verlangen het middelpunt van de belangstelling te zijn. Andere punten
van gewetensonderzoek zouden de kleine verstervingen kunnen zijn die het leven
van anderen aangenaam maken; hartelijkheid voor anderen; niet toegeven aan
slecht humeur dat ons gedrag stroef zou kunnen maken; glimlachen als we de
neiging hebben al te ernstig te zijn; nauwkeurigheid in werk of studie; een
beetje minder eten van wat wij het lekkerste vinden of een beetje meer van wat
wij het minst lekker vinden; niet eten tussen maaltijden in; ons bureau,
klerenkast of kamer netjes en ordelijk houden; niet toegeven aan
nieuwsgierigheid; onze zintuigen met zuiverheid bewaken; niet klagen over
hitte, kou of druk verkeer...
Als we de meditatie van vandaag over de woorden van Jezus: Wie mijn volgeling wil zijn,
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen,
kunnen wij Hem in de intimiteit van ons gebed vragen: «Geef mij, Jezus, uw
kruis zonder Cyreneeërs. Ik zeg het niet goed: uw genade, uw hulp zal ik nodig
hebben, zoals bij alles; wees Gij mijn Simon van Cyrene. Met U, mijn God, is er
geen beproeving die ik niet zal doorstaan... -Maar, als het kruis nu eens sleur
werd, droefheid? -Ik zeg U, Heer, dat het, met U, een blijde droefheid zal
zijn.»12 «Zolang ik U niet kwijtraakt, zal
moeite geen moeite zijn.»13
-1. Mt
16,24-25. -2. Lc
12,50. -3. Joh
3,16. -4. Joh
15,13. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 766.
-6. R. Garrigou-Lagrange o.p., De Verlosser. -7. Josemaría Escrivá, o.c., 815. -8. J. Tissot, La vie intérieure. -9. E. Boylan, This Tremendous Lover. -10. Paulus vi, Apost. const. Poenitemini, 17 februari
1966, I. -11. R.M. Balbin, Sacrificio y alegría. -12. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 252. -13. Ibidem, 253.
|