Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Achtste week door het jaar. Vrijdag

8. LIEFDE UIT ZICH IN DADEN. APOSTOLAAT

-Vervloeking van de vijgenboom die alleen bladeren droeg. Elke tijd, elke omstandigheid dient geschikt te zijn om vruchten van heiligheid en apostolaat voort te brengen. -Liefde uit zich in daden en niet in mooie praatjes. -De liefde tot God treedt naar buiten in een blij en initiatiefrijk apostolaat.

8.1 Jezus ging vanuit Bethanië naar Jeruzalem, dat een paar kilometer verderop lag, en Hij kreeg honger, zoals de heilige Marcus ons verhaalt in het evangelie van de mis.1 Het is een van de vele gelegenheden waarbij de allerheiligste mensheid blijkt van Christus, die ons heel nabij wilde zijn en wilde delen in de beperkingen en behoeften van de menselijke natuur, om ons te leren deze te heiligen. De evangelist wijst ons erop, dat Jezus een stukje bij de weg vandaan een vijgenboom zag. Hij ging ernaar toe om te zien of er iets te eten was, maar Hij vond er niets dan bladeren; het was trouwens niet de tijd van de vijgen. De Heer vervloekte de boom: Niemand zal in eeuwigheid nog vruchten van je eten! Die dag keerden zij 's avonds laat van Jeruzalem naar Betanië terug. Jezus verbleef daar waarschijnlijk in het huis van een bevriende familie waar Hij altijd welkom was: het huis van Lazarus, Martha en Maria. En de volgende morgen, toen zij op weg waren naar de heilige stad, zagen zij allemaal dat de vijgenboom tot op de wortel verdord was.

Jezus wist natuurlijk, dat het niet de tijd van de vijgen was, dat de vijgenboom geen vruchten zou hebben, maar Hij wilde zijn leerlingen, op een manier die hun altijd bij zou blijven, leren dat God naar het joodse volk gekomen was met een honger naar vruchten van heiligheid en goede werken, maar niets anders aantrof als uiterlijke praktijken zonder enige bezieling, waardeloos dor gebladerte. Bij die gelegenheid leerden de apostelen ook, dat elke tijd goed moet zijn om vruchten voort te brengen. Om heilig te worden moeten wij niet gaan wachten op bijzondere omstandigheden. God komt naar ons toe en verwacht goede werken, tijdens een ziekte, bij het gewone werk en zowel in situaties waarin wij zeer veel te doen hebben, alsook wanneer alles goed georganiseerd is en op rolletjes loopt, zowel op momenten van vermoeidheid, als tijdens vakanties, na een mislukking, als we geruïneerd zijn, als de Heer dat toelaat, en in tijden van overvloed... Juist al deze omstandigheden kunnen en moeten vrucht dragen: verschillend misschien, maar altijd uniek en schitterend. In alle omstandigheden moeten wij God vinden, omdat Hij ons naar de omstandigheden genade geeft. «Ook gij -zegt de heilige Beda- dient ervoor te waken geen onvruchtbare boom te zijn om aan Jezus, die zichzelf arm gemaakt heeft, de vrucht te kunnen aanbieden waaraan Hij behoefte heeft.»2 Hij wil dat wij Hem altijd beminnen met daden, op elk moment, op elke plaats, ongeacht de situatie waarin wij ons bevinden. Zorgen wij ervoor nu vrucht voort te brengen, op deze leeftijd, op dit moment en in de omstandigheden waarin wij ons nu bevinden? Wachten wij op gunstiger omstandigheden om onze vrienden naar God te brengen?

8.2 De woorden van Jezus zijn hard: Niemand zal in eeuwigheid nog vruchten van je eten. Jezus vervloekt die vijgenboom, omdat Hij er enkel bladeren aan vindt, schijn van vruchtbaarheid, gebladerte. Hij maakt een opvallend gebaar, opdat zijn onderricht goed gegrift blijft in de ziel van zijn leerlingen en in de onze. Het innerlijk leven van de gelovige brengt, als het een echt innerlijk leven is, vruchten voort: uitwendige vruchten, die anderen van nut zijn. «Men heeft vaak -zegt de H. Jozefmaria Escrivá- het gevaar benadrukt van daden zonder innerlijk leven die deze bezielen. Daarnaast moet echter ook het gevaar onderstreept worden van een innerlijk leven -als dat al mogelijk is- zonder daden. 'Liefde uit zich in daden en niet in mooie praatjes.' Ik kan niet zonder emotie aan dit vriendelijk verwijt denken -een goddelijke inspraak- dat de Heer met helderheid en vuur in de ziel van een arme priester grifte, toen deze, jaren geleden, aan een stel nonnen de heilige communie uitreikte. Zonder woorden te gebruiken, had deze priester in zijn hart tot Jezus gezegd: Ik houd meer van U dan zij hier. Blijft niet stil zitten, mijn kinderen, aan de slag. Dapper, energiek, met levensvreugde, want de liefde drijft de vrees uit (vgl. 1 Joh 4,18), stoutmoedig, zonder angstvalligheid... Vergeet niet, als jullie willen, lukt alles: Deus non denegat gratiam, God ontzegt de hulp van zijn genade niet aan wie doet wat hij kan.»3 Het gaat erom in alle omstandigheden te leven vanuit het geloof, en de middelen aan te wenden die binnen ons bereik liggen. Om apostolaat te doen moeten wij niet met de armen over elkaar op ideale omstandigheden gaan zitten wachten, die misschien nooit komen. Wij moeten niet wachten tot wij alle menselijke middelen hebben om voor God aan de slag te gaan, maar met daden de liefde tonen die wij in ons hart meedragen. Wij zullen met dankbaarheid en verwondering zien hoe de Heer onze pogingen, die altijd mager zijn in verhouding tot wat Hij van ons vraagt, vergroot en vruchtbaar maakt.

Als ons innerlijk leven -de omgang met God in het gebed en de sacramenten- echt is, vertaalt het zich noodzakelijkerwijs in concrete daden van apostolaat door middel van vriendschap en familiebanden; geestelijke of lichamelijke werken van barmhartigheid, naargelang de omstandigheden; onderricht geven aan onwetenden (b.v. voordrachten houden, of meewerken aan catechetische vorming); opportune raad geven aan wie aarzelt of de kluts kwijt is...; meewerken aan onderwijs-initiatieven waarbij een katholieke visie op het leven centraal staat, zieken en ouderen die vrijwel in de steek gelaten zijn, gezelschap houden en troosten...

Het innerlijk leven moet altijd en zonder onderbreking, onder alle omstandigheden, in de meest verschillende vormen, naar buiten treden door werken van barmhartigheid, door concreet apostolaat. Innerlijk leven dat niet blijkt uit concrete daden, blijft steken in pure schijn, raakt noodzakelijkerwijs vervormd en sterft af. Als onze intimiteit met Christus groeit, spreekt het vanzelf dat ons werk beter wordt, en ook ons karakter, onze bereidheid tot versterving, de wijze waarop wij omgaan met de mensen die wij in ons dagelijks leven om ons heen hebben, de sociale deugden: begrip, hartelijkheid, optimisme, orde, vriendelijkheid... Het zijn de vruchten die de Heer hoopt aan te treffen, als Hij iedere dag naar ons toe komt. Om te groeien, om te overleven moet de liefde zich uiten in concrete dingen.

8.3 Jezus trof niets anders aan als bladeren... Een christen brengt geen duurzame vruchten voort, als hij, bij gebrek aan innerlijk leven, of omdat hij niet voldoende met God verenigd is en niet in diens aanwezigheid zijn apostolische taak overdenkt, 'activisme' een kans geeft -druk doende zijn, van hot naar haar rennen..., zonder de ruggensteun van een diep gebedsleven- wat achteraf vruchteloos blijkt te zijn, inefficiënt en heel vaak het symptoom van een gebrek aan zuivere mening. Zo'n activiteit is niet anders als een puur menselijke onderneming, zonder bovennatuurlijk waarde, misschien een gevolg van eerzucht, van het verlangen zich te laten gelden dat een rol kan spelen in alles wat de mens doet, zelfs tot in het allerverhevenste toe. Er wordt terecht gewaarschuwd tegen het gevaar van 'activisme': bezig zijn met goede werken, maar die niet geschraagd zijn door een innerlijk leven. De heilige Bernardus, en na hem een reeks andere auteurs, noemde dit «vervloekte bezigheden».4

We kunnen echter ook te maken hebben met een gebrek aan echte vruchten in het apostolaat door passiviteit, door een gebrek aan daden van liefde. En zoals activisme slecht en steriel is, zo is passiviteit fataal, want de christen kan zichzelf bedriegen door te geloven dat hij God bemint, omdat hij vroom is. Inderdaad is hij dat, maar op een onvolmaakte manier, omdat hij er niet door aangezet wordt het goede te doen. Die vrome praktijken zonder vruchten zijn leeg en steriel gebladerte want echt innerlijk leven leidt tot een intens apostolaat in alle omstandigheden en in elke omgeving, tot een optreden met onverschrokkenheid, met stoutmoedigheid, initiatiefrijk, met voorbijzien aan menselijk opzicht, «met levensvreugde», met de kracht van een altijd jonge liefde. Laten wij nu, terwijl wij spreken met de Heer, in deze tijd van gebed, nagaan of er vruchten zijn in ons leven, vandaag, in het heden. Ontplooi ik door de overvloed van mijn innerlijk leven, van mijn gebed, initiatieven, of denk ik juist dat er in mijn omgeving -faculteit, fabriek, kantoor... - niets gedaan kan worden, dat er onmogelijk meer vruchten voor de Heer verworven kunnen worden. Verbind ik me? Help ik daadwerkelijk mee aan apostolaatswerken? Of, 'bid ik alleen maar.' Rechtvaardig ik mij door mijzelf voor te houden, dat ik naast mijn gezin, mijn werk en mijn normen van vroomheid, geen tijd heb? Dan zal als regel het werk, het gezinsleven... evenmin aanleiding tot apostolaat zijn.

Liefde uit zich in daden... De echte liefde tot God uit zich in een aangeworven, met vastberadenheid verricht apostolaat. En als de Heer ons passief aantreft, terwijl wij ons beperken tot enige godvruchtige praktijken zonder een vreugdevol en volhardend apostolaat, zou Hij ons misschien in de intimiteit van ons hart kunnen zeggen: meer daden... en minder mooie praatjes. Praatjes vullen geen gaatjes. Er zijn in de loop van de dag heel wat gelegenheden om -op duizend-en-een verschillende manieren- Christus bekend te maken, als onze liefde maar echt is. Het innerlijk leven zonder apostolische ijver verschrompelt en sterft; het blijft louter schijn. De volgende morgen kwamen zij langs de vijgenboom en zagen dat hij tot op de wortel verdord was, volledig. Het is het tekenende beeld van mensen die uit gemakzucht, luiheid, door gebrek aan offervaardigheid niet díe vruchten voortbrengen die de Heer verwacht. Een apostolisch leven, en dat moet het leven van iedere christen zijn, is het tegenovergestelde van deze dorre vijgenboom: het is leven, initiatief, geestdrift voor de apostolische opdracht, liefde die zich uit in daden, blijdschap, een misschien stille, maar niet aflatende activiteit...

Laten wij ons leven onderzoeken en kijken of wij de Heer, die ons nabij is met zijn honger en dorst naar zielen, rijpe vruchten, voltooide werken met een blijde offervaardigheid kunnen aanbieden. In de geestelijke leiding kunnen wij leren onderscheiden wat er in ieder van ons aan 'activisme' is, waar wij meer moeten bidden, en wat er aan gebrek aan initiatief is, waarbij wij meer 'activiteit' moeten ontplooien. De heilige Maagd, Onze Lieve Vrouw zal ons leren aan de slag te gaan, opdat ons innerlijk leven, ons verlangen God te beminnen, nooit zal verworden tot leeg en waardeloos gebladerte.

-1. Mc 11,11-26. -2. H. Beda, Commentaar op het Marcusevangelie, in loc. -3. H. Jozefmaria Escrivá, Brief, 6 mei 1945. -4. Vgl. J.B. Chautard, Het inwendig leven. De ziel van elk apostolaat.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012