Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Dertiende zondag door het jaar (A)

46. Liefde voor God

-God alleen moet volstrekt en onvoorwaardelijk bemind worden. Oprechte menselijke genegenheid wordt verheven en veredeld als we God liefhebben boven alle anderen die wij beminnen. -Er is geen grens of maat aan de liefde van God. -Hoe de liefde tot God getoond wordt.

46.1 Telkens weer leert Jezus ons dat God het voornaamste voorwerp van onze liefde moet zijn. We moeten schepselen beminnen op een daaraan ondergeschikte, tweede plaats. In het evangelie1 zegt Hij ons met woorden die geen ruimte laten voor twijfel: Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. En Hij vervolgt: Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.

God alleen moet volstrekt en onvoorwaardelijk worden bemind. Iedereen en al het andere moet door ons worden bemind in de mate waarin zij door God worden bemind. De Heer leert ons ware liefde. Hij vraagt ons familie en naaste lief te hebben, maar zelfs die liefde behoren wij niet boven de liefde voor God te stellen, waaraan altijd prioriteit gegeven moet worden. Alle andere aardse liefdes worden verrijkt, gezuiverd en ertoe aangezet toe te nemen wanneer we God liefhebben. Ons hart wordt groter en onze capaciteit om lief te hebben neemt toe. We zijn dan in staat alle hindernissen en beperkingen van egocentrisme te overwinnen die in ons allen, schepselen, aanwezig zijn. De zuivere liefdes van dit leven worden verheven en nog meer veredeld, indien we God eerst en het meest van al lief hebben. Om God lief te hebben op de manier waarop Hij wil dat we Hem liefhebben, moeten we zo ver gaan door ons eigen leven te verliezen, het leven van de oude mens. We moeten afsterven aan die ongeordende stemmingen die ons doen overhellen naar en aanzetten tot zonde. We moeten afsterven aan dat soms brutale egocentrisme dat de mens ertoe leidt zich zelf te zoeken in alles wat hij doet.2 God wil dat wij alles behouden wat gezond, oprecht en echt menselijk is in onze natuur, alles wat goed is en karakteristiek menselijk in elk uniek individu. Geen menselijke waarde zal verloren gaan. De genade zal de gehele menselijke natuur doordringen en verheffen. Op deze wijze wordt de persoonlijkheid van de christen die God liefheeft verrijkt. Hoe meer een mens aan zijn zelfzuchtig ego afsterft, des te meer wordt hij echt menselijk en des te beter is hij voorbereid op het bovennatuurlijke leven. De christen die strijdt om zichzelf te verloochenen ontdekt dat hij een nieuw leven leidt, het leven van Jezus. Genade respecteert wat karakteristiek is in elk van ons terwijl het tegelijkertijd ons verandert, zodat we dezelfde houdingen en gevoelens gaan hebben die Christus zelf heeft betreffende mensen en gebeurtenissen. Dingen begrijpend zoals Hij ze ziet, beginnen wij Zijn daden na te volgen. Op deze manier ontstaat in ons een nieuw, eenvoudig en natuurlijk gedrag, dat ons aanzet beter te worden. We worden vervuld met dezelfde verlangens van Christus: ons enige doel wordt het vervullen van de wil van de Vader. En dat is de werkelijke uitdrukking van liefde en haar duidelijkste openbaring. Blijvende wat hij is, wordt de christen door de hulp van de genade gelijkgemaakt aan Christus, juist in de mate dat hij zich van zichzelf ontdoet. Ik verlang heen te gaan om met Christus te zijn, zegt de heilige Paulus.3

Liefde voor God kan niet als een vaststaand gegeven worden beschouwd. Als we die niet koesteren en er zorg voor dragen, sterft ze af. Maar als onze wil vast tot God is gericht, dan groeit de liefde juist door de moeilijkheden. Liefde voor God wordt gevoed in het gebed en het ontvangen van de sacramenten, in de aanhoudende strijd tegen onze gebreken, in de onophoudelijke inspanning een levende tegenwoordigheid van God gedurende onze hele werkdag te handhaven, bij onze betrekkingen met anderen, bij onze momenten van rust... De eucharistie vooral moet de bron zijn waar onze liefde voor God bestendig wordt ververst en versterkt. Tot op zekere hoogte is het zo liefhebben reeds het bezitten van de hemel op aarde.

46.2 De christen wordt verheven tot de staat van genade zodat hij liefheeft met de liefde van God zelf, die aan hem wordt gegeven als een groot geschenk.4 Dit is de kern van de liefde. De christen ontvangt die voor het eerst bij het doopsel. Hij kan zichzelf voorbereiden op de vermeerdering ervan door gebed, de sacramenten en goede daden.

Deze liefde voor God wordt ingestort in de ziel van de christen. Deze liefde «behoort de leefregel te zijn voor al zijn handelingen. Juist zoals de voorwerpen die we maken geacht worden af te zijn en perfect -in zoverre zij overeenkomen met de vooropgestelde plannen waarnaar we werken- zo zal elke menselijke handeling oprecht zijn en deugdzaam als zij overeenkomt met de goddelijke wet van de liefde. Als die daarvan afwijkt, zal het niet goed of volmaakt zijn.»5 Al onze daden kunnen gewogen en gemeten worden met deze regel, omdat de ziel in staat van genade de liefde van God niet beschouwt als iets vreemds. Liefde breekt niet af. Het brengt orde, die aan zijn ontvanger die eenheid van liefde in handen geeft die zo karakteristiek is voor de liefde van God. Vandaar dat het onze wil vervolmaakt en veredelt.

Liefde waarmee we God liefhebben, -en in God hebben we onze naaste lief- komt tot rijpheid juist in de mate dat we haar beleven. Hoe meer we beminnen, des te groter de capaciteit die we hebben om te beminnen. «En als het hart niet volledig bezit wat het bemint, kan het er niets aan doen er naar te smachten, en lijdt in verhouding tot het gemis aan datgene wat het niet heeft... Totdat deze vervulling wordt bereikt, is het hart als een leeg vat in afwachting tot het wordt gevuld, of als een hongerig mens die naar voedsel snakt, of als een zieke smachtend naar gezondheid, of als iemand in de lucht zwevend met niets om op te steunen.»6

Er is geen grens of maat aan liefde tot God. Hij verwacht van ons Hem te beminnen met geheel ons hart, met geheel onze ziel en geheel ons verstand.7 We kunnen altijd toenemen in liefde tot God. Hij zegt tegen zijn kinderen, elk apart: Mijn liefde voor u duurt eeuwig, Ik blijf u altijd trouw.8

We bidden tot God dat Hij ons ervan overtuigt dat er slechts één onvoorwaardelijke liefde is, en dat deze Liefde de bron is van elke oprechte, edele liefde. Hij die God liefheeft, zal alle schepselen Gods meer en beter liefhebben. «Bij sommigen is het gemakkelijk hen lief te hebben, bij anderen is het moeilijker. Wij vinden hen niet aantrekkelijk, zij hebben ons beledigd of kwaad gedaan. Alleen als ik God ernstig liefheb, kan ik andere schepselen liefhebben als zijn kinderen, en omdat Hij het mij bevolen heeft. Jezus heeft ook vastgesteld hoe wij onze naaste moeten liefhebben - niet met gevoel alleen, maar met daden... Ik had honger als de minste onder mijn broeders. Heb je mij te eten gegeven? Heb je mij bezocht toen ik ziek was?»9 Heb je me geholpen de last te dragen toen die te zwaar voor mij was om hem alleen te dragen?

Om onze naasten in God te beminnen hoeven we niet over een lange en omslachtige weg te gaan, want liefde voor God is een heel korte weg naar onze broeders. Alleen in God kunnen we andere mensen werkelijk begrijpen en liefhebben, zelfs als zij ondergedompeld zijn in hun vergissingen en wij in de onze, en in weerwil van die dingen die menselijkerwijze gesproken ertoe zouden leiden ons van hen te scheiden of hen te negeren.

46.3 Onze liefde voor God is enkel een antwoord op Zijn liefde. Hij heeft ons het eerst liefgehad.10 Onze liefde is de liefde die God in onze zielen plaatst zodat we ook in staat zijn te beminnen. Dit is de reden dat we Hem vragen: Heer, geef mij de liefde waarmee Gij wilt dat ik U liefheb.

Wij beantwoorden de liefde van God als we anderen liefhebben: wanneer we in hen de waardigheid zien, eigen aan de menselijke persoon zoals die gemaakt is naar het beeld en de gelijkenis van God, geschapen met een onsterfelijke ziel en geroepen om glorie te geven aan God in alle eeuwigheid. Liefde is die gekwetste mens nader te komen die we elke dag op onze weg tegenkomen; zijn wonden verzorgen, hem genezen en voor hem in alle opzichten zorgen.11 We moeten ons voor hem inspannen, en een ernstige poging doen hem naar God te brengen. Afscheiding van God is altijd het grootste van alle kwaad, en diegenen die zo van Hem gescheiden zijn hebben onze hulp en onze dringende aandacht nodig. Apostolaat is een schitterend teken van onze liefde voor God, en is de weg om Hem meer te beminnen.

Liefde blijkt veelvuldig in de dankbaarheid. Om dit te illustreren verhaalt de Heer de parabel van de schuldenaren. Na dit gedaan te hebben vraagt Hij Simon de Farizeeër welke van de twee schuldenaren, over wie Hij heeft gesproken, hun edelmoedige schuldeiser meer zou liefhebben.12 Jezus gebruikte het woord 'liefhebben' hier als een synoniem voor 'dankbaar zijn'. Op deze manier toont Hij ons waarin het wezenlijke ligt van de genegenheid die de mens verschuldigd is aan zijn voornaamste schuldeiser, God. Woordafleiding helpt ook om een licht te werpen op de diepe betekenis van de eucharistie; eucharistie betekent 'dankzegging' voor de gift van liefde welke het Heilig Sacrament zelf aan ons meedeelt.

Wij beantwoorden aan de liefde van God als we tegen alles vechten wat ons van Hem scheidt. We moeten elke dag strijden, al is het maar in kleine dingen. We zullen altijd hindernissen tegenkomen die tussen ons en God staan: karaktergebreken, zelfzucht, luiheid die ons verhinderen ons werk goed te beëindigen...

Wij houden van God als ons hele leven een niet ophoudende zoektocht naar Hem is. Het wordt soms gezegd dat God ons niet alleen niet zoekt, maar zich voor ons kan verbergen zodat we Hem moeten zoeken. Feitelijk hoeven we Hem niet ver te zoeken. We kunnen Hem vinden in ons werk, in ons gezin, in onze vreugde en in ons verdriet... Hij vraagt om onze genegenheid. Hij plaatst in ons hart het verlangen Hem te zoeken, en moedigt ons voortdurend aan in onze zoektocht. Als we maar konden begrijpen hoeveel God van ons houdt! Als we maar met de heilige Johannes konden zeggen: Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en wij geloven in haar!13 Als we dat zouden kunnen, zou het veel eenvoudiger en gemakkelijker voor ons zijn om van Hem te houden zoals we behoren te doen. Ons gehele leven moet een voortdurend zoeken zijn naar Jezus, in goede en in slechte tijden, in ons werk en in onze ontspanning, op straat en in de schoot van het gezin. Dit zoeken is het enige wat zin kan geven aan onze levens. Wij kunnen deze taak niet alleen volbrengen. Laten we naar Maria gaan en haar smeken: «Laat mij niet in de steek, Moeder; maak, dat ik uw Zoon zoek; maak, dat ik uw Zoon vindt; maak, dat ik uw Zoon bemin... met heel mijn wezen! Tot u neem ik mijn toevlucht, Vrouwe, tot u.»14 Leer me mij aan Hem vast te houden als mijn eerste Liefde, Hem die ik om Hemzelf bemin, onvoorwaardelijk, boven alle andere liefde.

«Wat ben ik voor U, Heer, dat U mij zou opdragen U lief te hebben; ja, en boos te zijn en mij te dreigen met grote ellende als ik U niet bemin? Is het dan op zichzelf al geen grote ellende als ik U niet liefheb?»15

-1. Mt 10,37-42. -2. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen. -3. Fil 1,21-23. -4. 1 Joh 4,2. -5. H. Thomas van Aquino, Over het dubbel gebod van de liefde, Prol. -6. H. Johannes van het Kruis, Geestelijk Hooglied, 9,6. -7. Mt 22,37-38. -8. Jer 31,3. -9. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie, 27 september 1978. -10. 1 Joh 4,19. -11. Lc 10,30-37. -12. Lc 7,42. -13. 1 Joh 4,16. -14. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 157. -15. H. Augustinus, Belijdenissen, I, 5,5.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012