Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Veertiende week door het jaar. Zaterdag

63. Liefde voor de Waarheid

-Wij moeten over God en over Gods onderricht duidelijk, resoluut en onbevreesd spreken. -Handelen volgens zijn geweten. Oprechtheid met zichzelf. -Altijd de waarheid zeggen, in grote en in kleine zaken.

63.1 Het evangelie van de mis van vandaag1 is nog een verdere uitnodiging aan ons van de Heer om een leven te leiden dat wezenlijk waarheidsgetrouw is; het gevolg van het geloof dat wij in ons hart dragen. Wij moeten niet bevreesd zijn voor de onaangenaamheden of kletspraat dat het dichtbij volgen van Christus soms met zich meebrengt. Voor de leerling moet het voldoende zijn behandeld te worden als zijn meester, voor de dienaar als zijn heer. Als men het hoofd van het huisgezin al Beëlzebub durft noemen, hoeveel temeer dan zijn huisgenoten. Wees niet bang voor hen.

Het kan gebeuren dat wij in een gegeven situatie van laster of kwaadsprekerij te lijden hebben -of heel eenvoudig van plagerij- omdat wij naar waarheid hebben gesproken, omdat wij bij de waarheid zijn gebleven. Wellicht zijn er momenten dat onze woorden of daden verkeerd worden uitgelegd. De Heer wil dat zijn volgelingen, dat wil zeggen wij, altijd duidelijk en open spreken: Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht; en wat u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken. Met goddelijke pedagogie had Jezus tot de menigten in parabels gesproken en, beetje bij beetje, had Hij hun zijn ware persoonlijkheid en de waarheden van het Koninkrijk onthult. Hij verborg zijn leer nooit. Sinds de komst van de Heilige Geest moeten degenen die Hem volgen de waarheid verkondigen, in het volle daglicht, van de daken, zonder angst dat de leer die zij prediken kan botsen met de leerstellingen die heden in de mode zijn of het meest voorkomen. Hoe anders kunnen wij de wereld bekeren waarin wijzelf zo diep zijn ingebed?

Sommige mensen denken, ofwel uit tactisch oogpunt ofwel uit gebrek aan zelfvertrouwen, dat de christelijke opvattingen over wereld, mens en maatschappij, niet overmatig of opvallend moeten worden beklemtoond als de omstandigheden tegen hen zijn of wanneer hun reputatie in gevaar zou kunnen worden gebracht. Als zij dit zouden doen, zouden de christenen als het ware 'in de val gelopen zijn' van een maatschappij die zijn doeleinden in een radicaal verschillende richting gelegen schijnt te zien; dan zou het feit mannen en vrouwen te zijn die Christus beschouwen als hun opperste ideaal, geen uitwendige weerklank hebben. Dat is niet wat de Heer onderwees. «'Ego palam locutus sum mundo': Ik heb in het openbaar voor alle mensen gepredikt, antwoordt Jezus aan Kájafas, als het ogenblik naderbij komt dat Hij zijn leven voor ons gaat geven. -En toch zijn er christenen die bang zijn om 'palam' -openlijk- hun eerbied voor de Heer te tonen.»2

In de maatschappij waarin wij leven, zullen we vrijuit moeten spreken met de zekerheid en de standvastigheid die de waarheid onfeilbaar verschaft. Wij zullen over vele onderwerpen moeten spreken die van buitengewoon belang zijn voor het gezin, voor de maatschappij en voor de waardigheid van de menselijke persoon. Neem de onverbrekelijkheid van het huwelijk, de vrijheid van onderwijs, de leer van de Kerk over het doorgeven van het menselijk leven, de waardigheid en schoonheid van de zuiverheid, de voortreffelijkheid van de maagdelijkheid en het celibaat uit liefde voor Christus, de gevolgen van de sociale rechtvaardigheid met betrekking tot het onnadenkend uitgeven van geld of onrechtvaardige lonen... Er kunnen gelegenheden zijn dat wij uit voorzichtigheid of naastenliefde moeten blijven zwijgen. Maar voorzichtigheid en naastenliefde zijn niet het resultaat van lafheid en eigen gemak. Het zal nooit verstandig zijn te blijven zwijgen als dit zwijgen schandaal of verwarring kan veroorzaken, of wanneer zo'n gedrag een ongunstig gevolg voor het geloof van anderen kan hebben.

Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht... De Heer spreekt tot ons, want vandaag aan de dag zijn er vele vijanden van God en van de waarheid die niet willen dat christenen het zout en het licht zijn binnen wereldlijke ondernemingen. Zulke mensen gebruiken alle mogelijke middelen om hun doelen te bereiken.

63.2 Er is een voorval in het evangelie3 dat ons het gedrag laat zien van sommige Farizeeën, die niet bekend stonden dat ze van de waarheid hielden. Terwijl de Heer op het tempelplein rondwandelde, kwamen de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten naar Hem toe en vroegen Hem: Welke bevoegdheid hebt Gij om dit alles te doen? En wie heeft U die bevoegdheid dan daartoe gegeven? De Heer is bereid hun vraag te beantwoorden indien zij laten zien oprecht van hart te zijn. Hij vraagt ze om hun mening over het doopsel van Johannes: Of het kwam van de hemel, en genoot dus goddelijke goedkeuring, óf het kwam slechts van de mensen, en verdiende als zodanig geen enkele verdere overweging. Maar zij vertelden Hem niet hun echte mening, hun mening in gemoede. Zij gaan niet in op de kern van de zaak, zij proberen niet het oprechte oordeel te vormen dat de vraag verdient. In plaats daarvan gaan zij de gevolgen na van hun mogelijke antwoorden, en kiezen het antwoord dat hun in deze gegeven situatie het beste past: wij zeggen: van de hemel, dan zal Hij antwoorden: waarom hebt gij hem dan geen geloof geschonken? Maar als zij zeggen dat het doopsel van de Voorloper van de mensen was, zouden de mensen hen gevangen kunnen nemen, want iedereen hield Johannes voor een profeet.

Niettegenstaande dat zij godsdienstige leiders zijn, hebben zij niet de sterke uitgangspunten die aan hun woorden en hun daden betekenis zouden kunnen geven. «Zij zijn 'praktische' mensen, die zichzelf aan ' politiek' toewijden. In alles wat hun eigen belang en gemak betreft is hun redenering verstandig. Maar zij zijn niet bereid verder te gaan in hun redenering. Zij zijn mensen voor wie het gemak de plaats van het geweten heeft ingenomen.»4 De maatstaf voor hun handelen is het bij elke gelegenheid volgen van welke gedragslijn dan ook die het meest geschikt is of het beste uitkomt. Zij handelen niet in overeenstemming met de waarheid. Daarom zeggen zij: Wij weten het niet. Het was niet in hun belang het te weten, en nog minder het te zeggen. De reactie van Christus is zeer veelzeggend: Dan zeg Ik u evenmin krachtens welke bevoegdheid Ik zo handel. Het is alsof Hij tegen hen zegt: als jullie niet bereid zijn oprecht te zijn, in je hart te kijken en de waarheid onder ogen te zien, dan is elke dialoog tussen ons nutteloos. Ik kan niet met jullie praten, en jullie kunnen niet met mij praten. Wij zouden elkaar niet begrijpen. «De persoon wiens leven niet geleid wordt door oprechtheid, door een gewoonte de waarheid of de eisen van zijn geweten onder ogen te zien -hoe ongemakkelijk of hard ook- scheidt zichzelf volkomen af van enige mogelijkheid om met God te communiceren. Een ieder die bang is om zijn eigen geweten te onderzoeken, is bang om naar God te kijken. Alleen zij die God in de ogen kunnen kijken, kunnen Hem werkelijk leren kennen.»5 Het is niet mogelijk God te vinden zonder die radicale liefde voor de waarheid. Ook is het dan niet mogelijk goed op te schieten met de mensen rondom ons.

Liefde voor de waarheid zal ons op de eerste plaats ertoe brengen oprecht met onszelf te zijn, een helder geweten te hebben en onszelf niet te bedriegen. Wij zullen niet toestaan dat ons geweten verdoofd wordt door fouten of schuldige onwetendheid laat binnensluipen. Wij zullen niet bang zijn dieper in te gaan op die persoonlijke eisen die de waarheid met zich meebrengt. Als wij, met de hulp van de genade, oprecht zijn tegenover onszelf, zullen wij oprecht zijn tegenover God. Ons leven zal dan gevuld zijn met licht, vrede en sterkte. «In het woordenboek las je de synoniemen voor onoprecht: niet recht op de man af, achterbaks, geveinsd, sluw, listig... Je deed het boek dicht en vroeg de Heer dat die omschrijvingen nooit op jou zouden hoeven te slaan, en je nam je eens temeer voor om vooruit te gaan in die bovennatuurlijke èn menselijke deugd van oprechtheid.»6

63.3 In een wereld waar gewoonlijk zoveel mensen weinig om een kleine leugen geven en zich te buiten gaan aan voorwendsels, moeten wij, als christenen, mannen en vrouwen zijn van de waarheid die altijd zelfs de kleinste leugen ontvluchten. Zo moeten de mensen ons kennen: als mannen en vrouwen die nooit leugens vertellen zelfs van dingen die van weinig belang schijnen; als mannen en vrouwen die alles wat naar huichelarij, schijnheiligheid, en dubbelhartigheid zweemt, uit hun leven sluiten, en die weten hoe de zaken recht te trekken als zij een fout maken. Dan zal ons leven met grote apostolische vruchtbaarheid worden gevuld, want de mensen vertrouwen altijd een oprecht iemand, iemand die weet hoe aan iedereen de waarheid te zeggen met liefde en begrip, en zonder de mensen te kwetsen.

«Hoeveel zwakheid, hoeveel opportunisme, hoeveel inschikkelijkheid, hoeveel gemeenheid!» zei paus Paulus vi verwijzend naar «die goede mensen die de schoonheid en de ernst van de beloften die hen met de Kerk verbinden, vergeten.»7 Diezelfde toestand, die misschien in de jongste jaren duidelijker is geworden, zal ons ertoe brengen elke leugen te haten, hoe triviaal die ons ook kan toeschijnen, want «de leugen staat tegenover de waarheid zoals licht tegenover duisternis, als godsvrucht tegenover goddeloosheid, als rechtvaardigheid tegenover onrechtvaardigheid, zoals goedheid staat tegenover zonde, gezondheid tegenover ziekte en leven tegenover dood. Als dat zo is, dan is het ook zo, dat hoe meer wij de waarheid beminnen, wij des te meer de leugen verafschuwen.»8

Het is geen kwestie van weten hoever wij precies kunnen gaan met dingen te zeggen die onwaar zijn, voordat wij in een ernstige fout vervallen. Het is zaak liegen te haten in al zijn vormen. Het is een kwestie van de hele waarheid vertellen, en wanneer uit voorzichtigheid of naastenliefde dit niet kan, dan houden wij onze mond en vinden geen kleine leugentjes uit die ons geweten bedrieglijk geruststellen.9 Wij moeten de waarheid in zichzelf en om zichzelf liefhebben; niet alleen in verband met die dingen die op een persoonlijke wijze onszelf, of andere mensen, schade kunnen berokkenen of bevoordelen. Wij moeten liegen verafschuwen als iets stoms en afschuwelijks, om welke reden dan ook dat men er zijn toevlucht toe neemt. We moeten het haten omdat het een belediging is van God, die de Opperste Waarheid is.

Wij geloven gemakkelijk wat we willen geloven. Daarom, bijvoorbeeld, zijn veel vijanden van de Kerk altijd geneigd elk schadelijk gerucht over de Kerk als waar te beschouwen, en te oordelen zonder voldoende feiten te hebben. Zij zullen zelfs proberen de publieke opinie op een dergelijke basis te beïnvloeden. Dit is werkelijk hetzelfde als liegen. Direct tegengesteld aan het liegen, waartoe men zo dikwijls in koelen bloede zijn toevlucht neemt, hebben wij de waarheid, het licht en de oprechtheid die ondubbelzinnig zijn en niet verkeerd kunnen zijn. Wij moeten vastberaden de trouw aan de waarheid beoefenen in onze alledaagse betrekkingen met andere mensen, in onze zakelijke aangelegenheden, in ons gezinsleven, in onze studie, en, wanneer toegankelijk voor ons, via de organen van de publieke opinie. Wij moeten resoluut het tegen elkaar uitspelen van de éne leugen tegen de andere, vermijden.

Het gebed van de liturgie van deze dag nodigt ons uit te roepen: Heer, met hart en mond, met heel ons leven, willen wij u prijzen...10 Mogen onze gesprekken altijd waarheidsgetrouw zijn, eigen aan een kind van God.

-1. Mt 10,24-33. -2. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 50. -3. Mc 11,27-33. -4. C. Burke, Conscience and Freedom. -5. Ibidem. -6. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 337. -7. Paulus vi, Toespraak, 17 februari 1965. -8. H. Augustinus, Tegen het Liegen, 3,4. -9. Vgl. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote Leven, III, 30. -10. Getijdenboek, Gebed voor de Lauden, 2e week.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012