De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vijftiende zondag door het jaar (B)

2. Liefde voor het Priesterschap

-De identiteit en de zending van de priester. -De priester, een beheerder van de mysteries van God. -Hoe priesters te helpen. Voor hen bidden. Eerbied voor de priesterlijke staat.

2.1 Alle gedoopten kunnen de woorden van de heilige Paulus aan de christenen van Efese uit de tweede lezing van vandaag, op zichzelf toepassen: In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor Zijn aangezicht.1 Door het doopsel en het vormsel behoren alle christengelovigen tot een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk.2 Het Tweede Vaticaanse Concilie zegt: «De gedoopten zijn door de wedergeboorte en de zalving van de Heilige Geest tot een geestelijke woonstede en een heilig priesterschap gewijd, om door alle werken van de christenmens geestelijke offers op te dragen.»Door hun delen in het priesterschap van Christus nemen de gelovigen actief deel aan het Offer van het Altaar. Zij heiligen de wereld door hun wereldlijke taken, deelnemend in de ene zending van de Kerk door middel van de verschillende roepingen die zij van God hebben ontvangen. Huisvrouwen bijvoorbeeld heiligen de verscheidene kanten van het moederschap en aanverwante verplichtingen; zieken zijn geroepen hun lijden liefdevol op te dragen aan God; een ieder maakt een aangename offerande aan God van zijn dagelijkse taak en omstandigheden.

Uit de rijen van de gelovigen, die allen dit algemeen priesterschap bezitten, worden sommigen door God geroepen, via het sacrament van de wijding, het ambtelijk priesterschap uit te oefenen. Dit tweede priesterschap steunt op het eerste, maar zij zijn wezenlijk verschillend. Door middel van de wijding wordt de priester een instrument van Jezus Christus, aan Wie hij zijn hele wezen offert om de genade van de Verlossing aan de gehele mensheid te brengen. Hij is een man genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God en om gaven en offers op te dragen voor de zonden.4 «Waarin bestaat de identiteit van de priester? In die van Christus. Alle christenen moeten en kunnen niet alleen 'alter Christus' worden, een andere Christus, maar ook 'ipse Christus', Christus zelf. En in de priester gebeurt dat rechtstreeks, in sacramentele vorm.»5

De Heer, die onder ons op vele manieren aanwezig is, is dit speciaal in de persoon van de priester. Elke priester is een grote gave van God aan de wereld. Hij is Jezus die weldoende rondgaat; hij geneest zieken, hij brengt vrede en vreugde in de geest van de mensen; hij is het «levend instrument van Christus» in de wereld.6 Hij offert aan de Heer «zijn stem, zijn handen, zijn hele wezen.»Tijdens de mis vernieuwt hij 'in persona Christi' het verlossende Offer van Calvarië zelf. Hij stelt de Verlossing van Christus tegenwoordig en maakt ze werkzaam in de geschiedenis. Paus Johannes Paulus ii herinnerde de geestelijkheid van Brazilië eraan dat «Jezus zich met ons op zo'n wijze identificeert in het uitoefenen van de machten die Hij op ons overdroeg, dat het is alsof ons eigen ik plaats maakt voor het Zijne, daar Hij het zelf is die door ons handelt.»Het is Christus die in de mis de substantie van brood en wijn in zijn Lichaam en Bloed verandert. En «het is Christus zelf die in het sacrament van de boete de gezaghebbende en vaderlijke woorden uitspreekt 'je zonden zijn je vergeven'. Hij is het die spreekt wanneer de priester, zijn ambt uitoefenend in naam en in de geest van de Kerk, het woord van God verkondigt. Het is Christus zelf die voor de zieken, voor de kinderen en de zondaars zorgt wanneer Hij hen met de liefde en de pastorale zorg van de heilige diensten omringt.»9

Een priester is meer waard voor de mensheid dan het heelal. Wij moeten voortdurend bidden voor de heiligheid van de priesters, hen met ons gebed en onze genegenheid helpen en ondersteunen. Wij moeten in hen Christus zelf zien.

2.2 Jezus kiest de apostelen uit, niet alleen als boodschappers, profeten en getuigen, maar ook als Zijn eigen vertegenwoordigers.

Deze nieuwe identiteit, handelen 'in persona Christi', moet uitdrukking vinden in een eenvoudig en sober leven, een heiligheid die aanzet tot een oprechte toewijding aan het welzijn van anderen. Het evangelie van de mis van vandaag vertelt ons dat Jezus zijn apostelen uitzond en hun macht gaf over de onreine geesten.10 Hij gebood hun een stok mee te nemen op reis, maar niets anders: geen brood, geen reiszak en geen geld in hun gordel.

God neemt bezit van de man die Hij roept tot het priesterschap en wijdt hem tot de dienst aan zijn medemensen, en schenkt hem een nieuwe persoonlijkheid. En, eenmaal gekozen en gewijd tot de dienst aan God en de ander, is hij niet alleen maar priester voor bepaalde ogenblikken, bij voorbeeld wanneer hij geheiligde functies uitoefent. «Hij is altijd priester, op ieder ogenblik, of hij nu het hoogste en meest verheven dienstambt dan wel het gewoonste en nederigste werk van zijn dagelijks leven vervult. Net zomin als een christen kan ontkennen dat hij een nieuw mens is, dat het doopsel hem een bijzondere aard heeft gegeven en hij ook niet kan handelen alsof hij zomaar een mens is, zo kan ook de priester zijn priesterlijke aard niet terzijde schuiven en zich gedragen alsof hij geen priester was. Wat hij ook doet, welke houding hij ook aanneemt, of hij het wil of niet, het moet altijd de handeling of de houding van een priester zijn, omdat hij altijd en op elk moment priester is tot in het diepst van zijn wezen, wat hij ook doet of wat hij ook denkt.»11

De priester is een boodschapper van God aan de wereld, gezonden om aan de mensheid zijn redding te verkondigen en aangesteld als beheerder van de mysteries van God.12 Deze geheimen omvatten het Lichaam en Bloed van Christus die hij de gelovigen aanbiedt in de mis en de heilige communie, de genade van God in de sacramenten en het goddelijk woord dat hij in de preek, catechese en biecht uitspreekt. Aan de priester is het meest goddelijke van de goddelijke werken toevertrouwd: de redding van de zielen. Hij is ambassadeur en bemiddelaar tussen God en de mensen gemaakt.

«Ik denk met welgevallen aan de menselijke en bovennatuurlijke waardigheid van mijn broeders die over de wereld verspreid zijn. En het is terecht hen nu te omringen met de vriendschap, hulp en genegenheid van veel gelovigen. En als het moment gekomen is voor God te verschijnen, zal Christus hun tegemoet gaan om voor eeuwig hen te verheerlijken die in het tijdelijke in Zijn naam en Persoon gehandeld hebben door ruimhartig de genade uit te delen waarvan zij de rentmeesters waren.»13

Laat ons nu in tegenwoordigheid van God overwegen hoe wij voor de priesters bidden, hoe wij hen behandelen, hoe dankbaar wij hun behoren te zijn dat zij de oproep van de Heer bevestigend hebben beantwoord, hoe hen te helpen vol te houden en heilig te zijn. «Ik vraag God onze Vader ons, alle priesters, de genade te willen verlenen heilige dingen op heilige wijze te doen, om de wonderen van de grootheid van God te weerspiegelen in ons leven.»14

2.3 Zo vertrokken zij om te prediken dat men zich moest bekeren. En zij dreven veel duivels uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen. Priesters zijn als het ware een aanvulling van de heilige Mensheid van Jezus, omdat zij in de zielen nog steeds dezelfde wonderen verrichten die Hij deed terwijl Hij op aarde was: de blinden zien, mensen die nauwelijks kunnen gaan, hervinden hun krachten en zij die gestorven zijn door de doodzonde, herwinnen het leven in de genade door het sacrament van de biecht.

De priester zoekt geen wereldse vergoeding of de verhoging van zijn reputatie, ook meet hij zijn taak niet af aan de waardeschaal van deze wereld. Zijn taak is niet die van scheidsrechter15 en ook niet om te zorgen voor het materiële welzijn van mensen: dat is een taak van elke christen en voor alle mensen van goede wil. Maar de rol van de priester is, mensen het eeuwige leven te brengen. Dat is wat hij heeft te bieden. Het is ook wat de wereld het meest nodig heeft. Daarom moeten wij God bidden dat de Kerk altijd genoeg priesters zal hebben, priesters die werkelijk trachten heilig te zijn. Wij moeten vragen om priesterroepingen, en ze aanmoedigen, zo mogelijk onder de leden van onze eigen gezinnen, kinderen, broers en neven. Het is inderdaad een grote vreugde voor een gezin indien God hen zegent met de gave van een priesterroeping.

De leken hebben de zeer plezierige plicht de priesters te helpen, in het bijzonder met hun gebed, opdat zij waardig de mis opdragen en vele uren gebruiken om biecht te horen, geestdriftig de sacramenten toedienen aan de zieken en de ouderen en heel graag de catechismus onderwijzen. Wij bidden dat priesters altijd zeer bezorgd zullen zijn voor het onderhoud van het Huis van God, en opgewekte, geduldige, edelmoedige, vriendelijke en onvermoeibare werkers in het verbreiden van het koninkrijk van Christus zullen zijn. Wij moeten edelmoedig zijn in financiële bijdragen en hun werk helpen hoe wij ook kunnen. En wij mogen nooit slecht over hen spreken. «Over priesters van Christus moet men alleen maar spreken om ze te prijzen!»16

Als wij soms fouten en gebreken in onze priesters zien, behoren we verontschuldigingen voor hen te maken en moeten wij ons gedragen als de goede zonen van Noach en hun tekorten met de mantel der liefde bedekken.17 Dat kan nog een andere reden zijn hen te helpen met ons goede voorbeeld en ons gebed, en met een vermaning die broederlijk is en tegelijkertijd als die van een kind.

Om ons te helpen in liefde en eerbied voor priesters te groeien, kunnen wij overwegen wat de heilige Catharina van Siëna de Heer in de mond legde: «Ik wil niet dat men afbreuk doet aan de eerbied die men de priesters moet betuigen, want eerbied en respect, aan hen betoond, zijn niet tot hen gericht, maar tot Mij, krachtens mijn Bloed dat Ik hun heb gegeven om uit te delen. Als het niet daarom was, zoudt gij hun dezelfde eerbied moeten betuigen als aan de leken, en niet meer... Men mag hen niet beledigen: wie hen beledigt, beledigt Mij en niet hen. Om die reden heb Ik het verboden en heb Ik beschikt dat men mijn Christussen niet zal aanraken.»18

-1. Ef 1,3-14. -2. 1 Pe 2,9. -3. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, 10. -4. Vgl. Heb 5,1. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De liefde tot de Kerk, 38. -6. Vgl. Vaticanum ii, Decr. Presbyterorum ordinis, 12. -7. H. Jozefmaria Escrivá, o 39. -8. Johannes Paulus ii, Homilie, 2 juli 1980. -9. Ibidem. -10. Mc 6,7-13. -11. F. Suárez, El sacerdote y su ministerio, bl. 8. -12. Vgl. 1 Kor 4,1. -13. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 50. -14. Ibidem, 39. -15. Vgl. Lc 12,13. -16. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 904. -17. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 75. -18. H. Catharina van Siena, Dialoog, 116. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De liefde tot de Kerk, 38.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009