Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Drieëntwintigste zondag door het jaar (B)

11. Luisteren naar God en over Hem spreken

-Het wonder van de genezing van een doofstomme. -We moeten niet stom blijven, als het gaat om onwetendheid op het gebied van de godsdienst. -Spreek duidelijk en eenvoudig; dit geldt ook in de geestelijke leiding.

11.1 De liturgie van de Mis van deze zondag is een oproep tot hoop en absoluut vertrouwen in de Heer. Tijdens een moment van duisternis verheft de profeet Jesaja zijn stem om het uitverkoren volk te troosten dat in ballingschap leeft.1 Hij kondigt de blijde terugkeer naar hun vaderland aan: Spreek tot allen die de moed verloren hebben: 'Vat moed en vreest niet: Uw God komt om de wraak te voltrekken, God komt om te vergelden en om u te redden.' En de profeet voorspelt wonderen die hun volledige vervulling zullen krijgen met de komst van de Messias: 'Dan gaan de ogen van de blinden weer open en zullen de oren van de doven geopend worden. De lamme zal springen als een hert en jubelen zal de tong van de stomme. Ja, in de steppe zullen beken ontspringen, rivieren in de woestijn. De dorre vlakte wordt een vijver, het dorstige land één waterbron.' Met Christus wordt de hele mensheid genezen, en de onuitputtelijke bronnen van genade veranderen de wereld in een nieuwe schepping. De Heer heeft alles veranderd, en vooral de zielen van de mensen.

Het evangelie van vandaag verhaalt van de genezing van een doofstomme.2 De Heer nam hem terzijde, stak hem de vingers in de oren en raakte zijn tong aan met speeksel. Daarna sloeg Hij zijn ogen ten hemel en sprak tot hem: 'Effeta', wat betekent: Ga open. Terstond gingen zijn oren open, en werd de band van zijn tong losgemaakt zodat hij normaal sprak.

De vingers kunnen een krachtige goddelijke daad betekenen3, en van speeksel denkt men dat het soms wonden kan genezen. Ofschoon het Christus' woorden zijn die de genezing bewerkten, wilde Hij, zoals bij andere gelegenheden, zichtbare, stoffelijke voorwerpen gebruiken die op bepaalde wijze bedoeld waren om de diepere werking uit te drukken die de sacramenten later in de zielen zouden hebben.4 Reeds in de eerste eeuwen, en vele generaties lang5, gebruikte de Kerk deze zelfde gebaren van de Heer op het moment van het doopsel, terwijl ze over de dopeling bad: «Moge de Heer Jezus, die de doven deed horen en de stommen spreken, geven dat u op de juiste tijd zijn Woord mag horen en het Geloof verkondigen».6

In deze genezing die de Heer verricht, kunnen we een beeld zien van hoe Hij in de ziel werkt: Hij bevrijdt de mens van zonden, Hij opent zijn oren om het Woord van God te horen en maakt zijn tong los om de prachtige werken van God te prijzen en te verkondigen. Op het moment van het doopsel bevrijdde de Heilige Geest, «digitus paternae dexterae»7, de vinger van de rechterhand van God de Vader, zoals de liturgie verkondigt, ons gehoor om te luisteren naar het Woord van God, en maakte onze tong los om het over de wereld te verkondigen; en dit is ons hele leven lang zo doorgegaan. De heilige Augustinus zegt in een commentaar op deze passage uit het evangelie dat de tong van iemand die met God verenigd is, «zal spreken van het Goede, zal verenigen wie verdeeld zijn, zal troosten wie huilen. God zal men loven, Christus zal men verkondigen.»8 Deze dingen zullen we doen als we aandachtig luisteren naar de voortdurende influisteringen van de Heilige Geest en als we onze tong gereed houden om over God te spreken, niet geremd door menselijk opzicht.

11.2 Er bestaat een doofheid van de ziel die erger is dan die van het lichaam, daar niemand dover is dan degene die niet wil horen. Velen hebben hun oren gesloten voor het Woord van God, en velen ook worden steeds ongevoeliger voor de talloze uitnodigingen van de genade. Een geduldig, vasthoudend, begripvol apostolaat dat vergezeld gaat van gebed, zal heel wat van onze vrienden de stem van God doen horen en hen bekeren tot nieuwe apostelen, die overal over Hem zullen spreken. Dit is een van de zendingen die we bij het doopsel ontvangen hebben.9

Wij, christenen, mogen niet stom blijven als we over God moeten spreken en zijn boodschap openlijk moeten overbrengen: ouders aan hun kinderen, door hun gebeden te leren en de beginselen van hun geloof bij te brengen vanaf hun kinderjaren; een vriend aan zijn vriend, als het geschikte moment zich voordoet, en dat moment zelfs een handje helpen indien nodig; een werknemer aan zijn collega's, door hun door zijn woord en voorbeeld een blij model aan te bieden dat ze kunnen navolgen; de student op de universiteit, te midden van degenen met wie hij zoveel uren doorbrengt. We mogen niet zwijgen bij de talloze gelegenheden die de Heer ons geeft om iedereen de weg van de heiligheid midden in de wereld te laten zien. Er zijn zelfs momenten waarop het onnatuurlijk zou zijn voor een goed christen om niet met een verwijzing naar de bovennatuur te komen: de dood van een dierbare, een bezoek aan een ziek iemand ?welke wijde horizonten kunnen geopend worden voor wie lijden, als we hun vragen hun ongemak te offeren voor een bepaalde intentie, voor de Kerk of voor de paus!?, het gesprek dat volgt op een of ander lasterverhaal in het nieuws... wat een gelegenheden om de goede leer te verkondigen! De mensen verwachten het van ons en we mogen hen niet bedriegen door stil te blijven.

Er zijn veel redenen om te spreken over de schoonheid van ons geloof, over de onvergelijkelijke vreugde Christus te hebben. Onder andere is er de verantwoordelijkheid die ons in het doopsel gegeven is om niemand zijn geloof te laten verliezen door de lawine van ideeën en leerstellige dwalingen die velen weerloos maakt. «Gemanipuleerd door de niet aflatende haat van de satan zijn de vijanden van God en van zijn Kerk zonder pauze in de weer met actie voeren en met zich te organiseren. Met een 'voorbeeldige' volharding bereiden zij hun kaders voor, houden zij hun scholen in stand en houden hun leiders en oproerkraaiers op de been. Met een heimelijke, maar doeltreffende actie verbreiden zij hun ideeën en besmetten zij de huiselijke haard en de werkplek met het zaad dat elke godsdienstige ideologie verwoest.

»Wat zouden wij gelovigen niet moeten doen om onze God te dienen, en altijd met waarheid!»10 Zijn we misschien al tevreden als we passief blijven? De zending die we kregen op de dag van ons doopsel moet heel ons leven, onder alle omstandigheden, in praktijk worden gebracht.

11.3 Zoals verkondigd in de eerste lezing door de profeet Jesaja, is het moment aangebroken waarop de ogen van de blinden weer open zullen gaan en de oren van de doven geopend zullen worden. De lamme zal springen als een hert en jubelen zal de tong van de stomme... Deze wonderen worden in onze tijd op een ongelofelijk veel diepere manier vervuld dan voorzien was door de profeet; ze hebben plaats in de ziel die gehoorzaam is aan de Heilige Geest, die gezonden is door de Heer. We vragen om het geloof en om de durf om de magnalia Dei11, de schitterende werken van God die we om ons heen zien, helder en openlijk te verkondigen, net zoals de apostelen deden na Pinksteren. De heilige Augustinus spoort ons aan: «Als u God liefhebt, trek dan allen die zich in jouw buurt bevinden of in je huis wonen naar je toe, zodat allen Hem zullen beminnen. Als je het Lichaam van Christus bemint, dat de eenheid van de Kerk is, zet dan eenieder ertoe aan zich in God te verheugen en zeg hun, met David: looft zijn hoogheilige naam (Ps 30,5); en wees hierin niet berekenend of karig, maar win voor de Heer liever al wie je kunt, met elk mogelijk middel, volgens je capaciteiten: door hen aan te sporen, hen te bemoedigen, hen te smeken, met hen te argumenteren en hun de redelijkheid van het geloof voor te houden, met grote vriendelijkheid en tact.»12 Laten wij niet stom blijven als God door onze woorden zoveel wil zeggen.

De heilige Marcus heeft het Aramese woord bewaard dat door de Heer gebruikt werd: 'Effeta' -ga open. De Heilige Geest heeft ons vaak op verschillende manieren bewust gemaakt van dit gebiedende advies in de diepten van onze ziel. Onze mond moest geopend worden en onze tong losgemaakt om te spreken over de staat van onze ziel met helderheid, zeer oprecht, door met eenvoud uit te leggen wat er in ons leven gebeurd is, onze verlangens naar heiligheid en de verleidingen van de vijand, onze kleine overwinningen en onze tegenslagen. Ons gehoor moet schoongemaakt worden opdat we aandachtig mogen zijn voor de rijkdom aan lessen en adviezen die de Meester ons geeft in geestelijke leiding.13

De moeilijke strijd zal, als ze gestreden wordt door iemand die bewapend is met oprechtheid en gehoorzaamheid, altijd gewonnen worden; als ze in z'n eentje gevoerd wordt door iemand die uitgerust is met bedrog en met trots, zal deze altijd verloren worden. De Heer geneest en kiest de middelen die Hij zal gebruiken -middelen die altijd buiten proportie zullen zijn. De heilige Vincentius Ferrer bevestigde dat God «nooit zijn genade geeft aan iemand die, terwijl hij beschikt over iemand die in staat is hem te instrueren en te leiden, ervoor kiest dit meest efficiënte middel tot heiliging af te wijzen, omdat hij gelooft dat hij zichzelf genoeg is en dat hij door zijn eigen inspanningen alleen kan zoeken en vinden wat nodig is voor de verlossing [...] Een ander die, beschikkend over een leidsman, ervoor kiest hem zonder reserve en in alles te gehoorzamen, zal er makkelijker komen dan wanneer hij het alleen gedaan had, ofschoon hij best een scherpe intelligentie kan hebben en kundige boeken over geestelijke zaken bij de hand had...»14

In de heilige Maagd vinden we het volmaakte voorbeeld van iemand die met een aandachtig oor luistert naar wat God vraagt, om het vanuit een standpunt van volledige beschikbaarheid in praktijk te brengen. «Inderdaad vertrouwde Maria zich bij de Boodschap volledig toe aan God, met 'volledige onderwerping van intellect en wil' (Dei Verbum, 5), blijk gevend van 'de gehoorzaamheid van het geloof' aan Hem die tot haar sprak door de boodschapper.»15 Bij het beëindigen van ons gebed gaan we tot haar en vragen haar ons te leren hoe we aandachtig moeten luisteren naar alles wat van God komt, en hoe we het in praktijk moeten brengen.

-1. Jes 35,4-7. -2. Mc 7,31-37. -3. Vgl. Ex 8,19; Hoogl 8,4; Lc 11,20. -4. Vgl. M. Schmaus, Dogmatische theologie, VI, De sacramenten. -5. Vgl. A.G. Martimort, De Kerk in gebed, Barcelona 19863. -6. Vgl. Rite van het doopsel, Doopsel van kinderen. -7. Vgl. Hymne Veni Creator. -8. H. Augustinus, Preek 311, 11. -9. Vgl. Vatica­num ii, Dogm. const. Lumen gentium, 33. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 466. -11. Vgl. Hnd 2,1. -12. H. Augustinus, Commentaar op de psalmen, 33,6-7. -13. Vgl. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen, I. -14. H. Vincentius Ferrer, Verhandeling over het geestelijk leven, ii, 1. -15. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptoris Mater, 25 maart 1987, 13.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012