De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

25 maart. Hoogfeest (2)

29. MARIA BOODSCHAP

-Het voorbeeld van Onze Lieve Vrouw. -Beantwoorden aan de eigen roeping. -Het jawoord dat de Heer van ons vraagt.

29.1 Toen de Heer in de wereld kwam, sprak Hij: Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen.1

De aankondiging en menswording van Gods Zoon is het meest wonderbaarlijke en uitzonderlijke feit, het meest innige geheim van Gods betrekkingen met de mensen en het meest transcendente van de geschiedenis van de mens­heid: God is voor altijd mens geworden! En toch vond dit gebeuren plaats in een klein volk in een land, dat in die tijd nagenoeg onbekend was. In Nazaret «wordt Hij die waar­lijk God is, geboren als een ware mens, in de ongeschonden en volmaakte natuur van de ware mens, volledig in het bezit van het zijne, volledig in het bezit van het onze [...] om dit laatste te herstellen.»2

Sint Lucas vertelt ons deze verheven gebeurtenis in de meest eenvoudige bewoordingen: In de zesde maand werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria.3 De volksvroomheid heeft van ouds­her de heilige Maria afgebeeld in gebed verzonken toen zij de boodschap van de engel ontving: Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u. Onze Moeder stond versteld van die woorden, maar met een ontsteltenis die haar niet verlam­de. Zij kende heel goed de Schrift vanwege het onderricht dat elke Jood vanaf zijn eerste levensjaren ontving en vooral vanwege de helderheid en het inzicht, die haar wer­den geschonken door haar onvergelijkbare geloof, haar diepe liefde en de gaven van de Heilige Geest. Daardoor verstond zij de boodschap van de afgezant van God. Haar ziel staat geheel open voor hetgeen God van haar zal vra­gen. De engel haast zich om haar gerust te stellen en onthult haar Gods plan met haar, haar roeping: gij hebt genade gevonden bij God -zegt hij tot haar-. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.

«De bode groet Maria inderdaad als de Begenadigde; hij noemt haar zo, alsof dit haar echte naam is. Hij noemt haar niet bij de naam die zij onder de mensen heeft: Miriam (Maria), maar bij deze nieuwe naam: Begenadigde. Wat betekent deze naam? Waarom noemt de aartsengel de Maagd van Nazaret zo? In de bijbelse taal betekent genade een speciale gave, die volgens het Nieuwe Testament haar bron heeft in het leven van de Drieëne God, van God die liefde is (vgl. 1 Joh 4,8).»4

Maria wordt Begenadigde genoemd, want deze naam duidt haar ware wezen aan. Wanneer God iemands naam wijzigt of hem een bijnaam geeft, bestemt Hij hem tot iets nieuws of onthult hem zijn ware zending in de heilsgeschie­denis. Maria wordt Begenadigde genoemd, vol van genade, vanwege haar goddelijk moederschap.

De boodschap van de engel onthult Maria haar eigen optreden in de wereld, de sleutel van heel haar bestaan. De boodschap was voor haar een volmaakte verheldering die heel haar leven betrof en haar volkomen bewust maakte van haar uitzonderlijke rol in de geschiedenis van de mens­heid. «Maria wordt definitief binnengeleid in het mysterie van Christus door middel van deze gebeurtenis.»5

Iedere dag herinneren talloze christenen in de hele we­reld in het gebed van de 'Engel des Heren' Maria aan dit voor haar en heel de mensheid onuitsprekelijke ogen­blik; evenzo wanneer wij het eerste van de blijde geheimen van de heilige rozenkrans overwegen. Laten we trachten ons in deze scène te verplaatsen en de heilige Maria te aan­schouwen, die in liefdevolle vroomheid Gods heilige wil omarmt. «Wat is het tafereel van de blijde boodschap aan Maria ontroerend! Maria -hoe vaak hebben we dit niet overwogen!- is in gebed verzonken..., legt haar vijf zintui­gen en al haar vermogens in het gesprek met God. Tijdens het gebed leert zij de wil van God kennen; en door het gebed maakt ze die tot haar eigen vlees en bloed: verlies het voorbeeld van de heilige Maagd niet uit het oog!»6

29.2 Ik ben hier om uw wil te doen.7

De Allerheiligste Drieëenheid had een plan voor Onze Lieve Vrouw uitgezet, een unieke en absoluut uitzonderlij­ke bestemming: Moeder te worden van de mensgeworden God. Maar God vraagt Maria om haar vrije instemming. Zij twijfelde niet aan de woorden van de engel, zoals Zacha­rias gedaan had; zij brengt echter de onverenigbaarheid naar voren van haar beslissing om altijd de maagde­lijkheid te beleven, zoals God zelf die in haar hart had gelegd, met de ontvangenis van een kind. Dan kondigt de engel haar in heldere en verheven woorden aan, dat zij moeder zal worden zonder verlies van haar maagdelijkheid: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God.

Maria aanhoort deze woorden en overweegt ze in haar hart. Er is geen enkel verzet in haar geest: alles staat open voor de wil van God, zonder enige begrenzing of beperking. Deze overgave aan God maakt Maria tot de goede aarde, die in staat is het goddelijk zaad te ontvangen.8 Ecce ancilla Domini..., zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord. Onze Lieve Vrouw aanvaardt met oneindi­ge vreugde, dat zij geen andere wil, geen ander verlangen koestert dan die van haar Meester en Heer, die vanaf dat ogenblik ook haar Zoon is, mens geworden in haar aller­reinste schoot. Zij geeft zich zonder enige beperking over, zonder voorwaarden te stellen, met vreugde en in vrije wil. «Zo is Maria, dochter van Adam, door haar instemming met het woord van God, de Moeder van Jezus gewor­den. Met geheel haar hart en door geen enkele zonde weerhouden, heeft zij de goddelijke heilswil aanvaard. Als dienstmaagd van de Heer heeft zij zich geheel en al aan de persoon en het werk van haar Zoon gewijd, om afhanke­lijk van Hem en met Hem, door de genade van de almachti­ge God, in dienst te staan van het verlossingsmysterie. Terecht zijn de heilige vaders dus van mening, dat God Maria geenszins als een louter passief werktuig heeft gebruikt, maar dat zij in vrijwillig geloof en gehoorzaamheid aan het verlossingswerk meewerkt.»9

De roeping van de heilige Maria is het volmaakte voorbeeld van iedere roeping. Wij begrijpen ons leven en de gebeurtenissen die daarin plaatsvinden, in het licht van de eigen roeping. In de ijver om dit goddelijk plan ten uitvoer te brengen, vinden wij de weg naar de hemel en de eigen menselijke en bovennatuurlijke volheid.

De roeping is niet zozeer de uitverkiezing die wij maken, als wel die welke God voor ons maakt door middel van talrijke omstandigheden die men in geloof en in een zuiver en rechtschapen hart moet weten te begrijpen. Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u.10 «Iedere roeping, ieder bestaan is op zichzelf een genade die vele andere genaden insluit. Een genade, d.w.z. een gave, iets dat ons gegeven wordt, dat ons geschonken wordt zonder dat er van onze kant recht op bestaat, zonder eigen verdienste die eraan ten grondslag zou liggen of -nog minder- die het zou recht­vaardigen. Het is niet nodig, dat de roeping, de oproep om Gods plan uit te voeren, de zending die men verkregen heeft te vervullen, iets groots of schitterends is: het is vol­doende, dat God ons heeft willen gebruiken, zich van ons heeft willen bedienen; voldoende is, dat Hij op onze mede­werking vertrouwt. Dit is op zich reeds zo ongehoord, zo groots, dat een leven dat geheel gewijd is aan dankzegging, niet toereikend zou zijn om hieraan te beantwoorden.»11

Vandaag zal het God zeer welgevallig zijn, dat wij Hem dankzeggen voor de ontelbare lichtjes die de route van onze roeping aangeven, en dat wij dit doen door middel van zijn allerheiligste Moeder, die zo allertrouwst beantwoord heeft aan hetgeen de Heer van haar wilde.

29. 3. Vrees niet...

«Vrees niet. Daar ligt het hoofdbestanddeel van de roe­ping. De mens is inderdaad bevreesd. Hij vreest niet alleen, dat hij tot het priesterschap wordt geroepen, maar ook dat hij tot het leven wordt geroepen, tot zijn plichten, tot een beroep, tot het huwelijk. Deze vrees toont een onge­rijpt verantwoordelijkheidsgevoel. Men moet de vrees overwinnen om tot een gerijpt verantwoordelijkheidsgevoel te komen: men moet de oproep aanvaarden, haar beluis­teren, haar aannemen, haar naar ons bevattingsvermogen overwegen en dan antwoorden: ja, ja. Vrees niet, vrees niet, want je hebt genade gevonden, vrees het leven niet, vrees je moederschap niet, vrees je huwelijk niet, vrees je priesterschap niet, want je hebt genade gevonden. Deze zekerheid, dit besef helpt ons zoals het Maria geholpen heeft. Inderdaad, «de aarde en het paradijs wachten op uw 'ja', o allerreinste Maagd' -zijn de beroem­de mooie woorden van de heilige Bernardus-. Hij ver­wacht uw 'ja', Maria. Hij verwacht uw 'ja', moeder die een kind gaat krijgen; Hij verwacht uw 'ja', man die verantwoordelijkheid op u gaat nemen, in de persoonlijke sfeer, in uw gezin en in de maatschappij...

»Dit is het antwoord van Maria, het antwoord van een moeder, het antwoord van een jongere: een 'ja' tegen heel het leven»12, dat ons met vreugde verplicht.

Het antwoord van Maria -fiat- is nog definitiever dan een eenvoudig 'ja'. Het is de totale wilsovergave aan hetgeen de Heer van haar verlangde op dat ogenblik en gedurende heel haar leven. Dit fiat zal zijn hoogtepunt bereiken op Calvarië wanneer zij zich, onder het kruis, samen met haar Zoon aanbiedt.

Het jawoord dat de Heer van ons vraagt, van ieder van ons op zijn eigen weg, zet zich voort in de loop van heel het leven, in kleine, soms grotere gebeurtenissen, in de opeen­volgende roepingen, waarvan sommige de voorbereiding zijn op de volgende. Het 'ja' tot Jezus brengt ons ertoe niet te zeer aan onszelf te denken, maar met waakzaam hart erop bedacht te zijn, waar de stem van de Heer vandaan komt, die ons de weg wijst die Hij voor de zijnen uitzet. In deze liefdevolle beantwoording verweven zich in volmaak­te harmonie de eigen vrijheid en de goddelijke wil.

Bidden wij vandaag tot Onze Lieve Vrouw om het oprechte en grote verlangen onze eigen roeping steeds dieper te leren kennen en om licht om te beantwoorden aan de opeenvolgende oproepen die we van de Heer ontvangen. Laten we haar bidden, dat wij in elke omstandigheid een bereidwillig en krachtig antwoord weten te geven, want alleen de roeping is hetgeen een leven vervult en zin geeft.

-1. Heb 10,5-7. -2. Getijdenboek, tweede lezing, H. Leo de Grote, Brief 28 aan Flavianus, 3. -3. Lc 1,26-37. -4. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptoris Mater, 25 maart 1987, 8. -5. Ibidem. -6. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 481. -7. Tussenzang, Ps 39,7. -8. Vgl. M.D. Philippe, Mystère de Marie. -9. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 56. -10. Joh 15,16. -11. F. Suárez, Maria van Nazaret. -12. Johannes Paulus ii, Toespraak 25 maart 1982.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009