8 september. Gedachtenis
23. MARIA GEBOORTE
Vanaf de vroegste tijden zijn er berichten over dit
Mariafeest, eerst in het Oosten en later in de gehele Kerk. Dit feest, waarbij
de geboorte wordt herdacht van haar die de Moeder van God en ook onze Moeder
zou worden, is vervuld van blijdschap. Haar komst in de wereld is de
aankondiging, dat de Verlossing reeds nabij is. Veel dorpen en steden vereren
vandaag, onder verschillende benamingen, hun Patrones.
-Vreugde bij de geboorte van Onze Lieve Vrouw. -Het feest
van vandaag doet ons ook met diepe achting de ontvangenis en geboorte van ieder
menselijk wezen bezien. -De waarde van de gewone dagen.
23.1 Laten
wij met vreugde de geboorte vieren van de heilige Maagd Maria, want uit haar is
opgegaan de Zon van de gerechtigheid, Christus onze God.1
Vanaf het allereerste begin van dit feest nodigen de
liturgische teksten ons aanhoudend uit tot vreugde.2
En dat is begrijpelijk: als familie, vrienden en buren zich verheugen bij de
geboorte van een kind en als men uitbundig verjaardagen viert, zouden wij dan
niet van vreugde vervuld worden bij de herdenking van de geboorte van onze
Moeder? Deze gelukzalige gebeurtenis wijst ons erop, dat de komst van de
Messias reeds nabij is: Maria is de Morgenster die
bij de dageraad die aan de opkomst van de zon voorafgaat, de komst aankondigt
van de Heiland, de Zon van de gerechtigheid in de
geschiedenis van het menselijk geslacht.3 Een
oude gewijde schrijver merkt op: «Bij een zo schitterende en stralende komst
van God onder de mensen moest op die vreugde ook een inleiding komen, waardoor
de grote gave van het heil tot ons zou komen. Dit is nu de betekenis van de
viering van het feest van vandaag: de geboorte van de Moeder Gods is de
inleiding van heel deze opeenhoping van weldaden [...]. Laat nu heel de
schepping jubelen en dansen en aan de vreugde van deze dag bijdragen wat dit
feest waardig is. Laat er vandaag één gemeenschappelijke viering zijn van
hemelse en aardse bewoners.»4
De liturgie van de heilige mis past op de net geboren Maria
de passage toe uit de Brief aan de Romeinen5,
waarin de heilige Paulus de goddelijke barmhartigheid beschrijft die de mensen
uitverkiest voor een eeuwige bestemming: Maria is van eeuwigheid door de
Heilige Drieëenheid voorbestemd om de Moeder van Gods Zoon te worden. Daartoe
werd zij met alle genade omringd: «De ziel van Maria was de schoonste die God
geschapen heeft, zozeer dat zij, na de menswording van het Woord, het grootste
en meest waardige werk was dat de Almachtige in deze wereld tot stand heeft
gebracht.»6 De genade van Maria oversteeg op het
moment van haar ontvangenis de genade van alle heiligen en engelen te zamen,
want God geeft aan een ieder de genade die beantwoordt aan zijn opdracht in de
wereld.7 De onmetelijke genade van Maria was
voldoende en evenredig aan de uitzonderlijke waardigheid waartoe God haar van
eeuwigheidswege had geroepen.8 Zó groot was
Maria in heiligheid en schoonheid -zo zet de heilige Bernardus uiteen- dat God
geen andere Moeder kón hebben en Maria evenmin een andere zoon dan God.9 En de heilige Bonaventura zegt, dat God een grotere
wereld kan maken, maar geen moeder die volmaakter is dan de Moeder Gods.10
Laten ook wij vandaag bedenken, dat wij van God een oproep
tot heiligheid en tot het vervullen van een concrete opdracht in de wereld
hebben ontvangen. Naast de vreugde die wij altijd ondervinden, wanneer wij de
volheid van genade en schoonheid van Onze Lieve Vrouw beschouwen, moeten we ook
niet vergeten, dat God ieder van ons de noodzakelijke en toereikende genade
geeft, zonder dat daar ook maar iets aan ontbreekt, om onze specifieke roeping
te midden van de wereld te kunnen volbrengen. Eveneens kunnen wij vandaag
overwegen dat het logisch is, dat wij de verjaardag van onze eigen geboorte
vieren -onze verjaardag-, omdat God uitdrukkelijk gewild heeft dat wij geboren
werden, en omdat Hij ons geroepen heeft tot een eeuwige bestemming van geluk en
liefde.
23.2 Laat uw
volk zich vol blijdschap verheugen over het feest van de heilige Maagd Maria,
omdat haar geboorte een teken was van hoop voor heel de wereld en de dageraad
van het heil.11
Hoe oud is onze Moeder vandaag geworden?... Voor haar gaat de
tijd niet meer verder, want zij heeft de volheid van de leeftijd bereikt, die
eeuwige en volle jeugd die geboren wordt uit het delen in de jeugd van God die,
zoals de heilige Augustinus zegt, «jonger is dan iedereen»12, juist omdat Hij eeuwig en onveranderlijk is.
Misschien hebben we wel eens van nabij de vreugde en innerlijke jeugd gezien
van een of andere heilige en hebben we kunnen aanschouwen hoe uit een lichaam
dat de last der jaren met zich meetorste, een jeugdigheid van hart oprees door
een onstuitbare energie en levendigheid. Deze innerlijke jeugd is dieper,
naarmate de eenheid met God groter is. Aangezien Maria het schepsel is dat het
meest innig met Hem verenigd is geweest, is zij ongetwijfeld de jongste van
alle schepselen. Jeugd en rijpheid gaan in haar samen, evenals in ons, als wij
rechtstreeks gaan ad Deum qui laetificat iuventutem meam,
naar God die ons dagelijks van binnen verjongt en ons door zijn genade met
vreugde overstroomt.13
Vanaf haar jeugdjaren genoot de Maagd een innerlijke rijpheid,
die volkomen was en in overeenstemming met haar leeftijd. Thans beziet zij ons
in de hemel, met de volheid van de genade -die van het begin en die welke zij
verkreeg met haar verdiensten door zich te verenigen met het werk van haar
Zoon- en luistert zij naar onze lofprijzingen en onze smeekbeden. Vandaag aanhoort
zij ons gezang van dankzegging aan God, omdat Hij haar geschapen heeft; zij
ziet ons aan en begrijpt ons, want zij weet -na God- het meest van ons leven,
van onze vermoeienissen, van onze zorgen.14
Wanneer een kind geboren wordt, vinden alle ouders het onvergelijkbaar
met andere kinderen. Dat zullen ook de heilige Joachim en Anna gedacht hebben,
toen Maria werd geboren, en zij hebben zich beslist niet vergist. Alle
geslachten prijzen haar zalig... «Joachim en Anna konden toen nog niet vermoeden
wat er zou worden van die vrucht van hun zuivere liefde. Men weet het nooit.
Wie kan zeggen wat er van een pas geboren kind zal worden? Men weet het nooit...»15 Ieder kind is een mysterie van God, dat ter wereld
komt met een specifieke opdracht van de Schepper.
Het feest van vandaag brengt ons ertoe met diepe eerbied de
ontvangenis en de geboorte te bezien van ieder menselijk wezen, waaraan God
door de ouders het lichaam heeft gegeven en waarin Hij een onsterfelijke en
unieke ziel heeft ingestort, die rechtstreeks door Hem geschapen is op het
ogenblik van de ontvangenis. «De grote vreugde die wij als gelovigen ervaren
bij de geboorte van de Moeder Gods [...] brengt tegelijkertijd voor ons allen
een grote vereiste met zich mee: wij moeten ons gelukkig voelen bij het begin,
wanneer in de schoot van een moeder een kind gevormd wordt en wanneer dit het
licht van de wereld ziet. Ook wanneer de pasgeborene inspanningen vereist,
afzien van allerlei zaken, beperkingen, lasten, dan moet het toch altijd met open
armen worden onthaald en zich beschermd voelen door de liefde van zijn ouders.»16 Ieder menselijk wezen dat ontvangen wordt, is
geroepen om kind van God te zijn, Hem te roemen en naar een eeuwige en
gelukkige eindbestemming te gaan.
Toen God de Vader de pas geboren Maria aanschouwde, verheugde
Hij zich in een oneindige blijdschap bij het zien van een menselijk schepsel
zonder erfzonde, vol van genade, allerreinst, bestemd om voor altijd de Moeder
van zijn Zoon te worden. Hoewel God aan Joachim en Anna een heel bijzondere
vreugde verleende, door te delen in de genade die over hun dochter werd uitgestort,
-wat zouden zij gevoeld hebben, indien zij, zelfs maar van verre, heel even
iets hadden gezien van de bestemming van dat kind, dat ter wereld was gekomen
zoals alle anderen? Van de andere kant kunnen ook wij niet de onmeetbare
doeltreffendheid vermoeden van ons verblijf op aarde, als wij trouw zijn aan de
ontvangen genade om onze eigen roeping, die ons door God van eeuwigheid af is
verleend, te volbrengen.
23.3 De geboorte van Maria
geschiedde zonder verdere gebeurtenissen, en de evangelies vertellen ons niets
daarover. Zij werd wellicht geboren in een stad in Galilea, waarschijnlijk
Nazaret zelf, en op die dag werd er niets aan de mensen geopenbaard. De wereld
ging gewoon verder en hechtte meer belang aan andere gebeurtenissen, die weldra
volledig van het aanschijn der aarde zouden zijn weggevaagd zonder het minste
spoor achter te laten. Vaak blijft hetgeen voor God belangrijk is verborgen
voor de ogen van de mensen, die iets buitengewoons zoeken om hun bestaan te
dragen. Alleen in de hemel was er feest, groot feest.
Daarna blijft de Maagd vele jaren lang onopgemerkt. Heel Israël
verwachtte die jonkvrouw die in de Schrift17 was
aangekondigd, maar men weet niet, dat zij reeds onder de mensen leeft.
Uiterlijk onderscheidt zij zich nauwelijks van de anderen. Zij had een wil, had
lief, beminde met een intensiteit die voor ons moeilijk te begrijpen valt, met
een liefde die in alles overeenstemde met de liefde van God. Zij had begrip, in
dienst van de mysteries die zij langzamerhand begon te ontdekken, zij begreep
de volmaakte betrekking die er tussen deze bestond, de profetieën die van de
Verlosser spraken...; en begrip om te leren hoe men moest naaien en koken... En
zij had een geheugen -zij bewaarde alles in haar hart18- en leefde van de ene in de andere herinnering, en
maakte gebruik van concrete aanwijzingen. Onze Lieve Vrouw bezat een levendige
verbeelding, waardoor zij een leven kon leiden dat vol was van initiatieven en
eenvoudig inzicht in de manier om anderen te dienen, hun bestaan draaglijker te
maken, dat soms zo moeilijk was vanwege ziekte of ongeluk... God aanschouwde
haar vol liefde in de kleine bezigheden van iedere dag en verheugde zich met
onmetelijke vreugde in deze nauwelijks belangrijke taken.
Wanneer wij haar gewone leven beschouwen, dan leren wij van
haar zodanig te werk te gaan, dat wij onze taken van alledag weten te vervullen
met het gezicht op God gericht: om anderen in stilte te dienen, zonder ons
voortdurend te laten voorstaan op onze eigen rechten of voorrechten die wij
onszelf hebben verleend, om het werk dat we onder handen hebben tot een goed
einde te brengen... Als wij onze Moeder navolgen, zullen we leren het kleine
van alledag naar waarde te schatten, een bovennatuurlijke zin te geven aan onze
daden die wellicht niemand ziet: enige meubels schoonmaken, wat gegevens in de
computer verbeteren, het bed van een zieke opmaken, de juiste verwijzingen
opzoeken om de les die we aan het voorbereiden zijn uit te leggen... Deze
kleine dingen trekken, als zij met liefde worden gedaan, de goddelijke
barmhartigheid aan en vermeerderen voortdurend de heiligmakende genade in de
ziel. Maria is het volmaakte voorbeeld van deze dagelijkse overgave «die erin
bestaat het eigen leven te maken tot een offergave voor de Heer.»19
Onder verschillende benamingen vieren vandaag vele dorpen en
steden haar feest, met gepast aanvoelingsvermogen, want «als Salomo -merkt de
heilige Petrus Damianus op- ter gelegenheid van de wijding van de stoffelijke
tempel met heel het volk van Israël plechtig zulk een groots en prachtig offer
vierde, hoezeer en hoe groot zal dan niet de vreugde van het christenvolk zijn
bij de viering van de geboorte van de maagd Maria, in wier schoot God, als in
een allerheiligste tempel, in eigen persoon afdaalde om van haar de menselijke
natuur te ontvangen en zich verwaardigde zichtbaar onder de mensen te wonen?»20 Laten wij daarom vandaag Onze Lieve Vrouw
feestelijk onthalen met die fijngevoeligheid die eigen is aan goede kinderen.
-1. Introïtus. -2. Vgl. J. Pascher, El año litúrgico,
BAC, Madrid 1965, bl. 689. -3. Vgl. Johannes
Paulus ii, Enc. Redemptoris Mater,
25-III-1987, 3. -4. H. Andreas van Kreta, Dissertationes, 1. -5. Rom
8,28-30. -6. H. Alfonsus van Liguori, De heerlijkheden van Maria, 2,2. -7. H. Thomas van Aquino, Summa
Theologiae, III, q27, a5, ad 1. -8. Vgl. Ibidem,
III, q7, a10, ad 1. -9. Vgl. H. Bernardus, Preek 4 bij de Tenhemelopneming van de heilige Maagd Maria,
5. -10. H. Bonaventura, Speculum,
8. -11. Altaarmissaal, Gebed na de communie. -12. H. Augustinus, Homilieën over
Genesis, 8,26,48. -13. Ps 42,4. -14. Vgl. A. Orozco, En torno a María,
Rialp, Madrid 1975, bl. 8. -15. Ibidem, bl. 9. -16. Johannes Paulus ii, Engel des
Heren in Liechtenstein, 8-IX-1985. -17. Gn
3,15; Jes 7,14. -18. Lc
2,51. -19. Johannes Paulus ii, Toespraak tot het Internationale Mariacongres van Zaragoza,
12-X-1979. -20. H. Petrus Damianus, Preek 45,4.