Twaalfde week door het jaar. Zaterdag
45. Maria, medeverlosseres met Christus
-Maria aanwezig in het offer van het kruis. -Medeverlosseres
met Christus. -Maria en de heilige mis.
45.1 Tijdens Jezus' leven op
aarde vervulde zijn moeder, de heilige Maria, de goddelijke wil door Hem met
liefdevolle zorg te omringen-in Betlehem, in Egypte, in Nazaret. Zij zorgde
voor Hem in al zijn gewone behoeften, zoals elke moeder voor haar kind gedaan
zou hebben, en ook buitengewone behoeften, zoals toen zijn leven in gevaar was.
Het Kind groeide op met Maria en Jozef in een sfeer die vervuld was van
offerbereidheid en opgeruimde liefde, van zorg voor zijn veiligheid, van bescherming
en werk.
Later, tijdens zijn openbare leven, volgde Maria Hem zelden
in fysieke aanwezigheid, maar ze wist op elk moment waar Hij was, en het nieuws
van zijn wonderen en zijn preken bereikte haar. Soms kwam Jezus naar Nazaret en
bracht Hij daar wat meer tijd met Maria door. De meesten van zijn leerlingen
zullen haar gekend hebben sinds de bruiloft van Kana in Galilea.1 Behalve bij het veranderen van water in wijn,
waarbij ze zo'n belangrijke rol speelde, wordt nergens haar aanwezigheid bij
enig ander wonder door de evangelisten vermeld. Zij was evenmin aanwezig, als
de mensen zeer enthousiast over haar Zoon waren. «Ge zult haar niet zien tussen
de palmtakken in Jeruzalem, noch op het moment van de grote wonderen;
uitgezonderd bij het eerste te Kana. Maar de smaad van Golgota ontvlucht zij
niet; daar staat zij, iuxtra crucem Jesu, de Moeder
van Jezus, naast zijn kruis.»2 Zij blijft in de
regel in Nazaret, in volmaakte eenheid met haar Zoon, in haar hart alles
overwegend wat er gebeurt, maar in het uur van lijden en verlatenheid is Maria
er.
God beminde haar op een unieke en bijzondere manier. Toch
bespaarde Hij haar niet de beproeving van Calvarië, maar maakte haar deelgenoot
van een lijden zoals niemand ooit ondergaan heeft behalve haar Zoon. Misschien
had ze rustig thuis kunnen blijven in het aangename, troostende gezelschap van
de vrouwen. «Uiteindelijk kon zij er niets doen, en haar aanwezigheid kon het
lijden en de vernederingen van haar Zoon niet verhinderen of verzachten. Maar
toch was zij er. Ze bleef bij Christus om dezelfde reden als elke moeder bij
het doodsbed van haar zoon blijft, in plaats van weg te gaan om afleiding te
zoeken, wanneer ze ziet dat ze hem niet in leven kan houden noch zijn lijden
kan beëindigen. Nee, de Maagd Maria vereenzelvigde zich met haar Zoon; haar
liefde deed haar met Hem lijden.»3 Beetje bij
beetje kwam ze dichter bij het kruis, ten slotte moeten de soldaten haar
toegestaan hebben heel dicht erbij te blijven. Ze kijkt naar Jezus, en haar
Zoon kijkt naar haar. In de meest hechte verbondenheid biedt zij haar Zoon aan
God de Vader aan, als medeverlosseres met Hem. In vereniging met haar lijdende
en stervende Zoon verdroeg zij de smart en bijna de dood. «Als moeder deed zij
afstand van de rechten over haar zoon, om de redding van de mensheid te verkrijgen
en de goddelijke gerechtigheid te bevredigen in zoverre dit van haar
afhankelijk was. Zij offerde haar Zoon, zodanig dat terecht gezegd kan worden
dat zij met Christus het menselijke ras verlost heeft.»4
De heilige Maagd Maria vergezelde Jezus niet alleen, maar zij
was actief en nauw verenigd met het offer dat op dat eerste altaar werd aangeboden.
Vrijwillig deelde ze in de verlossing van het menselijk ras, en vervulde
daarmee het fiat dat ze destijds in Nazaret gegeven
had. En zo mogen we overwegen dat wij in elke mis, het ware middelpunt en hart
van de Kerk, Maria vinden. Bij vele gelegenheden zal dit feit ons helpen het
eucharistisch offer beter te beleven, door ons offer, dat evenzo een offerande
dient te zijn, te verenigen met het offer van Christus, door onszelf op
Calvarië te voelen, heel dicht bij Onze Lieve Vrouw.
45.2 Vanaf het kruis vertrouwde
Jezus zijn Mystiek Lichaam, de Kerk, toe aan Maria, in de persoon van de
heilige Johannes. Hij wist dat wij een moeder nodig hadden om ons te allen
tijde te beschermen; iemand die ons opricht en voor ons tot voorspraak is.
Vanaf dat moment «waakte zij en zal ze [over de Kerk] waken met dezelfde trouw
en dezelfde kracht als die waarmee ze over haar Eerstgeborene gewaakt
heeft-vanaf de kribbe in Betlehem, door Calvarië heen, tot aan het Cenakel van
Pinksteren, waar de geboorte van de Kerk plaatshad. Maria is aanwezig in alle
wisselvalligheid van de Kerk... Op bijzondere wijze is zij met de Kerk verenigd
op de moeilijkste momenten van haar geschiedenis... Maria is de Kerk op zulke
momenten heel bijzonder nabij, omdat de Kerk altijd als haar Christus is -
eerst als haar kind, dan als de gekruisigde en vervolgens als de verrezen
Jezus.»5
De Maagd Maria zal ten beste spreken, zodat God in de zielen
van christenen dezelfde ijver zal leggen die Hij in haar ziel legde, namelijk
het verlangen om medeverlosseres te zijn, opdat alle mensen weer vrienden van
God mogen worden. «Het geloof, de hoop en de vurige liefde van de Maagd Maria
op de top van Golgotha, die haar op een eminente manier tot medeverlosseres
maken, zijn ook een uitnodiging aan ons om te groeien, sterk te worden, zowel
in menselijk als in bovennatuurlijk opzicht bij problemen van buitenaf, en om
zonder ontmoedigd te raken te volharden in ons apostolaat, ook al lijkt het
soms, dat dit (apostolaat) geen resultaten oplevert of dat de horizon verduisterd
wordt door de macht van het kwaad.
»Laten we strijden -strijd, jij!- tegen deze sleur, tegen dit
eentonig voortslepen, tegen dit conformisme dat neerkomt op passiviteit. Kijk
naar Christus op het kruis; kijk naar Maria naast het kruis: voor haar starende
blik werd zij gesteld tegenover een verschrikkelijke uitbarsting van
beledigingen, bespottingen, verraad... maar Christus, en ter ondersteuning van
dit verlossingswerk, Maria, blijven sterk. Zij volharden, vervuld van vrede,
met optimisme in het lijden, de zending vervullend die Hun door de Drieëenheid
was toevertrouwd. Het is een krachtige waarschuwing aan ieder van ons, dat we
een 'alter Christus' moeten worden, een waarschuwing, dat Christus zijn zending
vervult ten tijde van: zijn Lijden, van uitputting, en van de meest
afschuwelijke tegenspraak... Ik wil u het advies geven uw ogen te richten op de
Maagd Maria en haar te vragen, voor uzelf en voor anderen, dat we een volledig
vertrouwen mogen hebben in het verlossingswerk van Jezus, en dat wij, zoals u,
Moeder, medeverlossers willen zijn.»6 Delen in
de verlossing, meewerken aan de heiliging van de wereld, zielen voor de
eeuwigheid redden: kan er een groter ideaal zijn om ons leven te vullen? De
heilige Maagd is nu medeverlosseres met haar Zoon op Calvarië, maar ze was het
ook, toen zij haar fiat gaf bij het ontvangen van de
boodschap van de engel; ze deed dit in Betlehem, ze deed dit gedurende de tijd
dat ze in Egypte verbleef en elke dag van haar gewone leven in Nazaret...
Zoals zij, kunnen ook wij medeverlossers worden, op alle uren
van de dag, als we deze met gebed vullen, als we ons werk gewetensvol
verrichten, als we in liefde leven met hen die we in ons werk ontmoeten, in het
gezin... als we in kalme gemoedsrust de tegenslagen offeren die elke dag met
zich mee brengt.
45.3 Toen
Jezus zijn Moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot
zijn moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon!7 Het
was Jezus' laatste gave voor zijn dood; Hij gaf ons zijn moeder als onze
moeder.
Sindsdien heeft de leerling van Christus iets van zichzelf:
hij heeft Maria tot moeder. Haar plaats als moeder in de Kerk zal een plaats
voor altijd zijn. En van dat ogenblik af nam de leerling
haar bij zich in huis.8 Dat is het uur
van Jezus, als Hij met zijn verlossingsdood een nieuw tijdperk opent dat zal
duren tot het einde der tijden, als we christenen willen
zijn moeten we 'mariaal' zijn.9 Om een
goed christen te zijn is het nodig dat we grote liefde tot Maria koesteren.
Jezus' werk kan in twee wonderbaarlijke punten worden samengevat: Hij gaf ons
het kindschap Gods door ons tot kinderen van God te maken, en Hij heeft ons
gemaakt tot kinderen van Maria.
Origenes in de derde eeuw benadrukt dat Jezus niet tegen Maria
zei: 'Dit is óók uw zoon' maar: 'Ziedaar uw zoon'; en aangezien Maria geen
andere zoon had dan Jezus betekenen zijn woorden in feite: van nu af zal hij
voor u Jezus zijn.10 De Maagd Maria ziet haar
zoon Jezus in elke christen. Ze behandelt ons alsof Christus zelf in onze
plaats stond. Hoe zal ze ons dan vergeten als ze ons in nood ziet verkeren? Wat
zal ze niet voor ons van haar Zoon verkrijgen? We kunnen ons nooit voorstellen,
zelfs niet bij benadering, hoeveel Maria van ons houdt.
Laten we er een gewoonte van gaan maken Maria te zoeken
tijdens de viering van of het deelnemen aan de heilige mis. Daar, «in het Offer
van het Altaar, roept de deelneming van Onze Lieve Vrouw die stille ingetogenheid
op waarmee ze over de wegen van Palestina liep. De heilige mis is een handeling
van de Drieëenheid: door de wil van de Vader en meewerkend met de Heilige
Geest, biedt de Zoon zichzelf aan in een offerande van verlossing. In dit
ondoorgrondelijk mysterie bemerkt men, als het ware versluierd, het
allerzuiverste gelaat van Maria, Dochter van God de Vader, Moeder van God de
Zoon, Echtgenote van God de Heilige Geest.
»De omgang met Jezus in het Offer van het Altaar brengt
noodzakelijkerwijs de intieme omgang met Maria, zijn Moeder, met zich mee.
Alwie Jezus vindt, vindt ook de onbevlekte Maria, en zoals gebeurde met die heilige
personen, de Drie Wijzen, die Christus gingen aanbidden: ze gingen het huis
binnen en vonden het Kind met Maria, zijn Moeder. (Mt 2,11)»11 Met haar kunnen we heel ons leven, onze gedachten,
verlangens, gevoelens, handelen en liefde aanbieden, door ons te vereenzelvigen
met dezelfde gevoelens als Christus Jezus had.12
Heilige Vader! kunnen we in het binnenste van ons
hart zeggen, en we kunnen dit in ons innerlijk gedurende de heilige mis
herhalen, door het onbevlekte hart van Maria, bied ik U uw welbeminde Zoon
Jezus aan, en ook mijzelf, in Hem, met Hem en door Hem, tot al zijn intenties
en in naam van alle schepselen.13
Op gepaste wijze het heilige offer van het Altaar vieren of
bijwonen is de beste dienst die wij Jezus, zijn Mystiek Lichaam en het hele
menselijke ras kunnen aanbieden. In de nabijheid van Maria zijn we in de
heilige mis op bijzondere wijze met de hele Kerk verenigd.
-1. Joh 2,1-10. -2. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 507. -3. F. Suárez, Maria van Nazareth.
-4. Benedictus xv, Brief
Inter sodalicia, 22 mei 1918. -5. Kard. K. Wojtyla, Teken van tegenspraak.
-6. A. del Portillo, Brief,
31 mei 1987. -7. Joh 19,26. -8. Joh
19,27. -9. Paulus vi, Homilie,
24 april 1970. -10. Origenes, Commentaar
op het evangelie van Johannes 1,4,23. -11. H. Jozefmaria Escrivá, La Virgen María, en Libro de Aragón,
Zaragoza 1976. -12. Fil 2,5. -13. P.M. Sulamitis, Oración de la
Ofrenda al Amor Misericordioso, Madrid 1931.
|