21 november. Gedachtenis
40. MARIA OPDRACHT
Op deze dag wordt de wijding herdacht van de Mariakerk,
bijgenaamd de Nieuwe, gebouwd nabij de tempel van Jeruzalem, ter herdenking van
het feit, dat de Maagd -volgens een godvruchtige traditie- zichzelf aan de Heer
toewijdde, reeds in haar kinderjaren, gedreven door de Heilige Geest, van wiens
genade zij was vervuld sinds haar onbevlekte ontvangenis. In de veertiende eeuw
werd het feest in het Westen ingevoerd.
-De betekenis van het feest. De overgave van Maria. -Onze
overgave. Het beantwoorden aan de genade. -Onze Lieve Vrouw navolgen. De
overgave hernieuwen.
40.1 Van het leven van Onze Lieve
Vrouw weten we niets tot aan het moment, waarop de aartsengel haar verscheen om
haar aan te kondigen, dat zij was uitverkoren om de Moeder van God te worden.
Vol van genade als zij was vanaf het eerste ogenblik van haar onbevlekte
ontvangenis, is het bestaan van Maria geheel uitzonderlijk -God aanschouwde en
bewaarde haar op elk ogenblik met een unieke en eenmalige liefde- en tegelijk
was zij een gewoon meisje, dat allen die met haar omgingen in het dagelijkse
leven van een niet al te groot dorp met vreugde vervulde.
De heilige Lucas, die zo nauwgezet alle bronnen onderzocht
waaruit hij berichten en gegevens kon putten, laat elke verwijzing naar het
kind Maria achterwege. Hoogstwaarschijnlijk heeft Onze Lieve Vrouw niets
verteld over haar eerste jaren, omdat er ook maar weinig te vertellen viel:
alles verliep in het innerlijk van haar ziel, in een voortdurend gesprek met
God haar Vader, die zonder haast het onuitsprekelijke en unieke ogenblik van de
menswording afwachtte. «Moeder, waarom hebt u de jaren van uw vroegste
kindertijd verborgen? Later zullen de apocriefe evangelies komen en leugens
uitvinden; godvruchtige leugens, dat wel, maar uiteindelijk toch verkeerde
voorstellingen van uw ware wezen. En ze zullen ons vertellen, dat u in de
tempel woonde, dat de engelen u eten brachten en met u praatten... En zó
verwijderen ze u van ons»1, terwijl u in ons
dagelijks leven zo nabij bent!
Het feest dat wij vandaag vieren vindt zijn oorsprong niet in
het evangelie, maar in een oude traditie. De Kerk heeft de apocriefe verhalen
niet willen aanvaarden. Daarin wordt verondersteld, dat onze Moeder in de
tempel was, sinds zij drie jaar oud was, en aan God was toegewijd met een
gelofte van maagdelijkheid. Maar de Kerk aanvaardt wel de wezenlijke kern van
het feest2: Maria wijdde zichzelf aan de Heer,
reeds in haar kinderjaren, gedreven door de Heilige Geest, van wiens genade zij
vanaf het eerste moment van haar ontvangenis was vervuld. Deze volledige
overgave van Maria aan God is, naarmate zij gaat groeien, wel werkelijk en een
voorbeeld voor ons, want zij zet ons ertoe aan niets voor onszelf te behouden.
Vandaag is het feest van het absolute toebehoren van de Maagd
aan God en van haar volledige overgave aan Gods plannen. Door dit volledig
toebehoren, met inbegrip van haar maagdelijke toewijding, zal Onze Lieve Vrouw
tot de engel kunnen zeggen: ik beken geen man.3 Op fijnzinnige wijze onthult zij een geschiedenis
van overgave, die in het binnenste van haar ziel had plaatsgehad. Maria is
reeds de eerste vrucht van het Nieuwe Testament, waarin de verhevenheid van de
maagdelijkheid boven het huwelijk heel haar waarde zal verkrijgen, zonder dat
dit afbreuk doet aan de heiligheid van de echtelijke verbintenis, die Christus
zelf tot de waardigheid van sacrament zal verheffen.4
Vandaag bidden wij tot haar, dat zij ons helpt om iedere dag
die overgave van het hart die God van ons vraagt tot werkelijkheid te maken,
volgens onze eigen roeping die we van God hebben ontvangen. «Treed in gesprek
met de heilige Maria en vertrouw haar toe: o, Vrouwe, om het ideaal dat God in
mijn ziel heeft gelegd te kunnen vervullen, moet ik kunnen vliegen... heel hoog,
heel hoog!
»Het is niet voldoende om je, met Gods hulp, los te maken van
de dingen van deze wereld, wetend dat die slechts aarde zijn. Méér nog: ook al
stapel je heel het heelal onder je voeten om dichter bij de hemel te zijn..., dat
is niet voldoende!
»Je zult moeten vliegen, zonder op iets van hier te steunen,
hangend aan de stem en de adem van de Geest. -Maar, zo zeg je me, mijn vleugels
zijn besmeurd!: modder van vele jaren, vuil, kleverige massa...
»En ik heb er bij je op aangedrongen: ga naar de Maagd.
Vrouwe -herhaal het tegen haar-: ik kan nauwelijks omhoog komen! De aarde trekt
me aan als een vervloekte magneet! -Vrouwe, u kunt ervoor zorgen, dat mijn ziel
de definitieve en glorievolle vlucht inzet, die zal eindigen in het hart van
God. -Heb vertrouwen, want zij luistert naar je.»5
40.2 De maagd Maria is het
schepsel geweest dat de grootste en innigste omgang met God heeft gekend, dat
de meeste liefde van Hem heeft ontvangen, zij die vol van genade was.6 Zij weigerde God nooit iets, en haar beantwoorden
aan de genade en aansporingen van de Heilige Geest was steeds volkomen. Van
haar moeten wij leren om ons volledig aan de Heer over te geven, met een volkomen
en edelmoedig antwoord, in de staat en de roeping die God ons gegeven heeft, in
het concrete werk dat ons in de wereld is toevertrouwd. Zij is het voorbeeld
dat wij moeten navolgen. «Zodanig was Maria -zo leert hieromtrent de heilige
Ambrosius- dat haar leven op zichzelf al voor iedereen een les is». En hij vervolgde:
«Houd dus, als een beeltenis geschilderd, de maagdelijkheid en het leven van de
zalige Maagd voor ogen; daarin weerkaatsen als in een spiegel de luister van de
zuiverheid en de kracht van de deugd zelf.»7
Onze heilige moeder Maria antwoordde en groeide in heiligheid en genade.
Terwijl zij reeds vanaf het eerste ogenblik vervuld was van de goddelijke
gaven, bereikte zij een nieuwe volheid, naarmate zij allertrouwst was aan de
aansporingen die de Heilige Geest haar gaf. Alleen in Onze Lieve Heer bestond
geen vermeerdering of groei van genade en liefde, omdat Hij de absolute volheid
bezat op het ogenblik van de menswording8; zoals
het tweede Concilie van Constantinopel leert, zou het onwaar zijn en van ketterij
getuigen te beweren, dat Jezus Christus beter werd vanwege de voortgang van de
goede werken.9 Maria, daarentegen, groeide in
heiligheid in de loop van haar aardse leven. Meer nog, in haar leven bestond
een steeds groeiende geestelijke vooruitgang, die toenam naarmate de grote
gebeurtenissen van haar leven hier op aarde naderbij kwamen: de menswording van
haar Zoon, haar medeverlossing op Calvarië..., haar hemelvaart.
Zo geschiedde het ook in de ziel van de heiligen: hoe
dichter zij bij God staan, des te trouwer zijn zij aan de ontvangen genade en
des te sneller spoeden zij zich naar Hem toe. «Het is de gelijkmatig versnelde
beweging, symbool van de geestelijke vooruitgang van de liefde in een ziel die
door niets wordt vertraagd en die telkens sneller naar God toegaat, naarmate
zij dichter bij Hem in de buurt komt, naarmate zij meer door Hem wordt aangetrokken.»10 Zo moet ook ons leven zijn, want de Heer roept ons
tot de heiligheid op de plaats waar we ons bevinden. En het zullen juist de
vreugden en de pijnen van het leven zijn die ons helpen telkens weer sneller
tot God te gaan, door de genade die we ontvangen hebben te beantwoorden. De
gewone moeilijkheden van het werk, de omgang met degenen die we iedere dag
zien, de geringe vormen van dienstbetoon aan de samenleving, de berichten die
we krijgen... het moeten allemaal redenen zijn om iedere dag weer de Heer méér
lief te hebben. De Maagd nodigt ons vandaag uit om niets verborgen te houden in
het diepst van ons hart, dat niet helemaal van God is: «Heer, bevrijd mijn
leven van alle trots, doorbreek mijn eigenliefde, de drang om ten koste van
alles mijn wil door te drijven en die wil aan anderen op te leggen. Geef, dat
de vereniging met U de grondslag wordt van mijn persoonlijkheid»11, dat iedere dag weer een stapje dichter bij U is.
Geef mij die haast van de heiligen om in uw liefde te groeien.
40.3 Onze Lieve Vrouw wijdde zich
volledig aan God, gedreven door de Heilige Geest, en wellicht deed zij dat op
de leeftijd waarop kinderen tot de jaren van het verstand komen. Dat verstand
zal voor haar, de begenadigde, van een bijzondere helderheid geweest zijn; of
misschien wel altijd al..., zonder dat daar ook maar één formele handeling tussen
lag. «Meer dan voldoende wist het kind Maria -bevestigt de heilige Alfonsus van
Liguori-, dat God geen verdeeld hart aanvaardt, maar dat Hij het hart volledig
toegewijd wil zien aan zijn liefde overeenkomstig het goddelijk voorschrift: Gij moet Jahwe uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel
en met al uw krachten (vgl. Dt 6,5). Daardoor begon zij, vanaf het
ogenblik waarop haar leven begon, God met al haar krachten te beminnen en gaf
zij zich volkomen aan Hem over.»12 Maria heeft
God steeds toebehoord; en dit toebehoren zal telkens meer bewust geweest zijn,
door een liefde die bij elke gelegenheid en in iedere omstandigheid een nieuwe
volheid bereikte.
Vandaag kan een goede gelegenheid zijn -alle dagen zijn dat!-
om, bij het overwegen van dit Mariafeest, waarin haar volledige toewijding aan
de Heer zo duidelijk wordt, onze eigen overgave aan God te hernieuwen te midden
van de gebruikelijke dagelijkse bezigheden, op de plaats waar God ons heeft
neergezet. Maar wij dienen te bedenken, dat elke stap vooruit naar onze vereniging
met God noodzakelijkerwijs dient te lopen via een veelvuldiger omgang met de
Heilige Geest, de Gast van onze ziel, aan wie Onze Lieve Vrouw zo onderdanig is
geweest tijdens haar leven. Om deze genade af te smeken kan ons vandaag het
gebed helpen, dat de H. Jozefmaria Escrivá voor eigen persoonlijke devotie
heeft geschreven: «Kom, Heilige Geest: verlicht mijn verstand, opdat ik uw
geboden leer kennen; sterk mijn hart tegen de hinderlagen van de vijand; doe
mijn wil ontbranden... Ik heb uw stem gehoord en ik wil mijn hart niet
verharden en weerstand bieden door te zeggen: later..., morgen. Nunc coepi! Nu!, want misschien is er geen morgen meer.
»O, Geest van waarheid en wijsheid, Geest van begrip en raad,
Geest van vreugde en vrede!: ik wil wat Gij wilt, ik wil omdat Gij wilt, ik wil
zoals Gij wilt, ik wil wanneer Gij wilt...»13
Laten wij ook tot Onze Lieve Vrouw bidden, dat er vele mensen
mogen zijn die zich, onderdanig aan de Heilige Geest, geheel aan de Heer geven,
zoals zij gedaan heeft, vanaf haar eerste kinderjaren.
-1. S. Muñoz Iglesias, El Evangelio de María, Palabra, 2e
ed., Madrid 1973, bl. 22. -2. Vgl. Paulus vi, Apost.
exhort. Marialis cultus, 2-II-1974, 8. -3. Vgl. Lc 1,34. -4. Vgl. Vaticanum ii,
Past. const. Gaudium et spes, 48. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 994. -6. Collectegebed van
de mis. -7. H. Ambrosius, De
Maagden, II,2. -8. Vgl. R. Garrigou-Lagrange o.p., De Moeder van de Verlosser. -9. Vgl. Concilie van Constantinopel ii, Dz. 224. -10. Ibidem, 103. -11. H.
Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 31.
-12. H. Alfonsus van Liguori, De heerlijkheden van Maria, 2,3. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Postulatie voor zijn zalig- en heiligverklaringsproces.
Registro Histórico del Fundador, 20172, bl. 145.