De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT
Gezin
Medische Ethiek

Herinneringen van Zuster Lucia
De nieuw bewerkte uitgave van herinneringen van Zuster Lucia van Fatima, met slot van Kardinaal Ratzinger. Meer ...

Home >  Maria tenhemelopneming

15 augustus. Hoogfeest

16. MARIA TENHEMELOPNEMING

Vanaf de eerste eeuwen (v-vi) heeft de Kerk vreedzaam het geloof in de tenhemelopneming met ziel en lichaam van de allerheiligste Maria beleden, zoals af te leiden valt uit de liturgie, godsdienstige documenten, de geschriften van kerkvaders en kerkleraren. Dit eeuwenoude en algemene geloof is door geheel het episcopaat bevestigd in de Apostolische Brief van 1 mei 1946, die ter illustratie dient van de redenen van haar dogmatische bepaling, die door paus Pius xii op 1 november 1950 ten uitvoer werd gebracht.

-Maria, met ziel en lichaam ten hemel opgenomen. Beschouwing van het vierde glorievolle geheim van de heilige rozenkrans. -Vanuit de hemel spreekt de Maagd Maria ten beste en zorgt zij voor haar kinderen. -De hemelvaart van Onze Lieve Vrouw, hoop op onze glorievolle verrijzenis.

16.1 Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare.1 Zó verschijnt de heilige Maagd Maria, verbonden met Christus, de Verlosser, in de strijd tegen en de overwinning op de satan. Het is Gods plan, dat de Voorzienigheid vanaf de eeuwigheid had bereid om ons te redden. Dit is de aankondiging in het eerste boek van de Heilige Schrift, en in het laatste komen we weer deze wonderbaarlijke bevestiging tegen: Er verscheen een groot teken aan de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.2 Dat is de allerheiligste Maagd, die met ziel en lichaam de hemel binnentreedt, toen haar leven hier onder ons geëindigd was. En zij komt daar om gekroond te worden tot koningin van het heelal, omdat zij de Moeder van God is. Zo begeert de koning uw schoonheid3, zo luidt de tussenzang.

De apostel Johannes, die ongetwijfeld getuige van Maria's hemelvaart is geweest -de Heer had haar aan hem toevertrouwd, en hij zal op die momenten niet afwezig zijn geweest-, vertelt ons in zijn evangelie niets over de laatste ogenblikken van onze Moeder hier op aarde. Hij die ons zo helder en krachtig gesproken heeft over Jezus' dood op Golgota, zwijgt wanneer het gaat om haar, voor wie hij gezorgd heeft als voor zijn eigen moeder en als de Moeder van Jezus en alle mensen.4 Uiterlijk gezien moet het als een zoete slaap geweest zijn: «zij vertrok uit deze wereld in wakende toestand»5, zegt een oude schrijver, in de volheid van liefde. «Toen de loop van haar aardse leven eindigde, werd zij met ziel en lichaam in de hemelse heerlijkheid opgenomen.»6 Daar wachtte haar Zoon op haar, Jezus, in zijn verheerlijkt lichaam, zoals zij dat had aanschouwd na zijn verrijzenis. Met zijn goddelijke macht bewaarde God de onaantastbaarheid van Maria's lichaam en stond Hij niet de geringste verandering daarvan toe: de volmaakte eenheid en volledige harmonie van haar lichaam bleef ongeschonden. Onze Lieve Vrouw verkreeg «als hoogste bekroning van haar voorrechten, dat zij gevrijwaard bleef tegen het bederf van het graf en dat zij door de dood te overwinnen -zoals eerder haar Zoon deze had overwonnen- met ziel en lichaam tot de hemelse heerlijkheid werd verheven.»7 Dat wil zeggen, de harmonie van de voorrechten van Maria vereiste haar opneming in de hemel.

Wij hebben dit voorrecht van Onze Lieve Vrouw dikwijls overwogen in het vierde glorievolle geheim van de rozenkrans: «De Moeder van God is ingeslapen [...]. Maar Jezus wil zijn Moeder, met ziel en lichaam, in de heerlijkheid hebben. -En het hemelse hof ontvouwt heel zijn luister, om de Vrouwe te onthalen. -Jij en ik -kinderen, uiteindelijk- nemen de sleep van de schitterende blauwe mantel van de Maagd, en zó kunnen wij dat wonder aanschouwen.

»De Allerheiligste Drieëenheid ontvangt haar Dochter, Moeder en Bruid van God en overlaadt haar met eerbewijzen... -En zó groot is de majesteit van de Vrouwe, dat de engelen vragen: Wie is dat?»8 Wij verheugen ons met de engelen, eveneens vervuld van verwondering, en feliciteren haar op haar feestdag. En wij voelen ons trots, dat wij kinderen van zulk een grote Vrouwe zijn.

De volksvroomheid en de kunst hebben, met betrekking tot dit mysterie, de Maagd vaak afgebeeld als gedragen door de engelen en door een krans van wolken omgeven. De heilige Thomas ziet in deze tussenkomst van de engelen jegens hen die de aarde hebben verlaten en reeds op weg zijn naar de hemel, de uitdrukking van de eerbied die de engelen en alle schepselen bewijzen aan de verheerlijkte lichamen.9 In het geval van Onze Lieve Vrouw is alles wat wij ons kunnen voorstellen maar uiterst gering. Niets in vergelijking met hoe het in werkelijkheid zal zijn geschied. De heilige Theresia vertelt, dat zij een keer de verheerlijkte hand, alleen maar de hand, van onze lieve Heer heeft gezien; en daarna zei de heilige, dat bij die hand vijfhonderdduizend maal de zon, helder schijnend en weerkaatsend in het zuiverste kristal, als een droeve en pikdonkere nacht was. Hoe zou dan het gelaat van Christus geweest zijn, zijn oogopslag...? Ooit zullen we, als we trouw zijn, Jezus en de heilige Maria aanschouwen, Hen die wij in dit leven zo vaak hebben aangeroepen.

16.2 Op deze dag is de Maagd, de Moeder van God ten hemel opgenomen. Zij is het begin, het beeld van de Kerk der voleinding. Zij houdt in ons de hoop levend en is een troost voor uw volk onderweg.10

Laten wij Onze Lieve Vrouw aanschouwen, reeds in de hemel opgenomen. «En zoals de reiziger, die met zijn hand een scherm maakt om een of ander weids panorama te beschouwen, om zich heen een menselijke gedaante zoekt waardoor hij zich een idee kan vormen van die omgeving, zo identificeren en verwelkomen wij, die met verblinde ogen naar God kijken, een zuiver menselijke gedaante, die naast zijn troon staat. Een schip heeft zijn omvaring beëindigd, een bestemming is vervuld, een menselijke volmaaktheid heeft bestaan. En als wij naar haar kijken, zien we God duidelijker, groter, door dit meesterwerk van zijn betrekkingen met de mensheid.»11

Alle voorrechten van Maria houden verband met haar moederschap en derhalve met onze verlossing. Maria, ten hemel opgenomen, is het beeld en de voorproef van de Kerk die zich nog op weg naar het Vaderland bevindt. Vanuit de hemel «is zij hier op aarde, totdat de dag des Heren komt, het lichtend teken van de vaste hoop van het pelgrimerende volk van God.»12 «Met het mysterie van de tenhemelopneming is in Maria heel de uitwerking van het enige middelaarschap van Christus, de Verlosser van de wereld en de verrezen Heer werkelijkheid geworden [...]. In het mysterie van de tenhemelopneming drukt zich het geloof van de Kerk uit volgens hetwelk Maria 'door een innige en onbreekbare band verenigd' is met Christus.»13 Zij is de zekerheid en het bewijs, dat wij, haar kinderen, ooit met ons verheerlijkt lichaam bij de verheerlijkte Christus zullen zijn. Ons verlangen naar het eeuwige leven krijgt vleugels, als we overwegen dat onze hemelse Moeder daarboven is, ons ziet en ons met haar tedere blik aanschouwt.14 Met des te meer liefde, naarmate zij ziet dat wij daaraan behoefte hebben. «Zij heeft die taak van middelares van goedertierenheid die eigen is aan de moeder bij de definitieve komst.»15

Zij is onze grote beschermster bij de Allerhoogste. Het is waar, dat het leven op aarde voor ons vaak een dal van tranen is, omdat offers en ontberingen niet ontbreken: met name ontbreekt ons de hemel. Maar tegelijkertijd schenkt de Heer ons veel vreugde en bezitten we de hoop op de heerlijkheid om vol optimisme voort te gaan. Een van deze redenen tot blijdschap is de heilige Maria. Zij is ons leven, onze zoetheid en onze hoop: de liefde van de Moeder is voelbaar in het leven van de christen. Sla op ons uw barmhartige ogen, zeggen we tot haar. De ogen van de heilige Maria zijn, zoals die van haar Zoon, ogen van barmhartigheid, van medeleven. Zij zal iemand die bij haar bescherming zoekt altijd de hand reiken: Nooit heeft men horen zeggen, dat iemand van hen die hun toevlucht tot uw bescherming hebben gezocht, verloren gaat...16 We moeten steeds meer de voorspraak trachten te zoeken van de Maagd, van de Koningin van hemel en aarde. Laat ons tot de toevlucht van de zondaars gaan; en we zullen haar zeggen: toon ons Jezus, want die hebben wij het meest nodig.

Welk een zekerheid, welk een vreugde bezit de ziel die zich in alle omstandigheden tot de allerheiligste Maagd richt met de eenvoud en het vertrouwen van een kind tot zijn moeder! «Als een gedwee werktuig in handen van de verheven God -zo schrijft een kerkvader- zo zou ik onderworpen willen zijn aan de Moedermaagd, helemaal aan haar dienst gewijd. Verleen mij dit, Jezus, God en Zoon van de mens, Heer van alle dingen en Zoon van uw Dienstmaagd [...]. Maak dat ik uw Moeder dien zodat Gij mij als dienaar herkent; moge zij mijn vorstin op aarde zijn, zodat Gij mijn Heer zijt in alle eeuwigheid.»17 Maar we moeten onderzoeken hoe wij dagelijks met haar omgaan. «Als je er trots op bent een kind van Maria te zijn, vraag je dan af: hoe dikwijls uit ik mijn devotie tot de Maagd gedurende de dag, van 's morgens tot 's avonds?»18: de Engel des Heren, de heilige rozenkrans, de drie weesgegroetjes 's avonds...

16.3 Gelukkig de schoot van Maria, de Maagd, die de Zoon van de eeuwige Vader gedragen heeft.19

De hemelvaart van Maria is een kostbare voorproef op onze verrijzenis en is gebaseerd op de verrijzenis van Christus, die ons armzalig lichaam zal herscheppen en het gelijkvormig zal maken aan zijn verheerlijkt lichaam.20 Daarom roept de heilige Paulus ons in de tweede lezing van de heilige mis ook in herinnering21: als door een mens de dood is gekomen (door de zonde van Adam), komt door een mens ook de opstanding der doden. Door Hem zullen allen herleven, maar ieder in zijn eigen rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens bij zijn komst, zij die Christus toebehoren; daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen... Die komst van Christus, waarvan de apostel spreekt, «zou die, in dit enige geval (van de Maagd) op uitzonderlijke wijze, bij wijze van spreken misschien niet 'onmiddellijk' in vervulling gaan, dat wil zeggen, op het ogenblik waarop het aardse leven eindigt? [...] Vandaar dat dit levenseinde dat voor alle mensen de dood is, in het geval van Maria door de traditie liever 'het inslapen' wordt genoemd.

»Assumpta est Maria in caelum, gaudent Angeli! Et gaudet Ecclesia! Voor ons is het hoogfeest van vandaag als het ware een voortzetting van Pasen, van de verrijzenis en de hemelvaart van de Heer. En het is tegelijkertijd het teken en de bron van de hoop op het eeuwige leven en de toekomstige verrijzenis.»22

Het hoogfeest van vandaag vervult ons van vertrouwen in onze smeekbeden. «Onze voorspreekster is ten hemel opgevaren, om als Moeder van de Rechter en Moeder van barmhartigheid de zaken van onze redding te behartigen.»23 Zij voedt voortdurend onze hoop. «Wij zijn nog pelgrims, maar onze Moeder is ons voorgegaan en toont ons reeds het einde van de weg. Zij zegt ons opnieuw dat het mogelijk is er te komen, en dat wij er komen als we trouw zijn. Want de heilige Maagd is niet alleen een voorbeeld voor ons: zij is ook de hulp der christenen. En als we smeken: Monstra te esse Matrem (liturgische hymne Ave maris stella), toon U een Moeder, dan kan noch wil zij weigeren haar kinderen met moederlijke zorg te omringen [...].

»Cor Mariae dulcissimum, iter para tutum; Allerzoetst Hart van Maria, geef ons kracht en bescherming op onze aardse weg. Wees zelf onze weg, want gij kent het pad en de zekere kortste verbinding die, door uw liefde, naar de liefde van Jezus Christus leiden.»24

-1. Gn 3,15. -2. Introïtus. Apok 12,1. -3. Tussenzang, Ps 44,12. -4. M.D. Philippe, Mystère de Marie. -5. H. Germanus van Constantinopel, Homilieën over de Maagd Maria, I. -6. Pius xii, Const. Munificentissimus Deus, 1-XI-1950. -7. Ibidem. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De heilige Rozenkrans. Vierde glorievolle geheim. -9. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, Suppl. q84, a1, ad 1. -10. Altaarmissaal, Prefatie van Maria Tenhemelopneming. -11. R.A. Knox, Preek op het feest van de hemelvaart van Onze Lieve Vrouw, 15-VIII-1954. -12. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 68. -13. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptoris Mater, 25-III-1987, 41. -14. Vgl. Paulus vi, Toespraak 15-VIII-1963. -15. Johannes Paulus ii, o -16. Gebed van de heilige Bernardus. -17. H. Ildefonsus van Toledo, Libro sobre la virginidad perpetua de Santa María, 12. -18. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 433. -19. Communio van de vigiliemis. Vgl. Lc 11,27. -20. Fil 3,21. -21. Tweede lezing. 1 Kor 15,20-26. -22. Johannes Paulus ii, Homilie 15-VIII-1980. -23. H. Bernardus, Homilie bij de Hemelvaart van de heilige Maagd Maria, 1. -24. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 177-178.





Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. (035) 694 63 50

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur