Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede week. Vrijdag

13. MENSELIJKE MIDDELEN EN BOVENNATUURLIJKE MIDDELEN

-Doen wat wij kunnen, zelfs als het weinig is. Onze Heer geeft de rest. -Bovennatuurlijk optimisme. -Wij zijn Gods instrumenten.

13.1 Wij lezen in het evangelie van de Mis: In die dagen begaf Jezus zich naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias. Een grote menigte volgde Hem....1 De heilige Lucas vertelt dat Jezus Zich met de apostelen terugtrok om met hen alleen te zijn. Maar het volk kwam het te weten en ging Hem achterna. Hij liet hen tot Zich komen en sprak hun over het Rijk Gods; die genezing nodig hadden, genas Hij.2 Jezus is medelevend met de lijdenden en met hen die geen besef hebben van het Rijk Gods.

Toen de dag ten einde begon te lopen...3 Onze Heer had veel tijd genomen om de geheimen van het Rijk van de Hemelen te ontsluieren en vrede en troost te schenken. De apostelen, bezorgd over het late uur en door het feit dat de plaats zeer afgelegen was, voelden de noodzaak de aandacht van de Meester te trekken: Stuur de mensen weg; dan kunnen ze naar de dorpen en de gehuchten in de omtrek gaan om daar onderdak te vinden, want hier zijn we op een eenzame plek.4

De Heer verrast hen met zijn vraag: Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten? Hij laat hun het gemis aan financiële middelen inzien. Filippus antwoordde Hem: Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen, dan is voor tweehonderd denariën brood nog te weinig.5 Maar de apostelen doen wat zij kunnen: zij vinden vijf broden en twee vissen. Iets anders hebben zij niet, en er waren vijfduizend man: te veel mensen voor zó weinig voedsel.

Soms doet Jezus ook ons inzien, dat de problemen te groot voor ons zijn, dat wij weinig of niets kunnen doen voor de situatie waarin we terecht zijn gekomen. Hij vraagt ons niet te veel aandacht te schenken aan materiële hulpmiddelen, want zij maken ons alleen maar pessimistisch, maar dat we in plaats daarvan meer moeten vertrouwen op de bovennatuurlijke middelen. Hij vraagt ons bovennatuurlijk realistisch te zijn; dat wil zeggen, op Hem en zijn macht te rekenen.

Onze Heer wenst, dat wij niet denken dat de oplossing alleen afhangt van menselijke inspanning. Maar ook wenst Hij dat wij niet onverschillig zijn, waardoor, onder het voorwendsel van totale overgave in de handen van God, de hoop ontaardt in verborgen geestelijke luiheid.

Jezus maakt gebruik van wat beschikbaar is: een paar broden en wat vis; dat was alles wat de apostelen bijeen konden brengen. Hij voegde er de rest aan toe. Maar Hij wilde dat niet doen zonder menselijke middelen, zelfs als ze gering waren. Zo handelt onze Heer in ons leven: als de instrumenten, die wij ter beschikking hebben, onvoldoende zijn of zelfs schaars, wil Hij niet dat wij niets doen. Jezus vraagt ons om geloof, gehoorzaamheid, durf en om altijd te doen wat we ook kunnen; om niet na te laten elk menselijk middel te gebruiken dat ons ter beschikking staat, en tegelijkertijd op Hem te rekenen, ons bewust zijnde, dat onze mogelijkheden altijd erg gering zullen zijn. «Ook de boer, als hij met zijn ploeg voortgaat de voren op zijn land te trekken, of zaad uit te strooien, lijdt kou, draagt het ongemak van de regen, kijkt naar de lucht en ziet dat die betrokken is, en gaat niettemin door met zaaien. Het enige wat hij vreest is, dat hij zal worden opgehouden door te piekeren over de zorgen van zijn huidige leven en dat de tijd verder gaat en hem niets achterlaat om te oogsten. Stel niet uit tot later; zaai nu.»6 En dit zelfs als het ernaar uitziet, dat het land geen enkele vrucht zal opbrengen. Wacht niet totdat we alle menselijke middelen hebben, wacht niet totdat alle moeilijkheden verdwijnen. Op het bovennatuurlijke niveau is er altijd vrucht: onze Heer zorgt daarvoor; Hij zegent onze inspanningen en vermenigvuldigt ze.

13.2 Als Jezus de apostelen op hun eerste apostolische reis uitstuurt, zegt Hij hun: Tracht dus geen goud, zilver of koper te verwerven om er uw gordels mee te vullen. Verschaft u ook geen reiszak voor onderweg, geen tweede onderkleed, geen schoeisel of stok, want de arbeider is zijn onderhoud waard.7 Hij spoort hen aan, zonder oponthoud te vertrekken om hun werk te volbrengen. En opdat zij vanaf het begin mogen leren op bovennatuurlijke middelen te vertrouwen, neemt Hij alle menselijke hulp van hen af. De apostelen gaan zo op weg -met niets- zodat het duidelijk is dat de genezingen, de bekeringen, de wonderen die zij doen, niet de hunne zijn, dat hun menselijke hulpmiddelen en kwaliteiten niet voldoende zijn om te garanderen dat de mensen bereid zullen zijn het Koninkrijk van God te aanvaarden. Zij moeten niet bezorgd zijn over het gebrek aan materiële goederen, of aan buitengewone menselijke gaven; God zal, voor zover het nodig is, voor het ontbrekende zorgen.

Deze heilige durf herhaalt zich opnieuw in alle apostolaat. Wat voor grote dingen zijn er tot stand gekomen, als zelfs de meest onmisbare menselijke middelen ontbraken! Zo werkten de heiligen! Zij wisten heel goed dat «Christus, door de Vader gezonden, de bron en de oorsprong is van het gehele apostolaat van de Kerk.»8 Is een christen eenmaal overtuigd van wat God wil, dan moet hij alleen maar geduldig wachten tot hij de beschikbare middelen kan overzien. «Het is goed -en zelfs je plicht- dat je in je apostolaat rekening houdt met je aardse mogelijkheden: 2 + 2 = 4. Maar vergeet nooit, dat je tot je geluk bovendien nog met een andere factor rekening moet houden: God + 2 + 2...»9

Wij kunnen dezelfde les trekken uit de eerste lezing van de Mis van vandaag die de woorden van Gamaliël, die de leraar van de heilige Paulus was, aan het Sanhedrin bevatten, die hun raad gaf over wat zij met de apostelen moesten doen. Na enige voorbeelden van zuiver menselijke initiatieven in herinnering te hebben gebracht -de opstanden van Theudas en Judas de Galileër- die ineenstortten na de dood van hun leiders, voegt hij eraan toe: Wat ons geval betreft, zeg ik u: Bemoeit u niet met deze mensen, maar laat ze hun gang gaan. Gaat deze opzet van mensen uit, dan zal het op niets uitlopen. Gaat het echter van God uit, dan zult gij hen niet uiteen kunnen slaan; anders zou misschien blijken dat gij tegen God in verzet zijt!10 Onze zekerheid en optimisme als wij voor God werken zijn gebouwd op het feit, dat Hij ons niet verlaat: Si Deus pro nobis, quis contra nos -Indien God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn? 11

Een betrouwbaar teken van nederigheid is, om op de eerste plaats altijd op God te rekenen. De apostelen leerden die les goed en pasten hem toe in hun evangelisatiewerk na de verrijzenis. Wat zijn Apollos en Paulus eigenlijk? Niet meer dan ondergeschikten, die behulpzaam waren bij uw bekering, en wel ieder van ons op zijn eigen manier, zoals de Heer het ons vergund heeft: ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei12, zal de heilige Paulus zeggen.

Niettemin, onze Heer zal ons vragen alle menselijke middelen die wij tot onze beschikking hebben, te gebruiken alsof het gehele succes van de onderneming alleen daarvan afhangt.

13.3 Bij de eerste zending van de apostelen zei onze Heer met nadruk: Neem geen beurs mee. Zij moesten uit die eerste apostolische onderneming leren, dat het Jezus is die de doeltreffendheid geeft; de genezingen, de bekeringen, de wonderen kwamen niet door hun eigen menselijke kwaliteiten, maar door de goddelijke macht van hun Meester. Vóór de laatste tocht naar Jeruzalem maakte Jezus de les van die eerste apostolische reis af. Hij vroeg hun: Toen Ik u uitzond zonder beurs, reiszak of schoeisel, hebt ge toen aan iets gebrek gehad? Ze antwoordden: Aan niets. Hij hernam: Maar nu moet wie een beurs heeft, die meenemen, en eveneens een reiszak: en wie die niet bezit, verkope zijn mantel en schaffe zich een zwaard aan.13 Alhoewel de bovennatuurlijke middelen in alle apostolaat op de eerste plaats komen, wil onze Heer nog steeds, dat wij alle menselijke mogelijkheden gebruiken die we hebben. Genade vervangt de natuur niet en wij kunnen onze Heer niet om buitengewone bijstand of hulp vragen, indien, langs de gewone wegen, God de nodige instrumenten in onze handen heeft gelegd. «Iemand die niet zou proberen alles te doen wat in zijn macht ligt, die voor alles goddelijke hulp verwachtte, zou God bekoren»14 en de genade van God zou ophouden te werken.

Vandaar het belang om de menselijke deugden te ontwikkelen, die de bovennatuurlijke ondersteunen, en een noodzakelijk middel zijn om onze ambitie te vervullen anderen dichter bij God te brengen. Hoe kunnen wij de christelijke levenswijze op een aantrekkelijke manier voorstellen als wij niet opgewekt zijn, hardwerkend, oprecht, goede vrienden? «Er zijn mensen die, als ze over God of over het apostolaat spreken, de behoefte schijnen te voelen om zich te verdedigen. Mogelijk omdat ze de waarden van de natuurlijke deugden nog niet hebben ontdekt; en daarom geestelijk gedeformeerd zijn en laf.»15

In het doen van apostolaat moeten wij ook materiële middelen gebruiken die in zichzelf goed zijn, omdat God ze maakte voor de dienst aan de mens: Want alles is het uwe, zegt de apostel Paulus ons, de wereld, het leven, de dood, het heden of de toekomst.16 Tegelijkertijd moeten we in gedachten houden, dat we een doel najagen dat deze middelen mateloos overtreft, namelijk: mensen naar Christus brengen, om bekeerd te worden en een nieuw leven te beginnen.

Daarom moeten we niet wachten, totdat we alle middelen hebben (misschien zullen wij die nooit hebben), of nalaten bepaalde werken te doen of andere te beginnen. «Begin door op de best mogelijke manier gebruik te maken van wat je hebt.»17 De Heer zal ons zegenen, in het bijzonder wanneer Hij ons geloof ziet, ons vertrouwen in Hem en onze interesse en inspanning om te trachten al de nodige middelen ter beschikking te hebben. God, indien Hij wilde, kon het zonder deze middelen stellen, maar Hij rekent niettemin op onze wil om die te zijner beschikking te stellen.

«Zie je wel? -Met Hem heb je het voor elkaar gekregen! Waar verbaas je je over? Wees overtuigd: er is niets om verbaasd over te zijn. Als je op God vertrouwt -echt vertrouwt!- gaat het gemakkelijk. En meer nog, kom je altijd verder dan je je had voorgesteld.»18 

-1. Joh 6,1-15. -2. Lc 9,11. -3. Lc 9,12. -4. Ibidem. -5. Joh 6,5-7. -6. H. Augustinus, Commentaar op Psalm 125, 5 (PL 36,164). -7 Mt 10,9-10. -8. Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem, 4. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 471. -10. Hnd 5,38-39. -11. Rom 8,31. -12. 1 Kor 3,5-6. -13. Lc 22,35-36. -14. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q53, a4, ad 1. -15. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 37. -16. 1 Kor 3,22. -17. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 488. -18 H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 123.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012