Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierentwintigste zondag door het jaar (B)

20. MET JEZUS

-Ons leven is innig verbonden met Christus. -Christus navolgen, zijn leven leiden. Het kindschap Gods. -Het kruis opnemen en Hem volgen.

20.1 Het was het derde jaar van het openbare leven van Jezus en het Pinksterfeest was op handen. Bij de twee vorige vieringen hoorden wij dat de Heer naar Jeruzalem was gegaan om het goede nieuws te prediken. Maar bij deze gelegenheid leek hij te aarzelen om naar de heilige stad te gaan. Misschien wilde hij zijn volgelingen beschermen tegen de vijandigheid van zijn tegenstanders. In plaats daarvan leidde hij hen naar de rustige dorpen rond Caesarea van Filippus.1 De heilige Lucas verhaalt uitdrukkelijk2, dat de Heer, na enige tijd gebeden te hebben, zijn beroemde vraag stelt aan de apostelen: Wie zeggen de mensen dat Ik ben? Met opmerkelijke eenvoud antwoorden zij: Johannes de Doper; anderen zeggen: Elias, en weer anderen: een van de oude profeten is opgestaan. Toen vroeg Jezus met meer aandrang: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?

Er zijn vele vragen in dit leven die we veilig kunnen negeren, zonder dat het gevolgen heeft. Er zijn andere vragen die een belangrijke betekenis hebben voor onszelf en voor onze samenleving. Men denkt aan de waardigheid van de menselijke persoon, de uiteindelijke voorbijgaande aard van de tijdelijke goederen, de vergankelijkheid van ons leven op aarde. Er is een nog belangrijker vraag die de kern van ons bestaan raakt. Het is de vraag die Christus aan de apostelen stelde te Caesarea van Filippus bijna twintig eeuwen geleden: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? Er is slechts één juist antwoord. Gij zijt de Christus, de Gezalfde, de Messias, de enige Zoon van God. Hij is de Persoon van Wie alles afhangt en met Wie alles in mijn leven te maken heeft.

Ons geluk ligt niet in onze gezondheid, onze successen in deze wereld of in ons vermogen om te krijgen wat wij willen hebben. Ons leven zal waarde hebben indien en wanneer we Christus liefhebben. Al onze problemen kunnen opgelost worden als we dicht bij Hem zijn. Er is geen bevredigende oplossing voor welk probleem dan ook zonder rekening te houden met de Heer.

Door het getuigenis van Petrus geven de apostelen hun samenvatting van wat twee jaar van samen met Hem optrekken hebben betekend. «Ook in ons geval moeten wij, om een meer bewust getuigenis af te leggen van ons geloof in Jezus Christus, zoals Petrus, aandachtig en zorgvuldig luisteren. Wij moeten de eerste leerlingen navolgen, die zijn getuigen werden en onze leraren. Tegelijkertijd moeten we de ervaring en het getuigenis aanvaarden van niet minder dan twintig eeuwen geschiedenis die getekend zijn door de vraag van de Meester en verrijkt door het onmetelijke koor van antwoorden van gelovigen van alle tijden en plaatsen.»3 We moeten ons ernstig afvragen of Christus een belangrijke plaats in ons hart heeft. Laten we bidden met de heilige Paulus: Maar wat voor mij winst was, ben ik om Christus'wil gaan zien als verlies. Ja nog sterker, ik beschouw alles als verlies, vergeleken bij de alles overtreffende kennis van Christus Jezus mijn Heer. Om zijnentwil heb ik dat alles prijsgegeven. Ik beschouw het als vuilnis, als ik Christus maar mag winnen...4

20.2 Na de belijdenis van Petrus onthulde Jezus voor de eerste maal aan zijn leerlingen dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen moest worden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn, drie dagen later zou verrijzen. Hij sprak deze woorden zonder terughoudendheid.5 Het waren heel vreemde woorden voor hen, die zoveel wonderen hadden zien gebeuren. Toen nam Petrus Jezus terzijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden. Daarop wendde de Heer zich zodanig tot Petrus, dat allen wel moesten opletten: Ga weg, satan, terug! Met dezelfde woorden had Jezus de verleidingen van de duivel in de woestijn verworpen.6 Jezus wil noch door vriend noch door vijand gehinderd worden in zijn vastbeslotenheid de wil van de Vader te volbrengen. In de eerste lezing van vandaag spreekt Jesaja zijn voorspelling uit over het Lijden dat de Dienaar van de Heer te wachten staat: Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten en mijn gezicht heb ik niet afgevend van wie smaadden en bespuwden.7

God gaf een bewijs van zijn liefde voor de mensheid door ons zijn Eniggeboren Zoon te zenden opdat wij door Hem zouden leven.8 Door zijn dood heeft Hij ons het leven gegeven. Christus is de enige weg naar de Vader. Zoals Jezus zei bij het Laatste Avondmaal: Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.9 Want los van Hem kunnen wij niets.10 Het leven van Christus te leven behoort de eerste zorg van iedere christen te zijn, met Hem een te worden, zoals de wijnstok een is met zijn ranken. De rank is voor zijn leven geheel afhankelijk van de wijnstok. Verwijder de rank van de wijnstok en hij is onbruikbaar, alleen geschikt om in het vuur geworpen te worden.11 Doel van de gelovige is door genade kind van God te worden. Dit is het wezenlijke doel van het christelijke leven: Christus navolgen, vooral in zijn Goddelijk Kindschap. Christus zelf heeft ons dit met zoveel woorden gezegd: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.12

Door de omstandigheden en gebeurtenissen in ons dagelijks leven probeert Jezus ons op talloze wijzen te bemoedigen. Hij wil dat ons welslagen en onze mislukkingen ons dichter bij Hem brengen. Heel dikwijls geven wij geen gehoor aan zijn oproep. We kunnen Hem nu zeggen met de woorden van de dichter: «Wat heb ik, dat maakt dat U mijn vriendschap zoekt? / Wat kan U ertoe brengen, o Jezus dat U, door en door koud / aan mijn deur staat in donkere winternachten? / O, wat was mijn hart ongevoelig door zijn deur niet voor U te openen! / Wat een vreemde waanzin, dat het koude ijs van mijn ondankbaarheid  / de wonden moest drogen van uw arme voeten! / Hoe vaak heeft mijn engel mij niet gezegd: / 'Ziel, kijk nu uit het raam en je zult zien / hoe liefdevol Hij blijft aankloppen!' / En hoe dikwijls, mijn engel, antwoordde ik: / 'Morgen zullen wij de deur voor Hem openen' / om de volgende dag precies hetzelfde te zeggen!»13

20.3 «We zien in, dat wij in de tegenwoordigheid van Jezus geen genoegen kunnen nemen met een puur menselijke sympathie, hoe terecht en waardevol die ook is. Het is ook niet voldoende Hem alleen maar te zien als een persoon die historisch, theologisch, spiritueel en sociaal belangrijk is of als een bron van kunstzinnige inspiratie.»14 Jezus Christus raakt verweven met ons leven op een wijze, zoals dat met geen andere persoon kan. Hij vraagt ons Hem te volgen door onze wil volledig met die van Hem te vereenzelvigen. Daarom zei Hij tot zijn apostelen, na de terechtwijzing aan Petrus: Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het evangelie, zal het redden.15

De Heer sprak openlijk over zijn lijden. Hij gebruikte het beeld zijn kruis opnemen en Hem te volgen. Pijn en lijden verkrijgen bij Christus een nieuwe, liefdevolle inhoud en krijgen een bevrijdende strekking. Pijn staat ons toe bij Christus te zijn aan het kruis. Lijden en tegenslag zuiveren ons. Ziekte, mislukking, ondergang... in het gezelschap van Christus worden dit 'goddelijke liefkozingen' waarvoor wij dankbaar moeten zijn. Laten wij de Heer danken wanneer het ons slecht gaat en het moeilijk is om verder te gaan. Hij zal het pijnlijkste deel en de tegenspoed wegnemen. Laten wij het kruis niet prijsgeven door te mopperen en te jammeren of toe te geven aan verdriet.

Tegenslagen, of zij nu groot zijn of klein, van materiële of morele aard, kunnen dienen als herstel voor onze fouten in het verleden. Zij kunnen worden omgezet in een echte bijdrage aan het apostolaat. Hieraan denkend verliezen tegenslagen hun angel. Anders dan we verwachten, maken zij ons meer geneigd tot gebed, tot gesprek met God door de dag heen. Een christen, die regelmatig wegvlucht van het offer, zal Christus niet op zijn weg vinden. Hij zal ook geen blijvende vorm van geluk vinden, daar dit zo innig verbonden is met liefde en zelfverloochening. Hoeveel christenen eindigen hun werkdag met een lang gezicht, moedeloos, niet door grote tegenslagen, maar door de kleine speldeprikken, kleine tegenvallers die zij vergeten te heiligen!

Laten wij Jezus zeggen dat wij Hem willen volgen. Hij zal ons helpen ons kruis met fierheid te dragen. Wij vragen Hem om ons tot zijn naaste leerlingen te rekenen. «Heer, neem mij zoals ik ben, met mijn fouten, met mijn tekortkomingen, maar maak mij zoals U wilt dat ik ben»16, precies zoals U deed met de heilige Petrus!

-1. Vgl. Mc 8,27. -2. Lc 9,18. -3. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie, 7 januari 1987. -4. Fil 3,7-8. -5. Mc 8,31-32. -6.Vgl. Mt 4,10. -7. Jes 50,5-10. -8. Vgl.1 Joh 4,9. -9. Joh 14,6. -10. Vgl. Joh 15,5. -11. Vgl. Joh 15,1-6. -12. Joh 20,17. -13. Lope de Vega, Soneto a Jesús crucificado. -14. Johannes Paulus ii, o.c. -15. Mc 8,34-35. -16. Johannes Paulus i, Toespraak, 13 september 1978.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012