Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Twintigste week. Vrijdag

53. Met heel ons hart

-Het eerste gebod van de wet: God beminnen met heel ons wezen. -We moeten God ook beminnen met genegenheid. -Uitdrukkingen van vroomheid.

53.1 God beminnen is niet zomaar iets heel belangrijks voor de mens. Het is het enige absoluut belangrijke, waarvoor de mens geschapen is. Dus is het zijn fundamentele taak op aarde en zal het voor altijd zijn enige bezigheid zijn in de hemel. Het is het middel waarmee hij geluk en volledige vervulling verkrijgt. De afwezigheid ervan maakt het leven van de mens leeg. Iemand die veel van de Heer gehouden heeft en die een leven leidde van veel lichamelijk lijden, liet enkele zeer toepasselijke woorden na: «Niet pijn frustreert het leven, maar gebrek aan liefde». De enige grote mislukking in een leven is geleefd te hebben zonder te hebben liefgehad: misschien zijn vele andere dingen bereikt, maar wat echt belangrijk is, namelijk God lief te hebben, is ongedaan gebleven.

In het evangelie van vandaag1 lezen we hoe een Farizeeër bij Jezus kwam en Hem een vraag stelde om Hem op de proef te stellen, om zijn woorden te verdraaien: Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet? Misschien verwachtte hij dat Jezus iets zou zeggen dat hem in staat zou stellen Hem ervan te beschuldigen dat Hij de Schrift tegensprak. Maar Jezus antwoordde: Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. God vraagt niet om een beetje ruimte in ons hart, in onze ziel of in ons verstand, om maar een beetje te delen in onze liefde: Hij wil alles -niet maar een beetje liefde, een deel van ons leven, maar alles wat we hebben. «God is Alles, de Enige, de Absolute, en moet bemind worden ex toto corde, absoluut»2, zonder grens of maat.

Christus, door God gemaakte mens, die komt om ons te redden, heeft ons lief met een zeer persoonlijke liefde; Hij is een jaloerse minnaar die om al onze liefde vraagt. Hij verwacht van ons dat wij Hem geven wat we hebben, om de roeping te volgen waartoe Hij ons eens geroepen heeft. En Hij blijft ons volgen te midden van de werkzaamheden en omstandigheden -plezierige of andere- van ons dagelijks leven. «Het is zo, mijn kind, dat God het recht heeft ons te vragen: Denk jij aan Mij? Verblijf jij in mijn aanwezigheid? Zoek jij Mij, als jouw steun? Zoek jij Mij als het Licht van je leven, als harnas..., als alles? -Wel, hernieuw dit voornemen: roep in de uren die de mensen van de aarde als goed aanmerken: Heer! In de uren die zij slecht noemen, moet jij herhalen: Heer!»3 Iedere omstandigheid zou een gelegenheid moeten zijn om Hem lief te hebben met geheel ons hart, met geheel onze ziel en geheel ons verstand, met al onze kracht en ons hele leven. Niet alleen als we Hem een bezoek brengen in een kerk of als we de heilige communie ontvangen, maar ook in ons werk, in ons lijden en onze fouten, op momenten dat we onverwacht goed nieuws ontvangen. We moeten Hem vaak in de diepte van ons hart zeggen: 'Jezus, ik houd van U', ik aanvaard deze moeilijkheid rustig om U, ik zal deze taak goed uitvoeren omdat ik weet dat dit U zal behagen, want ik weet dat het U niet om het even is of ik het goed of slecht doe. Nu kunnen we in ons gebed tot Hem zeggen: Jezus, ik houd van U..., maar leer me meer van U te houden; moge ik leren met mijn hart en met mijn daden van U te houden.

53.2 Geef mij uw hart, mijn zoon, en laat uw ogen welgevallen hebben in mijn wegen.4

De heilige Thomas van Aquino leert ons in een commentaar op het gebod God lief te hebben met heel ons hart, dat de oorsprong van de liefde tweevoudig is: evenzeer zijn daarbij betrokken onze gevoelens van genegenheid of emoties als ons verstand. Liefde is emotioneel als de betrokken persoon in zijn leven het voorwerp van zijn liefde niet missen kan. En ze wordt beheerst door de rede als de persoon liefheeft wat hij met zijn verstand kan bevatten. We moeten God op beide wijzen liefhebben, met onze wil en met een hart dat ook menselijk is, met de genegenheid waarmee we andere menselijke wezens liefhebben5, met het enige hart dat we bezitten. Ons hart en onze emoties zijn integrale delen van onze persoonlijkheid. In een geschrift tegen het manicheïstische begrip dat menselijke gevoelens wezenlijk slecht zijn, merkt de heilige Johannes Chrysostomus op: «Als menselijke wezens is het voor ons onmogelijk volledig emotieloos te zijn; we kunnen onze emoties controleren, maar we kunnen niet zonder ze leven. Daarnaast kan emotie voordelig zijn als we haar kunnen gebruiken wanneer ze nodig is.»6 Als we het evangelie lezen, zien we dat Christus' liefde tegelijkertijd menselijk en bovennatuurlijk is, vol warmte en tederheid, zowel wanneer Hij zich tot zijn hemelse Vader richt als in het gezelschap van mensen. Hij raakt ontroerd bij het zien van de weduwe die haar enige zoon verloren heeft; Hij weent om een dierbare vriend; Hij is pijnlijk getroffen door de ondankbaarheid van de melaatsen die van hun ziekte genezen zijn; Hij is altijd hartelijk en open voor allen, zelfs tijdens de vreselijke en verheven momenten van zijn lijden. Wij, die Christus zeer nabij willen volgen, echt zijn leerlingen willen zijn, moeten eraan denken dat christelijk leven niet zozeer bestaat «in veel denken als wel in veel liefhebben».7

Vanuit emotionele en gevoelige gezichtspunten beseffen we hoeveel wijzelf hulp, bescherming, genegenheid en geluk nodig hebben. Soms kunnen en moeten deze zeer diepe gevoelens een kanaal zijn om God te zoeken, om Hem te vertellen dat we van Hem houden, dat Hij ons moet helpen om dicht bij Hem te blijven. Als onze daden slechts het resultaat waren van koude en rationele keuzen, of als we het affectieve deel van ons wezen zouden proberen te ontkennen, zouden we ons menselijk leven niet zo in haar volheid leven als God wenste, en op den duur zou het kunnen gebeuren dat we helemaal niet meer van Hem houden. God heeft ons met lichaam en ziel gemaakt, en Jezus de Meester vertelt ons dat we Hem volledig, met alle gaven van ons hart en verstand en met al onze kracht moeten liefhebben.

Soms voelen we ons misschien koud en lusteloos, met een hart dat niet antwoordt, met gevoelens die onvoorspelbaar op en neer gaan. We moeten het dan niet erbij laten de Heer onwillig te volgen, als iemand die een zware plicht vervult of een vies smakend medicijn inneemt. We moeten stappen ondernemen om uit zo'n toestand te geraken. Tenzij het een geval van passieve zuivering is, toegestaan door onze Heer, zou het alleen lauwheid zijn, een gebrek aan ware liefde. We moeten God liefhebben met een onwankelbare wil, en altijd, wanneer mogelijk, met de andere waardige gevoelens van ons hart. Meestal zal het met Gods hulp mogelijk zijn onze gevoelens te doen ontwaken en onze harten opnieuw in vlam te zetten, ook al is er op dat moment geen innerlijke voldoening te verkrijgen.

Op andere momenten behandelt God ons als een toegenegen moeder zou doen, die haar kind onverwachts met een snoepje beloont of het gewoon aan hem geeft als een bijzonder teken van genegenheid. En het kind, dat altijd van zijn moeder houdt, is geestdriftig van verrukking, en in zijn wens zijn dankbare waardering te tonen biedt het vrijwillig aan alles te doen wat zijn moeder wil. Het kind zou er nooit van dromen te denken dat zijn moeder niet van hem houdt als zij hem geen snoepjes geeft, en als het enig gezond verstand heeft, kan het de liefde van zijn moeder ook zien achter een berisping of een bezoek aan de dokter. Zo is het ook met God onze Vader, die nog veel meer van ons houdt. Op dit soort momenten moeten we goed gebruik maken van die bevestigingen van genegenheid om dichter bij God te komen, om meer edelmoedig te antwoorden in onze dagelijkse strijd, ook al weten we dat de uiteindelijke kern van de liefde niet in onze gevoelens gevonden kan worden.

53.3 De Schrift zegt ons: mijn hart lijkt geworden tot was, het begint te begeven van binnen.8

De liefde voor God moet, als elke ware liefde, verzorgd, beschermd en gevoed worden. Zonder aanstellerij moeten wij enkele tekenen van affectieve vroomheid tonen, zoals het innige kussen van een kruisbeeld of een blik naar een schilderij van Onze Lieve Vrouw. We moeten niet proberen God alleen te bereiken door 'wilskracht', die misschien slijt en onze relatie met Christus verarmt. «Je verstand is traag en loom. Je doet vergeefse moeite om in de tegenwoordigheid van de Heer je gedachten te ordenen: een volledig onvermogen. -Forceer niets, en wees niet bezorgd. Geloof me: het is het uur van het hart.»9 Misschien is dit het moment om een paar woorden te zeggen met de eenvoud van onze kinderjaren, bewust een schietgebed zeggen met grote vroomheid en genegenheid. Mensen die zich anngetrokken voelen God lief te hebben, beseffen heel goed hoe belangrijk het is dag in dag uit dezelfde dingen te doen en te zeggen: woorden, handelingen en gebaren die de liefde altijd nieuw maakt.10

Om God met heel ons hart te beminnen zullen we onze toevlucht nemen tot de allerheiligste Mensheid van Jezus. Het zal ons er misschien toe brengen van tijd tot tijd een boek over het leven van Christus te lezen en Hem te beschouwen als volmaakte God en volmaakte mens, te zien hoe Hij omgaat met hen die tot Hem komen, met genade vol medelijden en liefde voor allen. We moeten bijzonder mediteren over zijn lijden en dood aan het kruis, over zijn grenzeloze edelmoedigheid. Op andere momenten kunnen we ons zelfs tot God richten met woorden van menselijke liefde door, bijvoorbeeld, voor oprecht en verheven gebed gebruik te maken van liedjes die zingen van een pure en nobele liefde.

Zoals elke echte liefde is de liefde voor God niet louter gevoelsmatig. Ze bestaat niet uit loutere emoties, omdat ze ons hele leven moet beïnvloeden. «Liefde bestaat uit daden en niet uit mooie praatjes. Daden, daden! Voornemen: ik zal doorgaan U heel vaak te zeggen dat ik van U houd -hoe vaak heb ik het vandaag al gezegd? Door uw genade echter zal het vooral mijn gedrag zijn, zullen het de kleine dingen van elke dag zijn die dat -met woordloze welsprekendheid- tot U uitroepen, die U mijn liefde doen blijken.»11

-1. Mt 22,34-40. -2. F. Ocáriz, Amor a Dios, amor a los hombres, bl. 22. -3. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 506. -4. Spr 23,26. -5. Vgl. H. Thomas van Aquino, Commentaar op het evangelie van Matteüs, 22,4. -6. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 16,7. -7. Vgl. Johannes Paulus ii, Homilie, Ávila, 1 oktober 1982; H. Theresia van Ávila, De innerlijke burcht, IV, 1,7. -8. Ps 22,15. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 102. -10. Vgl. J. Escartín, Meditatie over de rozenkrans, Madrid. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 498.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012