Eerste week. Zaterdag
6. MET IEDEREEN SAMENLEVEN
-Een christen mag
zich niet in zichzelf opsluiten, zonder aandacht voor wat er om hem heen
gebeurt. Jezus Christus, voorbeeld voor het samenleven met anderen. -De deugd
van vriendelijkheid. -Andere deugden voor het dagelijkse samenleven:
dankbaarheid, hartelijkheid, vriendschap, blijdschap, optimisme, wederzijdse
achting...
6.1 Nadat hij de oproep van de Heer had beantwoord, gaf Matteüs een
feestmaal, waarbij Jezus, zijn leerlingen en vele anderen aanwezig waren. Er
was ook een groot aantal tollenaars en
zondaars, allemaal vrienden van Matteüs. De
Farizeeën staan verbaasd, als ze Jezus aan tafel zien gaan met dergelijke
lieden en ze zeggen tegen zijn leerlingen: Hoe kan Hij eten en drinken met tollenaars en zondaars?1.
Maar Jezus voelt zich thuis temidden van mensen
van alle slag. Hij voelt zich bij iedereen thuis, omdat Hij gekomen is om allen
te redden. Niet de gezonden hebben een
dokter nodig, maar de zieken. En omdat wij allemaal
zondaars zijn en ons enigermate ziek voelen, zondert Jezus zich niet van ons af.
In deze passage kunnen we zien hoe de Heer nooit sociale contacten ontvlucht;
Hij zoekt ze eerder op. Jezus weet om te gaan met de meest verschillende
mensentypen en karakters: met een schuldig bevonden dief, met onschuldige en
eenvoudige kinderen, met ontwikkelde en vooraanstaande mensen als Nikodemus en
Jozef van Arimatea, met bedelaars, melaatsen, met gezinnen... Deze belangstelling
toont Jezus' ijver om de mensen te redden, een ijver die zich uitstrekt tot
alle schepselen van alle rangen en standen.
De Heer heeft vrienden gehad, zoals die in
Bethanië, die Hem verscheidene malen uitnodigden of waar Hij zichzelf
uitnodigde: Hij noemt Lazarus onze vriend.2 Jezus heeft vrienden in Jeruzalem, die Hem een zaal ter beschikking
stellen om met zijn leerlingen het paasmaal te vieren. Hij kent ook een man die
Hem een veulen zal lenen voor zijn plechtige intocht in Jeruzalem; Hij kent hem
zó goed, dat zijn leerlingen het meteen kunnen meenemen.3
Jezus koesterde een hoge achting voor het
gezin, de plaats waar men leert om samen met anderen te leven, en waar de
eerste en voornaamste sociale omgang plaatsvindt. Dat blijkt uit de jaren van
zijn verborgen leven in Nazareth, waarvan de evangelist, voorbijgaand aan
andere kleine gebeurtenissen waarover hij ons had kunnen berichten, benadrukt,
dat Jezus onderdanig was aan zijn ouders.4 Het zal één van de dingen zijn geweest
die Maria in al die jaren nooit zou vergeten. Om een beeld te geven van de
liefde van God de Vader voor de mensen, bedient de Heer zich van de liefde van
een vader voor zijn zoon: de vader zal zijn zoon geen stenen geven als hij om
brood vraagt, en geen slang als hij om vis vraagt.5 Hij wekt de zoon
van een weduwe in Naïn op6, omdat Hij medelijden heeft met haar eenzaamheid -het was haar enige
zoon- en haar verdriet. En tijdens zijn lijden aan het kruis waakt Hijzelf over
zijn Moeder door haar toe te vertrouwen aan Johannes.7 Zo heeft de
apostel het ook verstaan: en van dat
ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis.8
Jezus is het levend voorbeeld voor ons, want we
moeten leren met alle mensen om te gaan door over hun gebreken, opvattingen of
eigenaardigheden heen te stappen. We moeten van Jezus leren mensen te worden
die openstaan voor anderen, in staat om vriendschap te sluiten, steeds bereid
tot begrip en vergeving. Als hij Christus waarlijk volgt, kan een christen zich
niet in zichzelf opsluiten en geen belangstelling of zorg hebben voor hetgeen
er om hem heen gebeurt.
6.2 Een belangrijk deel van ons leven bestaat uit korte ontmoetingen met
mensen: in de lift, in de rij voor de bus, in de wachtkamer van de dokter, in
de drukte van de stad of in de enige apotheek die ons dorpje rijk is... En hoewel
het slechts sporadische en vluchtige momenten zijn, komen ze vaak op de dag
voor, en het zijn er oneindig veel in de loop van ons leven. Ze zijn belangrijk
voor een christen, omdat het gelegenheden zijn die God ons biedt om voor hen te
bidden en om hun onze waardering te tonen, zoals het kinderen van eenzelfde
Vader toekomt. Normaal gesproken doen we dit door die bewijzen van goede
manieren en beleefdheid, die gemakkelijk worden tot 'voertuigen' van de
bovennatuurlijke deugd van de liefde. Het zijn zeer verschillende mensen, maar
ze verwachten allemaal iets van een christen, namelijk wat Christus in onze plaats gedaan zou hebben.
We gaan ook om met sterk van elkaar
verschillende mensen binnen onze eigen familie, op ons werk of in onze buurt...
Elk van hen heeft een ander karakter, een andere culturele en menselijke
achtergrond, een zeer verschillende leefwijze. We moeten ons oefenen in het
samenleven met allen. De heilige Thomas wijst op het belang van een bijzondere
deugd, die veel andere insluit en die «de betrekkingen in woord en daad van de
mensen met hun naasten regelt.»9 Deze deugd heet de vriendelijkheid, en zij leidt ertoe, dat we het
leven aangenamer maken voor de mensen die we elke dag ontmoeten.
Deze deugd, die als het ware het netwerk van de
menselijke relaties moet vormen, wekt wellicht geen grote bewondering; maar als
ze ontbreekt wordt zij node gemist, want dan ontstaan er spanningen in de
betrekkingen tussen mensen en wordt er dikwijls gezondigd tegen de
naastenliefde; soms wordt omgang dan moeilijk of misschien wel onmogelijk.
Vriendelijkheid en de andere daarmee samenhangende deugden maken het dagelijkse
leven aangenaam: het gezin, het werk, het verkeer, de buren... Het zijn deugden
die van nature zelf het tegengestelde zijn van egoïsme, opvliegendheid, een
slecht humeur, slechte manieren, wanorde en een leven waarin geen rekening
wordt gehouden met de smaken, zorgen en belangen van de anderen. De heilige
Franciscus van Sales schreef: «Het is nodig een grote voorraad van deze deugden
bij de hand te hebben, want er moet bijna voortdurend gebruik van gemaakt
worden.»10
Een christen moet de veelsoortige details van
de menselijke deugd van vriendelijkheid weten om te zetten in evenzovele
handelingen van de deugd van de liefde, door ze ook uit liefde voor God te
verrichten. De liefde maakt dan van diezelfde vriendelijkheid een nog grotere
deugd, nog rijker aan inhoud en met een veel verhevener horizon. We moeten haar
ook beoefenen, wanneer we een krachtige en standvastige houding moeten
aannemen. «Je moet leren hoe je, wanneer dat nodig is, met anderen van mening
kunt verschillen zonder antipathiek te worden, op liefdevolle wijze.»11
Door geloof en liefde is de christen in staat
zijn medemensen als kinderen van God te zien, die altijd het grootste respect
en de beste bewijzen van aandacht en achting verdienen. Om die reden moeten we
bedacht zijn op de vele mogelijkheden die zich elke dag weer voordoen.
6.3 Heel het evangelie is een voortdurend toonbeeld van het respect
waarmee Jezus met iedereen omging: gezonden en zieken, rijken en armen,
kinderen, volwassenen, bedelaars, zondaars... De Heer heeft een groot hart, dat
zowel goddelijk als menselijk is. Hij blijft niet stilstaan bij de fouten en
tekorten van de mensen die naar Hem toe komen of die Hij ontmoet. Het is van
wezenlijk belang dat wij, zijn leerlingen, Hem hierin navolgen, ook al kost ons
dat soms moeite.
Er zijn veel deugden die het samenleven met
anderen vergemakkelijken en mogelijk maken: 'welwillendheid' en 'mildheid' die
ons ertoe brengen mensen en hun handelen in een gunstig daglicht te stellen,
zonder al te veel stil te blijven staan bij hun gebreken en tekorten;
'dankbaarheid', die liefdevolle herinnering aan een ontvangen weldaad, met het
verlangen deze op een of andere wijze te beantwoorden. Vaak zullen we alleen
maar 'dank u wel' of iets dergelijks kunnen zeggen. Het kost erg weinig om dankbaar
te zijn, en het doet zoveel goed. Als we bezorgd zijn voor de mensen om ons
heen, zullen we bemerken hoevelen ons de meest uiteenlopende gunsten bewijzen.
'Hartelijkheid' en 'vriendschap' zijn een grote
hulp in ons dagelijks leven met andere mensen. Hoe mooi zou het zijn, als we
iedereen 'vriend' konden noemen, allen met wie we werken of studeren, onze
ouders, onze kinderen, de mensen met wie we omgaan of betrekkingen onderhouden!
Dat zal het teken zijn, dat we ons hebben ingezet om veel menselijke deugden te
beleven die de vriendschap bevorderen en mogelijk maken: belangeloosheid,
begrip, een geest van samenwerking, optimisme, trouw... Een vriendschap die
bijzonder hecht is binnen het eigen gezin: tussen broers en zussen, tussen
ouders en kinderen. Vriendschap overbrugt leeftijdsverschillen als ze
geïnspireerd wordt door het voorbeeld van Jezus, volmaakt God en volmaakt mens,
die de menselijke deugden volmaakt, in heel hun volheid heeft beoefend.
In onze dagelijkse omgang met mensen opent de
'blijdschap', die we uiten door een glimlach op het juiste moment of een klein,
vriendelijk gebaar, de deur voor veel zielen die op het punt stonden zich af te
sluiten voor een gesprek. Blijdschap moedigt aan tot werken, en helpt de
talrijke tegenslagen te overwinnen die het leven soms met zich meebrengt.
Iemand die zich gewoonlijk laat meeslepen door somberheid en pessimisme en niet
strijdt om deze situatie aanstonds te boven te komen, is een ballast, een klein
kankergezwel voor de anderen. Blijdschap verrijkt andere mensen, omdat zij de
uitdrukking is van een innerlijke rijkdom die niet geïmproviseerd is, omdat zij
steunt op de diepe overtuiging dat we kinderen van God zijn, en we ons als
zodanig voelen. Veel mensen hebben God gevonden in de vreugde en vrede van de
christen.
Een deugd voor het samenleven met anderen is
ook het 'wederzijds respect': dit brengt ons ertoe iedere mens te zien als een
uniek beeld van God. In zijn persoonlijke relatie met de Heer leert een
christen «het beeld van God te vereren dat in ieder mens aanwezig is.»12 Ook dat van
degenen die ons, om welke reden dan ook, minder liggen, die ons minder
aangenaam of minder aantrekkelijk voorkomen. Het samenleven met anderen leert
ons ook respect te hebben voor de materiële dingen, omdat ze gaven van God zijn
en de mens ten dienste staan. Respect is een noodzakelijke voorwaarde, als we
anderen willen helpen betere mensen te worden. Want als we de ander willen
overheersen, verliezen onze adviezen, onze vermaningen en onze waarschuwingen
hun effect.
Jezus' voorbeeld spoort ons ertoe aan, op een
vriendelijke manier open te staan voor anderen, hen te 'begrijpen', hen van
meet af aan te bezien met een sympathie die bovendien steeds toeneemt. Dan
zullen we vol optimisme alle goede en slechte eigenschappen aanvaarden, die in
het leven van iedereen voorkomen. Dan dringt onze blik diep door in het hart en
vindt er 'het goede' in, dat bij iedereen aanwezig is. Wie zich begrepen voelt,
zal gemakkelijk zijn hart openen en zich laten helpen. Iemand die de liefde beoefent
zal de mensen gemakkelijk begrijpen, omdat hij het tot regel maakt nooit te
oordelen over andermans diepste intenties, die alleen God kent.
Nauw verweven met begrip voor de ander is het
vermogen aanstonds te 'vergeven'. We zouden armzalige christenen zijn, als de
kleinste wrijving onze liefde zou doen verkillen en we ons dan afgezonderd
zouden voelen van familieleden of collega's op het werk. De christen moet
zichzelf onderzoeken om na te gaan hoe hij reageert op de kleine ongemakken die
ieder dagelijks samenleven met zich meebrengt. Laten we vandaag, op deze
zaterdag, ons gebed eindigen met het maken van het voornemen om, ter ere van de
heilige Maria, vol ijver voor deze details van fijnzinnige liefde jegens onze
naaste te zorgen.
-1. Mc 2,13-17. -2. Joh 11,11. -3.
Vgl. Mc 11,3. -4. Vgl. Lc 2,51. -5. Vgl. Mt 7,9. -6. Vgl. Lc 7,11. -7. Vgl. Joh 19,26-27. -8. Joh 19,27. -9. H. Thomas van
Aquino, Summa Theologiae, II-II, 114,1. -10. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het
devote leven, III, 1. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 429. -12. Idem, Vrienden van God, 230.
|