Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierendertigste week. Dinsdag

48. Met voeten van klei

-Het standbeeld met voeten van klei. -Het ervaren van de persoonlijke zwakheid. -Onze zwakheid, een gelegenheid voor God om zijn macht en zijn medelijden te tonen.

48.1 Een van de lezingen die de liturgie voor de heilige Mis van vandaag aanbiedt, is een passage uit het Boek Daniël. De koning had een droom gehad die hem uitzonderlijk verontrust had, zonder dat hij zich later de inhoud ervan kon herinneren. Met goddelijke hulp kent Daniël de droom, vertelt hem aan de koning en legt hem die uit. De profeet sprak tot Nebukadnessar: In het visioen dat u hebt gehad, hebt u een zeer groot en helderglanzend beeld voor u zien staan met een schrikwekkend uiterlijk. Het hoofd van dat beeld was van zuiver goud, zijn borst en armen van zilver, zijn buik en lenden van brons, zijn benen van ijzer, zijn voeten waren gedeeltelijk van ijzer en gedeeltelijk van klei. Toen werd er, zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, een steen losgekapt; die kwam terecht op de voeten van het beeld en verbrijzelde deze. Alles kwam naar beneden: het goud, het zilver, het brons, het ijzer en de klei vergruizelden tegelijkertijd en werden door de wind meegevoerd als het kaf bij het dorsen van het koren... Er bleef niets meer van het beeld over.1

De verklaring van de droom heeft betrekking op de vernietiging van opeenvolgende koninkrijken, te beginnen bij Nebukadnessar zelf, en de komst van een koninkrijk, gesticht door de God des hemels en dat in eeuwigheid niet te gronde zal gaan2, dat alle andere zal overrompelen. Het is een voorspelling van de komst van de Messias en zijn allen en alles omvattend koninkrijk. Het beeld kan echter ook de afbeelding van iedere christen zijn: met een verstand van goud, dat ons in staat stelt God te kennen; een hart van zilver, met een overweldigende mogelijkheid tot liefhebben; en de kracht die hij van de deugden krijgt... Maar onze voeten zijn altijd van klei3, we kunnen makkelijk op de grond vallen als we vergeten hoe zwak we zijn... De kennis van het breekbare materiaal dat ons overeind houdt, moet ons bedachtzaam en nederig maken. Alleen wie zich bewust is van deze zwakheid, zal niet op zichzelf vertrouwen, maar zijn sterkte zoeken bij de Heer, in het dagelijkse gebed, in de geest van versterving, in de kracht van de geestelijke leiding. Op die wijze zullen juist de broosheden dienen om onze volharding te waarborgen, want zij maken ons nederiger en vergroten ons vertrouwen op de goddelijke barmhartigheid. Wij weten heel goed hoe waarheidsgetrouw de woorden van de heilige Augustinus zijn: «Er bestaat geen zonde of misdaad die door iemand anders is begaan, die ik ook niet zou kunnen begaan vanwege mijn broosheid; en als ik die nog niet heb begaan, komt dat omdat God het in zijn erbarming niet heeft toegestaan en mij voor het kwaad heeft behoed.»4

De ervaring van de eigen dwalingen toont aan hoe instabiel onze persoonlijke gesteldheid is en hoe werkelijk de menselijke breekbaarheid: «Vele bekoringen, vele struikelblokken komen hen die als God willen optreden, in de weg.»5 De genade, de goede verlangens nemen niet volledig de restanten van de zonde weg, die ons tot het kwade aanzetten. De zelfkennis zal veel gevolgen in ons leven hebben. In de eerste plaats zullen we ertoe gebracht worden om de sterkte buiten onszelf te zoeken, namelijk bij de Heer. «Toen jij op eigen krachten macht wilde hebben, heeft God je zwak gemaakt, om jou zijn eigen macht te geven, want jij bent slechts zwakheid.»6 Dat is de werkelijkheid. «Het onontkoombaar gevolg is, dat we onophoudelijk met een krachtig en nederig geloof moeten smeken: Heer, stel geen vertrouwen in mij. Laat mij op U vertrouwen. Als we in onze ziel de liefde, de erbarming en de tederheid van de blik gewaarworden waarmee Christus ons aanziet omdat Hij ons niet in de steek laat, zullen we de woorden van de apostel volledig begrijpen: virtus in infirmitate perficitur (2 Kor 12,9), kracht wordt juist in zwakheid volkomen. Door het geloof in onze Heer zullen wij, ondanks onze ellende, beter gezegd, dank zij onze ellende, trouw zijn aan God, onze Vader. De macht van God zal schitteren en ons in onze zwakte steunen.»7

48.2 De Kerk onderricht ons dat er, ofschoon wij het doopsel hebben ontvangen, in de ziel de begeerte blijft, de fomes peccati, «die uit de zonde voortkomt en tot de zonde neigt.»8 «Wat de goddelijke openbaring ons heeft doen kennen -stelt het Tweede Vaticaans Concilie- komt overeen met de ervaring zelf. Want wanneer de mens zijn hart onderzoekt, bemerkt hij, dat hij ook geneigd is tot het kwade en dat hij op velerlei gebied vaak ten onder gaat in het kwaad, dat toch niet van zijn goede Schepper kan voortkomen [...]. Daarom vertoont zich het hele individuele en collectieve leven van de mens als een echt dramatische worsteling tussen goed en kwaad, tussen licht en duisternis. Ja, de mens ervaart dat hij niet in staat is uit eigen kracht het offensief van het kwaad effectief te bestrijden; en zo voelt iedereen zich als het ware geketend.»9

Wij hebben voeten van klei, zoals dat beeld waarover de profeet Daniël spreekt. Bovendien is de ervaring van de zonde, van de zwakheid, van de eigen onmacht zichtbaar in de geschiedenis van de wereld en in het persoonlijk leven van alle mensen. «Niemand wordt geheel en al verlost van zijn zwakheid, eenzaamheid of slavernij, maar allen hebben Christus nodig, Toonbeeld, Leraar, Bevrijder, Verlosser en Levendmaker.»10 Ieder christen is als een aarden pot11 die schatten van onschatbare waarde bevat, maar die vanwege zijn eigen natuurlijke gesteldheid heel makkelijk kan breken. De ervaring leert ons, dat we iedere gelegenheid tot zonde moeten wegnemen. Dat is een bewijs van wijsheid want «eenmaal erin verstrikt, kunnen we ons nergens meer op verlaten. Zoveel vijanden bestrijden ons immers en we zijn zo zwak om ons te verdedigen.»12

In zijn oneindige barmhartigheid heeft de Heer gewild, dat deze broosheid zelf ons tot heil strekt. «God wil, dat jouw ellende de troon van zijn erbarming is, en jouw onmacht de zetel van heel zijn macht.»13 In onze zwakheid schittert de goddelijke macht door, en zij is een wellicht onvervangbaar middel om ons meer te verenigen met de Heer, die ons nooit alleen laat. Zij leert ons begripvol om te zien naar onze broeders, die misschien moeilijke tijden meemaken, want -zoals de heilige Augustinus onderricht- er is geen fout of gebrek dat wij niet kunnen begaan. En als we het nog niet hebben begaan, is dat te danken aan de goddelijke barmhartigheid die ons voor dat kwaad heeft behoed.14

Laten wij vol vertrouwen tot Jezus gaan: «Heer, laat onze stommiteiten die afgedaan en vergeven zijn, ons niet meer lastig vallen noch de mogelijkheid van toekomstige missers; laten wij ons verlaten op uw barmhartige handen; doe ons onze verlangens naar heiligheid en apostolaat die zoals gloeiende kooltjes onder schijnbaar koude as verborgen zijn, voor u neerleggen... Heer, ik weet, dat Gij ons hoort. Zeg jij Hem dat ook.»15

48.3 Ter bemoediging van wie wanhopig is omdat hij een leven in zonde heeft geleid, vertelde Johannes Paulus I, dat hij eens een keer aan een dame, die heel pessimistisch was over haar leven tot dan toe, vroeg hoe oud zij was. Vijfendertig jaar, antwoordde zij. «Vijfendertig! -riep de paus uit- maar dan hebt u nog wel veertig of vijftig jaar te leven en daarin kunt u een hoop goede dingen doen!» Hij gaf haar de raad aan de toekomst te denken en haar vertrouwen op Gods hulp te vernieuwen. En de paus voegde eraan toe: «Ik heb toen de heilige Franciscus van Sales geciteerd, die over 'onze dierbare onvolmaaktheden' spreekt. En ik heb uitgelegd: God verfoeit fouten omdat het fouten zijn. Maar van de andere kant heeft Hij in zekere zin de fouten lief, in zoverre zij Hem de gelegenheid bieden zijn barmhartigheid te tonen en ons de kans geven nederig te blijven en ook de fouten van de naaste te begrijpen en er medelijden mee te hebben.»16

Als de kennis van onze zwakheid een keer erg diep doordringt, als de bekoringen toenemen, zullen we horen hoe de Heer ook tot ons zegt: Je hebt genoeg aan mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid volkomen. En met de heilige Paulus zullen we kunnen zeggen: Dus zal ik het liefst van alles roemen op mijn zwakheden. Dan zal de kracht van Christus in mij wonen. Daarom lijd ik om Christus' wil gaarne zwakheid, smaad, nood, vervolging en benauwdheid. Want als ik zwak ben, dan ben ik sterk17, met de sterkte van God.

Ook al voelen we dat we voeten van klei hebben, we zullen groot vertrouwen verkrijgen als we de overvloedige bovennatuurlijke middelen beschouwen die de Heer ons heeft nagelaten om te kunnen overwinnen. Hij verblijft in het tabernakel als bijzondere kracht voor de strijd; Hij heeft ons de biecht gegeven om de verloren genade terug te krijgen en de weerstand tegen het kwaad en de mogelijkheid voor het goede te vermeerderen. Hij heeft beschikt, dat een engel over ons waakt op al onze wegen; we mogen rekenen op de buitengewone hulp van de gemeenschap der heiligen, van het voorbeeld van al die mensen die zich als kinderen van God gedragen; we mogen rekenen op de hulp van de broederlijke vermaning... En wij hebben, boven alles, de bescherming van Maria, de Moeder van God en onze Moeder, Toevlucht van de zondaars, onze toevlucht. Tot haar wenden wij ons thans en we vragen haar, dat zij ons altijd aan de hand blijft houden.

-1. Dan 2,31-35 -2. Dan 2,44. -3. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 5; 181. -4. H. Augustinus, Belijdenissen, 2,7. -5. Origenes, Homilieën over Exodus, 5,3. -6. H. Augustinus, Belijdenissen, 19,5. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 194. -8. Conc. van Trente, Sessie 5, cap. 5. -9. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 13. -10. Idem, Decr. Ad gentes, 8. -11. 2 Kor 4,7. -12. H. Teresia van Avila, Leven, 8,10. -13. H. Franciscus van Sales, Brieven, 10. -14. Vgl. H. Augustinus, Belijdenissen, 2,7. -15. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 426. -16. Johannes Paulus i, Algemene audiëntie 20 september 1978. -17. 2 Kor 12,9-10.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012