Zesde week. Woensdag
48. Met zuivere blik
-Onze blikken bewaken. -Midden in de wereld
zonder werelds te zijn. -Een christen gaat niet naar plaatsen of voorstellingen
die onverenigbaar zijn met het leerling-zijn van Christus.
48.1 Jezus kwam met zijn leerlingen te Betsaïda en aanstonds bracht men een
blinde man bij Hem opdat Hij deze zou
aanraken. De Heer nam de blinde bij de hand en
bracht hem buiten het dorp. Met speeksel maakte Hij wat modder en deed dit op
de ogen van de man. Toen legde Hij hem de handen op en vroeg of hij al iets kon
zien. De blinde keek op en zei: Ik zie
mensen, want ik zie ze lopen, maar ze lijken op bomen... Hij legde hem nog eens de handen op en de blinde zag nu scherp en was zo volkomen genezen dat hij
alles duidelijk zag.1
Normalerwijze genas de Heer de mensen
onmiddellijk. In dit geval echter deed Hij het in fasen, misschien omdat het
geloof van de blinde eerst nog zwak was en Jezus geest en lichaam tegelijk
wilde genezen.2 Hij hielp deze man, die Hij met zoveel erbarmen bij de hand nam, opdat
zijn geloof sterker zou worden. De overgang van helemaal niets zien tot iets
wazig kunnen onderscheiden was al een stap, maar de Meester wilde Hem een
heldere en doordringende blik geven om de wonderen van de schepping te kunnen aanschouwen. Hoogstwaarschijnlijk was het
eerste wat de blinde man duidelijk zag het gelaat van Jezus, die hem vol
medeleven aankeek.
Wat er met deze
blinde man in stoffelijke zin gebeurde, kan ons helpen om
over de geestelijke blindheid na te denken. We ontmoeten herhaaldelijk vele
geestelijk blinden die het wezenlijke niet zien: het gelaat van Christus,
aanwezig in het leven van de wereld. De Heer sprak vaak over deze vorm van
blindheid als Hij tot de Farizeeën sprak, dat zij blind waren3 of wanneer Hij op
diegenen duidde die ogen hebben maar niet zien.4 Het is een grote gave van God een zuivere
blik te bewaren voor het goede, God te ontmoeten midden in onze dagelijkse
bezigheden, onze naasten als kinderen van God te zien, door te dringen in wat echt waardevol is... en zelfs om, met
God en vanuit God, de goddelijke schoonheid te aanschouwen die Hij als een
voetafdruk in het scheppingswerk heeft achtergelaten. Anderzijds is het nodig
een heldere blik te hebben, wil het hart kunnen beminnen en jong blijven zoals
God het verlangt.
Veel mensen zijn niet geheel blind, maar hun
geloof is zwak. Hun blik is afgestompt voor het goede, dat ze maar nauwelijks
aan de horizon van hun leven kunnen waarnemen. Deze christenen zijn zich te
weinig bewust van de waarde van Christus' tegenwoordigheid in de heilige
eucharistie, van de onmetelijke weldadigheid van het sacrament van de biecht of
van de oneindige waarde van één enkele mis, de schoonheid van het apostolisch
celibaat... Hun ziel is niet zuiver en zij bewaken hun zintuigen -de poorten van
de ziel- niet goed, vooral dat van het gezichtsvermogen.
De ziel waarin het innerlijk leven begint te
groeien waardeert de schat die zij bij zich draagt. Elke dag zal zij met
grotere toewijding trachten te voorkomen, dat in de ziel beelden binnendringen
die de omgang met God onmogelijk maken of bemoeilijken. Het is geen kwestie van
'niet zien' -want we hebben het gezichtsvermogen nodig om in de wereld te
verkeren, te werken, betrekkingen aan te knopen-, maar van 'niet kijken' naar
datgene waarnaar we niet behoren te kijken. Het is een kwestie van zuiver van
hart zijn, van het op een natuurlijke manier beleven van de noodzakelijke
bezinning. En dat alles wanneer we op straat lopen, in de omgeving waarin we
ons bewegen, in onze sociale contacten. Een zuivere blik niet alleen bij wat
direct verband houdt met weelde -die iemand blind maakt voor de
bovennatuurlijke goederen evenals voor de echt menselijke waarden-, maar ook op
andere gebieden die in de categorie van de 'begeerte van het oog' liggen: het
streven om kleding en voorwerpen te bezitten, bepaalde vormen van eten en
drinken... De lamp van het lichaam is
het oog. Wanneer dus uw oog helder is, zal heel uw lichaam verlicht zijn. Is
echter uw oog slecht, dan is heel uw lichaam duister.5
Wat zou het droevig zijn, als wij soms -omdat
we niet op fijnzinnige wijze trouw zijn in deze zaken- in plaats van het gelaat
van Christus helder te zien alleen maar een vertekend beeld zouden ontwaren!
Laten wij vandaag in ons gebed nagaan hoe we dit 'bewaken van onze ogen'
beleven, dat van zulk een vitaal belang is voor het bovennatuurlijke leven, om
God te kunnen zien. Zonder heldere blik is ons gezichtsvermogen wazig en
dikwijls vervormd.
48.2 De christen moet zich met alle noodzakelijke middelen behoeden voor die
hoge golven van sensualiteit en 'consumptiewoede' die alles lijken te
verwoesten. We zijn niet bevreesd voor de wereld, want daarin zijn wij tot
heiligheid geroepen, en we kunnen er ook niet uit weglopen, want God wil dat we
zuurdeeg en desem zijn; wij, christenen, «zijn een intraveneuze injectie in de
maalstroom van de maatschappij.»6 Midden in de wereld zijn betekent echter niet lichtzinnig en werelds
zijn: Ik bid niet, dat Gij hen uit de
wereld wegneemt, -zo bad Jezus tot de Vader- maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad.7 We moeten op onze
hoede zijn, met een echt gebedsleven en zonder te vergeten dat de kleine
verstervingen -en de grote, indien ze zich voordoen of wanneer God die vraagt-
ons altijd waakzaam houden, zoals de soldaat die zich niet door slaap laat
overmannen omdat van zijn waakzaamheid zoveel afhangt.
De apostelen maanden hen die zij tot het geloof
bekeerden aan, de leer en moraal van Christus te beleven in een heidense
omgeving die erg veel lijkt op die in onze tijd.8 Als wij niet vastberaden strijden, zullen
wij worden meegesleurd door dit klimaat van materialisme en tolerantie. Zelfs
in landen met een diep gewortelde christelijke traditie blijkt overduidelijk
hoezeer zich levens- en denkwijzen hebben verbreid die openlijk in tegenstrijd
zijn met de morele eisen van het christelijke geloof en zelfs van de natuurwet.
De verkondigers van het nieuwe heidendom hebben
een doeltreffende bondgenoot gevonden in het massavermaak, dat een geweldige
invloed uitoefent op de geest van de toeschouwers. In de laatste jaren ziet men
een steeds toenemend aantal voorstellingen die, onder de meest onderscheiden
uitvluchten of ook zonder enig excuus, de wellust en een innerlijke staat van
onreinheid bevorderen, die tot vele in- en uitwendige zonden tegen de kuisheid
leidt. Voor een ziel die in zo'n sensueel klimaat leeft, zal het onmogelijk
zijn om Christus van nabij te volgen... en misschien zelfs niet eens van verre.
Niet zelden trachten deze voorstellingen, met onbeschaamdheid en onzuiverheid
in vorm of in de kern, de godsdienst en de meest heilige waarheden van het
christendom belachelijk te maken. Ze pralen met hun ongodsdienstigheid en
atheïsme, in godslasterlijk taalgebruik of gebrek aan eerbied voor gewijde
zaken.
In hun prediking gebruikten de Kerkvaders harde
woorden om de eerste christenen af te houden van het bezoek aan immorele
ontspanningsgelegenheden en voorstellingen.9 En die gelovigen wisten af te zien -terstond,
omdat de nieuwe idealen die zij hadden gevonden in het kennen van Christus dat
vereisten- van die verstrooiingen die niet pasten bij hun streven naar heiligheid of die hun zielen in gevaar zouden
kunnen brengen. Dit ging zo ver, dat de heidenen zich niet zelden bewust
werden van de bekering van een vriend, een verwante of een buurman, omdat die
ophield met het bezoeken van zulke voorstellingen, die ongepast waren of
openlijk in strijd met het fijnzinnige geweten van hem die Christus in zijn
leven heeft ontmoet.10
Gebeurt zoiets ook met ons? Weten we te kappen
met ontspanningsgelegenheden of maken we een einde aan het bezoeken van
plaatsen die niet passen bij een christen? Passen we op het geloof en de
heilige zuiverheid van onze kinderen, jongere broers en zussen, als er
bijvoorbeeld een ongeschikt programma op de televisie is? Laten we de Heer
bidden om een fijngevoelig geweten, om zo krachtig en zonder aarzelen alwat ons
van Hem verwijdert of onze ijver Hem te volgen verkilt, af te wenden.
48.3 Het christendom is niet veranderd: Jezus Christus is dezelfde
gisteren, vandaag en altijd.11 Hij vraagt van ons dezelfde trouw, kracht en voorbeeldigheid als van
de eerste leerlingen. Ook nu zullen wij in veel gevallen tegen de stroom moeten
oproeien; er kunnen zich situaties voordoen die onze vrienden eerst niet
begrijpen, maar die vaak de eerste stap zijn om hen dichter bij de Heer te
brengen en hen tot het besluit te brengen een diep christelijk leven te gaan
leiden.
Onze loyaliteit jegens God zal ons gelegenheden
doen vermijden die gevaarlijk zijn voor onze ziel. Voordat we naar de televisie
kijken of naar een amusementsvoorstelling gaan, moeten we er daarom zeker van zijn dat dit
geen gelegenheid tot zondigen zal geven. In twijfelgevallen moeten we van dat
vermaak afzien en als we -omdat we verkeerd ingelicht zijn- toch een
voorstelling zouden bijwonen die niet strookt met de moraal, dan is het enig
juiste wat we als goede christenen kunnen doen: opstaan en weggaan: indien uw rechteroog u aanstoot geeft, ruk het uit
en werp het van u weg.12 Er niet naar toe gaan ofwel vertrekken, zonder vrees om vreemd gevonden te worden of onnatuurlijk, want onnatuurlijk bij een volgeling van Jezus
Christus is juist het tegenovergestelde.
Om als echte christenen te kunnen leven moeten
we God vragen om de deugd van sterkte, om niet met onszelf te schipperen en om
duidelijk tot anderen te spreken, zonder vrees voor 'wat ze ervan zullen
zeggen', ook al lijken ze niet te verstaan wat wij hun zeggen. Onze woorden,
met het goede voorbeeld en een houding van zekerheid en opgetogenheid, zullen
hen helpen om het te begrijpen en te streven naar een sterker leven, een betere
vorming. Als iemand zou tegenwerpen dat hij niet ontvankelijk is voor de
invloed van dit soort ontspanningsvormen, kunnen we hem bij een geschikte
gelegenheid eraan herinneren hoe zich, haast onmerkbaar, een harde bast rond de
ziel vormt, die de omgang met God verhindert evenals de fijngevoeligheid en de
achting die iedere mensenliefde vereist. Als iemand zegt dat het hem geen
schade doet naar zulke plaatsen toe te gaan of naar dergelijke programma's te
kijken, dan is dat misschien wel juist het teken, dat hij meer nog dan anderen
ervan dient af te zien. Zijn geest is misschien al afgestompt en zijn ogen zijn
vertroebeld om het goede te zien.
Christenen moeten dus zulke ontspanningsvormen
niet bijwonen, nog niet voor één cent aan het kwaad bijdragen, en van hun kant
alles doen, ieder naar zijn mogelijkheden, om het te voorkomen. Maar zij moeten
daarnaast ook een positieve bijdrage leveren aan het opzetten van gezonde,
zuivere ontspanningsmogelijkheden die dienen ter ontspanning, tot het aanknopen
van betrekkingen en onderlinge kennismaking, tot een aangename verruiming van
de geest enz.
De heilige Jozef, trouw aan zijn roeping als
behoeder en beschermer van Jezus en Maria, hield van hen met een zuivere
liefde. Laten we hem vandaag bidden, dat wij -krachtig- de middelen weten aan
te wenden die nodig zijn om God met een heldere en doordringende blik te
aanschouwen; dat we onze medemensen met een diepe en zuivere liefde weten te
beminnen, overeenkomstig de eigen roeping die wij van God ontvangen hebben.
-1. Mc 8,22-26. -2. The Navarre Bible, noot
bij Mc 8,22-26.
-3. Mt 15,14.
-4. Mc 4,12, Joh 9,39. -5. Mt 6,22-23. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Brief, 19 maart 1934. -7.
Joh 17,15. -8. Rom
13,12-14. -9. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 6,7. -10. Tertullianus, Over de spektakels, 24.
-11. Heb
13,8. -12. Mt 5,29.
|