Vijfentwintigste week. Zaterdag
36. Middelares van alle genade
-Middelares vanwege de Middelaar. -Alle genade kom tot ons
door Maria. -Een voortdurend gebed stijgt dag en nacht op naar de hemelse
Moeder.
36.1 De
heilige Paulus leert ons: Want God
is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus
Christus, die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen.1
De heilige Maagd werkte op buitengewone wijze mee in het
verlossingswerk van haar Zoon. Het was haar vrije instemming bij de Aankondiging door de aartsengel Gabriël, die de
menswording bewerkstelligde. Volgens de heilige Thomas van Aquino was het alsof
God de Vader had gewacht op de toestemming van de mensheid door de stem van
Maria.2 Door haar goddelijk moederschap is Maria
op innige wijze verenigd met het mysterie van de verlossing, tot aan de
vervulling ervan aan het kruis. Daar, op Calvarië, nam Maria op een bijzondere
wijze deel aan het lijden en sterven van haar Zoon. Vanaf zijn troon op het
kruis was Hij zo goed Maria aan de apostel Johannes te geven, die de gehele
mensheid vertegenwoordigde. Dit verklaart de redenering achter de leer van de Kerk, die niet ophoudt te verkondigen, zoals kort
geleden gedefinieerd door het Tweede Vaticaanse Concilie: «De moederlijke taak van Maria tegenover de mensen
verduistert of vermindert op geen enkele wijze dat enig middelaarschap
van Christus, maar toont aan, hoe krachtig het is.»3 Zij is de Middelares vanwege de
Middelaar, haar Zoon. Het gaat om een «middelaarschap in Christus».4 «De onmiddellijke vereniging van de gelovigen met
Christus wordt er geenszins door belemmerd, maar juist bevorderd.»5
Maria oefende dit middelaarschap al uit toen Johannes de
Doper van vreugde opsprong in de schoot van Elisabeth.6
Jaren later, op de bruiloft te Kana, was Maria verantwoordelijk voor het eerste
wonder dat door haar Zoon verricht werd.7 In
deze situatie wilde Maria haar gastheer en gastvrouw van dienst zijn, zodat zij
niet in verlegenheid gebracht werden. De heilige Johannes wijst erop dat dit
wonder ook geestelijke consequenties had: en zijn leerlingen geloofden in Hem. Zoals het
geval is bij alle moeders, sprak zij ten gunste van anderen bij haar Zoon, bij
veel gelegenheden die in de evangelies niet genoemd worden. «Ten hemel
opgenomen, heeft zij deze heilbrengende taak niet neergelegd, maar door haar
menigvuldige voorspraak gaat zij voort ons de gaven van het eeuwige heil te
bezorgen. Met moederlijke liefde draagt zij zorg voor de broeders van haar Zoon
die nog op pelgrimstocht zijn en in gevaren en angsten verkeren, totdat zij het
gezegend vaderland bereiken. Daarom wordt de heilige Maagd door de Kerk
aangeroepen onder de titels van voorspreekster, hulp, weldoenster, middelares.»8
Maria's gebeden worden
altijd door haar Zoon verhoord. Kunnen wij ons voorstellen, dat Jezus
zijn Moeder iets kan weigeren? Zij heeft Hem ontvangen, Hem gedurende negen
maanden in haar schoot gedragen, Hem gevoed en zij bleef Hem zonder mankeren
trouw. De Kerk leert ons, dat Maria de beste waarborg is voor alles wat wij
nodig hebben. Paus Leo xiii
schreef: «Het is door de uitdrukkelijke wil van God, dat ons geen enkel goed
gegeven wordt tenzij door Maria. Precies zoals niemand de Vader kan bereiken
tenzij door de Zoon, zo, in het algemeen gesproken, kan niemand Jezus bereiken
tenzij door Maria.»9 Laten wij niet te bedeesd
zijn om een beroep op haar te doen als onze vertrouwde en heel invloedrijke voorspreekster.
Zij luistert naar ieder gebed van ons.
Wij moeten Maria het oplossen van onze verschillende
moeilijkheden en problemen toevertrouwen, of zij nu groot of klein zijn:
spanningen in de familie, financiële zorgen, examens, beroepsmatige belangen...
Laten wij ook haar hulp vragen in zaken van het geestelijke leven: de genade
voor een verwant of een vriend om aan zijn roeping te beantwoorden, de kracht
om een ernstige tegenslag te overwinnen, de nederigheid om beter te leren
bidden...
Heilige Maria,
moeder van God, bid voor ons... Maria is in de hemel. Zij is zeer
dicht bij haar Zoon, zij zal ons gebed tot Hem richten. Zij zal het verbeteren,
dat wil zeggen, aangenamer maken in Gods ogen.
36.2 De
Kerk leert ons dat alle genade tot ons komt door Maria. «Niemand wordt gered,
zeer heilige Vrouwe, tenzij door uw tussenkomst. Niemand wordt bevrijd van het
kwade tenzij door uw hulp... Ook krijgt niemand de goddelijke gaven zonder de
hulp van uw bemiddeling... Wie is behalve uw Zoon meer bezorgd voor de mensheid
dan u? Wie beschermt ons zonder te falen wanneer wij in moeilijkheden zijn? Wie
verlost ons zo snel van de bekoringen die ons overvallen? Wie probeert vuriger
de zondaars te beschermen? Wie komt voor ze op ongeacht de hopeloosheid van hun
situatie... Om deze vele redenen zoeken de bedroefden bescherming bij u... De
aanroeping van uw naam alleen al jaagt de vijand en zijn handlangers op de
vlucht. Het is een veilige schuilplaats. U bevrijdt degenen die u aanroepen van
elke nood en u vrijwaart hen van te voren voor elke bekoring.»10
Wij, katholieken, kunnen onze toevlucht nemen tot de hemelse
Moeder voor elke soort hulp, zowel bij materiële als geestelijke noden. Bij
onze vele geestelijke vragen om hulp, vragen wij Onze Lieve Vrouw om de
bekering van ieder die zich van haar Zoon heeft afgekeerd. Voor onszelf vragen
wij een staat van voortdurende bekering van de ziel, dat wil zeggen, een niet
aflatende instelling om te verbeteren die de obstakels voor de werking van de
Heilige Geest uit de weg ruimt. Wij hebben ook de voortdurende hulp van Maria
nodig bij het apostolaat. Zij is degene die de harten kan veranderen. Juist
hierom noemen christenen van alle generaties Maria: heil van de zieken, toevlucht van de zondaars, troosteres
der bedroefden, koningin van de apostelen, koningin van de martelaren...
Maria verleent alle mogelijke genade, zelfs,
«in zekere zin, de genade van de sacramenten, omdat zij deze voor ons
verdiend heeft door haar verbond met de Heer op Calvarië. Zij bereidt ons voor
met haar gebed om de sacramenten beter te ontvangen, om ze op een juiste wijze
te ontvangen. Soms zelfs zendt zij de priester naar ons, zonder wiens
betrokkenheid er geen sacramenten zouden zijn.»11
Laten wij onze zorgen in haar handen leggen. Laten wij
besluiten dagelijks vele, vele malen naar Maria te gaan met alles wat ons
raakt.
36.3 «Verheven
tot de hemelse glorie, begeleidt zij met moederlijke liefde de Kerk op haar
pelgrimstocht en waakt zij vol goedheid over haar voortgang naar het vaderland
totdat het licht aanbreekt van de glorievolle dag des Heren.»12 Wij wenden ons tot Maria elke dag opnieuw voor
bescherming. In het weesgegroet vragen wij om haar hulp: heilige Maria, moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en
in het uur van onze dood... Dit 'nu' wordt op de hele wereld
herhaald door mensen van allerlei leeftijd
en ras die verlangen naar de 'genade van dit ogenblik'.13 Dit is een zeer persoonlijke genade, een die verschilt
voor iedere persoon en iedere omstandigheid. Ofschoon we zo nu en dan wegdwalen
van onze gebeden, verliest Onze Lieve Vrouw nooit haar aandacht. Zij kent
iedere behoefte van ons. Zij bidt voor ons en verkrijgt voor ons wat wij nodig
hebben. Een voortdurend gebed stijgt omhoog tot onze Moeder in de hemel: bid voor ons zondaars, nu...
Hoe kan zij aan ons gebed voorbijgaan? Kan zij soms onze smeekbeden negeren?
Telkens als wij tot Maria
onze toevlucht nemen, komen wij dichter bij haar Zoon. «Maria is altijd
de weg die tot Christus leidt. Iedere ontmoeting met Maria blijkt daardoor een
ontmoeting met Christus zelf: door haar, met haar en in haar. Want welk ander
doel kunnen wij voor ogen hebben als wij tot haar gaan dan het vinden van haar
Zoon en onze Redder? Hij is daar in haar armen.»14
Wij hebben talloze redenen om ons tot Maria te wenden. Wij
weten dat zij altijd onze gebeden zal horen. Gedenk, o allermildste maagd Maria, dat het nog nooit
gehoord is, dat iemand die tot U zijn toevlucht nam, die om Uw hulp kwam smeken
en om Uw bijstand vroeg, door U in de steek werd gelaten. Gesterkt door dat
vertrouwen, kom ik tot U, o Maagd der maagden en sta hier voor U in mijn
armzaligheid en zonde. O Moeder van het Woord, versmaad mijn woorden niet, maar
in Uw goedheid luister en wil mij verhoren.15
In deze maand oktober, de maand die de Kerk heeft toegewijd
aan de heilige rozenkrans, richten wij ons met kinderlijk vertrouwen tot Maria.
De rozenkrans is het geliefde gebed van Maria.16
Wij willen het met vernieuwde godsvrucht bidden. Laten wij werkelijk vol ijver
zijn bij onze smeekbeden, opdat onze gezegende Moeder haar volle aandacht zal
geven aan elk ervan.
-1. 1 Tim
2,5-6. -2. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III,
q30, a1. -3. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 60. -4. Johannes Paulus ii, Redemptoris Mater, 25
maart 1987, 38. -5. Vaticanum ii, o.c., 60. -6. Vgl. Lc 1,41. -7. Vgl. Joh 2,1 e.v. -8. Vaticanum ii, o.c., 62. -9. Leo xiii, Enc. Octobri mense, 22
september 1891. -10. H. Germanus van Constantinopel, Preek op H. Maria Zonam. -11. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen, I. -12. Romeins Missaal, Prefatie van de Mis van
Maria, Moeder van de Kerk. -13. Vgl. R.
Garrigou-Lagrange o.p., o.c.
-14. Paulus vi,
Enc. Mense maio, 29
april 1965. -15. Gebed Memorare.
-16. Vgl. Paulus vi, o.c.
|