1
januari
Octaafdag van Kerstmis
Heilige maria, Moeder van God
38. MOEDER VAN GOD EN ONZE MOEDER
-Maria,
Moeder van God. -Onze Moeder. De hulp die zij ons verleent. -De devotie tot de
heilige maagd Maria voert ons tot Christus. Het nieuwe jaar met haar beginnen.
38.1 Wij
hebben Maria vaak beschouwd met het Kind in haar armen, want de christelijke
vroomheid heeft het feest van vandaag op duizend verschillende wijzen in de
beeldende kunst vorm gegeven. Vandaag vieren wij het Moederschap van Maria, het
centrale gegeven dat het leven van de heilige Maagd verlicht en de grondslag is
van de andere voorrechten waarmee God haar heeft willen sieren. Vandaag loven
en danken wij God de Vader, omdat Maria zijn Enige Zoon in haar schoot
ontvangen heeft, overschaduwd door de Heilige Geest... Zij heeft de luister
van haar maagdelijkheid bewaard, het levenslicht heeft zij geschonken aan Hem,
die wordt genoemd het licht der wereld, Jezus Christus, onze Heer.1 En tot haar zingen wij in ons hart: Salve sancta
Parens... Wees gegroet, heilige Moeder; Gij hebt de Koning gebaard2, want
feitelijk is geschied, dat de Moeder het licht schonk aan de Koning wiens
naam eeuwig is; zij die Hem gedragen heeft geniet tegelijkertijd de vreugde van
het moederschap en de glorie van de maagdelijkheid.3
De heilige Maria is de
Vrouwe, vol van genade en deugden, zonder erfsmet ontvangen, die moeder van God
en Moeder van ons is en die met lichaam en ziel in de hemel is. De heilige
Schrift spreekt over haar als over het verhevenste van alle schepsels, de gezegende,
de hoogst geëerde onder alle vrouwen, vol van genade4, zij is de vrouw
die alle geslachten zullen zalig prijzen.5 De Kerk leert ons, dat Maria, na
Christus, de hoogste plaats bezet en ons het meest nabij is op grond van haar
goddelijk moederschap. Zij «werd door de genade van God na de Zoon boven alle
engelen en mensen verheven.»6 Door u, maagd Maria,
zijn de voorspellingen van de profeten die Christus aankondigden, in vervulling
gegaan: als maagd ontving Gij de Zoon van God in uw schoot; maagd blijvend hebt
Gij Hem gebaard.7
In de tweede lezing van de
Mis van vandaag leert de Heilige Geest ons: Toen de volheid van de tijd
gekomen was, zond God zijn eigen Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de
wet...8 Jezus
verscheen niet onmiddellijk neerdalend van de hemel naar de aarde, maar Hij
werd werkelijk mens, zoals wij, door onze menselijke natuur aan te nemen in de
allerzuiverste schoot van de maagd Maria. Jezus is, in zoverre Hij God is, voor
alle tijden geboren, niet geschapen, uit de Vader. Als mens werd Hij geboren
en heeft Hij het vlees aangenomen uit de maagd Maria. «Ik vind het -zegt om die
reden de heilige Cyrillus- heel erg vreemd, dat er iemand zou kunnen zijn, die
enige twijfel heeft of de heilige Maagd moeder van God genoemd moet worden. Als
de Heer Jezus Christus God is, om welke reden zou dan de heilige Maagd die Hem
het licht heeft doen aanschouwen, niet moeder van God genoemd worden? Dit is
het geloof dat de leerlingen van de Heer ons overgeleverd hebben, ook al
gebruikten zij niet dezelfde uitdrukking. Zo ook hebben de heilige Vaders het
ons geleerd.»9 Zo
heeft het concilie van Efese het gedefinieerd.10 «Alle Mariafeesten zijn grote feesten,
want het zijn gelegenheden die de Kerk ons biedt Maria daadwerkelijk onze
liefde te tonen. Maar als ik er een zou mogen uitkiezen dan zou dat die van
vandaag zijn: het goddelijk Moederschap van de heilige Maagd. [...]
»Toen de heilige Maagd in
alle vrijheid 'ja' zei op de plannen die de Schepper haar onthulde, nam het
goddelijk Woord de menselijke natuur aan: de redelijke ziel en het lichaam in
de allerzuiverste schoot van Maria. De goddelijke en de menselijke natuur zijn
in een enkele Persoon verenigd: Jezus Christus, waarlijk God en, vanaf dat moment
waarlijk Mens; Eniggeboren van eeuwigheid, voortkomend van de Vader; en
eveneens vanaf dat moment als Mens de echte Zoon van Maria. Daarom is de
heilige Maagd de Moeder van het vleesgeworden Woord, van de tweede Persoon van
de Allerheiligste Drieëenheid die -zonder vermenging- voor altijd de menselijke
natuur tot de zijne had gemaakt. Wij kunnen als grootste lof met luide stem
deze woorden tot Maria zeggen, die de uitdrukking zijn van haar hoogste
waardigheid: moeder van God.»11
Het zal onze Vrouwe veel
vreugde verschaffen als wij vandaag, bij wijze van schietgebed, de woorden van
het Weesgegroet herhalen: Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons.
38.2 'Onze
heilige Moeder' is een titel die wij frequent aan de heilige Maagd geven en die
ons heel dierbaar en troostrijk is. Zij is werkelijk onze Moeder, voortdurend
brengt zij ons voort ten eeuwigen leven.
«Zij heeft Christus
ontvangen, gebaard, gevoed, in de tempel aan de Vader aangeboden, bij de dood
van haar Zoon op het kruis meegeleden met Hem en aldus op volstrekt unieke
wijze aan het werk van de Verlosser meegewerkt door haar gehoorzaamheid, haar
geloof, haar hoop, haar vurige liefde, om het bovennatuurlijk leven voor de
zielen te herstellen. Daarom is zij, in de orde van de genade, onze moeder.»12
«Dit moederschap nu van
Maria in het genadebestel gaat zonder ophouden voort tot aan de eeuwige
voleinding van de uitverkorenen. Want, ten hemel opgenomen, heeft zij deze
heilbrengende taak niet neergelegd, maar door haar menigvuldige voorspraak gaat
zij voort ons de gaven van het eeuwige heil te bezorgen. Met moederlijke liefde
draagt zij zorg voor de broeders van haar Zoon die nog op pelgrimstocht zijn en
in gevaren en angsten verkeren, totdat zij het gezegende vaderland bereiken.»13
Jezus gaf ons Maria tot
Moeder op het moment waarop Hij, genageld aan het kruis, tot zijn Moeder de
woorden richt: Vrouw, ziedaar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling:
Ziedaar uw moeder.14 «Zo heeft Hij, op een nieuwe wijze, zijn Moeder aan de
mens nagelaten: aan de mens, aan wie Hij het evangelie gebracht had. Hij heeft
haar aan iedere mens nagelaten. Sinds die dag heeft de hele Kerk haar als
Moeder. En alle mensen hebben haar als Moeder. Zij horen de woorden vanaf het
kruis, alsof deze tot ieder van hen gesproken werden.»15
Hij heeft ieder van ons aangekeken: Ziedaar uw Moeder, zegt Hij
ons. Johannes nam haar op met tedere liefde en zorgde voor haar met de grootst
mogelijke fijnzinnigheid, hij «nam Maria bij zich in huis, in zijn leven.
Geestelijke schrijvers hebben in deze woorden, die wij kennen uit het
evangelie, een uitnodiging aan alle gelovigen gezien Maria ook een plaats in
ons leven te geven. In zekere zin is deze verduidelijking overbodig. Maria wil
zeker, dat wij haar aanroepen, dat wij vol vertrouwen naar haar toegaan, dat
wij een beroep doen op haar moederschap door haar te vragen zich onze Moeder
te betonen (Monstra te esse Matrem, vesperhymne Ave maris stella,
uit het Gemeenschappelijke van de heilige maagd Maria).»16 Door ons zijn Moeder tot moeder te geven toonde Hij
zijn liefde voor de zijnen tot het uiterste toe.17 Toen de heilige Maagd Johannes als haar kind
aannam, toonde zij dat haar moederliefde alle mensen geldt.
Zij heeft ieders leven op
beslissende wijze beïnvloed. Ieder heeft zijn eigen ervaring. Als wij
terugkijken, zien wij achter elke moeilijkheid haar tussenkomst om ons verder
te helpen, het laatste duwtje in de rug om opnieuw te beginnen. «Wanneer ik me
ertoe zet de gunsten te overwegen die ik van de heilige Maria ontvangen heb,
lijkt het alsof ik een van die Mariaheiligdommen ben waarvan de muren behangen
zijn met ex-voto's met als enige tekst: 'Uit dank voor een van Maria ontvangen
gunst'. Elke goede gedachte, elk goed verlangen, elk goed gevoel van mijn hart:
'Uit dank voor een van Maria ontvangen gunst'.»18
Wij zouden ons bij dit Mariafeest kunnen afvragen of wij
haar, net als de apostel Johannes, in ons leven opgenomen hebben19, of wij haar
vaak zeggen Monstra te esse Matrem, betoon ons, dat Gij onze Moeder
zijt, of wij haar met daden hebben laten zien, dat wij goede kinderen willen
zijn.
38.3 De
heilige Maagd vervult haar zending als Moeder van alle mensen door haar
voortdurende voorspraak voor hen bij haar Zoon. De Kerk geeft haar de titels:
«Voorspreekster, helpster, bijstand, middelares»20 en met moederlijke liefde belast zij er zich mee ons
te voorzien van de gewone en de bijzondere genaden en zorgt zij ervoor dat onze
vereniging met Christus toeneemt. Sterker nog: «gegeven het feit, dat Maria
rechtens gezien moet worden als de weg langs welke wij naar Christus gevoerd
worden, kan het niet anders of de persoon die Maria ontmoet, zal Christus
ontmoeten.»21
De kinderlijke devotie tot
Maria is dan ook een integraal onderdeel van de christelijke roeping. Op elk
moment moeten wij, laat ik zeggen instinctmatig, onze toevlucht nemen tot haar
die «onze troost is in onze angst, ons geloof verlevendigt, onze hoop
versterkt, onze vrees doet verdwijnen en onze kleinmoedigheid bezielt.»22
Het is makkelijk God te
bereiken via zijn Moeder. Het hele christenvolk heeft altijd, ongetwijfeld
onder inspiratie van de Heilige Geest, deze goddelijke zekerheid gehad.
Katholieken hebben in Maria altijd -omdat via haar een stuk weg afgesneden
wordt- de kortste weg gezien om de Heer te bereiken.
God, door het
moederschap van de heilige maagd Maria hebt Gij de rijkdom van de verlossing
aan de mensen geschonken. Wij bidden U: laat ons de voorspraak ondervinden van
haar door wie wij de Gever van het leven mochten ontvangen: Jezus Christus, uw
Zoon.23
Met deze plechtigheid van
onze Vrouwe beginnen wij een nieuw jaar. Een beter begin van het jaar -en van
alle dagen van ons leven- is eigenlijk niet mogelijk, zo heel dicht bij Maria.
Op haar is ons kinderlijk vertrouwen gesteld: moge zij ons helpen elke dag van
het jaar heilig te leven; moge zij ons aanzetten opnieuw te beginnen, als wij,
omdat wij zwak zijn, vallen en de weg kwijtraken; moge zij onze voorspraak zijn
bij haar goddelijke Zoon, zodat wij innerlijk vernieuwd worden en zorg dragen
te groeien in liefde tot God en dienstbaarheid jegens de naaste. In de handen
van de heilige Maagd leggen wij ons verlangen ons te verenigen met Christus,
ons werk te heiligen, trouwe verkondigers van het evangelie te zijn. Laten wij
haar naam krachtig uitspreken, als wij in moeilijkheden geraken. Als zij, die
haar kinderen altijd toegenegen is, haar naam hoort op onze lippen, snelt zij
ons te hulp. Noch bij fouten, noch bij stommiteiten laat zij ons in de steek.
Als wij vandaag een
afbeelding van haar zien, kunnen wij, al is het maar in de geest, zonder
woorden, zeggen 'Moeder!' en voelen hoe zij haar beschermende armen om ons heen
slaat en horen, dat zij ons influistert het nieuwe jaar, dat God ons schenkt,
vol goede moed te beginnen, met het vertrouwen van wie zich beschermd en geholpen
weet vanuit de hemel.
-1. Romeins
Missaal, Prefatie I van de heilige maagd Maria. -2. Introïtus van de
Mis. -3. Antifoon 3 van de Lauden. -4. Lc 1,28. -5. Lc
1,48. -6. Vaticanum ii,
Dogm. const. Lumen Gentium, 66. -7. Antifoon bij het
Magnificat op 27 december. -8. Gal 4,4. -9. H. Cyrillus van Alexandrië, Brief I, 27-30. -10. DS
252. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden
van God, 274. -12. Vaticanum ii,
Dogm. const. Lumen gentium, 61. -13. Ibidem, 62. -14. Joh
19,26-27. -15. Johannes Paulus ii,
Algemene audiëntie van 10 januari 1979. -16. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt,
140. -17. Vgl Joh 13,1. -18. G.M.
da Masserano, Gesta, virtú e doni del Beato Leonardo da Porto
Maurizio, Rome 1796. -19. Vgl. Joh 19,27. -20. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen
gentium, 62. -21. Paulus vi,
Enc. Mense Maio van 29 april 1965. -22. H. Bernardus, Preek op het geboortefeest van de heilige
Maagd Maria, 7. -23. Gebed van de Mis.
|