4 januari
42. NATUURLIJKHEID EN EENVOUD
-Eenvoud
en natuurlijkheid van de heilige Familie. Eenvoud, een uitwendig blijk van
nederigheid. -Eenvoud en oprechtheid van bedoelingen. Gevolgen van het
'geestelijk kindzijn'. Eenvoudig zijn in de omgang met God, in de omgang met
anderen en in de geestelijke leiding. -Het tegenovergestelde van eenvoud. Vruchten van deze deugd. Middelen om haar
te verwerven.
42.1 De
Messias kwam in de tempel in de armen van zijn Moeder. Er zal wel niemand
aandacht besteed hebben aan die jonge man en vrouw die daar aankwamen om hun
pasgeboren zoon aan de Heer aan te bieden.
De moeders dienden op de
priester te wachten in de Oosterpoort. Daar was Maria met andere vrouwen en
daar wachtte zij tot op haar beurt de priester haar Zoon in de armen zou nemen.
Aan haar zijde bevond zich de heilige Jozef, klaar om de losprijs te betalen.
De plechtigheid van de zuivering van Maria en het terugkopen van het Kind van
de tempeldienst verschilde uiterlijk in niets van wat er normaal in zo'n geval
gebeurt.
Het hele leven van Maria
is doortrokken van een diepe eenvoud. Haar roeping als Moeder van de Verlosser
wordt steeds met natuurlijkheid verwezenlijkt. Zij verschijnt in het huis van
haar nicht Elisabeth om haar te helpen, om haar gedurende een paar maanden te
dienen. Zij maakte voor haar Kind luiers en kleertjes klaar. Zij leefde dertig
jaar met Jezus, zonder dat zij het moe werd naar Hem te kijken, in een
allerbeminnelijkste omgang, maar vooral in eenvoud. Toen zij in Kana het eerste
wonder van haar Zoon verkreeg, deed zij dat met zoveel natuurlijkheid, dat de
jonggehuwden niet eens merkten wat voor ontzagwekkends er gebeurde. Op geen
enkel moment praalde zij met bijzondere voorrechten. «De heilige Maria, de
moeder van God, leefde onopgemerkt, als zoveel andere vrouwen van haar dorp.
-Leer van haar eenvoudig en 'gewoon' te leven.»1
Eenvoud en natuurlijkheid
maken van de Maagd, in het menselijke, een bijzonder aantrekkelijke en graag
geziene vrouw. Haar Zoon, Jezus, is het toonbeeld van de volmaakte eenvoud,
gedurende de dertig jaar van zijn verborgen leven, en verder op elk moment: als
Hij begint de Blijde Boodschap te verkondigen gaat dat niet gepaard met luid
geschreeuw en trompetgeschal. Jezus is de eenvoud zelve, als Hij geboren wordt,
als Hij opgedragen wordt in de tempel, als Hij zijn goddelijkheid openlijk
toont door middel van wonderen die alleen God kan doen.
De Zaligmaker vlucht voor
theater en ijdel vertoon, voor onechte en op effect beluste gebaren. Hij zorgt
ervoor, voor iedereen toegankelijk te zijn: voor wanhopige en volstrekt
verlaten zieken die vol vertrouwen hun toevlucht tot Hem nemen om Hem te smeken
om genezing van hun kwalen; voor de apostelen die Hem vroegen naar de betekenis
van de parabels; voor kinderen die Hem
vertrouwvol omhelsden.
Eenvoud is een blijk van
nederigheid. Zij is volstrekt tegengesteld aan alles wat riekt naar namaak,
gekunsteldheid, bedrog. En het is een deugd die speciaal nodig is voor de
omgang met God, voor de geestelijke leiding, voor het apostolaat en voor de
omgang met de mensen met wie wij dagelijks te maken hebben. «Natuurlijkheid.
-Je christelijk leven, je zout en je licht, moet spontaan verlopen, zonder rare
dingen of kinderachtigheid. Draag onze geest van eenvoud altijd met je mee.»2
42.2 Wanneer
dus uw oog helder is, zal heel uw lichaam verlicht zijn.3 Eenvoud vergt helderheid, doorzichtigheid en oprechte
bedoelingen, waardoor wij weerhouden worden een dubbelleven te gaan leiden,
twee heren te dienen: God en onszelf. Eenvoud vraagt verder een sterke wil die
ons ertoe brengt het goede te verkiezen. Een wil die de ongeordende verlangens
van een louter sensitief leven zal weerstreven. Eenvoud zal al wat troebel en
ingewikkeld is en waar niemand aan ontkomt, de baas blijven. De eenvoudige ziel
oordeelt de dingen, de mensen en de gebeurtenissen met een oprecht, door het
geloof verlicht oordeel en niet met de indrukken van het moment.
Eenvoud is een gevolg en tevens een karakteristiek van de roeping tot
-geestelijk kindzijn- waartoe de Heer ons vooral in deze dagen waarin wij zijn
geboorte en verborgen leven overwegen, oproept: Voorwaar, Ik zeg u: als gij
niet opnieuw wordt als de kleine kinderen -wat betreft eenvoud en onschuld-
zult gij het rijk der hemelen zeker niet binnengaan.4 Wij wenden ons tot de Heer als kleine kinderen,
zonder gemaakte of ingebeelde manieren, want wij weten, dat Hij niet zozeer
kijkt naar het uiterlijk, maar naar het hart.5 Wij voelen de liefhebbende blik van de Heer op ons,
die een uitnodiging is tot authenticiteit, om ons in zijn aanwezigheid
eenvoudig te gedragen, om in persoonlijk gebed, rechtstreeks, vertrouwelijk met
Hem om te gaan. Daarom moeten wij in de omgang met de Heer elk formalisme
ontvluchten, ook al bestaat er een «etiquette van de vroomheid.»6 Daarmee kunnen wij laten zien, dat wij fijngevoelig
zijn, met name in de eredienst, in de liturgie. Eerbied echter zit niet
gevangen in conventies en is ook geen puur uitwendige houding, maar wortelt in
een authentieke vroomheid van het hart.
In de ascetische strijd
zullen wij moeten erkennen hoe wij werkelijk zijn en zullen wij onze eigen
beperkingen moeten aanvaarden en begrijpen, dat God deze met zijn blik
waarneemt en er rekening mee houdt. Als wij dat doen, zonder ons ook maar
enigszins te verontrusten, zal dat ons meer in Hem doen vertrouwen en zullen
wij zijn hulp vragen om onze gebreken te overwinnen en om de doeleinden te
bereiken die wij in ons innerlijk leven op dit moment noodzakelijk achten, die
punten die in ons bijzonder en in ons algemeen gewetensonderzoek het meest in
de gaten gehouden moeten worden.
Als wij eenvoudig zijn
jegens God, zullen wij dat ook weten te zijn tegenover de mensen met wie wij
elke dag omgaan, met onze verwanten, vrienden en collega's. En eenvoudig zijn
betekent: handelen en spreken in innige harmonie met wat men denkt en verlangt;
zich aan de anderen laten zien zoals men is, zonder voor te wenden wat men niet
is of niet heeft. De ontmoeting met een bescheiden ziel, zonder plooien of
verdraaiingen, waarin men vertrouwen kan hebben, is altijd een bron van grote
blijdschap, zoals bij voorbeeld Natanaël die de lofprijzing van de Heer
verdiende: Dat is waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is.7 Op een andere
plaats doet de Heer ons daarentegen op onze hoede zijn voor de valse
profeten, mensen die tot u komen in schaapskleren8, voor hen die denken op de ene en
handelen op de andere manier.
In de dagelijkse samenleving
werpt elke complicatie een hinderpaal op tussen ons en de anderen en verwijdert
deze ons van God: «Die hoogdravendheid en die zelfingenomenheid misstaan je;
men kijkt er zo doorheen. -Probeer tenminste om ze achterwege te laten in je
omgang met God, met je geestelijke leidsman en met je broeders. Dan zal er
tussen hen en jou een hinderpaal minder zijn.»9 In het gebed, in de geestelijke leiding
en in de biecht dienen wij op bijzondere wijze onze volledige eenvoud te laten
blijken door duidelijke en transparante taal te gebruiken met het verlangen,
dat zij ons goed zullen kennen. Ga dan algemeenheden, breedsprakigheid uit de
weg en wees geen kletskous. Verberg niets. De Heer wil, dat wij vrijmoedig
laten zien wat ons overkomt, onze vreugden en onze zorgen, de drijfveren van
ons handelen.
42.3 Eenvoud
en natuurlijkheid zijn buitengewoon aantrekkelijke deugden: om dat te begrijpen
is het voldoende naar Jezus, Maria en Jozef te kijken. Wij moeten ook beseffen
dat het moeilijke deugden zijn, als gevolg van de hoogmoed die ons
buitensporige opvattingen over onszelf doet hebben en zorgt, dat wij voor de
anderen meer willen lijken dan wij zijn of hebben. Wij voelen ons zo vaak
vernederd, omdat wij alle aandacht op ons gericht willen hebben en het ontzag van iedereen om
ons heen; omdat wij niet erkennen dat wij, zo nu en dan, verkeerd handelen;
omdat wij niet genoeg hebben aan 'doen en verdwijnen' zonder uit te zijn op de
beloning van een loftuiting of dankbaarheid. Heel vaak maken wij het leven
ingewikkeld door onze eigen beperkingen niet te accepteren, door onszelf
buitenmate serieus te nemen, bijna uitsluitend aan onze eigen persoonlijke
problemen te denken. Vaak trekken wij op ingewikkelde of verborgen manier de
aandacht: wij simuleren zelfs niet-aanwezige ziektes of vreugde en verdriet die
niet in overeenstemming met onze gemoedstoestand zijn.
Pedanterie, gemaaktheid, pocherij, schijnheiligheid en leugenachtigheid
zijn vijanden van de eenvoud en derhalve van vriendschap. Zij bemoeilijken ook
een vriendelijke samenleving. Zij
vormen een echte belemmering voor het gezinsleven.
De eenvoud die de Heer ons leert, is geen onnozelheid: Zie -zegt
Hij ons- Ik zend u als schapen tussen wolven. Weest dus omzichtig als
slangen en argeloos als duiven.10 De gelovigen dienen met deze twee deugden -eenvoud
en verstandigheid- die elkaar wederzijds vervolmaken, over de wereld te gaan.
Om eenvoudig te zijn is het vereist te zorgen voor oprechte bedoelingen bij
onze handelingen die op God gericht dienen te zijn. Alleen op deze manier kunnen
wij afrekenen met onze ingewikkelde gevoeligheden, onze indrukken van het
moment en ons verwarde gevoelsleven. Naast de oprechtheid van de bedoelingen
een duidelijke, openhartige -als het moet strenge- eerlijkheid om onze eigen
zwakheden te laten zien zonder te trachten deze te vergoelijken of te negeren:
«Kijk, de apostelen met al hun duidelijke, onloochenbare zwakheden, waren
oprecht, eenvoudig... doorzichtig. Jij hebt eveneens duidelijke en onloochenbare
zwakheden. -Ik hoop dat jou ook de eenvoud niet ontbreekt.»11
Laten wij, om te leren eenvoudig te zijn, Jezus, Maria en Jozef beschouwen
in alle taferelen van de jeugd van de Heer, middenin zijn gewone leven. Vragen
wij hun, dat zij ons tegenover God als kinderen doen zijn om persoonlijk, niet
vanuit de anonimiteit, zonder vrees met Hem om te gaan.
-1. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg,
499. -2. Ibidem, 379. -3. Mt 6,22. -4. Mt 18,3. -5. 1
Sam 16,7. -6. H. Jozefmaria Escrivá,
o.c., 541. -7. Joh 1,47. -8. Mt 7,15. -9. H. Jozefmaria Escrivá, o.c.,
47. -10. Mt 10,16. -11. H.
Jozefmaria Escrivá, o.c., 932.
|