De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vijfde week. Donderdag

40. Nederig en volhardend gebed

-De genezing van de dochter van de Kananese vrouw. Voorwaarden voor het ware gebed. -Vertrouwen en volharding in onze smeekbeden. -Wat we mogen vragen. Bidden voor anderen. Hulp van de engelbewaarder. De rozenkrans, «een machtig wapen.»

40.1 De heilige Marcus verhaalt ons in het evangelie van vandaag, dat Jezus en zijn leerlingen in de streek van Ty­rus en Sidon kwamen.1 Een niet-joodse vrouw kwam naar hen toe. Ze was van Syrofenicische afkomst en behoorde tot de oorspronkelijke bevolking van Palestina. Ze wierp zich aan zijn voeten en vroeg Hem haar dochter te genezen, die door de duivel bezeten was. Jezus gaf haar geen antwoord. Zijn leerlingen, geërgerd door het aandringen van de vrouw, vroegen Hem haar weg te zenden.2 De Heer tracht de vrouw uit te leggen, dat de Messias zich in de eerste plaats aan de Joden bekend moet maken, aan de kinderen van Israël. Dan, met een uitdrukking die moeilijk te begrijpen is, zonder dat we zijn beminnelijke gebaren zien, zegt Hij haar: Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven. De vrouw voelt zich niet gekwetst of vernederd, maar zij dringt nog sterker aan, in diepe nederigheid: Wel waar Heer, want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen. Ontroerd stelt Jezus het wonder waarom men Hem vraagt niet langer uit, en Hij zendt haar weg met de woorden: Vrouw, ge hebt een groot geloof. Uw verlangen wordt ingewilligd. God, die de hovaardigen weerstaat, geeft genade aan de nederigen3; die vrouw ver­kreeg wat ze verlangde en won het hart van de Meester.

Zij is het volmaakte voorbeeld voor allen die het bidden moe zijn, omdat ze menen toch niet verhoord te worden. In haar gebed vinden we de voorwaarden samengevat die nodig zijn voor elke smeekbede: geloof, nederigheid, vol­harding en vertrouwen. Haar grote liefde voor haar dochter, die door de duivel bezeten was, moet Christus wel ten zeerste behaagd hebben. De apostelen zullen zich deze vrouw wellicht herinnerd hebben, toen ze later de parabel hoorden over de opdringerige weduwe4 die eveneens ver­kreeg wat ze vroeg, omwille van haar hardnekkigheid en aandringen.

De heilige Thomas leert, dat het ware gebed onfeilbaar doeltreffend is, want God heeft het zo bepaald en Hij verandert niet van gedachte.5 En opdat wij steeds maar blijven vragen, toonde de Heer ons met duidelijke en eenvoudige voorbeelden, zodat we het goed zouden begrijpen, dat onze oprechte gebeden Hem altijd en overal bereiken en dat Hij ze verhoort: Is er soms onder u een vader, die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt? Of als hij hem om vis vraagt, zal hij hem in plaats van vis geen slang geven? [...] Hoeveel te meer dan uw Va­der in de hemel...!6 «God heeft nooit iets geweigerd en zal niets weigeren aan hen die op de verschuldigde wijze om zijn genade vragen. Gebed is ons voorname hulpmiddel om uit de zonde te geraken, om te volharden in de genade, om Gods hart te beroeren en allerlei vormen van zegeningen uit de hemel over ons af te roepen, zowel voor onze zielen als voor onze tijdelijke noden.»7

Als we om een bepaalde gave bidden, moeten we bedenken dat we kinderen van God zijn, en dat Hij oneindig beter voor ons zorgt dan de beste vader op aarde voor zijn kind in grootste nood.

40.2 God heeft in alle eeuwigheid voorzien in alle hulp die we nodig hebben, evenals in de bijstand, de genade die ons tot smeken bewegen, want Hij behandelt ons als vrije kin­deren en vraagt ons om onze medewerking. Het is voor ons even noodzakelijk te vragen om Gods hulp te verkrijgen, om het goede te doen en te volharden, als het zaad nodig is om later het graan te oogsten.8 Zonder zaad zijn er geen aren; zonder gebed zullen we niet de genade verkrijgen die we moeten ontvangen. Naarmate we het gebed vermeerderen, vereenzelvigen we onze wil met die van God, die dege­ne is, die waarlijk onze armoede en kleinheid kent. Soms laat Hij ons wachten om ons beter voor te bereiden, om ons dieper en vuriger naar deze genade te doen verlangen; andere malen verbetert Hij onze bede en geeft ons wat we werkelijk nodig hebben. Op weer andere momenten verleent Hij ons niet wat we Hem vragen, omdat wij, misschien onbewust, iets vragen wat schadelijk is, iets wat door onze wil de schijn van iets goeds aanneemt. Een moeder geeft haar kind geen scherp mes, dat zo prachtig blinkt en zo aantrekkelijk is en dat de kleine zo dolgraag wil hebben. En wij zijn als kleine kinderen voor God. Als we Hem iets vragen dat slecht voor ons zou zijn, ook al lijkt het goed, dan handelt God net zoals een goede moeder met haar kleintjes: Hij geeft ons andere genaden die ons wel tot heil strekken, ook al verlangen wij in onze kortzichtigheid er minder sterk naar. Ons gebed moet derhalve vertrouwensvol zijn, zoals iemand die iets aan zijn vader vraagt, aangezien God onze noden zeer wel kent, veel beter dan wijzelf.

Vertrouwen brengt ons tot bidden met volharding, hardnekkigheid, zonder op te geven, telkens weer aandringend, in de zekerheid dat we veel meer en iets veel beters zullen krijgen dan wat we gevraagd hebben. We moeten aandrin­gen zoals de opdringerige vriend die geen brood had of de hulpeloze weduwe die dag en nacht bij de onrechtvaardige rechter smeekte. Vraagt en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, wordt opengedaan.9 Juist volharding in het gebed vermeer­dert het vertrouwen en de vriendschap met God. «En deze vriendschap die voortkomt uit de smeekbede, opent de weg naar een nog meer vertrouwensvolle bede [...] alsof we, door de eerste smeekbede ingeleid in de goddelijke intimiteit, met nog meer vertrouwen de volgende konden afsme­ken. Daarom is in een tot God gerichte smeekbede volhar­ding, aandringen, nooit ongepast. Integendeel, ze is God welgevallig.»10 Die vrouw uit Kanaän is een voorbeeld van standvastigheid, dat we moeten navolgen, ook al leek aanvankelijk dat de Heer haar niet aanhoorde.

Wanneer Hij over de doeltreffendheid van het gebed spreekt, legt de Heer geen beperkingen op: al wie vraagt, verkrijgt, want God is onze Vader. De heilige Augustinus leert dat ons gebed soms niet verhoord wordt omdat wij niet goed zijn, vanwege gebrek aan zuiverheid van ons hart of rechtschapenheid van bedoeling, of omdat we niet goed bidden, zonder geloof, volharding of nederigheid; of ook omdat we dingen vragen die slecht zijn, dat wil zeggen dingen die niet goed voor ons zijn, die ons kwaad kunnen doen of ons op een dwaalspoor brengen.11 Ofwel: het gebed treeft geen doel, als het geen echt gebed is. «Bid. In welke menselijke onderneming krijg je grotere garanties voor het welslagen?»12 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wat gij de Vader ook zult vragen, Hij zal het u geven in mijn naam.13

40.3 Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen; dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, vrij mo­gen zijn van zonde en beveiligd tegen alle onrust...14 zo bidt de priester met luide stem tijdens de mis. In onze smeekgebeden kunnen we gunsten voor onszelf en voor anderen vragen. In de eerste plaats het goede en de genade die onze ziel nodig heeft. Hoe talrijk en groot de materiële beperkin­gen of ontberingen ook mogen zijn, we hebben altijd meer behoefte aan het bovennatuurlijke goed: de genade om God te dienen en trouw te zijn, de persoonlijke heiligheid, hulp om te overwinnen in de strijd tegen onze eigen gebreken, om goed te biechten, om ons voor te bereiden op de heilige communie... We vragen om tijdelijke goederen voor zover ze nuttig zijn voor ons heil en ondergeschikt zijn aan de bovennatuurlijke.

De Heer leerde ons bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood... Jezus' eerste wonder, waarmee Hij zich aan zijn leerlingen openbaarde15, was van materiële aard. Maria verschijnt in Kana, waar zij «haar Zoon met een fijngevoe­lige smeekbede een tijdelijke nood kenbaar maakt en dan tevens een genade-effect verkrijgt: dat Jezus door het eerste van zijn 'tekenen' zijn leerlingen bevestigt in geloof in Hem.»16 Door de eenheid van leven zullen alle goederen van materiële aard op de een of andere manier uitmonden in de glorie van God. Het wonder van Kana, bewerkt door de tussenkomst van Maria, bemoedigt en prikkelt ons ertoe om ook gunsten van tijdelijke aard te vragen, die nodig of gepast zijn voor ons gewone leven: hulp om financiële pro­blemen op te lossen, om van een ziekte te genezen, een moeilijk examen te halen, waarvoor we gestudeerd hebben... «In het gebed vraagt de een om een vrouw tot echt­genote overeenkomstig zijn wens, een ander voor een woning op het platteland, een derde om kleren en weer een ander om voedsel. Als we deze dingen nodig hebben, moeten we inderdaad de almachtige God erom vragen. Maar we moeten wel steeds het gebod van onze Verlosser in gedachten houden: Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden (Mt 6,33).»17 We mogen het beste van onze gebed niet besteden aan het uitsluitend om zulke «extra» dingen bidden.

God is verheugd als we Hem om genade en hulp vragen voor anderen, en dat we anderen vragen voor ons en voor ons apostolaat te bidden: «'Bid voor mij', vroeg ik hem zoals ik dat altijd doe. Verwonderd zei hij terug: 'Maar is er dan iets met u aan de hand?' »Ik moest hem duidelijk maken dat er ieder ogenblik iets met ons allemaal gebeurt of aan de hand is; en ik voegde eraan toe dat als er niet gebeden wordt, er 'hoe langer hoe meer slechte dingen gebeuren'.»18 Bidden voorkomt en verzacht deze.

Ons gebed moet vervuld zijn van overgave aan God en van een diepe bovennatuurlijke zin, want -zo zei Johannes Paulus ii- het gaat om het vervullen van «het werk van God» en niet ons eigen werk. Het gaat erom dit te ver­vullen volgens zijn «inspiratie» en niet volgens onze eigen gevoelens.19 Onze lieve Vrouw, de maagd Maria zal alle gebeden die niet geheel zuiver zijn, recht zetten, zodat we altijd het beste verkrijgen. We hebben in de heilige rozenkrans een «machtig wapen»20 om van God voor onszelf en voor hen voor wie we bidden, alle hulp te verkrijgen die we elke dag nodig hebben. Heer onze God, neem ons leven in bescherming en wees te allen tijde ons behoud. Help ons, op voorspraak van de heilige Maria, altijd Maagd, in de noden van dit ogenblik en laat ons eens ervaren wat eeuwige vreugde is.21

-1. Mc 7,24-30. -2. Mt 15,23. -3. 1 Pe. 5,5. -4. Lc 18,3. -5. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, 83,2. -6. Joh 2,11. -7. H. Jean-Marie Baptiste Vianney, Preek voor de vijfde Zondag na Pasen. -8. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen, I. -9. Lc 11,9-10. -10. H. Thomas van Aquino, Compendium Theologiae, II, 2. -11. H. Augustinus, Over de Bergrede, II,73. -12. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 96. -13. Joh 16,23. -14. Romeins missaal, Ordo missae. -15. Joh 2,11. -16. Paulus vi, Marialis cultus, 2 februari 1974. -17. H. Gregorius de Grote, Homilieën over het evangelie, 27. -18. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 479. -19. Johannes. Paulus ii, Toespraak tot de Franse bisschoppen bij hun bezoek ad limina. -20. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 558. -21. Romeins missaal, Votiefmis van Maria, Gebed.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 2
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Hongerende Zielen
2 Maria
3 Het bruiloftsmaal van het Lam
4 De Weg (paperback)
5 Trouwen of Samenwonen?
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009