Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zesde week. Vrijdag

50. Nederigheid

-Zich onder de hoede van God stellen. -Egoïsme en hoogmoed. -Groeien in nederigheid.

50.1 In het boek Genesis1 lezen we hoe de mensen zich hadden gewijd aan een kolossale onderneming: de bouw van de stad Babel en een enorm grote toren. Het was bedoeld als symbool van eenheid onder de mensheid en tegelijkertijd als middelpunt. Maar het werk werd nooit afgemaakt, en de mensen vervreemdden meer dan ooit van elkaar. Ze raakten onderling verdeeld, konden elkaars taal niet meer verstaan en bleken niet meer in staat overeenstemming over iets te bereiken. «Waarom mislukte dit ambitieuze project? Waarom 'werkten de arbeiders tevergeefs'? Omdat de mensen als teken en garantie voor de gewenste eenheid slechts een werk van hun handen hadden opgericht, maar het handelen van de Heer hadden vergeten.»2 In zijn commentaar op deze tekst uit de Heilige Schrift verbindt paus Johannes Paulus ii de zonde van deze mensen «die sterk en machtig wilden zijn zonder God, of zelfs tegen God,» met de zonde van onze eerste ouders, die de bedrieglijke pretentie koesterden te zijn zoals Hij.3 Het is de hoogmoed, die ten grondslag ligt aan elke zonde en zich op zoveel verschillende manieren openbaart. In het verhaal over de toren van Babel verschijnt het uitsluiten van God niet als verzet tegen Hem, maar «als een vergeten van Hem, onverschilligheid tegenover Hem, alsof God van geen enkel belang zou zijn bij hetgeen de mens in werk en gemeenschap onderneemt. Maar in beide gevallen wordt de relatie met God met geweld verbroken.»4

Wij zullen er altijd aan moeten denken, dat God op ieder ogenblik het voortdurende referentiepunt moet zijn van onze verlangens en plannen, en dat de neiging zich te laten leiden door hoogmoed, in het hart van elke man en vrouw aanwezig is tot op het laatste moment van hun leven. Deze hoogmoed zet ons ertoe aan om als God te zijn, ook al is het slechts binnen de beperkte grenzen van onze belangen, of om van Hem af te zien, alsof Hij niet onze Schepper en Heiland is van wie we in alles afhankelijk zijn. Zoals in het verhaal over de gebeurtenissen in Babel is een van de eerste gevolgen van de hoogmoed het uiteenvallen van de eenheid: in het eigen gezin, tussen broers en zussen, vrienden, collega's, buren...

Een hoogmoedig iemand neigt ertoe, zoals de bouwers van Babel, uitsluitend op eigen kracht te steunen; hij is niet in staat om verder te kijken dan zijn eigen bekwaamheden en successen; zodoende komt hij niet van de aarde af. Inderdaad, de hoogmoedige mens sluit God uit, alsof Hij van geen belang is. Hij vraagt Hem niet om hulp, Hij brengt Hem geen dank. Hij voelt ook geen behoefte om steun en advies te vragen in de geestelijke leiding, hoewel juist daarin God zo vaak verlichting en kracht aan de ziel geeft. Hij staat alleen en is zwak, ook al denkt hij zelf dat hij sterk is en tot grote dingen in staat. Tengevolge hiervan is hij onvoorzichtig en vermijdt hij niet de gelegenheden die de ziel in gevaar kunnen brengen. De apostel Jakobus wijst erop dat God de hovaardigen weerstaat, maar aan de nederigen genade geeft.5 Er is dikwijls gezegd dat hoogmoed de grootste vijand van de heiligheid is omdat zij de oorsprong is van vele zonden en zij de ziel berooft van ontelbare genaden en verdiensten.6 Zij is tegelijkertijd de grote vijand van vriendschap, vreugde, ware sterkte...

Laten wij nooit God buiten sluiten in onze plannen. «Hij is het fundament, en wij zijn het bouwwerk; Hij is de wijnstok en wij zijn de ranken [...]; Hij is het leven en wij leven door Hem [...]; Hij is het licht dat onze duisternis verdrijft.»7 Ons leven heeft zonder Christus geen zin; het kan geen ander fundament hebben. Alles zal uiteenvallen en vernietigd worden, als wij in onze werken niet tot Hem onze toevlucht nemen.

50.2 Nederigheid ligt ten grondslag aan elke deugd en vormt de steun voor het christelijk leven. Tegenover deze deugd staat hoogmoed en in haar kielzog het onvermijdelijke egoïsme. De egoïstische mens maakt zichzelf tot maatstaf van alle dingen, zozeer dat hij uiteindelijk de houding aanneemt die de heilige Augustinus aanduidt als de oorsprong van alle morele dwaling: «eigenliefde tot en met het verachten van God.»8 De egoïst kan niet liefhebben: hij probeert altijd te krijgen, want uiteindelijk heeft hij alleen zichzelf lief. Hij weet niet edelmoedig of dankbaar te zijn, en als hij iets geeft, dan doet hij dat met berekening van het voordeel dat het hem zou kunnen opleveren. Hij kan niet geven zonder iets ervoor terug te verwachten. In feite veracht de egoïst de ander.

Hoogmoed is inderdaad de wortel van egoïsme, dat een van de eerste uitingen daarvan is. In deze ondeugd ligt het begin van alle kwaad.9 Egoïsme (alles bezien met het oog op persoonlijk voordeel) en hoogmoed (de valse inschatting van de eigen bekwaamheden en het ongeordende verlangen in het centrum van de belangstelling te staan) zijn ondeugden die vaak in elkaar overgaan. uit deze twee ontspruiten alle zonden, want het begin van de zonde is de hoogmoed10 en het begin van de hoogmoed bestaat hierin, dat de mens God verlaat.11

Hoe vaak hebben wij in ons persoonlijk leven niet erva­ren hoe waar de lessen van de heilige Catharina van Siëna zijn: de ziel kan niet leven zonder lief te hebben, en als zij God niet liefheeft, bemint zij zichzelf op ongeordende wijze. Zo'n ongelukkige liefde «verduistert en belemmert de blik van het verstand, dat dan niet meer helder ziet en zich slechts in een vals licht beweegt. Het licht waarmee het verstand de dingen vooruitziet, is een bedrieglijke schijn van het goede, van het valse genoegen waartoe de liefde thans neigt... Daaruit haalt de ziel slechts ijdelheid en ongeduld.»12

Met Gods genade moeten we altijd waakzaam zijn en de ijdelheid in al haar verschillende uitingsvormen bestrij­den: ijdelheid en verwaandheid (die zich dikwijls heel duidelijk tonen in nutteloze gedachten, waarin men het middelpunt is, de held, degene die in elke situatie overwint), het verachten van anderen (in de vorm van spot, hoon, negatieve oordelen..., het steeds maar weer onderbreken van een gesprek, altijd de puntjes op de i willen zetten of het laatste woord willen hebben). De hoogmoedige mens is gewoonlijk ondankbaar en praat alleen maar over zichzelf, over zijn persoontje en zijn zaken, want dat is uiteindelijk het enige wat hem interesseert.

«We moeten de Heer vragen ons niet te laten bezwijken voor die verleiding. Hoogmoed is de ergste en belachelijkste van alle zonden. Als hij met zijn veelvoudige hallucinaties iemand in zijn gloeiende klauwen krijgt, ziet het slachtoffer van de aanval schijnwerelden, vult hij zich met leegte. Hij gedraagt zich als de kikker uit de fabel die zich potsierlijk zo opblaast, dat hij ervan barst. Hoogmoed is onaangenaam, ook vanuit menselijk standpunt gezien. Wie zich boven alles en iedereen verheven voelt, is voortdu­rend bezig met zichzelf en minacht de anderen die zich op hun beurt weer vrolijk maken om zijn ijdele dwaasheid.»13

Sta niet toe, Heer, dat ik in zo'n ongelukkige staat verval, waarin ik uw beminnelijke gelaat niet aanschouw noch de vele deugden en goede kwaliteiten van de mensen om mij heen zie.

50.3 Om het hoge bouwwerk van het christelijk leven op te richten dienen wij een groot verlangen te koesteren om dieper door te dringen in de deugd van nederigheid: door deze van de Heer af te smeken, door oprecht spijt te hebben wanneer wij vergissingen, dwalingen en zonden begaan en ons te oefenen in concrete daden van onthechting aan het eigen 'ik'... Nederigheid brengt ontelbare vruchten voort en is verbonden met alle andere deugden, maar heel bijzonder met vreugde, kracht, kuisheid, oprechtheid, een­voud, beminnelijkheid en grootmoedigheid; een nederig mens komt gemakkelijk tot vriendschap en zodoende ook tot apostolaat; zonder nederigheid kan men de naasten­liefde niet beoefenen.

Om nederiger te worden, moeten we erkennen dat we gebreken, dagelijkse zwakheden hebben die we maar niet kunnen overwinnen... Dikwijls, en wanneer we daarvoor in de gelegenheid zijn misschien met nog meer aandacht, kan ons bij ons gewetensonderzoek een van de volgende vragen helpen: «heb ik de Heer als boetedoening de smart aan te bieden die ik voel omdat ik Hem zo vaak heb beledigd? Heb ik Hem de schaamte aangeboden over mijn inner­lijk schaamrood en vernederingen, als ik aanschouw hoe weinig ik op de weg der deugden vooruit kom?»14 En dan de vernederingen van buitenaf, die we niet verwachten of die ons onrechtvaardig toeschijnen, dragen wij die omwille van Christus?15

Als we de sterke rots om op te bouwen zoeken -de ne­derigheid van de Heer-, dan zullen we elke dag talloze mogelijkheden daar tegenkomen: alleen over onszelf te spreken wanneer dit nodig is, en liever nog wat minder; dankbaar zijn voor de kleine gunsten van de mensen uit onze omgeving, in gedachten houdend dat we niets verdienen; God danken voor de talloze weldaden die we ont­vangen; het leven prettiger maken voor degenen die we in de loop van de dag ontmoeten; nutteloze gedachten van ijdelheid en verwaandheid van ons afwerpen; geen kans voorbij laten gaan om kleine diensten te verlenen thuis, op het werk, overal. We moeten ons laten helpen of om advies vragen. Als we eerlijk tegen onszelf zijn, vragen we of God ons helpt onze zonden en fouten niet te rechtvaar­digen, die dingen die ons vernederen en waarvoor we ande­ren soms om vergeving moeten vragen, eerlijk tegenover God en in de geestelijke leiding, waar wij Jezus eveneens ontmoeten...

Wanneer wij onze ogen op Christus richten, vinden wij ook de moed die nodig is om onze fouten en vergissingen toe te geven: misschien hadden we eerst meer gegevens moeten verzamelen, ons beter op de hoogte moeten stellen van de omstandigheden...

Laten we deze deugd leren door het leven van de heili­ge Maria te beschouwen. God heeft grote dingen aan haar gedaan. «Quia respexit humilitatem ancillae suae, want Hij zag de nederigheid van zijn dienstmaagd... -Ik raak er iedere dag meer van overtuigd dat de echte nederigheid de bovennatuurlijke basis is van alle deugden! -Spreek met Onze Lieve Vrouw, opdat zij ons oefent die weg te begaan.»16

-1. Gen 11,1-9. -2. Johannes Paulus ii, Reconciliatio et poenitentia, 13. -3. Gen 3,5. -4. Johannes Paulus ii, o.c., 14. -5. Jak 4,6. -6. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen. -7. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over de eerste brief aan de Korintiërs. 8. -8. H. Augustinus, De Stad Gods, 14,28. -9. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I-III, q177,a4,c. -10. Sir 10,12. -11. Sir 10,13. -12. H. Catharina van Siëna, Dialogi, 51. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 100. -14. Idem, De Smidse, 153. -15. Idem, De Weg, 594. -16. Idem, De Voor, 289.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012