Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

8 december. Hoogfeest

52. Onbevlekte Ontvangenis
van de heilige Maagd Maria

Dit feest werd op 8 december 1854 door Pius ix ingesteld ter gelegenheid van de afkondiging van het dogma. De dogmatische bepaling gaf een nadere verduidelijking van de betekenis van de geloofswaarheid en bevestigde op plechtige wijze het onophoudelijke geloof van de Kerk. Dit feest werd in het Oosten vanaf de achtste eeuw gevierd en sinds een eeuw daarna ook op vele plaatsen in het Westen.

-De Maagd in het mysterie van Christus. -Haar volheid van genade, verkregen op het ogenblik van haar Onbevlekte Ontvangenis. -Om de Maagd na te volgen moeten we met haar omgaan. Devoties.

52.1 Ik verheug mij uitbundig om Jahwe, ik jubel en juich om mijn God, want Hij heeft mij bekleed met gewaden van redding, mij gehuld in een mantel van heil, zoals een bruid zich met haar opschik tooit.1 Deze woorden legt de liturgie op dit hoogfeest Onze Lieve Vrouw in de mond, en zij drukken de vervulling van de oude profetie van Jesaja uit.

Al het schoons en mooie wat men van een schepsel kan zeggen, dat zingen wij vandaag onze hemelse Moeder toe. «Laat heden heel de schepping jubelen en de natuur van vreugde trillen. Laat de hemel in de hoogte zich verblijden en de wolken de gerechtigheid uitstrooien. Laat de bergen zoete honing druppelen en jubel de heuvels, want de Heer heeft zich over zijn volk erbarmd en ons een machtige Redder verwekt in het huis van zijn dienaar David, dat wil zeggen in deze alleronbevlektste en zuiverste Maagd, door wie het heil en de hoop tot de volkeren komt»2, zo jubelt een oude kerkvader.

De Heilige Drieëenheid bepaalde, omdat zij de mensheid wilde redden, de uitverkiezing van Maria tot Moeder van Gods mensgeworden Zoon. Meer nog: God wilde dat Maria door één, onlosmakelijke band niet slechts verbonden werd met de menselijke en aardse geboorte van het Woord, maar evenzo met heel het verlossingswerk dat Hij zou gaan volbrengen. In Gods heilsplan is Maria altijd verenigd met Jezus, volmaakt God en volmaakt mens, enige Middelaar en Redder van het menselijk geslacht. «Zij was van eeuwigheid samen met de menswording van het Woord van God door een raadsbesluit van de goddelijke Voorzienigheid tot Moeder van God voorbestemd.»3

Vanwege deze wonderbaarlijke en geheel uitzonderlijke uitverkiezing was Maria vanaf het eerste ogenblik van haar natuurlijk bestaan met haar Zoon verenigd in de verlossing van de mensheid. Zij is de vrouw van wie het boek Genesis ons spreekt in de eerste lezing van de heilige mis.4 Na de erfzonde te hebben begaan, sprak God tot de slang: Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Maria is de nieuwe Eva, uit wie een nieuw geslacht geboren zal worden: de Kerk. Vanwege deze uitverkiezing ontving de allerheiligste Maagd een volheid van genade die groter was dan die welke aan alle engelen en heiligen te zamen was verleend, zoals het toekwam aan de Moeder van de Heiland. Maria neemt een uitzonderlijke en unieke plaats in tussen God en de mensen. Zij bekleedt in de Kerk na Christus de hoogste plaats, een plaats die ook het dichtst bij ons is5; zij is het volmaakte voorbeeld van de Kerk6, toonbeeld van alle deugden7, tot wie wij dienen op te zien om te pogen betere mensen te worden. Haar heilzame en heiligende macht is zo groot, dat hoe meer haar devotie, door Christus' genade, verbreid wordt, zij des te meer gelovigen naar haar Zoon en naar de Vader toetrekt.8

Op haar, allerzuiverste, stralende, richten wij onze ogen, «als de Ster die ons leidt door de donkere hemel van de menselijke verwachtingen en onzekerheden, vooral op deze dag, wanneer boven de ondergrond van de Adventsliturgie dit jaarlijkse hoogfeest van uw Onbevlekte Ontvangenis straalt en wij u in het eeuwige goddelijke heilswerk aanschouwen als de open Deur, waardoor de Redder van de wereld zal komen.»9

52.2 Verheug u, begenadigde, de Heer is met u; gij zijt de gezegende onder de vrouwen.10

Door een geheel uitzonderlijke genade en met het oog op de verdiensten van Christus, bleef de heilige Maria gevrijwaard tegen iedere smet van de erfzonde, vanaf het eerste moment van haar ontvangenis. God «beminde haar met een liefde die zozeer de liefde tot ieder schepsel overtrof, dat Hij in haar met een uitzonderlijke welwillendheid behagen ging scheppen. Daarom heeft Hij haar overladen met de overvloed van al zijn hemelse gaven, die Hij uit de schat van zijn goddelijkheid had gehaald, hoog boven alle engelen en heiligen, zo wonderbaarlijk, dat zij, altijd volledig vrij van elke zondesmet, en volkomen schoon en volmaakt, zulk een volheid van onschuld en heiligheid tentoonspreidde, dat men op geen enkele manier een grotere na God kan bedenken en niemand zich buiten God, kan voorstellen.»11

Deze vrijwaring voor de zonde is bij Onze Lieve Vrouw in de eerste plaats een geheel uitzonderlijke en gekwalificeerde volheid van genade; de genade ging bij Maria -zo onderrichten de theologen- aan de natuur vooraf. In haar herkreeg alles weer zijn oorspronkelijke betekenis en de volmaakte eenheid zoals God die wilde. De gave waardoor zij bespaard bleef van elke smet, werd haar verleend bij wijze van vrijwaring voor iets wat men niet oploopt. Zij was vrij van elke werkelijke zonde, zij kende geen enkele onvolmaaktheid -noch morele, noch natuurlijke-, zij had geen ongeordende neigingen en zij kon evenmin echte innerlijke bekoringen ondergaan; zij had geen ongecontroleerde hartstochten; zij leed niet aan de gevolgen van de begeerte. Nooit was zij in ook maar iets aan de duivel onderworpen.

Ook Maria werd verlost en die verlossing werkte in haar, omdat zij alle genade ontving in het vooruitzicht van de verdiensten van Christus. God bereidde haar, die de Moeder van zijn Zoon zou worden, toe met heel zijn oneindige liefde. «Wat zouden wij gedaan hebben als wij onze moeder hadden kunnen kiezen? Ik denk dat wij de moeder hadden gekozen die wij hebben en haar daarbij met alle voortreffelijkheden hadden overladen. Dat is precies wat Christus heeft gedaan: omdat Hij almachtig is, alwetend, omdat Hij de liefde zelf is, heeft zijn macht alles verwezenlijkt wat Hij wilde.»12

Vanaf dit grote feest ontwaren wij reeds de nabijheid van Kerstmis. De Kerk heeft gewild, dat beide feesten kort na elkaar gevierd worden. «Zoals de eerste groene scheut de komst van de lente aankondigt in een verkilde, dood lijkende wereld, zo kondigt in een wereld die bezoedeld is door de zonde en in grote wanhoop verkeert, deze Ontvangenis zonder smet het herstel aan van de onschuld van de mens. Zoals de scheut ons de zekere belofte geeft dat uit haar de bloem zal ontspringen, zo geeft de Onbevlekte Ontvangenis ons de onfeilbare belofte van de maagdelijke geboorte [...]. Nog was het winter in heel de wereld die haar omringde, uitgezonderd in het vredige huisgezin waar de heilige Anna een kind het levenslicht schonk. De lente was reeds begonnen.»13 Het nieuwe Leven nam zijn aanvang in onze Moeder op hetzelfde ogenblik, waarop zij zonder enige smet en vol van genade werd ontvangen.

52.3 Tota pulchra es, Maria, gij zijt geheel schoon, Maria, in u is geen enkele smet van zonde.

De Onbevlekte Maagd zal altijd het ideaal zijn dat wij moeten navolgen. Zij is het toonbeeld van heiligheid in het gewone leven, in het dagelijkse, zonder aandacht te vragen, omdat zij in het verborgene voorbij weet te gaan. Om haar na te volgen moeten wij met haar omgaan. Gedurende deze dagen van de Noveen hebben wij gepoogd om met haar een stap voorwaarts te zetten. We kunnen haar niet meer in de steek laten; vooral omdat onze Moeder ons niet in de steek laat.

De profetie die de Maagd ooit gesproken had: Alle geslachten zullen mij zalig prijzen...14, die zijn wij thans aan het vervullen en die is door de eeuwen heen letterlijk vervuld: dichters, geleerden, handwerkslui, koningen en krijgslieden, mannen en vrouwen van rijpere leeftijd en kinderen die nog maar nauwelijks hebben leren praten; op het veld, in de stad, boven op een berg, in de fabrieken en op de wegen, in omstandigheden van smart en vreugde, op bovennatuurlijke ogenblikken (hoeveel miljoenen christenen zijn niet gestorven met de zoete naam van Maria op de lippen en in gedachten!), heeft men Onze Lieve Vrouw iedere dag aangeroepen en roept men haar nog steeds aan. Bij zovele en zo onderscheiden gelegenheden hebben duizenden stemmen, in de meest verscheiden talen, Gods Moeder lof toegezongen of haar in stilte gebeden om vol medelijden naar haar kinderen in nood om te zien. Een onmetelijk geroep stijgt vanuit deze bedroefde mensheid op naar de Moeder Gods. Een geroep dat Gods erbarming aantrekt. Ons gebed in die dagen van voorbereiding op het grote hoogfeest van vandaag heeft zich verenigd met even zovele stemmen die Onze Lieve Vrouw prijzen en smeken.

Ongetwijfeld is het de Heilige Geest geweest die in alle tijden geleerd heeft, dat men via Maria gemakkelijker tot het hart van de Heer komt. Daarom moeten we het voornemen maken om altijd vol vertrouwen met de Maagd om te gaan, deze wegverkorting te nemen -het pad waardoor men de weg afkort- om eerder bij Christus te komen: «bewaart zorgvuldig die tedere en vertrouwvolle liefde tot de Maagd -zo spoort de paus ons aan-. Laat die liefde nooit verkillen [...]. Weest trouw aan de oefeningen van vroomheid tot Maria, zoals de traditie van de Kerk deze bewaart: het gebed van de Engel des Heren, de Mariamaand en, heel in het bijzonder, de rozenkrans.»15

Maria, vol van genade en luister, zij die gezegend is onder de vrouwen, is ook onze Moeder. We kunnen Onze Lieve Vrouw een blijk van liefde betuigen door een beeltenis van haar in onze tas of zak te dragen; door op discrete wijze haar portretten te vermenigvuldigen in onze omgeving, onze kamers, in de auto, op kantoor of de werkplaats. Het moet ons heel natuurlijk voorkomen haar aan te roepen, ook al gebeurt dat zonder woorden.

Als wij ons voornemen ten uitvoer brengen om vanaf vandaag vaker onze toevlucht tot haar te nemen, dan zullen we in ons leven vaststellen, dat «Onze Lieve Vrouw rust is voor wie werken, troost voor wie wenen, geneesmiddel voor de zieken, haven voor wie door de storm geteisterd wordt, vergeving voor de zondaars, zoete verlichting van de bedroefden, hulp voor wie bidden.»16

-1. Introïtus, Jes 61,10. -2. H. Andreas van Kreta, Homilie I bij de Geboorte van de Allerheiligste Moeder van God. -3. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 61. -4. Gn 3,9-15;20. -5. Vgl. Vaticanum ii, Ibidem, 54. -6. Ibidem, 63. -7. Ibidem, 65. -8. Ibidem, 65. -9. Johannes Paulus ii, Toespraak 8-XII-1982. -10. Evangelie van de mis, Lc 1,28. -11. Pius ix, Bul Ineffabilis Deus, 8-XII-1854. -12. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 171. -13. R.A. Knox, Tiempos y fiestas del año litúrgico, bl. 298. -14. Vgl. Lc 2,48. -15. Johannes Paulus ii, Homilie 12-X-1980. -16. H. Johannes van Damascus, Homilie bij het Ontslapen van de heilige Maagd Maria.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 18 mei 2012