Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Twintigste zondag door het jaar (B)

47. Onderpand van eeuwig leven

-De communie is een voorsmaak van de hemel en een garantie voor het verwerven ervan. -Onderpand van de toekomstige verheerlijking van het lichaam. -De kennis van onze zwakheid moet ons ertoe brengen kracht te zoeken in de communie.

47.1 De eerste lezing van vandaag1 houdt de tijdloze uitnodiging in die God doet aan alle mensen: Komt en eet van mijn brood, drinkt van de wijn die Ik gemengd heb. Het gastmaal is een beeld dat vaak voorkomt in de Heilige Schrift. Het wordt gebruikt om de komst van de Messias aan te kondigen, vol goede dingen en zegeningen. Op bijzondere wijze is het gastmaal een voorteken van de heilige eucharistie, waarin Christus zich aan ons geeft als voedsel. De heilige Johannes spreekt ons van deze maaltijd wanneer hij die laatste woorden van Jezus in de synagoge van Kafarnaüm in herinnering roept: Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En dan voegt Hij eraan toe: Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank [...]. Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet zal in eeuwigheid leven.2

Als voedsel voor de ziel vergroot de heilige communie het bovennatuurlijke leven van degene die haar ontvangt. Tegelijkertijd en als consequentie ervan bouwt de heilige communie aan onze verdediging tegen wat niet van God komt, wat in strijd is met Christus. Ze helpt ons te strijden tegen onze neiging tot het kwade en sterkt ons tegen de zonde. Ze doet onze naastenliefde ontvlammen en geeft wroeging voor ons terugvallen in de zonde. Ze wist ook de effecten uit van de dagelijkse zonden die we gebiecht hebben en behoedt ons voor doodzonde.

Bovendien is de heilige eucharistie een 'onderpand' van het eeuwige leven en een voorsmaak van de hemel. Een 'onderpand' is «iets dat als bewijs dient dat men een afspraak zal nakomen.»3 In de heilige communie hebben wij een 'voorschot' op het komend leven en een enorme hulp bij het verwerven ervan.

Een oude eucharistische antifoon zegt: O heilig gastmaal waar wij Christus ontvangen [...], de ziel wordt vervuld van genade en ons een onderpand van de toekomstige heerlijkheid is gegeven. Het beeld van het gastmaal wordt vaak gebruikt in de Heilige Schrift om de vreugde en het geluk te beschrijven dat we vinden in de vereniging met God. De Heer zelf kondigde aan dat Hij niet meer zou drinken van de vrucht van de wijnstok tot op de dag waarop Ik het met u, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van mijn Vader.4 Hij verwijst naar nieuwe wijn5, omdat er nu geen behoefte zal zijn aan gewoon voedsel en drank. Nu zullen wij Christus voor altijd bezitten. In de heilige communie hebben we een voorsmaak en garantie van deze definitieve vereniging en zij «stelt ook alle leden van het Mystieke Lichaam van Christus tegenwoordig, boven de grenzen van afstand of van dit aardse leven zelf, want ruimte en tijd kunnen de Verheerlijkte Christus hier aanwezig niet bevatten.»6

Wat een geluk met Christus te kunnen zijn en enigszins binnen te kunnen gaan in de hemel terwijl we nog hier op aarde zijn! «Zorg, dat je geloof in de heilige eucharistie groeit en groeit. -Laat je overdonderen door die niet in woorden te vangen werkelijkheid: wij hebben God bij ons, wij kunnen Hem elke dag ontvangen en, als wij dat willen, intiem met Hem praten, zoals je met een vriend, zoals je met een broer, zoals je met je vader, zoals je praat met de Liefde.»7

47.2 Het Tweede Vaticaans Concilie beschrijft de heilige eucharistie als «sacrament van goedheid, teken van eenheid, band van liefde, paasmaaltijd, waarbij Christus genuttigd, het hart met genade vervuld en ons een onderpand van de toekomstige heerlijkheid wordt gegeven.»8 Deze eeuwige heerlijkheid is niet alleen voor de ziel, maar ook voor het lichaam, voor de hele persoon.9 De Heer verwees naar de hele persoon toen Hij beloofde dat wie zijn vlees zou eten, in Hem zou leven en nooit zou sterven maar met Hem zou verrijzen op de laatste dag.10 De eucharistie verkondigt de dood des Heren totdat Hij komt aan het einde der tijden11, wanneer ons aardse lichaam opgewekt en verenigd zal worden met onze ziel. Daarom zullen zij die de vreugde van de Heer binnengaan, dat doen in lichaam en ziel.

Jezus is het leven, niet alleen het eeuwige leven, maar ook het bovennatuurlijke leven van de genade voor de mensen die nog op aarde zijn. Als Jezus aankomt in Betanië om Lazarus van de dood op te wekken, zegt Hij tegen Marta: Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven.12 De Heer herhaalt in Betanië het onderricht dat Hij eerder in Kafarnaüm had gegeven, het onderricht dat we vinden in het evangelie van vandaag: hij die Hem ontvangt, zal niet sterven.

De kerkvaders noemen de communie «het geneesmiddel voor onsterfelijkheid, het tegengif tegen de dood, het middel om altijd in Jezus Christus te leven.»13 De heilige Ireneüs leert dat zoals de takken van de wijnstok op de grond vrucht dragen in het seizoen, de tarwekorrel in de aarde moet vallen en sterven alvorens zich te vermenigvuldigen, zo «mag door de wijsheid van God dit brood en deze wijn eucharistie worden, dat is het Lichaam en Bloed van Christus. Dezelfde cyclus heeft plaats met onze lichamen, die gevoed worden met de eucharistie en uiteindelijk in de aarde zullen worden gelegd om te ontbinden, om op de vastgestelde tijd opnieuw op te staan.»14 De eucharistie dient als het zaad voor de toekomstige verheerlijking van het lichaam, door het onaantastbaar te maken voor de eeuwigheid. De eucharistie zaait in de menselijke persoon het zaad van onsterfelijkheid, want het leven van genade duurt na de dood voort.

De heilige Gregorius van Nyssa legt uit dat de mens het voedsel van de dood met de erfzonde genuttigd heeft en daarom het medicijn moet nemen dat zal werken als een tegengif. Dit medicijn is niets anders als het Lichaam van Christus, «die de dood heeft overwonnen en de Bron van Leven is.»15

Als wij ooit neerslachtig zouden worden bij de gedachte aan de dood, moeten we ons vervullen van hoop in de wetenschap dat de dood een stap is op de weg naar het eeuwige leven. Onze ziel zal voortleven om later verenigd te worden met ons verheerlijkt lichaam. Het is als iemand die tijdens een ramp zijn huis verlaten heeft en getroost wordt door de gedachte dat hij op weg is naar een betere woning, een die hij nooit meer hoeft te verlaten. De heilige eucharistie is niet alleen een voorsmaak, het is een teken dat fungeert als een garantie van de belofte die de Heer ons gedaan heeft: Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.

47.3 Let dus nauwkeurig op hoe ge u gedraagt: als verstandige mensen, niet als dwazen. Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht, waarschuwt sint Paulus in de tweede lezing van vandaag.16 De tijd is kort. Er is heel weinig tijd die ons scheidt van ons definitieve leven met God, maar er zijn in deze tussentijd vele kansen dat wij die uiteindelijke vereniging met Hem niet zullen verwerven.

De Apostel moedigt ons aan onze tijd goed te gebruiken. Sterker nog, we moeten de tijd die we verloren hebben goedmaken. Volgens de heilige Augustinus is tijd goedmaken «tegenwoordige belangen opofferen ter wille van eeuwige belangen. Op deze wijze kopen we eeuwigheid tegen betaling van tijd.»17 We moeten voordeel halen uit alle omstandigheden en gebeurtenissen van ons leven om lof te brengen aan God, om onze liefde tot Hem te bevestigen, die uitgaat boven alles wat in deze voorbijgaande wereld gebeurt.

Door de heilige communie leert Christus ons te kijken naar het heden met gevoel voor eeuwigheid. Hij werpt licht op wat echt belangrijk is in elke situatie, in iedere gebeurtenis. Hij belicht de toekomst en geeft bovennatuurlijke waarde aan onze goede daden. Zijn licht wordt elke dag sterker en brengt ons naar een nieuw en eeuwig bestaan, waarvan de werkelijkheid zo sterk is dat de wereld als een schaduw wordt.18 In de heilige eucharistie vinden we de kracht die we nodig hebben om te ondernemen wat nog rest van de reis naar het huis van de Vader. De heilige eucharistie «is een eeuwig onderpand voor ons. Het verzekert ons van de hemel. Het is de bruidsschat die ons vanuit de hemel is toegezonden, als een belofte dat die eens onze rustplaats zal zijn. Meer nog, Jezus Christus zal onze lichamen laten herrijzen met grotere heerlijkheid, in zoverre wij Hem dikwijls en eerbiedig in de communie hebben ontvangen.»19

De kennis van onze zwakheid moet ons ertoe brengen kracht te zoeken in de communie. In dit sacrament «geeft Christus zelf onderdak aan de reiziger die uitgeput is door de moeilijkheden van de weg. Christus troost de mens met de warmte van zijn begrip en liefde. In de eucharistie is de vervulling van die zoete woorden: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken (Mt 11,28). Deze persoonlijke en diepe bijstand kunnen we vinden in het goddelijke Brood dat Christus ons aanbiedt op de eucharistische tafel. Dit is ons uiteindelijke doel als we de wegen van deze wereld bereizen.»20 Als wij trouw zijn, zullen wij eens met Hem de hemel binnengaan. Dan zal wat de garantie van een belofte geweest is, werkelijkheid worden: ons leven verenigd met het Leven voor alle eeuwigheid.

Ecce Panis angelorum, factus cibus viatorum, vere panis filiorum... aanschouw het brood van de engelen, gemaakt tot brood van de reizigers, waarlijk het brood van de zonen.21 Geef ons, Heer, de kracht om met menselijke en bovennatuurlijke waardigheid langs onze weg op deze aarde te reizen, met onze ogen standvastig gericht op ons doel.

-1. Spr 9,1-6. -2. Joh 6,51-58. -3. Vgl. Van Dale, Groot woordenboek hedendaags Nederlands, 'Onderpand'. -4. Mt 26,29. -5. Vgl. Jes 25,6. -6. C. Lubich, De eucharistie. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 268. -8. Vaticanum ii, Sacrosanctum Concilium, 47. -9. Vgl. M. Schmaus, Dogmatische theologie, vol. VI. -10. Vgl. Joh 6,54. -11. Vgl. 1 Kor 11,26. -12. Joh 11,25. -13. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Efeziërs, 20,20. -14. H. Ireneüs, Tegen ketterijen, 5,2,3. -15. Vgl. H. Gregorius van Nyssa, Catechetische verhandelingen, 37. -16. Ef 5,15-20. -17. H. Augustinus, Sermo 16, 2. -18. Vgl. 1 Kor 7,31. -19. H. Jean-Baptiste Marie Vianney, Preek over de heilige communie. -20. Johannes Paulus ii, Homilie, 9 juli 1980. -21. Romeins Missaal, Plechtigheid van het Allerheiligst Lichaam en Bloed van Christus, sequentie Lauda Sion.

Meditaties over de Heilige Eucharistie (7)

48. ONDERPAND VAN EEUWIG LEVEN

-Een voorproef van de hemel. -Delen in het Leven dat geen einde kent. -Maria en de eucharistie.

48.1 Iesu, quem velatum nunc aspicio... Jezus, die ik nu nog onder sluiers zie, ik bid U dat geschieden zal, waarnaar ik zo verlang: dat ik, U ontwarend met onthuld gelaat, zalig word door het aanschouwen van uw heerlijkheid. Amen.1

Door Gods goedertierenheid zullen wij Jezus ooit van aangezicht tot aangezicht aanschouwen, zonder sluiers, in zijn verheerlijkt Lichaam, met de tekenen van de nagels, met zijn beminnelijke blik, met zijn gulle houding als van altijd. Wij zullen Hem aanstonds onderscheiden en Hij zal ons herkennen en ons tegemoet treden, na zo lange tijd van wachten. Thans zien wij Hem verhuld, verborgen voor de zintuigen. Wij ontmoeten Hem dagelijks in duizend en één situaties: op het werk, in de kleine diensten die wij verlenen aan hen die bij ons zijn, in allen die met ons dezelfde lasten en dezelfde vreugden delen... Maar wij vinden Hem vooral in de heilige eucharistie. Daar verwacht Hij ons en geeft Hij zich volledig aan ons in de communie, die reeds een voorschot is op de heerlijkheid van de hemel. Wanneer wij Hem aanbidden, nemen wij deel aan de liturgie die gevierd wordt in het hemelse Jeruzalem, waarnaar wij als pelgrims onderweg zijn en waar Christus gezeten is aan de rechterhand van God de Vader. Hier op aarde verenigen wij ons reeds met het koor der engelen die Hem onophoudelijk in de hemel loven, want dit sacrament «bundelt tijd en eeuwigheid.»2

De heilige eucharistie is reeds een voorschot en garantie van de liefde die ons te wachten staat; in haar «wordt ons een onderpand van de toekomstige heerlijkheid gegeven.»3 Zij schenkt ons kracht en vertroosting, zij houdt onze herinnering aan Jezus levend, zij is het 'viaticum', het noodzakelijke 'voedsel voor onderweg', een weg die soms zwaar kan vallen. «Als de Kerk in de eucharistieviering de dood van de Heer verkondigt, dan verkondigt zij tevens zijn komst. Een aankondiging die gericht is tot de wereld en haar eigen kinderen, dat wil zeggen, tot zichzelf.»4 Zij herinnert ons eraan, dat ons lichaam, wanneer het dit sacrament ontvangt, «niet meer aan bederf onderhevig is, maar de hoop bezit op de verrijzenis voor altijd.»5 De Heer openbaarde dit duidelijk in de synagoge van Kafarnaüm: Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.6

Jezus die wij nu nog verhuld zien -Iesu quem velatum nunc aspicio...- heeft niet willen wachten op de uitein­delijke ontmoeting, die zal plaats vinden na de tijd van ploeteren hier op aarde, om zich innig met ons te vereni­gen. Nu reeds laat Hij ons in het allerheiligst Sacrament een glimp opvangen van hetgeen wij in de hemel zullen bezitten. In het tabernakel, verborgen voor de zintuigen maar niet voor het geloof, wacht Hij op ons op elk ogen­blik waarop wij Hem willen bezoeken. «Hij bevindt zich daar als achter een muur en Hij ziet van daaruit op ons neer als door tralies heen (Hoogl 2,9). Ook wanneer wij Hem niet zien, kijkt Hij van daaruit naar ons en Hij is daar werkelijk tegenwoordig, opdat wij Hem kunnen bezitten, ook al verbergt Hij zich, opdat wij naar Hem verlangen. En zolang wij nog niet in het hemels vaderland zijn aangekomen, wil Jezus zich op deze wijze volledig aan ons geven en zo verenigd met ons leven.»7

48.2 De Heer onderricht ons herhaaldelijk in het evan­gelie, dat vele dingen die wij als werkelijk en definitief beschouwen niet meer dan beelden en copieën zijn van die welke in de hemel op ons wachten. Christus is de ware werkelijkheid en de hemel is het authentieke en definitieve leven; het eeuwige geluk, dat werkelijk inhoud heeft, in de schaduw waarvan het geluk van dit leven slechts een boze droom is. Als de Heer ons zegt: Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven8, dan spreekt Hij ons van het Voedsel bij uitstek en van het Leven dat nooit eindigt en dat de volheid van het bestaan is.

Om van ganser harte onze dank te betonen voor het onmetelijk grote geschenk van Jezus, tegenwoordig in de heilige eucharistie, moeten we bedenken dat dit ons reeds wordt gegeven als eeuwig leven, als voorschot op het leven dat wij ooit voor altijd zullen bezitten in eeuwigheid; tegenover zo'n overweging «is heel het geschreeuw en gedruis op straat, zijn alle grote fabrieken die onze landschappen beheersen -zo schrijft R. Knox- slechts echo's en schaduwen, als we deze een ogenblik lang overdenken in het licht van de eeuwigheid; de werkelijkheid ligt hier, op het altaar, juist in dat deel dat onze ogen niet kunnen zien en onze zintuigen niet kunnen gewaar­worden. Het grafschrift op de tombe van kardinaal Newman zou op het graf van iedere katholieke moeten staan -verzekert deze Engelse schrijver-: 'Ex umbris et imaginibus in veritatem', van de schaduw en uiterlijke schijn naar de waarheid. Wanneer de dood ons naar het hiernamaals voert, zal het resultaat niet dat van iemand zijn die inslaapt en droomt, maar dat van iemand die uit een droom ontwaakt tot het volle daglicht. In deze wereld worden wij zozeer omgeven door de zintuiglijke dingen, dat wij deze voor de absolute waarheid houden. Maar soms krijgen we een vonkje dat dit verkeerde perspectief verbetert. En vooral wanneer wij het gekroonde allerheiligste Sacrament zien, moeten we naar die witte schijf die in de monstrans schittert kijken als ware het een raam waardoor, een moment lang, het licht van de andere wereld tot hier komt»9, de wereld die alle volheid bevat.

Wanneer wij de heilige hostie op het altaar of in de monstrans aanschouwen, dan zien wij Christus zelf, die ons bemoedigt en aanspoort op aarde te leven met de blik gericht op de hemel, op Hemzelf, die wij verheerlijkt zullen zien en omringd door engelen en heiligen. Hier op aarde neemt Christus in eigen persoon de mens op, afgetakeld door de ruwheid van de weg, en Hij versterkt hem met de warmte van zijn begrip en zijn liefde. In de eucharistie komen tot volle uitwerking de allerzoetste woorden: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.10 Deze persoonlijke en diepe verlichting, het enige ware geneesmiddel tegen al onze vermoeienissen op de wegen van de wereld, kunnen wij -minstens als deelname en voorproef- ontmoeten in dat goddelijk Brood dat Christus ons aan de eucharistische tafel aanbiedt.11 Laten wij Hem altijd naar behoren ontvangen.

48.3 Dicht bij Jezus treffen wij altijd Onze Lieve Vrouw aan: in de hemel en hier op aarde, in de heilige eucharistie. In de Handelingen van de Apostelen wordt ons onderricht, dat Maria na de hemelvaart van Jezus bij de apostelen is, met hen verenigd -aldus reeds haar taak van Moeder van de Kerk vervullend- in het gebed en in het breken van het brood12, «te midden van de gelovigen het Lichaam, het Bloed, de ziel en de godheid van haar eigen Zoon communicerend [...]. Maria herkende in de Christus van de heilige mis en van de eucharistische communies de Christus van alle heilsmysteries. Welke menselijke blik zou de diepte van de innigheid durven meten, waarin de ziel van de Moeder en van de Zoon elkaar weer ontmoetten in de eucharistie?»13 Hoe zou de communie van Onze Lieve Vrouw geweest zijn, terwijl zij hier op aarde verbleef?

Na haar hemelvaart aanschouwt Maria opnieuw, van aangezicht tot aangezicht, de verheerlijkte Jezus; zij is innig met Hem verenigd en in Hem kent zij heel het heils­plan, in het midden waarvan de menswording en haar goddelijk moederschap staan. Rondom Hem, in de hemel en op aarde, loven Hem onophoudelijk de engelen en heili­gen. Méér dan allen tezamen bemint en aanbidt Maria haar Zoon, werkelijk tegenwoordig in de hemel en in de eucharistie, en zij leert ons, dat wij in ons dezelfde gevoe­lens moeten koesteren die zij in Nazaret, in Betlehem, op Calvarië, in de zaal van het Laatste Avondmaal koesterde; zij moedigt ons aan met Hem om te gaan met de liefde waarmee zij haar Zoon in de hemel en in het Sacrament des altaars aanbidt.14 Bij het aanschouwen van deze onmetelijke godsvrucht van Onze Lieve Vrouw, mogen wij herhalen: Ik wil U, Heer, ontvangen met die zuiverheid, nederigheid en devotie waarmee Uw allerheiligste Moeder U heeft ontvangen...

De heilige Maagd, altijd in de nabijheid van haar Zoon, moedigt ons aan en leert ons Hem te ontvangen, Hem te bezoeken, Hem te beschouwen als het middelpunt van onze dag, tot wie wij vaak onze gedachten richten, tot wie wij onze toevlucht nemen in onze noden. In de hemel, heel dicht bij Jezus, zullen wij Maria zien, en bij haar onze vader en heer de heilige Jozef. De heerlijkheid van de hemel zal in zekere zin de voortzetting zijn van de omgang die wij hier op aarde met hen hebben.

«De auteurs uit de Middeleeuwen hebben Maria dikwijls vergeleken met het bijbels Schip dat van verre het Brood aanvoert. Dat is werkelijk zo. Maria is degene die ons het eucharistisch brood brengt; zij is middelares; zij is de Moeder van het goddelijke leven dat Hij aan de zielen schenkt. In het licht van het geestelijk moederschap van Maria is het ons bovenal welgevallig de betrekkingen tussen Maria en de eucharistie te overdenken; als moeder zegt zij tot ons: komt, eet het Brood dat ik voor u bereid heb, eet er voldoende van, want het zal u het eeuwige leven geven.»15

Het is de moederlijke uitnodiging die zij tot ons richt in deze dagen waarin we nog het feest van Sacramentsdag in gedachten houden, dat we onlangs hebben gevierd; in deze dagen, maar ook voor altijd.

-1. Hymne Adoro te devote [Ned. vert. vgl. Laus Deo, bl. 104]-2. Paulus vi, Apost. brief aan Kardinaal Lercaro, 16-VIII-1968. -3. Vaticanum ii, Const. Sacrosanctum Concilium, 47. -4. M. Schmaus, Katholische Dogmatik. -5. H. Ireneüs, Contra haeresias, 1,4,18. -6. Joh 6,54. -7. H. Alfonsus Maria van Liguori, Práctica del amor a Jesucristo, 2. -8. Joh 6,58. -9. R.A. Knox, Pastoral Sermons, 23. -10. Mt 11,28. -11. Vgl. Johannes Paulus ii, Homilie 9-VII-1980. -12. Hnd 2,42. -13. M.M. Philipon, Les sacrements dans la vie chrétienne. -14. Vgl. R.M. Spiazzi, María en el misterio cristiano, bl. 202. -15. Ibidem, bl. 203-204.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012