De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eerste week. Vrijdag

6. ONS GELOOF VERMEERDEREN

-De noodzaak van het geloof. Om geloof vragen. -Het geloof, de grootste schat die we hebben. Het geloof bewaren. Het geloof overdragen. -Het geloof van Maria.

6.1 Op die dag horen de doven wat uit een boek wordt voorgelezen, en zien de blinden, want hun ogen zijn bevrijd van duisternis en donker. De armen vinden hun vreugde weer in Jahwe, de misdeelden in het land juichen om de Heilige van Israël.1 De nieuwe tijd, het tijdperk van de Messias, is door de profeten vol blijdschap en met wonderen aangekondigd. De Verlosser vraagt maar één ding: geloof. Zonder die deugd zal het koninkrijk van God zich niet tot ons uitstrekken.

Het evangelie van de mis2 laat ons twee blinden zien die Christus volgen. Zij vragen Hem met luide stem om genezing. Heb medelijden met ons, Zoon van David, zeggen zij. De Heer vraagt hun: Gelooft gij dat Ik de macht bezit dit te doen? Als zij daarop ja antwoorden, zendt Hij hen genezen heen met de woorden: U geschiede naar uw geloof.3 Een andere blinde, in Jericho, geeft Hij ook het gezicht terug. En Hij zegt hem: Ga, uw geloof heeft u genezen. Terstond kon hij zien en hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht.4 Tot de vader van een gestorven meisje zegt Hij: Wees niet bang, maar heb geloof, dan zal zij gered worden.5 Een paar ogenblikken daarvoor had Hij een vrouw genezen die lange tijd ziek was geweest. Zij had van haar geloof doen blijken door alleen maar de zoom van zijn kleed aan te raken. En Hij had tot haar gezegd: Dochter, uw geloof heeft u genezen; ga in vrede.6 Tot de Kananese vrouw zei Hij: Vrouw, ge hebt een groot geloof. En vervolgens: Uw verlangen wordt ingewilligd.7 Voor de gelovige bestaan er geen hinderpalen. Alles kan voor wie gelooft8, zegt Hij tot de vader van de jongen die door een stomme geest bezeten was.

De apostelen uiten zich in alle oprechtheid tegenover de Heer. Zij weten dat hun geloof in veel gevallen in verhou­ding tot wat zij zien en horen onvoldoende is. Op een dag vragen zij Jezus: Geef ons meer geloof. De Heer antwoordt hun: Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen.9 Ook wij zijn zoals de apostelen: wij hebben te weinig geloof met betrekking tot het gebrek aan middelen, moeilijkheden in het apostolaat, tegenslagen die we met moeite vanuit een bovennatuurlijk standpunt interpreteren.

Als we leven met onze blik gericht op God, hebben we niets te vrezen: «een geloof dat sterk is, verdedigt het hele huis»10, verdedigt ons hele leven. Met een sterk geloof kunnen we de vruchten verwerven die onze geringe krachten te boven gaan. We zullen deze niet voor onmogelijk houden. «Christus stelt als voorwaarde, dat we uit het geloof leven: dan zullen we bergen kunnen verzetten. Er moet nog zoveel verzet worden- in deze wereld en allereerst in ons hart.»11 Laten we de apostelen navolgen en dat met een nederig hart, we kennen immers onze geringe krachten en onze lafheden, en laten wij de Heer vragen medelijden met ons te hebben. «Heer, vermeerder mijn geloof», zeggen we in ons gebed. Heilige Maria, vraag uw Zoon dat Hij ons bij heel veel gelegenheden aarzelend en zwak geloof mag vermeerderen. Met die overtuiging zien wij uit naar Kerstmis. En met de Kerk bidden we daarom: God, Gij weet hoe uw volk met geloof uitziet naar het feest van Christus' geboorte. Wij bidden U: laat ons de vreugde van dit heilsmysterie beleven en dit feest steeds weer met blijdschap vieren.12

6.2 Het geloof is de grootste schat die we hebben en daarom moeten we alles in het werk stellen om het te bewaren en te doen toenemen. Het spreekt ook voor zich, dat we het geloof zullen beschermen tegen alles wat het schade kan berokkenen: Literatuur -met name in tijden waarin dwalingen wijd verbreid zijn-, voorstellingen die het hart bezoedelen, de prikkels van de consumptiemaatschappij, televisieprogramma's die deze gekregen schat kunnen schaden. Wend alle middelen aan voor een adequate vorming: deze moet solider zijn, naarmate onze omgeving en de situaties waarin ons dagelijks leven zich afspeelt moeilijker zijn. Zorg ervoor het Credo, als dat op zon- en feestdagen gebeden wordt, met aandacht mee te bidden en er een echte geloofsbelijdenis van te maken.

In een tijd van verwarring op leerstellig gebied dient men er met bijzondere zorg voor te waken niet te wijken waar het de geloofsinhoud betreft, al zou het om het kleinste onderdeel gaan. «Als men toegeeft op een of ander punt van het katholieke dogma, zal het onvermijdbaar zijn ook op een ander punt toe te geven, en ten slotte op veel. Totdat het aantal afwijkingen zo groot wordt, dat deze gewoon en geoorloofd worden. En als de hand zich eenmaal verstout heeft het dogma stukje bij beetje te verwerpen, wat kan er dan verder nog gebeuren dan dat het dogma in zijn geheel wordt afgewezen?»13 Als wij het geloof bewaren en het in ons gewone leven laten weerspiegelen, zullen we het weten over te dragen aan de anderen. Wij zullen aan de wereld hetzelfde getuigenis geven dat de eerste christenen gaven: sterk als een rots waren zij tegenover onvoorstelbare moeilijkheden. Veel van onze vrienden zullen, als zij bemerken dat ons gedrag in overeenstemming is met het geloof dat wij belijden, zich door dit kalme en stevige getuigenis gedreven voelen de Heer dichter te naderen.

Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is.14 Wat een geweldige belofte, wat een aansporing tot een leven van apostolaat! Het erkennen van de Heer tegenover de mensen wil zeggen levende getuigen zijn van zijn leven en zijn woord. Wij willen onze dagelijkse taken vervullen volgens de leer van Jezus Christus. Wij zullen dus bereid dienen te zijn ons geloof te laten uitstralen in alle verplichtingen tegenover gezin en beroep. Laten we bij het werk, onder collega's, onder vrienden, denken: kan men aan ons zien, dat ons gedrag in overeenstemming is met ons geloof? Ontbreekt ons de durf tegenover onze vrienden over God te spreken? Hebben we te veel last van menselijk opzicht? Dragen wij zorg voor het geloof van de mensen die de Heer op de een of andere wijze aan onze zorgen heeft toevertrouwd?

Gevolgen van een sterk geloof zijn optimisme en de zekerheid dat de zaken vooruit zullen gaan. De macht van God is met ons en zal elke vrees verdrijven. Hij die ons de roeping tot heiligheid gegeven heeft en ons een goddelijke opdracht verschaft heeft, zal ons ook de genade geven die te vervullen.

6.3 Elk moment moeten we ons richten op Onze Lieve Vrouw die haar hele leven gedreven door het geloof geleefd heeft, maar in het bijzonder in deze adventstijd, een tijd van afwachten, een tijd van zekere hoop totdat de Messias uit haar maagdelijke schoot geboren zal worden. Zalig gij die geloofd hebt15, zegt haar nicht Elisabeth. Vertrouwen en blijmoedige kalmte van de heilige Maagd als zij zich haar roeping bewust wordt. Zij is de moeder van God! Zij is dat ene schepsel waarvan de heilige boeken vanaf het allereerste begin van Genesis gesproken hebben. Zij is het die de kop van de vijand van God en de mensen zal vermorzelen.16 Zij is het schepsel dat zo vaak door de profeten voorspeld is.17 Jahwe heeft welwillend neergezien op de nederigheid, de eenvoud van zijn dienstmaagd.18

De vertrouwvolle kalmte van de heilige Maagd zien wij in het stilzwijgen dat zij tegenover de heilige Jozef in acht moet nemen. Maria hield van Jozef en zag hem lijden.19 Zij vertrouwde op God. Het is mogelijk dat wij bij het volgen van onze eigen roeping en bij ons handelen om de wil van God te vervullen, bang zijn, geliefde personen te doen lijden. Bedenk dan: Hij zorgt dat alles zich ten goede keert. «God weet meer»20, zijn blik reikt verder. Het vervullen van de wil van God, wat altijd geloof veronderstelt, is het grootste goed voor ons en voor de mensen met wie wij gewoonlijk omgaan.

Het geloof van de heilige Maagd in de moeilijke ogen­blikken die aan de geboorte van Jezus voorafgaan. De hei­lige Jozef klopte in die heilige nacht aan heel wat deuren en poorten. De heilige Maagd hoorde zoveel weigeringen. Geloof bij de overhaaste vlucht naar Egypte. God, die naar een vreemd land moet vluchten! Het vertrouwen van Maria dertig jaar lang gedurende elke dag van Jezus verborgen leven in Nazareth, zonder wondertekenen van het Godzijn van haar Zoon, alleen eerlijk en gewoon werk.

Het geloof van Maria op Calvarië. «Zo is ook de heilige Maagd op de pelgrimstocht van het geloof voortgegaan en de vereniging met haar Zoon heeft zij standvastig volgehouden tot onder het kruis. Daar stond zij niet zonder Gods beschikking, daar heeft zij smartelijk met haar Eniggeborene meegeleden en zich met haar moederhart bij zijn offer aangesloten, liefdevol toestemmend in de slachting van het Offerlam dat uit haar was geboren.»21

Maria leeft met haar blik op God. Al haar vertrouwen heeft zij gesteld op de Allerhoogste en zij heeft zich volledig aan Hem overgeleverd. Dat vraagt zij ook voor ons: dat wij zullen leven met een onwankelbaar vertrouwen in Christus. En zij vraagt het, omdat het haar verlangen is ons te midden van stormen in alle rust te zien en omdat wij rust en kalmte moeten verschaffen aan de mensen om ons heen. Meer dan al het andere wil zij ons op een dag in de hemel zien, naast haar Zoon.

Met de liturgie van de Mis bidden we: God, Gij hebt de luister van uw heerlijkheid aan de wereld willen openbaren door de geboorte van uw Zoon uit de heilige Maagd. Wij vragen U dat wij het verheven mysterie van zijn menswording met oprecht geloof belijden en steeds met eerbied vieren.22

-1. Eerste lezing van de Mis, Jes 29,17-24. -2. Mt 9,27-31. -3. Mt 9,29. -4. Mc 10,52. -5. Lc 8,50. -6. Lc 8,48. -7. Mt 15,28. -8. Mc 9,23. -9. Lc 17,5-6. -10. H. Ambrosius, Commentaar op Psalm 18, 12,13. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 203. -12. Gebed van de Mis van de derde zondag van de advent. -13. H. Vincentius van Lerin, Commonitorium, n. 23. -14. Mt 10,32. -15. Lc 1,45. -16. Vgl. Gn 3,15. -17. Vgl. Jes 7,14 en Mi 5,2. -18. Vgl. Lc 1,48. -19. Vgl. Mt 1,18-19. -20. A. del Portillo, in het «Ten geleide» bij Vrienden van God. -21. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 58. -22. Gebed van de Mis van 19 december.



Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009