Eerste week.
Vrijdag
6. ONS GELOOF VERMEERDEREN
-De noodzaak van het geloof. Om geloof vragen. -Het
geloof, de grootste schat die we hebben. Het geloof bewaren. Het geloof
overdragen. -Het geloof van Maria.
6.1 Op
die dag horen de doven wat uit een boek wordt voorgelezen, en zien de blinden,
want hun ogen zijn bevrijd van duisternis en donker. De armen vinden hun
vreugde weer in Jahwe, de misdeelden in het land juichen om de Heilige van
Israël.1 De nieuwe tijd, het
tijdperk van de Messias, is door de profeten vol blijdschap en met wonderen
aangekondigd. De Verlosser vraagt maar één ding: geloof. Zonder die deugd zal
het koninkrijk van God zich niet tot ons uitstrekken.
Het evangelie van de mis2 laat
ons twee blinden zien die Christus volgen. Zij vragen Hem met luide stem
om genezing. Heb medelijden met ons, Zoon van David, zeggen zij. De Heer
vraagt hun: Gelooft gij dat Ik de macht bezit dit te doen? Als zij
daarop ja antwoorden, zendt Hij hen genezen heen met de woorden: U geschiede
naar uw geloof.3 Een
andere blinde, in Jericho, geeft Hij ook het gezicht terug. En Hij zegt hem: Ga,
uw geloof heeft u genezen. Terstond kon hij zien en hij sloot zich bij Hem aan
op zijn tocht.4 Tot
de vader van een gestorven meisje zegt Hij: Wees niet bang, maar heb geloof,
dan zal zij gered worden.5 Een paar ogenblikken daarvoor had Hij een vrouw genezen
die lange tijd ziek was geweest. Zij had van haar geloof doen blijken door
alleen maar de zoom van zijn kleed aan te raken.
En Hij had tot haar gezegd: Dochter, uw geloof heeft u genezen; ga in vrede.6 Tot de Kananese vrouw zei Hij: Vrouw,
ge hebt een groot geloof. En vervolgens: Uw verlangen wordt ingewilligd.7 Voor de gelovige
bestaan er geen hinderpalen. Alles kan voor wie gelooft8, zegt Hij tot de
vader van de jongen die door een stomme geest bezeten was.
De apostelen uiten zich in
alle oprechtheid tegenover de Heer. Zij weten dat hun geloof in veel gevallen
in verhouding tot wat zij zien en horen onvoldoende is. Op een dag vragen zij
Jezus: Geef ons meer geloof. De Heer antwoordt hun: Als ge een geloof
had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels
los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen.9 Ook wij zijn
zoals de apostelen: wij hebben te weinig geloof met betrekking tot het gebrek
aan middelen, moeilijkheden in het apostolaat, tegenslagen die we met moeite vanuit
een bovennatuurlijk standpunt interpreteren.
Als we leven met onze blik
gericht op God, hebben we niets te vrezen: «een geloof dat sterk is, verdedigt
het hele huis»10,
verdedigt ons hele leven. Met een sterk geloof kunnen we de vruchten verwerven
die onze geringe krachten te boven gaan. We zullen deze niet voor onmogelijk
houden. «Christus stelt als voorwaarde, dat we uit het geloof leven: dan zullen
we bergen kunnen verzetten. Er moet nog zoveel verzet worden- in deze wereld en
allereerst in ons hart.»11 Laten we de apostelen navolgen en dat met een nederig
hart, we kennen immers onze geringe krachten en onze lafheden, en laten wij de
Heer vragen medelijden met ons te hebben. «Heer, vermeerder mijn geloof»,
zeggen we in ons gebed. Heilige Maria, vraag uw Zoon dat Hij ons bij heel veel
gelegenheden aarzelend en zwak geloof mag vermeerderen. Met die overtuiging
zien wij uit naar Kerstmis. En met de Kerk bidden we daarom: God, Gij weet
hoe uw volk met geloof uitziet naar het feest van Christus' geboorte. Wij
bidden U: laat ons de vreugde van dit heilsmysterie beleven en dit feest steeds
weer met blijdschap vieren.12
6.2 Het
geloof is de grootste schat die we hebben en daarom moeten we alles in het werk
stellen om het te bewaren en te doen toenemen. Het spreekt ook voor zich, dat
we het geloof zullen beschermen tegen alles wat het schade kan berokkenen:
Literatuur -met name in tijden waarin dwalingen wijd verbreid zijn-,
voorstellingen die het hart bezoedelen, de prikkels van de
consumptiemaatschappij, televisieprogramma's die deze gekregen schat kunnen
schaden. Wend alle middelen aan voor een adequate vorming: deze moet solider
zijn, naarmate onze omgeving en de situaties waarin ons dagelijks leven zich
afspeelt moeilijker zijn. Zorg ervoor het Credo, als dat op zon- en
feestdagen gebeden wordt, met aandacht mee te bidden en er een echte
geloofsbelijdenis van te maken.
In een tijd van verwarring
op leerstellig gebied dient men er met bijzondere zorg voor te waken niet te
wijken waar het de geloofsinhoud betreft, al zou het om het kleinste onderdeel
gaan. «Als men toegeeft op een of ander punt van het katholieke dogma, zal het
onvermijdbaar zijn ook op een ander punt toe te geven, en ten slotte op veel.
Totdat het aantal afwijkingen zo groot wordt, dat deze gewoon en geoorloofd
worden. En als de hand zich eenmaal verstout heeft het dogma stukje bij beetje
te verwerpen, wat kan er dan verder nog gebeuren dan dat het dogma in zijn
geheel wordt afgewezen?»13 Als wij het geloof bewaren en het in ons gewone leven laten
weerspiegelen, zullen we het weten over te dragen aan de anderen. Wij zullen
aan de wereld hetzelfde getuigenis geven dat de eerste christenen gaven: sterk
als een rots waren zij tegenover onvoorstelbare moeilijkheden. Veel van onze
vrienden zullen, als zij bemerken dat ons gedrag in overeenstemming is met het
geloof dat wij belijden, zich door dit kalme en stevige getuigenis gedreven
voelen de Heer dichter te naderen.
Ieder die Mij bij de
mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de
hemel is.14 Wat
een geweldige belofte, wat een aansporing tot een leven van apostolaat! Het
erkennen van de Heer tegenover de mensen wil zeggen levende getuigen zijn van
zijn leven en zijn woord. Wij willen onze dagelijkse taken vervullen volgens de
leer van Jezus Christus. Wij zullen dus bereid dienen te zijn ons geloof te
laten uitstralen in alle verplichtingen tegenover gezin en beroep. Laten we bij
het werk, onder collega's, onder vrienden, denken: kan men aan ons zien, dat
ons gedrag in overeenstemming is met ons geloof? Ontbreekt ons de durf
tegenover onze vrienden over God te spreken? Hebben we te veel last van
menselijk opzicht? Dragen wij zorg voor het geloof van de mensen die de Heer op
de een of andere wijze aan onze zorgen heeft toevertrouwd?
Gevolgen van een sterk
geloof zijn optimisme en de zekerheid dat de zaken vooruit zullen gaan. De
macht van God is met ons en zal elke vrees verdrijven. Hij die ons de roeping
tot heiligheid gegeven heeft en ons een goddelijke opdracht verschaft heeft,
zal ons ook de genade geven die te vervullen.
6.3 Elk
moment moeten we ons richten op Onze Lieve Vrouw die haar hele leven gedreven
door het geloof geleefd heeft, maar in het bijzonder in deze adventstijd, een
tijd van afwachten, een tijd van zekere hoop totdat de Messias uit haar
maagdelijke schoot geboren zal worden. Zalig gij die geloofd hebt15, zegt haar nicht Elisabeth. Vertrouwen en blijmoedige
kalmte van de heilige Maagd als zij zich haar roeping bewust wordt. Zij is de
moeder van God! Zij is dat ene schepsel waarvan de heilige boeken vanaf het
allereerste begin van Genesis gesproken hebben. Zij is het die de kop
van de vijand van God en de mensen zal vermorzelen.16 Zij is het schepsel dat zo vaak door de profeten
voorspeld is.17 Jahwe heeft welwillend
neergezien op de nederigheid, de eenvoud van zijn dienstmaagd.18
De vertrouwvolle kalmte
van de heilige Maagd zien wij in het stilzwijgen dat zij tegenover de heilige
Jozef in acht moet nemen. Maria hield van Jozef en zag hem lijden.19 Zij vertrouwde
op God. Het is mogelijk dat wij bij het volgen van onze eigen roeping en bij
ons handelen om de wil van God te vervullen, bang zijn, geliefde personen te
doen lijden. Bedenk dan: Hij zorgt dat alles zich ten goede keert. «God weet
meer»20, zijn
blik reikt verder. Het vervullen van de wil van God, wat altijd geloof
veronderstelt, is het grootste goed voor ons en voor de mensen met wie wij
gewoonlijk omgaan.
Het geloof van de heilige
Maagd in de moeilijke ogenblikken die aan de geboorte van Jezus voorafgaan. De
heilige Jozef klopte in die heilige nacht aan heel wat deuren en poorten. De
heilige Maagd hoorde zoveel weigeringen. Geloof bij de overhaaste vlucht naar
Egypte. God, die naar een vreemd land moet vluchten! Het vertrouwen van Maria
dertig jaar lang gedurende elke dag van Jezus verborgen leven in Nazareth,
zonder wondertekenen van het Godzijn van haar Zoon, alleen eerlijk en gewoon
werk.
Het geloof van Maria op Calvarië.
«Zo is ook de heilige Maagd op de pelgrimstocht van het geloof voortgegaan en
de vereniging met haar Zoon heeft zij standvastig volgehouden tot onder het
kruis. Daar stond zij niet zonder Gods beschikking, daar heeft zij smartelijk
met haar Eniggeborene meegeleden en zich met haar moederhart bij zijn offer
aangesloten, liefdevol toestemmend in de slachting van het Offerlam dat uit
haar was geboren.»21
Maria leeft met haar blik
op God. Al haar vertrouwen heeft zij gesteld op de Allerhoogste en zij heeft
zich volledig aan Hem overgeleverd. Dat vraagt zij ook voor ons: dat wij zullen
leven met een onwankelbaar vertrouwen in Christus. En zij vraagt het, omdat het
haar verlangen is ons te midden van stormen in alle rust te zien en omdat wij
rust en kalmte moeten verschaffen aan de mensen om ons heen. Meer dan al het
andere wil zij ons op een dag in de hemel zien, naast haar Zoon.
Met de liturgie van de Mis
bidden we: God, Gij hebt de luister van uw heerlijkheid aan de wereld willen
openbaren door de geboorte van uw Zoon uit de heilige Maagd. Wij vragen U dat
wij het verheven mysterie van zijn menswording met oprecht geloof belijden en
steeds met eerbied vieren.22
-1. Eerste lezing
van de Mis, Jes 29,17-24. -2. Mt 9,27-31. -3. Mt 9,29. -4.
Mc 10,52. -5. Lc 8,50. -6. Lc 8,48. -7. Mt 15,28.
-8. Mc 9,23. -9. Lc 17,5-6. -10. H. Ambrosius, Commentaar op Psalm 18, 12,13. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van
God, 203. -12. Gebed van de Mis van de derde zondag van de advent.
-13. H. Vincentius van Lerin, Commonitorium,
n. 23. -14. Mt 10,32. -15. Lc 1,45. -16. Vgl. Gn 3,15.
-17. Vgl. Jes 7,14 en Mi 5,2. -18. Vgl. Lc 1,48. -19. Vgl.
Mt 1,18-19. -20. A. del Portillo,
in het «Ten geleide» bij Vrienden van God. -21. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 58.
-22. Gebed van de Mis van 19 december.
|