Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede zondag na Kerstmis

39. ONS GODDELIJK KINDSCHAP

-Waar het goddelijk kindschap in bestaat. Dankzegging voor die geweldige gave. -Het besef van het goddelijk kindschap in onze verhouding met God en met de mensen. Consequenties. -Dat wij kinderen van God zijn, is de basis voor onze vrede en rust.

39.1 Aan allen echter die Hem -Jezus Christus- wèl aanvaardden, aan allen die in zijn Naam geloven, gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden; zij zijn niet uit bloed, noch uit de begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren1, zegt de heilige Johannes ons in het evangelie van de Mis.

God de Vader heeft ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil.2 God maakt ons tot zijn kinderen. Het zal ons nooit lukken dat te begrijpen en deze onuitsprekelijke gave voldoende te waarderen. Kind van God! Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft. Wij worden kinderen van God genoemd, en wij zijn het ook... Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God, en wat wij zullen zijn, is nog niet geopenbaard...3 Als wij zeggen 'ik ben een kind van God' is dat geen beeldspraak en het is ook geen vrome wijze van uitdrukken. Wij zijn kinderen. De menselijke voortplanting heeft tot gevolg, dat er een 'ouderschap' en een 'kindschap' is. Daar wij door God zijn 'voortgebracht', zijn wij werkelijk zijn kinderen. Deze onvergelijkelijke werkelijkheid heeft plaats in het doopsel4, waar, dank zij het lijden, sterven en verrijzen van Christus, de geboorte plaatsheeft naar een nieuw leven, dat tevoren niet bestond. De gedoopte is een nieuwe schepping5 en als zodanig wordt de nieuwgedoopte 'kind van God' genoemd en is hij dat werkelijk.

Het kindschap Gods is naar zijn aard in hoogste en unieke graad meegedeeld aan de Zoon van God: Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, voor alle tijden gebo­­ren uit de Vader, [...] geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader.6 En om het essentiële verschil tussen ons kindschap en het eeuwig kindschap van de Zoon aan te ge­ven, wordt ons kindschap een adoptief kindschap genoemd. Het beschouwen van de adoptie hier op aarde -de adoptief vader schenkt op geen enkele wijze het leven, maar zijn naam en het recht op de erfenis enzovoort- zou iemand misschien in verwarring kunnen brengen inzake de echte werkelijkheid van ons kindschap: wij zijn kind van God, doordat Gods leven door onze ziel stroomt in de genade.7 Het zal ons in ons gebed van vandaag helpen als wij overwegen, dat God meer onze Vader is dan hij die wij in deze wereld vader noemen, omdat hij ons het natuurlijk leven gegeven heeft. «Een gedoopte aanmerken als kind van God is niet simpelweg een beeld dat de vaderlijke bescherming en waakzaamheid oproept die God heeft voor de gedoopte. Het dient letterlijk opgevat te worden, volstrekt op de wijze als wanneer van iemand gezegd wordt: hij is kind van die en die persoon. [...] Door de voortplanting wordt een mens voortgebracht; zoals een dier een dier van zijn soort voortbrengt, zo brengt de mens een andere mens voort, op hem gelijkend. Vaak is de gelijkenis evident. Men is verheugd als een kind zichtbaar op zijn vader lijkt: zijn trekken, zijn manier van doen, zijn wijze van kijken en praten... De gedoopte nu is geboren uit God, hij is zijn kind in de meest werkelijke zin. Als zodanig dient hij op zijn hemelse Vader te lijken; zijn aard als kind bestaat precies in het deelhebben aan dezelfde natuur als Hij. Dat is ook de betekenis van de woorden van de heilige Petrus: deel krijgen aan Gods eigen wezen. Dat is meer dan een analogie, meer dan een gelijkenis of een of andere verwantschap, maar een verheffing en verandering van de menselijke natuur: het bezit van dat wat eigen is aan het goddelijk wezen.

Laten wij begrijpen, dat de gedoopte binnengaat in een hogere -bovennatuurlijke- wereld die boven zijn oorspron­kelijke natuur is: de wereld van God.»8 Deze dagen van de kersttijd, waarin de hoogheilige nacht nog zo dichtbij is en waarin wij nog kijken naar het Kind Jezus in de kribbe, vormen een uitstekende gelegenheid Hem te bedanken die ons het onmetelijke geschenk van het kindschap Gods gebracht heeft en die ons geleerd heeft de God der hemelen Vader te noemen: Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader...

39.2 «De Zoon is dus gekomen, gezonden door de Vader, die ons van voor de grondvesting van de wereld in Hem heeft uitverkoren en voorbestemd om zijn aangenomen kinderen te worden; want het heeft Hem behaagd alles in Christus weer onder een hoofd te brengen (Vgl. Ef 1,4-5.10).»9 De eerste vrucht van dit door Christus bewerkstelligde herstel is ons goddelijk kindschap. Hij heeft niet alleen de gevallen natuur hersteld, maar Hij gaf ons ook een nieuw leven, een bovennatuurlijk leven. Dat is de grootste door ons ontvangen genade: «wie niet weet dat hij of zij een kind van God is, kent zijn meest innerlijke waarheid niet en hij ontbeert het gezag en de beheerstheid in optreden van degene die God boven alles bemint.»10 De betekenis van het goddelijk kindschap bepaalt en veroorzaakt onze houding en, derhalve, ons gebed en de wijze waarop wij ons onder alle omstandigheden gedragen. Het is een wijze van zijn en een wijze van leven.

Door te leven vanuit het besef kinderen van God te zijn, leren wij om te gaan met onze broeders, de mensen. «De Heer kwam om alle mensen de vrede, de blijde boodschap en het leven te brengen. Niet alleen aan de rijken en niet alleen aan de armen. Niet alleen aan de geleerden en niet alleen aan de eenvoudigen, neen, aan allen. Aan alle broe­ders, want wij zijn broeders als kinderen van dezelfde Vader, als kinderen van God. Er is dus maar één volk, het volk van de kinderen Gods. Er is maar één huidskleur: de kleur van de kinderen Gods. En er is maar één taal: een taal die tot het hart en tot het hoofd spreekt, zonder woor­den, maar zo, dat die ons God doet kennen en ons aanspoort om elkaar te beminnen.»11 Het feit, dat wij weten kind van God te zijn, leert ons de kalmte te bewaren tegenover de gebeurlijkheden, hoe moeizaam die ons ook voorkomen. Ons leven verandert in de actieve overgave van kinderen die ten volle vertrouwen op de goedheid van een Vader aan wie tevens alle machten van de schepping onderworpen zijn. De zekerheid, dat God het beste met ons voorheeft, brengt ons tot een kalme en blije overgave, ook in de moeilijkste ogenblikken van ons leven. Zo schreef de heilige Thomas More vanuit de gevangenis aan zijn dochter: «Houd goede moed, dochterlief, en maak je om mij geen zorgen, wat in deze wereld ook maar mijn lot zal zijn. Mij kan niets overkomen wat God niet zou willen. En alles wat Hij wil, het ergste in onze ogen, is in werkelijkheid het beste.»12 Als wij met een probleem of een tegenslag geconfronteerd worden, zullen wij als echte kinderen van God meer hulp vragen aan onze hemelse Vader en ons opnieuw inspannen heilig te worden in alle omstandigheden, ook als die het minst geschikt lijken.

39.3 Het goddelijk kindschap is de grondslag van werkelijke vrijheid -de vrijheid van de kinderen Gods- tegenover elke onderdrukking en zeer zeker als het gaat om de slavernij waarvan onze eigen hartstochten ons het slachtoffer willen maken.13 Het goddelijk kindschap is ook een veilige grondslag voor vrede en blijdschap. In dit kindschap vindt de gedoopte de bescherming die hij nodig heeft, vaderlijke warmte en vertrouwen op een toekomst die altijd onzeker is.

Dat wij ons kinderen van God weten is, in werkelijk alle omstandigheden, de grondslag van een grote vrede, ook te midden van nood en tegenspoed. De Heer geeft ons altijd de middelen verder te komen als wij met het vertrouwen van kinderen onze toevlucht tot Hem nemen. In veel gevallen zal Hij ons die middelen langs de meest onverwachte wegen verschaffen.

Wij van onze kant moeten altijd de gedachte wakker houden, dat op elk moment, het wezenlijke van ons leven ligt in het zoeken van de heiligheid door middel van deze omstandigheden. Wij zullen goede kinderen van God onze Vader worden als wij kijken naar en omgaan met Jezus. Hij wijst ons elk moment de weg die naar de Vader voert. Daar zullen wij vaak aan denken als wij naar de kribbe gaan om het Kind te kussen en te aanbidden.

Pro nobis egenus et foeno cubantem...14, arm gemaakt voor ons en liggend op stro; laten wij Hem warmte geven, laten wij Hem vol tederheid omhelzen. Beschouwen wij Jezus bij zijn geboorte, in deze dagen het middelpunt van onze aandacht en onze vroomheid. Spreken wij met Hem in ons gebed, kijken wij naar Hem, luisteren wij naar Hem, aanbidden wij Hem in stilte.

Sic nos amantem, quis non redamaret?15: Wie zou Hem, die ons zozeer bemint, geen wederliefde tonen? Deze liefde die het best vertaald kan worden in een zeer fijnzinnig en beminnelijk omgaan met hen die bij ons zijn.

Het goddelijk kindschap zal ons ertoe brengen de ande­ren te behandelen met het grote respect waar een kind van God recht op heeft. De heilige maagd Maria nodigt ons uit lange bezoeken te brengen aan het stalletje om naar haar Zoon te komen kijken. Haar vragen wij onze manieren nog wat bij te schaven, zodat deze meer in overeenstemming zullen zijn met de allerhoogste waardigheid die wij ontvangen hebben. Wij smeken haar ook ons te helpen om op geen moment van de dag en in geen enkele omstandigheid te vergeten, dat wij kind van God zijn. En als wij kinderen zijn, dan ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, tesamen met Christus.16 Wij zijn kinderen die een plaats wacht in de hemel, bereid door God onze Vader.

-1. Joh 1,12-13. -2. Tweede lezing van de Mis, Ef 1,4. -3. 1 Joh 3,1-2. -4. Vgl. Vaticanum ii, Decr. Sacrosanctum Concilium, 6. -5. 2 Kor 5,17. -6. Credo, vgl. concilies van Nicea (DS 125) en van Constantinopel (DS 150). -7. Vgl. Rom 8,15 en Gal 4,6. -8. C. Spicq, Théologie morale du Nouveau Testament, bl. 96-97 (Parijs 1965). -9. Vaticanum ii, Dogm. Const. Lumen gentium, 3. -10. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 26. -11. Idem, Als Christus nu langs komt, 106. -12. H. Thomas More, Brief vanuit de gevangenis aan zijn dochter Margaret. -13. Vgl. Rom 6,12-13. -14. Hymne Adeste fideles. -15. Ibidem. -16. Rom 8,17.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012