Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

23 december

28. ONTHECHTING EN CHRISTELIJKE ARMOEDE

-De geboorte van Christus is een oproep aan ons de hoog geprezen en levende armoede voor de Heer te beleven. Het voorbeeld van Jezus. -Waarin bestaat de evangelische armoede. -Details van de armoede; verschillende manieren deze te beleven.

28.1 Daadwerkelijke onthechting van wat we zijn en wat we bezitten is een voorwaarde om Jezus te kunnen volgen, onze ziel te openen voor de Heer die voorbijkomt en roept. De gehechtheid aan aardse goederen daarentegen sluit de toegang tot Christus af, vergrendelt voor ons de poorten tot de liefde en het begrip van het allerwezenlijkste in ons leven: wie zich niet losmaakt van al wat hij bezit, kan mijn leerling niet zijn.1 

De geboorte van Jezus en zijn hele leven zijn een ononderbroken uitnodiging aan ons deze dagen de houding van ons hart tegenover de aardse goederen te onderzoeken. De Heer, de Eniggeborene van de Vader, de Verlosser van de wereld, wordt niet in een paleis geboren, maar in een grot, een verblijfplaats voor dieren; niet in een grote stad, maar in een vergeten gehucht, in Bethlehem. Hij had zelfs geen wieg, maar een kribbe. De overhaaste vlucht naar Egypte was voor de heilige Familie de ervaring van de ballingschap in een vreemd land met weinig meer middelen van bestaan dan de handen van Jozef die gewend zijn te werken. Tijdens zijn openbaar leven leed Jezus honger2, beschikte Hij niet over twee kleine munten van geringe waarde om de tempelbelasting te betalen.3 Hij zei zelfs op een bepaald moment dat de Mensenzoon niets heeft waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.4 Zijn dood aan het kruis is het blijk van de uiterste en verhevenste onthechting. De Heer wilde de strengheid kennen van de uiterste armoede -het gemis van het noodzakelijke-met name in de meest betekenisvolle uren van zijn leven.

De armoede van de christen moet werkelijke armoede zijn, in samenhang met het werk, netheid, zorg voor het huis, het instrumentarium, met hulp aan de anderen, met een sobere stijl van leven. Daarom wordt gezegd «Het beste voorbeeld van armoede zijn voor mij altijd die vaders en moeders van kinderrijke en arme gezinnen geweest, die helemaal voor hun kinderen leven, die met hun inspanning en doorzettingsvermogen, vaak zonder ook maar een woord over de moeilijkheden te uiten, het gezin vooruit helpen, er een blij thuis van maken, waarin allen leren beminnen, dienen en werken.»5 

Ook als we goederen bezitten, zal het altijd mogelijk zijn te leven als «deze vaders en moeders van kinderrijke en arme gezinnen» en met hen het goede te doen, omdat «Jezus juist deze armoede, aanvaard uit onthechting, vertrouwen op God, matigheid en bereidheid tot delen, zalig heeft verklaard.»6 De armoede die de Heer van ons allen vraagt, is geen zaak van verwaarlozing, slonzigheid of luiheid. Dat heeft niets met deugd te maken. Om de onthechting aan bezit te leren beleven, in de golf van materialisme die de mensheid schijnt te omspoelen, moeten we naar ons Voorbeeld, Jezus Christus, kijken, die om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.7

28.2 De armen aan wie de Heer het rijk der hemelen be­looft8, zijn niet zo maar behoeftige mensen, maar mensen die, of ze nu wel of geen bezittingen hebben, van die bezit­tingen onthecht zijn, er niet de gevangene van zijn. Armoede van geest die in alle levensomstandigheden beleefd moet worden. Ik kan -zegt de heilige Paulus- volop eten en ik kan honger lijden, ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek.9 

De mens kan zijn leven richten op God die hij bereikt door alle materiële zaken aan te wenden als middelen, of hij kan geld en rijkdom in al zijn vormen -zucht naar luxe, mateloos gemak, eerzucht, hebzucht- tot doel verheffen. Die twee doelstellingen zijn onverenigbaar: niemand kan twee heren dienen.10 Wie van rijkdom houdt, bant met kracht de liefde tot God uit. Het is onmogelijk, dat God zou wonen in een hart dat vervuld is van een andere liefde. Het woord van God wordt in het hart van de rijke verstikt, zoals het zaad dat tussen de distels viel.11 Daarom moeten wij niet verbaasd zijn de Heer te horen onderrichten dat het voor een kameel gemakkelijker is door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het koninkrijk Gods te komen.12 Hoe makkelijk nestelt de geest van rijkdom zich -als wij niet opletten- in ons hart!

De Kerk houdt ons vanaf het begin tot in onze dagen voor, dat de gelovige de wijze waarop hij gebruik maakt van de materiële goederen, in de gaten moet houden, en zij vermaant haar kinderen «er op bedacht te zijn hun gemoed zo te richten dat zij zich bij dit nastreven van de volmaakte liefde niet laten tegenhouden door het gebruik van de aardse goederen en de gehechtheid aan de rijkdom tegen de geest van evangelische armoede in. In die zin vermaant hun de Apostel: Zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan; want de wereld die wij zien, gaat voorbij (vgl. 1 Kor 7,31).»13 Hij die zich hecht aan de aardse zaken bederft het juiste gebruik ervan en ontwricht de door God beschikte orde, maar hij laat bovendien zijn ziel onbevre­digd, een gevangene van die stoffelijke goederen die het haar onmogelijk maken echt van God te houden.

De christelijke leefstijl veronderstelt een radicale veran­dering van houding tegenover de aardse goederen: men ver­werft ze en gebruikt ze, niet alsof deze een doel op zich zou­den zijn, maar omdat ze een middel zijn om God te dienen. Als middel zijn ze het niet waard, dat wij ons hart eraan verpanden: dat behoort aan andere, authentieke goederen.

Laten wij er in ons gebed aan denken dat voor daadwerkelijke onthechting van zaken offers nodig zijn. Onthechting die niets kost, leeft niet. Echte onthechting zal vaak blijken uit vrijgevige bijdragen aan collectes, uit het weten afstand te doen van wat overbodig is, uit de strijd tegen de ongeordende zucht naar luxe en comfort, uit het vermijden van onnodige bokkesprongen, uit het afwijzen van luxe en van uitgaven voor onnodig uiterlijk vertoon enz.

Deze deugd van armoede is voor een christen zo belang­rijk, dat we zeker kunnen zeggen dat «wie de deugd van de armoede niet liefheeft en er niet naar leeft, de geest van Christus niet heeft. Dat geldt voor iedereen: voor de klui­zenaar die zich in de woestijn terugtrekt, maar ook voor de gewone christen die middenin de maatschappij leeft en de beschikking heeft over aardse goederen en zelfs voor hen, die veel van die goederen missen.»14

28.3 Het mensenhart is geneigd de aardse goederen buiten proporties na te jagen: als er geen positieve strijd is om in onthechting van de materie voort te gaan, zou men kunnen stellen dat de mens zijn doel, min of meer bewust, slechts hier beneden heeft gesteld. De gelovige mag nooit vergeten dat hij onderweg is naar God. Daarom moet hij regelmatig zijn geweten onderzoeken en zich afvragen of hij de deugd van de armoede voldoende omhelst en beleeft; of hij erop bedacht is niet te vervallen tot gemakzucht of tot een levenswijze die een leerling van Christus niet past; of hij onthecht is van de aardse zaken; of hij ze, uiteindelijk, hanteert als middelen om het goede te doen en elke keer dichter bij God te leven. Immers «in de loop der geschiedenis is de tijdelijke orde ernstig misbruikt [...] Ook in onze dagen zijn er niet weinigen die [...] de tijdelijke waarden bijna verafgoden en eerder hun slaaf zijn dan hun meester.»15 

Wij kunnen en moeten altijd sober zijn in onze persoon­lijke behoeften, door overbodige uitgaven te temperen, niet aan grillen toe te geven, op onze hoede te zijn door geen onechte behoeften te creëren, vrijgevig te zijn met aalmoe­zen en in het steunen van goede werken. Om dezelfde reden moeten wij met bijzondere aandacht thuis alles onderhouden, alsof alle soorten goederen die wij hebben, ons alleen maar in beheer zijn gegeven. «Armoede bestaat in het zich onthechten van de aardse dingen, in het vermogen om eventueel ook onprettige dingen en het gebrek aan materiële middelen met blijdschap te accepteren [...] Je gedurende je hele leven op je medemensen oriënteren en zo'n gebruik maken van de dingen dat je de anderen altijd iets kunt geven, dat zijn heel concrete aspecten van de armoede die garanderen dat je echt onthecht bent.»16 

Op deze en weer andere wijzen zal ons verlangen blijken ons hart niet te laten uitgaan naar rijkdom. Ook niet als we vanwege ons beroep of ons ambt voor eigen gebruik de beschikking hebben over zaken van derden. De matigheid die wij dan beproeven, zal de bonus odor Christi, de goede geur van Christus zijn die de vaste gezel is in het leven van een gelovige.

Terwijl hij het woord richtte tot mannen en vrouwen die zich inspanden middenin de wereld de heiligheid te berei­ken -zakenlieden, docenten, landbouwers, ambtenaren, huisvaders en -moeders- zei de heilige Jozefmaria Escrivá: «De gewone christen moet in zijn leven twee eisen met elkaar in overeenstemming zien te brengen, die elkaar op het eerste gezicht lijken uit te sluiten. Aan de ene kant een echte armoede die in concrete dingen voelbaar en grijp­baar verwezenlijkt wordt, die een bewijs van zijn geloof in God is en een teken dat zijn hart zich niet tevreden stelt met het geschapene, maar naar de Schepper verlangt, ten­einde zich met zijn liefde te vullen en die liefde aan zijn medemensen door te geven. En aan de andere kant delen in het leven van zijn broeders de mensen, met wie hij zich verheugt en met wie hij samenwerkt, de wereld en al de goede dingen ervan beminnen, alle geschapen dingen ge­bruiken om de problemen van het menselijk leven op te lossen en om het geestelijke en materiële milieu te creëren waarin de ontwikkeling van de personen en van de gemeen­schappen bevorderd wordt. Hoe je die twee eisen met elkaar moet zien te combineren is voor een groot deel een persoonlijke kwestie, een kwestie van innerlijk leven, namelijk om op ieder moment en in iedere situatie goed te kunnen beoordelen en te ontdekken wat God van ons vraagt.»17 

Als we daadwerkelijk strijden voor een leven in onthechting van wat wij bezitten en gebruiken, zal de Heer ons hart zuiver en wagenwijd open aantreffen als Hij in de hoogheilige nacht weer naar ons toe komt. Dan zal onze ziel niet overkómen wat met die herberg gebeurde: die was vol, zij hadden geen plaats voor de Heer.

-1. Lc 14,33. -2. Vgl. Mt 4,2. -3. Vgl. Mt 17,23-26. -4. Mt 8,20. -5. Gesprekken met Mgr. Escrivá, 111. -6. Congregatie voor de Geloofsleer, Instr. Over de christelijke vrijheid en bevrijding, 1 oktober 1986, n. 66. -7. 2 Kor 8,9. -8. Mt 5,3. -9. Fil 4,12. -10. Mt 6,24. -11. Vgl. Mt 13,7. -12. Mt 19,24. -13 Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 42. -14. Gesprekken met Mgr. Escrivá, 110. -15. Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem, 7. -16. Gesprekken met Mgr. Escrivá, 111. -17. Ibidem, 110.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012