13 mei. Gedachtenis
35. ONZE LIEVE VROUW VAN FATIMA
Van 13 mei tot 13 oktober 1917 verscheen
Onze Lieve Vrouw in het Portugese Fatima aan drie kinderen: Lucia, Francisco en
Jacinta. Aan deze verschijningen gingen drie verschijningen van een engel in de
lente van 1916 vooraf. Maria beval hen telkens aan de heilige Rozenkrans te
bidden en eerherstel te brengen voor de beledigingen die haar onbevlekt hart
moet ondergaan. Op 13 oktober vond een wonder plaats, dat door duizenden mensen
werd gadegeslagen en dat door Onze Lieve Vrouw was aangekondigd, opdat de wereld
de waarachtigheid van deze verschijningen zou begrijpen: de zon begon als een
vurige schijf rond zichzelf te draaien en leek op een rad van vuur. Het
verschijnsel duurde ongeveer tien minuten.
Maria vroeg om de wereld aan haar onbevlekt
hart toe te wijden. Deze toewijding werd, op verzoek van het Portugese
bisschoppencollege, plechtig door Pius xii
verwezenlijkt op 31 oktober 1942, en door Johannes
Paulus ii hernieuwd.
-De verschijningen van Onze Lieve Vrouw.
-Maria vraagt om boetedoening voor de zonden van de mensen. -Toewijding van de
wereld aan het onbevlekt hart van Maria.
35.1 Op 13 mei 1917, rond het middaguur, verscheen Onze
Lieve Vrouw voor de eerste maal aan drie
herdertjes -Lucia, Jacinta en Francisco- die hun schapen naar de weidegronden hadden gebracht van een vallei,
bedekt met steeneiken en olijfbomen, bij de plaatselijke bevolking
bekend onder de naam 'Cova de Iria'.1 Maria
vroeg de kinderen naar diezelfde plaats terug te komen elke dertiende van de
maand, gedurende zes daarop volgende maanden. De boodschap die Onze Lieve Vrouw
hun bekend zal maken, is een boodschap van boetedoening voor de zonden
die iedere dag worden begaan, het bidden van de heilige rozenkrans voor
dezelfde intentie en de toewijding van de wereld aan haar Onbevlekt Hart. Bij elke verschijning dringt de zoete Dame
aan op het dagelijks bidden van de rozenkrans, en zij leert hun een gebed, dat
zij vaak moeten herhalen, waarin zij hun werken en heel bijzonder kleine verstervingen
en offers aanbieden: O, Jezus..., uit liefde tot U, voor de bekering van de zondaars en tot
herstel van de beledigingen die het Onbevlekt Hart van Maria worden aangedaan.
In augustus
beloofde Maria een openlijk teken, voor allen zichtbaar, als bewijs van de waarachtigheid van
deze boodschappen. Bij elke verschijning moedigde de Maagd de kinderen
aan te bidden voor de bekering van de zondaars,
door offers aan te bieden en de
heilige Rozenkrans te bidden. Op 13
oktober vond het zogenaamde 'zonnewonder'
plaats. Tienduizenden mensen die in de Cova
de Iria aanwezig waren, waren
getuigen van dit buitengewone gebeuren; het werd ook waargenomen door
mensen die zich op vele kilometers afstand
van de plaats der verschijningen bevonden. Onze Lieve Vrouw maakte zich
toen aan de kinderen bekend als de 'Lieve Vrouw van de Rozenkrans'. Eveneens
sprak zij tot hen: «De mensen dienen hun leven te beteren en vergiffenis voor
hun zonden te vragen... Laten zij niet meer Onze Lieve Heer beledigen, want Hij
is al veel te veel beledigd.»
Herinnerend aan
zijn pelgrimstocht naar Fatima, waar hij naar toe was
gegaan «met de rozenkrans in de hand, de naam van Maria op zijn lippen en het
gezang van medelijden in het hart» om Onze Lieve Vrouw te danken voor de
ontsnapping aan de aanslag die het jaar tevoren op hem was gepleegd, merkte
paus Johannes Paulus ii op, dat «de verschijningen van Fatima, bevestigd door
uitzonderlijke tekenen, in 1917, als het ware een verwijzings- en
uitstralingspunt vormen voor onze eeuw. Maria, onze hemelse Moeder, kwam om het
geweten van de mensen wakker te schudden, om de ware betekenis van het leven te
verhelderen, om aan te sporen tot bekering van de zonde en tot geestelijke
vurigheid, om de zielen te doen ontvlammen van liefde tot God en liefde tot de
naaste. Maria kwam ons helpen, omdat velen helaas de uitnodiging van Gods Zoon
om terug te keren naar het huis van de Vader niet willen aanvaarden.
»Vanuit haar heiligdom te Fatima hernieuwt
Maria ook vandaag nog haar moederlijke en dringende bede: de bekering tot de
waarheid en de genade; het sacramentele leven, met name boetedoening en
eucharistie, en de devotie tot haar Onbevlekt Hart, vergezeld van de geest van
boetedoening.»2
Vandaag mogen wij
ons afvragen hoe het gesteld is met ons antwoord op de herhaaldelijke ingevingen van
de Heilige Geest om onze ziel te zuiveren, vooral in de biecht, hoe wij voor herstel zorgen voor de zonden in het
verleden, van onszelf en van alle mensen, hoe wij de Rozenkrans bidden
-in het bijzonder in deze meimaand-, door er «ambitieuze intenties» in te
leggen en door te bidden, dat vele vrienden en metgezellen zich opnieuw tot
Christus keren en nederig de terugweg van de verloren zoon afleggen.
32.2 «De boodschap van Fatima is in zijn fundamentele kern een oproep tot
bekering en boetedoening, zoals in het evangelie [...]. De 'Dame van de
boodschap' leek bijzonder scherpzinnig de tekenen van de tijden, de tekenen van
onze tijd te lezen.
»De oproep tot boetedoening is een moederlijke
oproep; en tegelijkertijd is zij krachtig en op besliste toon uitgesproken.»3 Vandaag komt in ons gebed deze tegelijk zoete en krachtige stem van de Maagd tot ons; zij dringt
aan, alsof ze persoonlijk tot ieder van ons is gericht.
Door heel het evangelie heen weerklinken de
woorden bekeert u en doet boete.4 Jezus zal zijn zending beginnen met het oproepen tot
boete: Bekeert u, want het Rijk
der hemelen is nabij.5 Dit betekent de
bekering van de zondaar en duidt een
geheel van inwendige en uitwendige handelingen aan tot herstel van de
zonde die men begaan heeft.6
Maria brengt ons
in herinnering, dat men zonder boetedoening het Rijk van haar Zoon niet kan
ontvangen; zonder boetedoening
vertoeft men in het rijk van de zonde. Zonder boete te doen zult ge allen op een dergelijke manier
omkomen7, had de Heer
aangekondigd. In de boodschap die de apostelen,
meteen na de geboorte van de Kerk, verbreiden, neemt de prediking van
deze deugd een wezenlijke plaats in.8 Heel de tijd van de pelgrimerende Kerk, waarin wij
ons bevinden, wordt dan ook gezien als een spatium verae poenitentiae, een tijd van ware
boetedoening, die de Heer heeft gegeven
opdat niemand zal omkomen.9 Boetedoening
is noodzakelijk, omdat de zonde bestaat en wij allen zondaars zijn, omdat het nodig is genoegdoening te geven voor
zoveel fouten en zwakheden, van onszelf en van alle mensen, onze medebroeders,
en omdat niemand zonder een bijzonder en buitengewoon voorrecht definitief in
de genade is bevestigd. «Het uiteindelijke doel van de boetedoening -zo leert
paus Johannes Paulus ii- bestaat
hierin, dat wij God intens trachten lief te hebben en ons aan Hem toewijden.»10
De heilige Pastoor van Ars beweerde altijd, dat boete doen voor onze
ziel net zo noodzakelijk is als ademhalen voor het leven van ons lichaam.11
Deze deugd toont zich vooreerst in de 'liefde
tot het veelvuldig belijden' van onze
zonden, van nu en die uit het verleden.
Deze liefde doet ons verlangen naar de biecht, brengt ons ertoe er
zorgvuldig mee om te gaan, met een oprecht berouw, en zij doet ons ook een
doeltreffend apostolaat vervullen onder onze verwanten en vrienden; een apostolaat
dat erop gericht is hen te doen naderen tot dit sacrament van barmhartigheid en vreugde. De deugd van de
boetedoening moet op een of andere manier aanwezig zijn in de gewone
handelingen van alledag: in «het stipt uitvoeren van de dagindeling die u
opgesteld hebt, ook als het lichaam tegenstreeft of de geest zich wil verliezen
in hersenspinsels. Boete is op tijd opstaan. En ook, het niet -tenzij om een
geldige reden- uitstellen van dat moeilijke en inspannende karwei.
»Boete bestaat in het kunnen samenvoegen van de
verplichtingen tegenover God, tegenover de anderen en tegenover uzelf door van
uzelf veel te eisen zodat u voor alle noodzakelijke dingen tijd vindt. U doet
boete als u zich met liefde onderwerpt aan uw gebedsrooster, ook als u uitgeput
bent, lusteloos of kil.
»Boete is zich
altijd met de grootste genegenheid tegenover de anderen gedragen, te beginnen
bij uw familie. Het is zorg dragen voor de grootst mogelijke fijngevoeligheid
jegens hen die lijden, zieken, voor hen die pijn hebben. Het is het met geduld
tegemoet treden van lastige en ongelegen komende mensen. Het is het onderbreken
of veranderen van onze plannen als dat -vanwege de goede en juiste belangen van
anderen- nodig is.
»Boete bestaat in het met goed humeur verdragen
van duizend vervelende kleinigheden die domweg voorkomen; in het niet opgeven
van het werk, ook niet op momenten waarop het elan van het begin verdwenen is;
in het dankbaar opeten wat ons wordt voorgezet zonder lastig te doen met onze
grillige voorkeuren.
»Boete is -voor ouders en in het algemeen voor
ieder die een leidende of opvoedende opdracht
heeft- corrigeren wat gecorrigeerd moet worden met inachtneming van de
aard van de fout en de omstandigheden van degene die hulp nodig heeft en zonder
toe te geven aan bekrompen en sentimentele objectieve oordelen.
»De geest van boete brengt ons ertoe niet
gehecht te raken aan die monumentale schetsen van toekomstplannen, waarin we nu
al onze meesterlijke pen- en penseelstreken zien. Wat zal God blij zijn als het
meestertje weet af te zien van gekrabbel en geklieder en als we ermee instemmen
dat Hij de kleuren en lijnen gebruikt die Hij het mooist vindt!»12 Wat zou er dan een
geweldig meesterwerk te voorschijn komen!
35.3 Een gedeelte van de boodschap van Fatima bestond uit de wens van
Maria, dat de wereld aan haar Onbevlekt Hart zou worden toegewijd. Waar zou de
wereld veiliger kunnen zijn? Waar zouden wij beter verdedigd en beschermd
zijn? Deze toewijding «betekent dat wij, op voorspraak van de Moeder, tot
dezelfde levensbron moeten naderen die op Golgota ontsprong. Deze stroom vloeit
ononderbroken en daaruit ontspringen de verlossing en de genade. In die stroom
vindt voortdurend het herstel voor de zonden van de wereld plaats. Deze stroom
is de onophoudelijke bron van nieuw leven en van heiligheid.»13
Pius xii
(die juist op 13 mei 1917, de dag van de eerste verschijning, tot bisschop was gewijd) wijdde het
menselijk geslacht en heel bijzonder de volkeren van Rusland14 toe aan het onbevlekt hart van Maria. Johannes
Paulus ii heeft deze toewijding
willen hernieuwen, en daarbij mogen wij ons aansluiten: «O, Moeder van de
mensen en van de volkeren, gij die al hun lijden en hoop kent, gij die op
moederlijke wijze heel de strijd tussen goed en kwaad aanvoelt, tussen het
licht en de duisternis die de wereld van vandaag overvallen, neem onze kreet
aan die wij, bewogen door de Heilige Geest, rechtstreeks tot uw hart richten,
en omarm met de liefde van een moeder en een dienstmaagd onze wereld, die wij
onder uw vertrouwen stellen en die wij aan u
toewijden, vol van bekommernis om het aardse en eeuwige lot van de
mensen en de volkeren.
»Heel bijzonder
vertrouwen en wijden wij u die mensen en volkeren toe, die deze toewijding
speciaal nodig hebben. Wij plaatsen ons onder uw
bescherming, heilige Moeder van God! Verwerp de smeekbeden niet die wij in onze
noden tot u richten! Verwerp ze niet!
»Neem ons nederig
vertrouwen en onze overgave aan!»15
De heilige Maria,
steeds welwillend luisterend naar wat wij haar vragen, zal
ons vergunnen, dat wij toevlucht en bescherming vinden in haar allerzuiverst
hart.
-1. C. Barthas, La Virgen
de Fátima, Rialp, Madrid 1963,
bl. 86 vv. -2. Johannes
Paulus ii, Engel des Heren, 26 juli 1987. -3. Idem, Homilie te Fatima, 13 mei 1982. -4. Vgl. Mc 1,15. -5. Mt 4,17. -6. Vgl. L. Bouyer, Diccionario de Teología, Herder, Barcelona 1983, woord Penitencia. -7. Lc 13,3. -8. Vgl. Hnd 2,38. -9. Vgl. 2 Pe 3,9. -10. Johannes Paulus ii, Homilie te Fatima, cit. -11. H. Johannes-Baptiste
Marie Vianney, Preek over de boete. -12. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden
van God, 138. -13. Johannes
Paulus ii, Homilie te Fatima, cit. -14. Pius xii, Radioboodschap Benedicite Deum, 31 oktober 1942. -15. Johannes
Paulus ii, Toewijding aan Onze Lieve Vrouw van
Fatima, 13 mei 1982.