Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

11 februari. Gedachtenis

17. ONZE LIEVE VROUW VAN LOURDES

In het jaar 1858 verscheen de onbevlekte Maagd Maria achttien maal aan het meisje Bernadette Soubirous in een grot nabij Lourdes. De eerste verschijning had plaats op 11 februari. Door middel van dit meisje roept Maria de zondaars op tot bekering en tot een grotere geest van gebed en liefde, met name jegens de meest behoeftigen. Zij beveelt het bidden van de heilige Rozenkrans aan, een gebed waarmee wij onze toevlucht nemen tot onze Moeder als kleine en arme kinderen. Leo xiii bekrachtigde dit feest en Pius x breidde het uit tot geheel de Kerk. Bernadette werd door Pius xi in 1925 zalig en heilig verklaard.

-De verschijningen in de grot. Maria, heil van de zieken-De zin van ziekte en lijden. -Het lijden heiligen. Onze toevlucht nemen tot Onze Lieve Vrouw.

17.1 Vier jaar na de afkondiging van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis, verscheen de heilige Maagd aan een meisje van veertien jaar, Bernadette Soubirous, in een grot in de buurt van Lourdes. Maria was van zulk een schoonheid, dat men haar onmogelijk kon beschrijven, zo vertelt de heilige.1 Toen jaren later de beeldhouwer van de grot aan Bernadette vroeg of zijn werk, dat de Maagd uit­beeldde, op de verschijning leek, antwoordde zij geheel onbevangen en eenvoudig: «O nee, mijnheer, op geen enkele manier! Het lijkt er helemaal niet op!» Maria is altijd veel schoner. De verschijningen herhaalden zich zeventien dagen lang. Het meisje vroeg de Dame naar haar naam, en deze «glimlachte zoet». Ten slotte openbaarde Onze Lieve Vrouw haar, dat zij de Onbevlekte Ontvangenis was.

In Lourdes zijn vele wonderen geschied, zowel naar li­chaam als nog meer naar de ziel. Ontelbaar is het aantal genezingen geweest, en nog talrijker zijn degenen die gezond zijn teruggekeerd van de verschillende ziekten waaraan ook de ziel kan lijden: zij hebben het geloof teruggekregen, hun vroomheid is versterkt of zij aanvaarden liefdevol de goddelijke wil.

De eerste lezing van de heilige mis2 geeft ons de woorden van de profeet Jesaja in overweging: hij troostte het uitverkoren volk in de woestijn met de terugkeer naar de heilige stad, waar zij de vertroosting zouden vinden, zoals een kindje die vindt bij zijn moeder. Als een rivier leid Ik de vrede naar haar toe, en als een onstuimige stroom de schatten der volken. Gij zult gezoogd worden, gedragen op de arm, vertroeteld op de schoot. Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten...

Als wij het feest van vandaag overwegen, dan zien wij hoe de Heer in handen van zijn Moeder alle ware rijkdom­men heeft willen leggen die wij, mensen, moeten afsmeken, en Hij heeft voor ons in haar de troost gelegd die wij hard nodig hebben. Die achttien verschijningen aan de kleine Bernadette zijn een oproep die ons herinnert aan Gods barmhartigheid, die zich via de heilige Maria voltrekt.

De Maagd toont zich altijd het heil van de zieken en de troosteres van de bedroefden. In ons gebed nemen wij van­daag tot haar onze toevlucht, want talrijk zijn de noden die wij om ons heen hebben. Zij kent ze zeer goed, zij luistert naar ons, waar wij ons bevinden, en zij wil, dat wij haar bescherming zoeken. Dit vervult ons van vreugde en troost, met name op deze feestdag. Wij nemen onze toevlucht tot Onze Lieve Vrouw als kinderen die zich niet van haar willen verwijderen: «Moeder, mijn Moeder...», zeggen we tot haar in de intimiteit van ons gebed, en wij bidden haar om haar hulp in alle zorgen die ons bedrukken: het apostolaat, ons eigen innerlijk leven, degenen voor wie wij moeten zorgen en over wie de Heer ons rekenschap zal vragen.

17.2 De heilige Maagd wilde in die grot ook herinneren aan de noodzaak tot bekering en boetedoening. Onze Moeder wilde doen uitkomen, dat de mensheid verlost werd op het kruis, en de verlossende waarde, ook nu nog, van pijn, lijden en vrijwillige versterving benadrukken.

Wat door de mensen, vanuit louter menselijk gezichtspunt, als een groot kwaad wordt beschouwd, kan een groot goed zijn vanuit christelijk oogpunt gezien: ziekte, armoe­de, pijn, mislukking, smaad, gebrek aan werk... Op momenten die menselijk gezien erg moeilijk zijn, kunnen wij met de hulp van de genade ontdekken, dat zulk een toestand van zwakte een grote weg naar een oprechte nederigheid is, als wij ons behoeftig en bijzonder van God afhankelijk voelen. Ziekte of welk ander onheil ook kan ons zeer helpen een beetje los te komen van de aardse zaken, waarin wij, bijna onbewust, wellicht te zeer zijn verstrikt. We voelen dan de noodzaak naar de hemel op te zien en de bovennatuurlijke hoop te versterken, wanneer we vaststellen hoe zwak de menselijke hoop is.

Ziekte helpt ons meer op God te vertrouwen, die ons nooit boven onze krachten beproeft3 en onze zekerheid op Hem te stellen, op het goddelijk kindschap, op onze volledige overgave in zijn sterke vaderlijke armen. Hij kent onze krachten zeer wel en zal nooit meer van ons vragen dan wij kunnen geven. Ziekte of elk ander onheil is een goede gelegen­heid om de raad van sint Augustinus in praktijk te brengen: alles doen wat men kan en bidden om wat men niet kan4, want Hij zendt ons geen onmogelijke dingen.

Een groot bewijs van onze liefde kunnen we leveren door de ziekte, en zelfs de dood, te aanvaarden, door ons leven te geven als gave en offer omwille van Christus, voor het heil van heel zijn Mystieke Lichaam, de Kerk. Onze pijn en smarten verliezen hun bitterheid, wanneer zij zich ten hemel verheffen. 'Poenae sunt pennae' -pijnen zijn vleugels- zo luidt een aloude Latijnse zegswijze. Een ziekte kan soms vleugels zijn die ons tot God doen opstijgen. Hoe verschillend is een ziekte die in geloof en nederigheid gedragen wordt en die van harte Gods wil aanvaardt, van een ziekte die men daarentegen in een kortzichtig geloof, met boosheid, wrok of droefheid aanvaardt!

17.3 En de Moeder van Jezus was daar aanwezig.5 Met vreugde zien we hoe mensen van allerlei slag en stand naar de heiligdommen van Maria komen en daar voor de voeten van Onze Lieve Vrouw neerknielen. Wellicht zouden zij niet gekomen zijn, als zij niet de zwakheid, het lijden of de nooddruft -van henzelf of van anderen- ondervonden hadden.

Verwijzend naar het feest dat wij vandaag vieren, vroeg paus Johannes Paulus ii zich af waarom toch zo verschillende mensen naar de grot toestromen, waar de verschijningen plaatshadden, en hij antwoordde: «Omdat zij weten dat daar, zoals in Kana, 'de Moeder van Jezus aanwezig is': en waar zij is, moet ook haar Zoon zijn. Dat is de zeker­heid die de menigte beweegt die telkenjare in Lourdes komt op zoek naar verlichting, troost, hoop [...].

»Een wonderbaarlijke genezing is echter, ondanks alles, een uitzonderlijke gebeurtenis. De heilbrengende kracht van Christus, verkregen op voorspraak van zijn Moeder, openbaart zich in Lourdes vooral in de geestelijke sfeer. Maria laat in het hart van de zieken de stem van haar Zoon klinken die op wondere wijze de verlamming van bitterheid en opstandigheid geneest, en geeft aan de ziel de ogen terug om met een nieuw licht de wereld, de anderen, het eigen lot te zien.»6

De Heer, tot wie zijn Moeder ons altijd leidt, beminde de zieken. Sint Petrus voegde zijn leven in deze paar woorden samen: Jezus van Nazaret [...] ging weldoende rond en genas allen...7 De evangelies overwegen telkens opnieuw de barmhartigheid van de Meester jegens hen die naar ziel of lichaam lijden. Een groot deel van zijn taak hier op aarde wijdde Hij aan de genezing van de zieken en het troosten van de bedroefden. «Hij was begaan met elk menselijk lijden, zowel naar lichaam als naar geest.»8 Hij lijdt met ons mee en verwacht van onze kant, dat wij alle middelen die binnen ons bereik liggen, aanwenden om die ziekte of beklemming te boven te komen; en Hij zal ons nooit beproeven boven onze krachten. Op ieder ogen­blik zal Hij ons de nodige genade schenken, opdat wij door die smartelijke omstandigheden niet van Hem verwijderd worden; integendeel, zij dienen ons meer en meer tot Hem te brengen en ons te helpen om andere mensen te brengen tot geestelijke verbetering van hun leven. Wij mogen om genezing bidden of om oplossing van de moeilijkheden die ons bedrukken, maar vóór alles moeten wij bidden, dat wij de genade volgen, opdat wij in deze omstandigheden -in déze en geen andere- kunnen groeien in geloof, hoop en liefde.

Pijn en lijden kunnen verlicht worden, als we er niet overmatig aan denken, als we ze in Gods handen hebben gelegd; ook moeten we niet te veel denken aan de toekom­stige gevolgen van de kwalen die we lijden, want we heb­ben nog niet de genade om ze te verdragen... en misschien komen ze wel niet. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.9 Laten we niet vergeten dat «wij allen geroepen zijn tot lijden, maar niet allen in dezelfde mate of op dezelfde wijze; een ieder moet in dezen zijn roeping volgen en deze edelmoedig beantwoorden. Het lijden, dat vanuit menselijk gezichtspunt zo onaangenaam is, wordt tot bron van heili­ging en apostolaat, wanneer wij het met liefde en in vereniging met Jezus aanvaarden...»10, door met Hem mee te verlossen, door ons kinderen van God te voelen, met name in die omstandigheden.

Laten we in alles onze toevlucht nemen tot Maria. Zij zal ons altijd aanhoren en voor ons verkrijgen wat wij vra­gen, of zij zal grotere en overvloediger genade verkrijgen, opdat wij «uit het kwade het goede halen; en uit groot kwaad, groot goed.» En welke onze situatie ook is, altijd zullen wij haar troost ervaren. Consolatrix afflictorum, Salus infirmorum, Auxilium christianorum..., ora pro eis..., ora pro me. Kom onze zwakheid te hulp, God van barm­hartigheid, en maak dat wij, die vandaag de Onbevlekte Moeder van uw Zoon gedenken, door haar voorspraak bevrijd worden van onze schulden.11

-1. Getijdenboek, tweede lezing, Brief van de H. Bernadette Soubirous aan pater Gondrand, jaar 1861. -2. Jes 66,10-14. -3. Vgl. 1 Kor 10,13. -4. Vgl. H. Augustinus, Tractaat over de natuur en de genade, 43,5. -5. Vgl. Joh 2,1. -6. Johannes Paulus ii, Homilie 11-II-1980. -7. Hnd 10,38. -8. Johannes Paulus ii, Apost. brief Salvifici doloris, 11-II-1984, 16. -9. Mt. 6,34. -10. A. Tanquerey, La divinización del sufrimiento, Rialp, Madrid 1955, bl. 240. -11. Getijdenboek, slotgebed van het morgengebed.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012