Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Negentiende week. Donderdag

43. ONZE SCHULD TEGENOVER GOD

-De ontelbare weldaden van de Heer. -De mis is de volmaaktste dankzegging die we God kunnen aanbieden. -Dankbaarheid jegens alle mensen; altijd iedere belediging vergeven.

43.1 We lezen in het evangelie van vandaag: Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning die rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren.1 Toen deze koning met de afrekening begon, werd er iemand voor hem gebracht die hem tienduizend talenten schuldig was, een enorm bedrag dat onmogelijk kon worden terugbetaald. Deze eerste schuldenaar symboliseert onze eigen situatie; we zijn God zóveel verschuldigd dat we er niet eens op kunnen hopen die schuld ooit terug te betalen. We danken het aan Hem dat we geschapen zijn. Hij schiep ons liever zoals we zijn dan op een andere manier. Hij schiep ons lichaam door middel van onze ouders, maar Hij schiep onze onsterfelijke ziel, evenals ons lichaam, in een directe, onvervangbare daad. Hij gaf ons een lichaam en een ziel om voor eeuwig gelukkig te zijn in de hemel. Door zijn uitdrukkelijke wens zijn wij in de wereld. Wij danken aan God ons voortbestaan, want zonder Hem zou alles tot het niets terugkeren. Hij heeft ons de energie gegeven, en onze lichamelijke en geestelijke kwaliteiten, onze gezondheid, ons leven en alle goederen die we bezitten. Behalve en boven deze natuurlijke orde, staan we bij Hem in de schuld voor zijn bovennatuurlijke weldaden, zoals de Menswording van zijn Zoon, de Verlossing, ons goddelijk kindschap, ons geroepen zijn om te delen in het goddelijk leven hier op aarde en later in de hemel met de verheerlijking van ziel en lichaam.

We hebben aan God de geweldige gave te danken dat we zonen en dochters zijn van de Kerk waarin we de sacramenten mogen ontvangen, en wel heel speciaal de heilige eucharistie. Door de gemeenschap van de heiligen hebben wij, binnen de Kerk, deel aan de goede werken van de andere leden van het gelovige volk. Door die andere leden ontvangen wij op ieder moment genade, door hen die in gebed zijn of via hen die hun werk of hun lijden opdragen... We ontvangen ook voortdurend de verdiensten van de heiligen in de hemel, van de heilige zielen in het vagevuur en van de engelen. Al deze genade komt tot ons door de bemiddeling van Maria, onze Moeder. De bron van deze genade zijn de oneindige verdiensten van Christus, ons Hoofd2, onze Verlosser en Bemiddelaar. Deze hulpmiddelen worden dagelijks geschonken om ons ertoe aan te zetten onze plichten te vervullen, om, indien mogelijk, steeds het goede te doen, om te zwijgen als anderen klagen, en om hen die het meest in nood verkeren te helpen of te verdedigen...

Wij zijn God dank verschuldigd voor de genade die altijd nodig is om goede werken te doen, om trouw te blijven aan onze voornemens, om ons verlangen Jezus te volgen te verdiepen en om te groeien in deugdzaamheid. Op een zeer bijzondere manier staan we bij God in de schuld vanwege de grote gave van onze roeping, waardoor we zoveel andere genaden en gunsten hebben ontvangen...

Waarlijk, wij zijn onvermogende schuldenaren, die niet in staat zijn onze schuld te betalen. Wij kunnen slechts de houding aannemen van die dienaar uit de parabel: De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heb geduld met mij en ik zal u betalen. Omdat we zijn kinderen zijn, kunnen we Hem werkelijk alles vragen, met een onbegrensd vertrouwen. Vaders herinneren zich de leningen niet die ze, uit liefde, aan hun kleine kinderen gedaan hebben. «Rust in het kindschap Gods. God is een Vader -jouw Vader!- vervuld van tederheid, van een grenzeloze liefde. -Noem Hem vaak Vader, en zeg Hem -jullie twee alleen- dat jij Hem bemint, allermeest bemint: dat je de trots en de kracht die eigen zijn aan het kind van Hem zijn, voelt.»3 Onze oudere broeder, Jezus Christus, zal méér dan volop voor ons betalen.

43.2 Heb geduld met mij en ik zal u betalen... In de mis bieden we mét de priester deze giften, deze gaven, deze heilige vlekkeloze offerande. Met dit offer verenigen we de kleinheid van onze eigen dankzegging. Gewaardig U op deze offeranden met welgevallen neer te zien -zo bidden wij iedere dag-, en ze te aanvaarden zoals Gij hebt willen aanvaarden de gaven van uw dienaar Abel, de Rechtvaardige, het offer van onze stamvader Abraham en het heilig offer, de offergave zonder vlek, U opgedragen door uw hogepriester Melchisedek.4 Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de Heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid. Met Christus, met Hem verenigd, kunnen wij zeggen: 'Ik zal U alles betalen.'

De mis is de meest volmaakte daad van dankzegging die we God kunnen aanbieden. Het hele leven van Christus was een voortdurende dankzegging aan de Vader, een innerlijke houding die in woorden en gebaren duidelijk werd bij verschillende gebeurtenissen, zoals we uit de evangeliën weten. Vader, Ik dank U dat Gij mij verhoord hebt, roept Jezus uit, na de verrijzenis van Lazarus.5 Bij de vermenigvuldiging van de broden en de vissen spreekt Christus eveneens een dankzegging uit voordat het voedsel aan het volk wordt uitgedeeld.6 Bij het Laatste Avondmaal nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit en brak het [...] en Hij nam een beker, sprak een dankgebed uit en gaf het aan hen...7 Door het wonder van de genezing van de tien melaatsen wordt het ons duidelijk dat de Heer dankbaarheid verwacht: Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling? 8, vraagt Jezus ongelovig. Christus waarschuwt zijn leerlingen regelmatig tegen de zonde van ondankbaarheid. Zij moeten oppassen voor het lot van hen die gezegend zijn met vele gaven maar die daar geen enkele blijk van dank voor geven. Omdat ze eraan gewend geraakt zijn dingen te ontvangen, vinden ze dat ze er recht op hebben gaven te ontvangen. Maar alles is een gave van God. Om met God in harmonie te zijn wordt verondersteld dat wij zijn gunsten ontvangen met de dankbaarheid van iemand die de waarde kent van wat hij krijgt. Als ge enig begrip hadt van de gave Gods en wist wie het is die u zegt: Geef mij te drinken, zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven 9, zei de Heer tot de Samaritaanse vrouw, die op het punt stond zich voor de genade te sluiten.10

Onze dankbaarheid aan God voor die vele, vele gaven die we niet kunnen terugbetalen, mogen we verenigen met de dankzegging van Christus in de heilige mis. Wie dankbaar is, is in staat de mooie dingen van deze wereld met heldere blik te zien. Daarom zouden we dagelijks moeten deelnemen aan het heilig Offer van de mis, en verenigd met Jezus Christus aan onze Vader God zeggen: Vader, wat bent U goed! Dank U voor alles! Ik dank U voor alles wat ik om mij heen zie, en voor zoveel andere dingen die U mij gegeven heeft, maar die voor mij nog verborgen blijven.

Hoe zal ik de Heer kunnen vergelden al het goede dat Hij mij deed? 11, zouden we ons iedere dag met de Psalmist kunnen afvragen. Wij kunnen geen betere manier vinden om op gepaste wijze dank te geven dan door met steeds groeiende devotie de heilige mis bij te wonen, en aan de Vader het offer van de Zoon aan te bieden waar wij onze nederige en persoonlijke offerande aan toevoegen. Gewaardig U, God, deze offerande ten volle te zegenen, te bevestigen, te bekrachtigen, haar waarachtig en aanvaardbaar te maken...12 De aanwezigheid van Christus in het tabernakel is nog een motief om met een vreugdevol hart dank te zeggen.

43.3 Alhoewel de gehele mis een dankzegging is, wordt dit aspect specifiek uitgesproken in de prefatie. Vol vreugde zeggen we: om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij U danken altijd en overal.

Wij zullen U danken altijd en overal... Zo zou altijd onze houding jegens God moeten zijn: altijd dankbaar, onder welke omstandigheden dan ook. Dit omvat ook die tijden wanneer we bepaalde gebeurtenissen nauwelijks kunnen begrijpen. «God ziet graag de erkenning van zijn goedheid die ten grondslag ligt aan het bidden van een 'Te Deum' uit dankbaarheid, telkens als zich iets buitengewoons voordoet, zonder er belang aan te hechten of het -zoals de wereld het betitelt- gunstig of niet gunstig is: want, omdat het uit zijn Vaderhanden komt, is zelfs een slag van de beitel die het vlees verwondt, ook een blijk van Liefde, die de scherpe kantjes bij ons eraf haalt om ons tot volmaaktheid te brengen.»13 Alles wat ons overkomt is een voortdurende roep ut in gratiarum actione semper maneamus, zodat we steeds blijven in een doorlopende daad van dankzegging.14

Dankbaar zijn. Deze houding moeten we in ons dagelijks leven de eerste plaats geven. We kunnen gebruik maken van de kleine voorvallen van iedere dag om onze dankbaarheid te tonen, in het gezinsleven, op ons werk, met onze vrienden... We tonen onze dankbaarheid aan de man die ons de krant verkoopt, aan de bediende die ons helpt, aan de chauffeur die ons in het verkeer laat voorgaan, aan de drogist in de winkel op de hoek...

In dit stukje van het evangelie toont de Heer ons nóg een manier waarop we onze rekening met Hem in orde kunnen maken. Deze sluit alle schulden in die we ons op de hals hebben gehaald door onze zonden en nalatigheden. De Heer wil graag dat we alle beledigingen die ons zijn aangedaan, vergeven. In de ergste situatie die we ons kunnen voorstellen zal de som van al die opgelopen beledigingen de honderd denariën niet overschrijden; een enigszins belachelijk bedrag vergeleken met de tienduizend talenten, ongeveer zestig miljoen denariën. Als we de ons aangedane beledigingen weten te vergeven, misschien zelfs een zéér pijnlijk onrecht, dan zal de Heer ons onze enorme schuld ten opzichte van Hem, niet aanrekenen. Dit is de voorwaarde die Jezus stelt aan het einde van de parabel. En dit zeggen we iedere dag tot God als we het Onze Vader bidden: Vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. Als we vergeven en vergeten doen wij zoals onze Heer, «er is niets dat ons méér op God doet lijken dan dat we altijd bereid zijn om te vergeven.»15

We besluiten onze meditatie met een door de jaren heen populair gebleven gebed: «Ik dank U, mijn God, dat U mij geschapen heeft, dat U mij verlost heeft, mij een christen gemaakt heeft en mij het leven gegeven heeft. Ik bied U al mijn gedachten, woorden en werken aan van deze dag. Sta niet toe dat ik U beledig en geef mij de kracht de gelegenheden tot zonde te vermijden. Geef mij een grotere liefde voor U en voor alle mensen.»

-1. Mt 18,23-35. -2. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q8. -3. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 331. -4. Romeins Missaal, Eucharistisch gebed I. -5. Joh 11,41. -6. Vgl. Mt 15,36 -7. Lc 22,19; Mt 26,27. -8. Lc 17,18. -9. Joh 4,10. -10. Vgl. J.M. Pero-Sanz, La hora sexta, 267. -11. Ps 116,12. -12. Romeins Missaal, loc. cit. -13. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 609. -14. Romeins Missaal, Gebed na de communie voor de gedachtenis van de heilige Justinus. -15. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 19,7.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012