De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT
Gezin
Medische Ethiek

Herinneringen van Zuster Lucia
De nieuw bewerkte uitgave van herinneringen van Zuster Lucia van Fatima, met slot van Kardinaal Ratzinger. Meer ...

Home >  Onze vader

Zevenentwintigste week. Woensdag

51. Onze Vader

-Het gebed van de Heer. -Goddelijk kindschap en gebed. -Gebed en broederlijkheid.

51.1 Er waren heel wat gelegenheden waarbij de leerlingen zagen, dat Jezus zich terugtrok om te bidden. Soms bleef Hij de hele nacht bidden. Zoals wij lezen in het evangelie van vandaag1 benaderden de leerlingen Jezus op een dag, toen Hij zijn gebed beëindigd had. Zij vroegen Hem in alle eenvoud: Heer, leer ons bidden.

Jezus leerde hun het Onze Vader, een gebed dat miljoenen mensen in allerlei talen gedurende twintig eeuwen hebben herhaald. Het is een gebed dat verschillende smeekbeden in zich verenigt die de Heer hun bij verschillende gelegenheden geleerd had. Misschien is dat de reden waarom het gebed niet precies hetzelfde is in de evangeliën van de heilige Lucas en Matteüs.2 Maar wat hetzelfde is, is de volkomen nieuwe wijze waarop dit gebed met God omgaat. De zeven vragen hebben «zo'n eenvoud in zich, dat zelfs een kind ze kan leren, maar tegelijkertijd zo'n diepte dat een heel mensenleven eraan besteed kan worden om hun betekenis te overdenken.»3

De eerste woorden van het gebed van de Heer zijn Abba, Vader. De eerste christenen probeerden het Aramese woord te bewaren, dat Jezus gebruikte: Abba. Het is heel waarschijnlijk, dat dit woord in de liturgie van de jonge Kerk4 werd gebruikt. Dit woord geeft de toon aan voor de rest van het gebed. Wij bevinden ons onmiddellijk in een relatie van vertrouwen en kindschap. De leer van het Concilie van Trente onderricht, dat de Heer andere woorden niet heeft gebruikt, woorden «die ontzag of vrees zouden kunnen inboezemen. Hij wilde een woord gebruiken dat liefde en vertrouwen zou opwekken in degenen die baden. Welk woord komt meer in aanmerking dan 'vader', zo vol als het is van tederheid en liefde?»5 Jezus koos het woord dat joodse kinderen gebruikten om zich tot hun vader te richten. Dit woord vond Hij het meest geschikt om de Schepper van het heelal mee aan te roepen. Abba, Vader.

Dit is niet gemakkelijk te begrijpen. Dezelfde God die alle dingen te boven gaat, is een Vader die zeer geïnteresseerd is in het leven van zijn kinderen. Zelfs al zijn wij dikwijls zwak en ondankbaar, toch wil de Vader, dat wij de eeuwigheid bij Hem doorbrengen. Wij zijn geboren om de hemel te bereiken. De heilige Thomas van Aquino leert, dat «God andere schepsels kleine gaven schonk; aan ons mensen, mannen en vrouwen, heeft Hij zijn gehele erfgoed geschonken. Wij zijn zijn erfgenamen, omdat wij zijn zonen en dochters zijn. Door het feit dat wij zijn kinderen zijn, zijn wij de begunstigden van zijn testament. De geest die gij ontvangen hebt, is er niet een van slaafsheid, die u opnieuw vrees zou aanjagen. Gij hebt een geest van kindschap ontvangen, die ons doet uitroepen: Abba! Vader! De Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest dat wij kinderen zijn van God... (Rom 8,15-16).»6

Wanneer wij het Onze Vader bidden, moeten wij er goed op letten deze lieve woorden goed te proeven, Abba, Vader, mijn Vader... Dan zal dit gebed een beslissende invloed hebben op ons dagelijks leven «omdat wij, als wij echt bedoelen dat God onze Vader is, ons zullen inspannen ons te gedragen als kinderen die Hem waardig zijn.»7

51.2 Heel wat mensen zoeken naar God op een aarzelende en blindelings tastende wijze, alsof zij zich in dichte mist bevinden. Wij christenen weten en vertrouwen, dat God onze vader is en dat Hij over ons waakt. «De uitdrukking 'God onze Vader' was nog nooit aan iemand bekend gemaakt. Toen Mozes God vroeg zich bekend te maken, was de naam die hem werd gegeven heel verschillend van deze. Deze volledig nieuwe benaming is ons bekend gemaakt door niemand minder dan Gods Zoon.»8 Telkens als wij God benaderen zegt Hij ons: Je bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou.9 Hij is in al onze noden en problemen geïnteresseerd. Als wij al zouden vallen dan is Hij er om ons te ondersteunen en te helpen overeind te komen. «Alles komt tot ons vanuit God. Als ons aanvankelijk iets zou gebeuren dat zowel goed als slecht lijkt, moeten wij er slechts aan denken, dat het ons gezonden is, of toegelaten door een liefhebbende Vader, die wijzer is dan welke dokter ook. God weet wat goed voor ons is.»10

De geest van het goddelijk kindschap geeft aan het leven een geheel nieuwe betekenis. Het is geen onmogelijk raadsel. Het is deelnemen aan de opbouw van het vaderhuis dat de schepping zelf is. God roept ieder van ons toe: Zoon, ga ook naar de wijngaard.11 Het leven is niet langer vol ongerustheid. De dood kan met kalmte en vrede onder ogen worden gezien, omdat deze leidt tot de langverwachte ontmoeting met Christus. Als wij ieder ogenblik van ons leven kunnen leven als de zonen en dochters van God, zullen wij mensen van gebed zijn. Deze houding van vroomheid maakt ons klaar «ons onmiddellijk en totaal te geven aan wat verband houdt met het dienen van de Heer».12 Omdat kinderen ontzag, diepe eerbied en liefde aan hun ouders behoren te geven, zal ons leven lof en eer geven aan de almachtige God. «De vroomheid die uit het goddelijke kindschap voortkomt is een grondhouding van de ziel die uiteindelijk het hele bestaan vervult. Vroomheid is aanwezig in alle gedachten, alle verlangens, in alles waar ons hart naar uitgaat.»13

Tijdens het verloop van zijn leven op aarde leerde de Heer ons hoe wij moeten omgaan met God onze Vader. Bij Jezus vinden wij de hoogste uitdrukking van kinderlijke liefde voor de Vader. De evangeliën verhalen hoe Jezus zich dikwijls terugtrok uit de menigte om tot de Vader te bidden.14 Jezus toont ons hoe belangrijk het is om te midden van onze gewone bezigheden wat tijd vrij te maken voor dagelijks gebed. Soms bidt de Heer voor zijn eigen intenties. Dit is het gebed waarbij de Zoon zich overgeeft aan de wil van de Vader, wat zij zien te Getsemane15 en op Calvarië.16 Jezus bidt ook dikwijls voor de anderen, vooral voor de apostelen en zijn toekomstige leerlingen, tot wie ook wij behoren.17 Jezus leert ons, dat kinderlijk gebed nodig is om verleidingen te weerstaan18, om materiële goederen19 te verkrijgen en tenslotte om te volharden.20

Dit kinderlijk gebed moet wel persoonlijk zijn. Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader die in het verborgene is.21 Dit gebed behoort onopvallend te zijn.22 Het behoort een nederig verzoek te zijn zoals dat van de tollenaar.23 Ons gebed dient vasthoudend en onvermoeibaar te zijn, zoals dat van de aandringende vriend of de onverzettelijke weduwe.24 Het zou vol vertrouwen op Gods goedheid moeten zijn.25 Natuurlijk kent God de Vader de noden van zijn kinderen. Hij verschaft hun zowel geestelijke als materiële goederen.26 «Vader -ga zo met Hem om, vol vertrouwen- die in de hemel zijt, kijk naar mij met meevoelende Liefde en maak dat ik aan U beantwoord. Geef mij een verliefd hart, doe mijn hart van brons smelten. Schroei en zuiver mijn onboetvaardig vlees. Vul mijn verstand met bovennatuurlijke lichten. Maak van mijn tong de tolk van de Liefde en de Glorie van Christus.»27 Onze Vader... leer ons, leer mij met kinderlijk vertrouwen met U om te gaan.

51.3 Het gebed is zeer zeker een persoonlijke daad, maar er zijn ook anderen bij betrokken. Meditatie en innerlijke vrede zijn geen belemmering om anderen bij ons gebedsleven in te sluiten. De Heer leert ons te zeggen Onze Vader omdat wij de waardigheid van het kindschap Gods delen met al onze broeders en zusters.

Onze Vader. De Heer heeft ons duidelijk gemaakt28 dat wij, voordat wij gaan bidden er zeker van moeten zijn, dat niemand een onopgehelderde klacht tegen ons heeft. Pas wanneer wij met onze broeders en zusters verzoend zijn, zal de Heer onze offergave aanvaarden.

Wij hebben het recht God onze Vader te noemen, als wij de anderen als onze broeders en zusters behandelen, vooral degenen die ons het meest nabij zijn en degenen die het meest in nood zijn. De heilige Johannes brengt dit onder onze aandacht: Maar als iemand zegt dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben die hij nooit heeft gezien.29 De heilige Chrysostomus heeft over dezelfde regels geschreven: «Wij kunnen God niet in alle eerlijkheid onze Vader noemen als wij een versteend en weinig menselijk hart in ons dragen. Als dit zo is, delen wij niet in de geest van goedheid van onze hemelse Vader.»30

Wanneer wij tot God Onze Vader zeggen, beperken wij ons niet tot strikt persoonlijke belangen. Wij mogen Hem de aanbidding schenken van alle mensen. Een nooit-eindigend gebed stijgt op naar God door de werking van de 'gemeenschap der heiligen'. Wij bidden voor alle mensen, voor hen die nooit geleerd hebben te bidden en voor hen die het wel geleerd hebben, maar nooit bidden. Wij lenen onze stem aan degenen die het bestaan van hun Vader in de hemel vergeten zijn. Wij danken in plaats van hen die het danken verwaarloosd hebben. Wij vragen voor de noden van hen die niet inzien hoe dicht zij bij de bron van alle genade zijn. In ons gebed mogen wij zo vrij zijn om voor de noden van de hele wereld te bidden. Wij mogen het bewustzijn ontwikkelen, dat wij de pleitbezorgers bij God zijn voor iedereen die in nood is, vooral voor hen die God ons als naaste heeft geschonken.

Het kan ons troost geven, dat wij een plaats hebben in het gebed van onze broeders en zusters. In de hemel zullen wij de vreugde genieten al onze voorsprekers te ontmoeten. Wij zullen de christenen ontmoeten die onze plaats hebben ingenomen telkens wanneer wij ons gebed verwaarloosden. Hoeveel bijstand om dankbaar voor te zijn!

Het gebed van een christen is persoonlijk, maar het mag niet geïsoleerd zijn. Telkens wanneer wij het Onze Vader bidden vermeerderen en vergroten wij de 'gemeenschap der heiligen'. Ons gebed is verenigd met dat van alle rechtvaardigen: met de moeder van een ziek kind, met de student die worstelt om voor een examen te slagen, met dat meisje dat een vriendin helpt om een goede biecht te spreken, met de arbeider die zijn werk aan God opdraagt, met de persoon die Hem zijn werkloosheid aanbiedt.

Tijdens de heilige Mis bidt de priester samen met de gelovigen het Onze Vader. Als wij rekening houden met het verschil in tijd in de onderscheiden landen, kunnen wij vaststellen, dat de heilige Mis praktisch onophoudelijk rond de wereld gevierd wordt. Onophoudelijk bidt de Kerk dit gebed voor haar kinderen en voor de hele mensheid. De wereld neemt dan de vorm aan van een groot altaar vanwaar een eindeloos gebed opstijgt naar God de Vader door zijn Zoon Jezus Christus in de Heilige Geest.

-1. Lc 11,1-4. -2. Vgl. Mt 6,9 e.v. -3. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie, 14 maart 1979. -4. Vgl. W. Marchel, Abba! Père. La prière du Christ et des chrétiens, Rome 1963, bl. 188-189. -5. Romeinse catechismus, IV, 9,1. -6. H. Thomas van Aquino, Commentaar op het gebed van de Heer. -7. H. Cyprianus, Verhandeling over het Onze Vader, 11. -8. Tertullianus, Verhandeling over het gebed, 3. -9. Lc 15,31. -10. Johannes Cassianus, Meditaties, 7,28. -11. Vgl. Mt 20,1-7. -12. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q8, a1 c. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 146. -14. Mt 14,23; Lc 6,12. -15. Vgl. Mc 14,35-36. -16. Vgl. Mc 15,34; Lc 23,34-36. -17. Vgl. Lc 22,32; Joh 17. -18. Vgl. Mt 26,41. -19. Vgl. Joh 4,10; 6,27. -20. Vgl. Lc 21,36. -21. Mt 6,5-6. -22. Vgl. Mt 6,7-8. -23. Vgl. Lc 18,9-14. -24. Vgl. Lc 11,5-8; 18,1-8. -25. Vgl. Mc 11,23. -26. Vgl. Mt 7,7-11; Lc 11,9-13. -27. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 3. -28. Vgl. Mt 5,23. -29. 1 Joh 4,20. -30. H. Johannes Chrysostomus, Preek over de nauwe poort.






Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. (035) 694 63 50

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur