Zevenentwintigste week. Woensdag
51. Onze Vader
-Het gebed van de Heer. -Goddelijk kindschap en gebed.
-Gebed en broederlijkheid.
51.1 Er
waren heel wat gelegenheden waarbij de leerlingen zagen, dat Jezus zich terugtrok
om te bidden. Soms bleef Hij de hele nacht bidden. Zoals wij lezen in het
evangelie van vandaag1 benaderden de leerlingen
Jezus op een dag, toen Hij zijn gebed beëindigd had. Zij vroegen Hem in alle
eenvoud: Heer, leer ons bidden.
Jezus leerde hun het Onze Vader, een gebed dat miljoenen mensen in
allerlei talen gedurende twintig eeuwen hebben herhaald. Het is een gebed dat
verschillende smeekbeden in zich verenigt die de Heer hun bij verschillende
gelegenheden geleerd had. Misschien is dat de reden waarom het gebed niet
precies hetzelfde is in de evangeliën van de heilige Lucas en Matteüs.2 Maar wat hetzelfde is, is de volkomen nieuwe wijze
waarop dit gebed met God omgaat. De zeven vragen hebben «zo'n eenvoud in zich,
dat zelfs een kind ze kan leren, maar tegelijkertijd zo'n diepte dat een heel
mensenleven eraan besteed kan worden om hun betekenis te overdenken.»3
De eerste woorden van het gebed van de Heer zijn Abba, Vader. De eerste
christenen probeerden het Aramese woord te bewaren, dat Jezus gebruikte: Abba. Het is heel
waarschijnlijk, dat dit woord in de liturgie van de jonge Kerk4 werd gebruikt. Dit woord geeft de toon aan voor de
rest van het gebed. Wij bevinden ons onmiddellijk in een relatie van vertrouwen
en kindschap. De leer van het Concilie van Trente onderricht, dat de Heer
andere woorden niet heeft gebruikt, woorden «die ontzag of vrees zouden kunnen
inboezemen. Hij wilde een woord gebruiken dat liefde en vertrouwen zou opwekken
in degenen die baden. Welk woord komt meer in aanmerking dan 'vader', zo vol
als het is van tederheid en liefde?»5 Jezus koos
het woord dat joodse kinderen gebruikten om zich tot hun vader te richten. Dit
woord vond Hij het meest geschikt om de Schepper van het heelal mee aan te
roepen. Abba, Vader.
Dit is niet gemakkelijk te begrijpen. Dezelfde God die alle
dingen te boven gaat, is een Vader die zeer geïnteresseerd is in het leven van
zijn kinderen. Zelfs al zijn wij dikwijls zwak en ondankbaar, toch wil de
Vader, dat wij de eeuwigheid bij Hem doorbrengen. Wij zijn geboren om de hemel te bereiken. De heilige Thomas van Aquino
leert, dat «God andere schepsels kleine gaven schonk; aan ons mensen,
mannen en vrouwen, heeft Hij zijn gehele erfgoed geschonken. Wij zijn zijn
erfgenamen, omdat wij zijn zonen en dochters zijn. Door het feit dat wij zijn
kinderen zijn, zijn wij de begunstigden van zijn testament. De geest die gij ontvangen hebt, is er
niet een van slaafsheid, die u opnieuw vrees zou aanjagen. Gij hebt een geest
van kindschap ontvangen, die ons doet uitroepen: Abba! Vader! De Geest zelf
bevestigt het getuigenis van onze geest dat wij kinderen zijn van God... (Rom
8,15-16).»6
Wanneer wij het Onze Vader bidden, moeten wij er goed op
letten deze lieve woorden goed te proeven, Abba, Vader, mijn Vader... Dan zal dit gebed een
beslissende invloed hebben op ons dagelijks leven «omdat wij, als wij echt
bedoelen dat God onze Vader is, ons zullen inspannen ons te gedragen als
kinderen die Hem waardig zijn.»7
51.2 Heel
wat mensen zoeken naar God op een aarzelende en blindelings tastende wijze,
alsof zij zich in dichte mist bevinden. Wij christenen weten en vertrouwen, dat
God onze vader is en dat Hij over ons waakt. «De uitdrukking 'God onze Vader'
was nog nooit aan iemand bekend gemaakt. Toen Mozes God vroeg zich bekend te
maken, was de naam die hem werd gegeven heel verschillend van deze. Deze
volledig nieuwe benaming is ons bekend gemaakt door niemand minder dan Gods
Zoon.»8 Telkens als wij God benaderen zegt Hij
ons: Je bent altijd bij me en
alles wat van mij is, is ook van jou.9
Hij is in al onze noden en problemen geïnteresseerd. Als wij al zouden vallen
dan is Hij er om ons te ondersteunen en te helpen overeind te komen. «Alles
komt tot ons vanuit God. Als ons aanvankelijk iets zou gebeuren dat zowel goed
als slecht lijkt, moeten wij er slechts aan denken, dat het ons gezonden is, of
toegelaten door een liefhebbende Vader, die wijzer is dan welke dokter ook. God
weet wat goed voor ons is.»10
De geest van het goddelijk kindschap geeft aan het leven een
geheel nieuwe betekenis. Het is geen onmogelijk raadsel. Het is deelnemen aan
de opbouw van het vaderhuis dat de schepping zelf is. God roept ieder van ons
toe: Zoon, ga ook naar de
wijngaard.11 Het leven is niet
langer vol ongerustheid. De dood kan met kalmte en vrede onder ogen worden
gezien, omdat deze leidt tot de langverwachte ontmoeting met Christus. Als wij
ieder ogenblik van ons leven kunnen leven als de zonen en dochters van God,
zullen wij mensen van gebed zijn. Deze houding van vroomheid maakt ons klaar
«ons onmiddellijk en totaal te geven aan wat verband houdt met het dienen van
de Heer».12 Omdat kinderen ontzag, diepe eerbied
en liefde aan hun ouders behoren te geven, zal ons leven lof en eer geven aan
de almachtige God. «De vroomheid die uit het goddelijke kindschap voortkomt is
een grondhouding van de ziel die uiteindelijk het hele bestaan vervult.
Vroomheid is aanwezig in alle gedachten, alle verlangens, in alles waar ons
hart naar uitgaat.»13
Tijdens het verloop van zijn leven op aarde leerde de Heer
ons hoe wij moeten omgaan met God onze Vader. Bij Jezus vinden wij de hoogste
uitdrukking van kinderlijke liefde voor de Vader. De evangeliën verhalen hoe
Jezus zich dikwijls terugtrok uit de menigte om tot de Vader te bidden.14 Jezus toont ons hoe belangrijk het is om te midden
van onze gewone bezigheden wat tijd vrij te maken voor dagelijks gebed. Soms
bidt de Heer voor zijn eigen intenties. Dit is het gebed waarbij de Zoon zich
overgeeft aan de wil van de Vader, wat zij zien te Getsemane15 en op Calvarië.16
Jezus bidt ook dikwijls voor de anderen, vooral voor de apostelen en zijn
toekomstige leerlingen, tot wie ook wij behoren.17
Jezus leert ons, dat kinderlijk gebed nodig is om verleidingen te weerstaan18, om materiële goederen19
te verkrijgen en tenslotte om te volharden.20
Dit kinderlijk gebed moet wel persoonlijk zijn. Maar als gij bidt, ga dan in uw
binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader die in het verborgene
is.21 Dit gebed behoort
onopvallend te zijn.22 Het behoort een nederig
verzoek te zijn zoals dat van de tollenaar.23
Ons gebed dient vasthoudend en onvermoeibaar te zijn, zoals dat van de
aandringende vriend of de onverzettelijke weduwe.24
Het zou vol vertrouwen op Gods goedheid moeten zijn.25
Natuurlijk kent God de Vader de noden van zijn kinderen. Hij verschaft hun
zowel geestelijke als materiële goederen.26
«Vader -ga zo met Hem om, vol vertrouwen- die in de hemel zijt, kijk naar mij
met meevoelende Liefde en maak dat ik aan U beantwoord. Geef mij een verliefd
hart, doe mijn hart van brons smelten. Schroei en zuiver mijn onboetvaardig
vlees. Vul mijn verstand met bovennatuurlijke lichten. Maak van mijn tong de
tolk van de Liefde en de Glorie van Christus.»27
Onze Vader... leer
ons, leer mij met kinderlijk vertrouwen met U om te gaan.
51.3 Het
gebed is zeer zeker een persoonlijke daad, maar er zijn ook anderen bij
betrokken. Meditatie en innerlijke vrede zijn geen belemmering om anderen bij
ons gebedsleven in te sluiten. De Heer leert ons te zeggen Onze Vader omdat wij de waardigheid van het
kindschap Gods delen met al onze broeders en zusters.
Onze Vader.
De Heer heeft ons duidelijk gemaakt28 dat wij,
voordat wij gaan bidden er zeker van moeten zijn, dat niemand een
onopgehelderde klacht tegen ons heeft. Pas wanneer wij met onze broeders en
zusters verzoend zijn, zal de Heer onze offergave aanvaarden.
Wij hebben het recht God onze Vader te noemen, als wij de anderen als
onze broeders en zusters behandelen, vooral degenen die ons het meest nabij
zijn en degenen die het meest in nood zijn. De heilige Johannes brengt dit
onder onze aandacht: Maar als
iemand zegt dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, is hij een
leugenaar. Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, kan hij God
niet liefhebben die hij nooit heeft gezien.29 De heilige Chrysostomus heeft over dezelfde regels
geschreven: «Wij kunnen God niet in alle eerlijkheid onze Vader noemen als wij een versteend en
weinig menselijk hart in ons dragen. Als dit zo is, delen wij niet in de geest
van goedheid van onze hemelse Vader.»30
Wanneer wij tot God Onze Vader zeggen, beperken wij ons niet tot
strikt persoonlijke belangen. Wij mogen Hem de aanbidding schenken van alle
mensen. Een nooit-eindigend gebed stijgt op naar God door de werking van de
'gemeenschap der heiligen'. Wij bidden voor alle mensen, voor hen die nooit
geleerd hebben te bidden en voor hen die het wel geleerd hebben, maar nooit
bidden. Wij lenen onze stem aan degenen die het bestaan van hun Vader in de hemel vergeten
zijn. Wij danken in plaats van hen die het danken verwaarloosd hebben. Wij
vragen voor de noden van hen die niet inzien hoe dicht zij bij de bron van alle
genade zijn. In ons gebed mogen wij zo vrij zijn om voor de noden van de hele
wereld te bidden. Wij mogen het bewustzijn ontwikkelen, dat wij de
pleitbezorgers bij God zijn voor iedereen die in nood is, vooral voor hen die
God ons als naaste heeft geschonken.
Het kan ons troost geven, dat wij een plaats hebben in het gebed van onze broeders en zusters. In de
hemel zullen wij de vreugde genieten
al onze voorsprekers te ontmoeten. Wij zullen de christenen ontmoeten
die onze plaats hebben ingenomen telkens wanneer wij ons gebed verwaarloosden.
Hoeveel bijstand om dankbaar voor te zijn!
Het gebed van een christen is persoonlijk, maar het mag niet
geïsoleerd zijn. Telkens wanneer wij het Onze Vader bidden vermeerderen en vergroten
wij de 'gemeenschap der heiligen'. Ons gebed is verenigd met dat van alle
rechtvaardigen: met de moeder van een ziek kind, met de student die worstelt om
voor een examen te slagen, met dat meisje dat een vriendin helpt om een goede
biecht te spreken, met de arbeider die zijn werk aan God opdraagt, met de
persoon die Hem zijn werkloosheid aanbiedt.
Tijdens de heilige Mis bidt de priester samen met de
gelovigen het Onze Vader.
Als wij rekening houden met het verschil in tijd in de onderscheiden landen,
kunnen wij vaststellen, dat de heilige Mis praktisch onophoudelijk rond de
wereld gevierd wordt. Onophoudelijk bidt de Kerk dit gebed voor haar kinderen
en voor de hele mensheid. De wereld neemt dan de vorm aan van een groot altaar
vanwaar een eindeloos gebed opstijgt naar God de Vader door zijn Zoon Jezus
Christus in de Heilige Geest.
-1. Lc
11,1-4. -2. Vgl. Mt
6,9 e.v. -3. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie, 14
maart 1979. -4. Vgl. W. Marchel, Abba! Père. La prière du Christ et des chrétiens,
Rome 1963, bl. 188-189. -5. Romeinse
catechismus, IV,
9,1. -6. H. Thomas van Aquino, Commentaar op het gebed van de Heer.
-7. H. Cyprianus, Verhandeling over het Onze Vader, 11. -8. Tertullianus, Verhandeling over het gebed, 3. -9. Lc 15,31. -10. Johannes Cassianus, Meditaties, 7,28. -11.
Vgl. Mt 20,1-7. -12. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q8, a1 c. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 146. -14. Mt 14,23; Lc 6,12. -15. Vgl. Mc 14,35-36. -16. Vgl. Mc 15,34; Lc 23,34-36. -17. Vgl. Lc 22,32; Joh 17. -18. Vgl. Mt 26,41. -19. Vgl. Joh 4,10; 6,27. -20. Vgl. Lc 21,36. -21. Mt 6,5-6. -22. Vgl. Mt 6,7-8. -23. Vgl. Lc 18,9-14. -24. Vgl. Lc 11,5-8; 18,1-8. -25.
Vgl. Mc 11,23. -26.
Vgl. Mt 7,7-11; Lc 11,9-13. -27. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 3. -28. Vgl. Mt 5,23. -29. 1 Joh 4,20. -30. H. Johannes Chrysostomus, Preek over de nauwe poort.
|