Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eerste week. Woensdag

8. ONZE ZONDEN BELIJDEN

-De biecht, een ontmoeting met Christus. -Het ABC van een goede biecht: Allesomvattend, Beknopt, Concreet en Duidelijk. -Licht en genade die we in dit sacrament ontvangen. Het belang van onze innerlijke gesteldheid.

8.1 Gedenk uw barmhartigheid, Heer, uw altijd geschonken ontferming1, lezen we in de introïtus van de Mis van vandaag.

De Veertigdagentijd is de meest geschikte periode om te overdenken hoe we het sacrament van de biecht ontvangen, die ontmoeting met Christus, die Zichzelf aanwezig stelt in de persoon van de priester. Het is een ontmoeting die altijd uniek en anders is. In dit sacrament begroet Hij ons als de Goede Herder. Hij heelt onze wonden. Hij reinigt en sterkt ons. Wat Christus door de profeten beloofd had, wordt vervuld in dit sacrament: Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze zelf een rustplaats wijzen, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer. Het verloren dier zal Ik zoeken, het afgedwaalde terughalen, het gewonde verbinden, het zieke sterken, de vette en sterke dieren bewaren.2 

Als we dit sacrament gaan ontvangen moeten we vooral aan Christus denken en aan niets anders. We moeten goed bedenken dat Hij het middelpunt van dit sacrament is. Gods heerlijkheid en liefde moeten belangrijker zijn dan onze zonden. We moeten veel meer naar Jezus kijken dan naar onszelf. We moeten onze ogen meer richten op zijn goedheid dan op onze ellende, want innerlijk leven is een tweespraak van liefde waarin God altijd het referentiepunt is.

De verloren zoon die weer thuiskomt -dat zijn wij als we vastbesloten gaan biechten- gaat de weg terug vanwege de betreurenswaardige situatie waarin hij verkeert. Evengoed blijft hij zich steeds zijn zonden bewust: Ik ben het niet waard uw zoon genoemd te worden. Als hij echter toch zijn vaders huis nadert, begint de genegenheid voor allen die met zijn thuis te maken hebben, terug te komen, het huis dat altijd in zijn herinnering gebleven is als zijn echte thuis. Dan ziet hij in de verte de onmiskenbare figuur van zijn vader die hem tegemoet komt. Dit is het belangrijkste moment -de ontmoeting. Elke berouwvolle biecht is «een reiken naar de heiligheid van God, een herontdekking van zijn eigen identiteit, die verward en door elkaar geraakt is door de zonde, een bevrijding in het diepst van de eigen persoon en zo een herovering van de verloren vreugde, de vreugde gered te worden, welke vreugde door de meerderheid tegenwoordig niet meer ervaren kan worden.»3 Wij moeten zorgen, dat anderen dat heimwee naar God voelen, ervaren en naar Hem toegaan die op hen wacht.

Wij zouden een verlangen moeten voelen zo snel mogelijk met de Heer alleen te zijn. Zo zagen de leerlingen ernaar uit bij Hem te zijn, nadat Hij een paar dagen weg was geweest. Dan kunnen we alle ondervonden verdriet voor Hem uitstorten, dat we voelden bij het vaststellen van onze zwakten, fouten, onvolmaaktheden en zonden; de verkeerde dingen zowel in onze beroepsmatige verplichtingen als in onze verhouding met andere mensen; in onze apostolische activiteit en natuurlijk ook in onze devoties.

Het verlangen dat we hebben Christus tot middelpunt van onze biecht te maken, is belangrijk om niet tot routine te vervallen en om uit de diepte van onze ziel de dingen op te halen die heel zwaar zijn en alleen in het licht van Gods liefde aan de oppervlakte komen.

8.2 God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af,  reinig mij van al mijn zonden.4 

In de loop van ons leven hebben we God vaak om vergeving gevraagd en vaak heeft Hij ons vergeven. Aan het eind van elke dag, als we overwegen wat we in de loop van die dag gedaan hebben, zouden we moeten zeggen: Ontferm U over mij in uw barmhartigheid... Ieder van ons weet hoezeer hij Gods genade nodig heeft.

Daarom gaan we biechten: om de absolutie te vragen, vergeving voor onze tekortkomingen, alsof we bedelen om een aalmoes waar we volstrekt geen recht op hebben. We gaan met vertrouwen; niet omwille van onze verdiensten, maar met onze hoop op zijn genade die eeuwig en oneindig en altijd tot vergeving bereid is. Cor contritum et humiliatum, Deus, non despicies... Een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.5 Hij vraagt alleen dat we onze fouten erkennen, dat we nederig en oprecht onze schuld bekennen. Daarom gaan we biechten zodat de persoon die Gods plaats inneemt, die in naam van God optreedt, ons er vergiffenis voor kan schenken. Het is niet van belang of hij ons begrijpt of moed inspreekt. Wij gaan om vergiffenis te vragen. Daarom bestaat onze zelfbeschuldiging niet in het enkel meedelen van de zonden, want het gaat er niet om dat wij een historisch verslag geven van onze overtredingen, maar dat we eerlijk en naar waarheid onszelf ervan beschuldigen: Ik beleid mijn schuld... Het is een hard aankomende beschuldiging van iets waarvan we wensen dat het nooit gebeurd was. O God, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af,  reinig mij van al mijn zonden.

De heilige Jozefmaria Escrivá gaf ons gewoonlijk met een eenvoudig en praktisch criterium de raad dat onze biecht 'Allesomvattend, Beknopt, Concreet en Duidelijk' moest zijn.

'Allesomvattend': een integrale belijdenis zonder uit een vals schaamtegevoel iets weg te laten om niet 'al te slecht te lijken' in de ogen van de biechtvader.

'Beknopt': met weinig woorden, alleen de woorden die nodig zijn om nederig te zeggen wat we hebben gedaan of nagelaten, zonder onnodige uitweidingen of verfraaiingen. Het gebruik van te veel woorden bergt vaak, bewust of onbewust, in zich het verlangen rechtstreekse en volledige eerlijkheid te ontvluchten. Om niet in deze fout te vervallen moeten we een goed gewetensonderzoek doen.

'Concreet': een biecht zonder uitweidingen, zonder algemeenheden. De biechteling zal de biechtvader «op de hoogte brengen van zijn situatie en ook zal hij zeggen wanneer hij voor het laatst zijn zonde heeft beleden, welke moeilijkheden hij ondervindt om een christelijk leven te leiden.»6 Hij zet zijn zonden en de omliggende omstandigheden die met de fouten verband houden uiteen, zodat de biechtvader kan oordelen, van de zonden ontslaan en helen.7 

'Duidelijk': een biecht waarin we zorgen dat we begrepen worden, de juiste aard van de fout uiteenzetten en daarbij bescheiden en fijnzinnig laten blijken hoe betreurenswaardig we eraan toe zijn.

Laten we nagaan of het, telkens wanneer we ons voorbereiden op het ontvangen van dit sacrament, vaststaat, dat wat we de biechtvader gaan zeggen, voldoet aan deze kenmerken.

8.3 «De vastentijd is bijzonder geschikt om te zorgen voor een bewust en gevormd geweten. Met name in deze tijd houdt de Kerk ons de overweldigende noodzaak van de sacramentele biecht voor, zodat we allemaal de verrijzenis van Christus kunnen beleven, niet alleen in de liturgie, maar ook in onze eigen ziel.»8 

De biecht doet ons delen in het Lijden van Christus en, door zijn verdiensten, in zijn Verrijzenis. Elke keer als we het sacrament in de juiste gesteltenis ontvangen, vindt er in onze ziel de wedergeboorte van het genadeleven plaats. Het bloed van Christus dat Hij liefderijk vergoten heeft, zuivert en heiligt de ziel en deelt door de kracht van het sacrament genade toe -als die verloren gegaan was- of doet deze toenemen in een mate die afhankelijk is van de gesteltenis van de biechteling.

«De intensiteit van het berouw is, soms, evenredig aan een grotere genade dan wat men door de zonde verloor; soms aan een gelijke, soms aan een kleinere. Daarom staat de biechteling soms op met een grotere genade dan hij tevoren had; soms met dezelfde genade, soms met minder. Wij moeten hetzelfde zeggen van de deugden die afhangen van en voortvloeien uit de genade.»9

In de biecht geeft God de ziel een groter licht en toegenomen kracht -bijzondere genaden om te strijden tegen de neigingen die we gebiecht hebben en de gelegenheid tot zondigen te mijden en niet in dezelfde fouten te vervallen. Hij vraagt om en ontvangt hulp in zijn dagelijkse strijd. «Zie hoe goed God is en hoe gemakkelijk Hij zonden vergeeft. Hij herstelt met zijn vergiffenis niet alleen wat verloren was, maar kent ons onverhoopte weldaden toe.»10 Hoe vaak hebben we na de biecht, na de Heer verteld te hebben dat we ons jegens Hem slecht gedragen hadden, de grootste genaden ontvangen. Jezus vergeldt altijd kwaad met goed om ons te sterken in ons geloof. De straf die we voor onze zonden verdiend hebben -net zoals de inwoners van Ninive straf verdiend hadden, zoals we zien in de eerste lezing vandaag11- wordt door God kwijtgescholden als Hij ons berouw, onze werken van boetvaardigheid en het herstel van de aangerichte schade ziet.

Het eerlijk belijden van onze fouten heeft altijd een vrede en vreugde tot gevolg in onze ziel. De zonde en een gebrek aan overeenstemming met de genade veroorzaakten droefheid die nu omgezet wordt in vreugde. «De momenten van een eerlijke biecht moeten onder de zoetste ogenblikken gerekend worden, onder de troostrijkste en beslissendste momenten van ons leven.»12 

«Nu begrijp je hoeveel je Jezus hebt laten lijden, en je bent vol smart. Wat is het toch eenvoudig om Hem vergiffenis te vragen, en jouw veelvuldig verraad uit het verleden te bewenen. Je hebt een onbedwingbaar verlangen alles goed te maken. -Goed. Maar vergeet niet, dat de geest van boetvaardigheid vooral bestaat in het vervullen van de plicht van elk ogenblik, wat het je ook moge kosten.»13

-1. Introïtus, Ps 24,6. -2. Ez 34,15-16. -3. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Reconciliatio et Poenitentia, 2 december 1984, 31, 3. -4. Ps 51 (50),3-4. -5. Ps 51(50),19. -6. Paulus vi, Ordo Poenitentiae, 16. -7. Vgl. Paulus vi, o.c., 16. -8. Johannes Paulus ii, Brief aan de gelovigen in Rome, 28 februari 1979. -9. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q89, a2, c. -10. H. Ambrosius, Commentaar op het evangelie van de heilige Lucas, 2,73. -11. Eerste lezing van de Mis, Jona 3,1-10. -12. Paulus vi, Toespraak, 27 februari 1975. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Kruisweg, negende statie, 5.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012