Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede week. Dinsdag

10. ONZE ZONDEN EN DE BIECHT

-De belijdenis van de zonden en het voornemen tot verbetering. De belijdenis is individueel, mondeling en volledig. -Tegenover Christus zelf. Veelvuldige biecht. -Elke biecht is een goed voor de gehele Kerk. De gemeenschap der heiligen en het sacrament van de boetvaardigheid.

10.1 Een stem roept: Baan de Heer een weg in de steppe, effen onze God een heerbaan in de woestijn, elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel geslecht worden, alle oneffenheden moeten vlak, de rotsmassa's een vallei worden.1 De beste wijze om onze ziel in gereedheid te brengen voor de Heer die gaat komen, is ons zeer goed op de biecht voor te bereiden. De noodzaak van dit sacrament, bron van genade en barmhartigheid gedurende de hele loop van ons leven, komt in het bijzonder duidelijk naar voren in deze tijd, waarin de liturgie van de Kerk ons aanzet vol geestdrift te verlangen naar kerstmis, de geboorte van de Heer. Zij helpt ons met dit smeekgebed: God, om de mensen te bevrijden uit de toestand van de zonde hebt Gij uw eniggeboren Zoon in deze wereld gezonden. Vervul onze verwachting en schenk ons in uw liefde de genade om te komen tot de ware vrijheid die Gij ons hebt beloofd.2

De biecht is, naast de eucharistie, ook het sacrament dat ons voorbereidt op de definitieve ontmoeting met Christus aan het eind van ons leven. Ons hele leven is een voortdurende advent, een verwachten van het laatste ogenblik, waarop we ons dag na dag zonder onderbreken moeten voorbereiden. Het is een troost te bedenken dat het de Heer zelf is die vurig verlangt dat wij bij Hem zijn op de nieuwe aarde, in de nieuwe hemel3 die Hij ons bereid heeft. Elke goed verrichte biecht is een aanmoediging van de Heer om voort te gaan. Zonder moedeloosheid, zonder droefheid, vrij van onze onvolkomenheden. Heb goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven4, ga heen en begin opnieuw. Hijzelf is het die ons vergeeft na onze deemoedige schuldbekentenis. Laten we onze zonden belijden bij «God zelf, ook al zit er in de biechtstoel een mens-priester te luisteren. Die mens is de trouwe en nederige dienaar van dit grote mysterie dat zich voltrekt tussen het kind dat terugkeert en de Vader.»5

«De oorzaken van het kwaad moeten niet buiten de mens gezocht worden maar, vooral, in zijn eigen hart. Echter ook het tegengif komt uit het hart. Katholieken moeten zich derhalve, met behulp van de oprechtheid in bekeringsijver die hun eigen is, verzetten tegen de vervlak­king van de mens, en met hun eigen leven de blijdschap van de ware bevrijding uit de zonde verkondigen [...] door mid­del van een oprecht berouw, door het vaste voornemen zich te beteren, en door een vastberaden schuldbekentenis.»6

Voor wie na het doopsel tot doodzonde is vervallen, is dit sacrament onontbeerlijk ter zaliging, zoals het doopsel dat is voor hen die nog niet herboren zijn in het bovennatuurlijk leven: «het is middel om de mens te verzadigen met de gerechtigheid die juist van de Verlosser afkomstig is.»7 Dit is voor de Kerk van een zo groot belang, «dat priesters zich bij gebrek aan tijd misschien verplicht zien bepaalde activiteiten uit- of zelfs af te stellen, maar nooit het biechthoren.»8

Alle doodzonden die na het doopsel begaan zijn, en ook de omstandigheden die de soort ervan nader bepalen, moe­ten verschijnen voor de rechtbank van de boetvaardigheid in een mondeling maar geheim opbiechten van de zonden, met een individuele absolutie. De heilige Vader vraagt ons allemaal om, als het in onze mogelijkheden ligt «de kerkgemeenschap te helpen het belang van de individuele belij­denis van de zonden ten volle op waarde te doen schatten, als een persoonlijke ontmoeting met de barmhartige Zaligmaker die van ons houdt, en in een zo belangrijke kwestie trouw te doen zijn aan de richtlijnen van de Kerk.»9 «Wij kunnen niet vergeten dat bekering een inwen­dige daad is met uitzonderlijke diepgang, waarin de mens zich niet door een ander kan laten vervangen. De gemeenschap kan niet als zijn plaatsvervanger optreden.»10

10.2 De belijdenis van de zonden moet verder volledig zijn, althans voor zover het zware zonden betreft en moet bovennatuurlijk zijn: bewust van het feit, dat we de Heer zelf om vergeving gaan vragen; Hem die wij beledigd hebben, want elke zonde, ook de zonde begaan tegen onze broeders, is een rechtstreekse belediging van God. Het biechten met een bovennatuurlijke visie is een echte liefdesakt jegens God. In de intimiteit van onze ziel horen wij Christus die, net als tegen Petrus, zegt: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief? En met dezelfde woorden als die van de apostel zullen wij dan kunnen zeggen: Domine, tu omnia nosti, tu scis quia amo te, Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U liefheb11, ondanks alles.

Na de doodzonde is het grootste ongeluk voor de ziel de dagelijkse zonde, want die houdt ons af van veel actuele genaden. Elke kleine ontrouw doet een grote schat verloren gaan. Zij vermindert de liefdesgloed; vermeerdert de moeilijkheden bij het beoefenen van de deugden die steeds moeilijker gaan lijken; en vergroot de neiging tot doodzonde, die ook begaan zal worden als er niet onmiddellijk wordt ingegrepen.

De veelvuldige communie en de biecht zijn de beste hulpmiddelen in de strijd om de dagelijkse zonden te vermijden. In de biecht krijgen we bovendien speciale genaden om de feilen en zonden te voorkomen waarvan we ons beschuldigd hebben en waarover we berouw hebben. Van de veelvuldige biecht houden is een symptoom van de fijnzin­nigheid van de ziel, van de liefde tot God. Minachting of onver­schilligheid voor de biecht wijzen op een gebrek aan innerlijke fijngevoeligheid en, vaak, op een echte stijfkoppigheid tegenover het bovennatuurlijke.

De frequentie van biechten wordt bepaald door de concrete noden van elke ziel. Als een persoon serieus erop gericht is in alles de wil van God te vervullen en in alles van Hem te zijn, zal hij de werkelijke behoefte voelen zeer vaak en punctueel zijn toevlucht tot dit sacrament te nemen. «De periodiek hernieuwde biecht, ook wel devotiebiecht genoemd, is in de Kerk altijd een gezel geweest op de weg naar de heiligheid.»12

10.3 Het zich in het sacrament van de boetvaardigheid verzoenen van iedere mens met God en met de Kerk is een van de intiemste en persoonlijkste daden van de mens. Veel elementaire zaken in het heiligdom van het geweten veranderen bij elke biecht. Tegelijkertijd zullen wij niet kunnen vergeten, dat dit sacrament ook een diepe en onontkoombare sociale dimensie heeft. Bij wie gaat biechten, veranderen er ook veel dingen in het gezin, in de studie, het werk, onder vrienden etcetera.

De zonde veroorzaakt -en dat is de grootste tragedie- in de mens die die zonde begaat, een grondige verstoring van zijn evenwicht. En wie zo onevenwichtig is, zal ook de mensen om hem heen aan het wankelen brengen. In het sacrament van de boetvaardigheid herstelt de Heer het evenwicht weer. Hij vergeeft niet alleen de zonde, Hij herstelt ook de verloren orde en harmonie in de ziel.

Een goede biecht is een geschenk voor de mensen die bij ons in huis wonen, met wie we werken. En ook heel veel andere mensen met wie we elke dag omgaan, plukken er de vruchten van. Dingen worden op een heel andere wijze gedaan en gezegd, wanneer we op het goede moment de genade van dat sacrament ontvangen hebben. Als een gelovige gaat biechten, heeft dat ook een onmeetbaar goed voor heel de Kerk tot gevolg. Elke keer als de priester de woorden van de absolutie uitspreekt, verheugt en verrijkt Zij zich op wondere wijze als geheel. Door de gemeenschap van de heiligen heeft elke biecht een luide weerklank in het gehele Mystieke Lichaam van Christus. In de Kerk -waarvan Christus de hoeksteen is- ondersteunt elke gelovige de anderen met goede werken en verdiensten en wordt hij tegelijkertijd door de anderen ondersteund. Allen hebben behoefte aan de gemeenschappelijke geestelijke goederen en hebben er, feitelijk, ononderbroken deel aan. Onze verdiensten zijn een hulp voor onze broeders, de mensen, die over de hele wereld verspreid zijn. Op dezelfde wijze zijn zonde, lauwheid, dagelijkse zonden, oppervlakkigheid, een ballast voor alle lidmaten van de pelgrimerende Kerk: Wanneer één lid lijdt, delen alle ledematen in het lijden; wordt één lid geëerd, alle delen in de vreugde.13

«Dit is de keerzijde van die saamhorigheid die zich op godsdienstig niveau in het diepe en prachtige mysterie van de gemeenschap der heiligen ontwikkelt, dankzij welke men heeft kunnen zeggen dat 'iedere ziel die zich verheft, de wereld verheft' (Elisabeth Leseur). Aan deze 'wet van de verheffing' beantwoordt helaas de 'wet van het vallen', zodat men kan spreken van een 'gemeenschap in zonde', waardoor een ziel die zich verlaagt door te zondigen, met zichzelf ook de Kerk en in zekere zin heel de wereld vernedert. Met andere woorden: er is geen enkele zonde, hoe innerlijk en geheim ook, hoe absoluut individueel ook, die uitsluitend diegene aangaat die die zonde bedrijft. Elke zonde heeft een weerslag, met meer of minder heftigheid, met meer of minder schade, op geheel de Kerk en op heel de mensenfamilie.»14

Als iemand in de juiste gesteldheid gaat biechten, is dat een moment van blijdschap voor de biechteling zelf, maar ook voor allen. En als zij de drachme gevonden heeft, roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt: Deelt in mijn vreugde.15 De gelukzaligen in de hemel, de zalige zielen in het vagevuur en de Kerk die nog steeds pelgrimeert in deze wereld, verheugen zich elke keer als er een absolutie verleend wordt.

Het losmaken van de kluisters van de zonde is tegelijkertijd het aanhalen van de banden der broederschap. Zouden wij niet met meer blijdschap tot dat sacrament moeten naderen, wat sneller, in de wetenschap dat wij zoveel andere gelovigen en vooral de mensen dicht om ons heen helpen door het simpele feit dat we goed biechten?

Laten we God, samen met de Kerk, smeken: dat de aanwezigheid van uw Zoon, die op handen is, ons vernieuwt en ons bevrijdt zodat we niet opnieuw vervallen in de oude slavernij van de zonde.16

-1. Jes 40,1-11. -2. Gebed uit de Mis van zaterdag in de eerste week van de advent. -3. Vgl. Apok 21,1. -4. Mt 9,2. -5. Johannes Paulus ii, Homilie in de parochie van de heilige Ignatius te Rome, 16 maart 1980. -6. Idem, Homilie, Rome, 5 april 1979. -7. Idem, Enc. Redemptor hominis, 20. -8. Idem, Toespraak, Rome, 17 november 1978. -9. Idem, Toespraak, Tokio, 23 februari 1981. -10. Idem, Enc. Redemptor hominis, 20. -11. Joh 21,17. -12. Johannes Paulus ii, Toespraak, 30 januari 1981. -13. 1 Kor 12,26. -14. Johannes Paulus ii, Ap. exhort. Reconciliatio et paenitentia, 16. -15. Lc 15,9. -16. Gebed uit de Mis van dinsdag in de eerste week van de advent.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012