3 december
Vierde dag van de Noveen
van de Onbevlekte Ontvangenis
46. Oorzaak van onze blijdschap
-De ware blijdschap komt met Maria in de wereld. -Zij leert
ons reden tot blijdschap voor de anderen te zijn. -Alle droefheid ver wegjagen.
46.1 God, die
door de menswording van uw Zoon de wereld met vreugde vervuld hebt, verleen ons
die uw Moeder, de oorzaak van onze blijdschap vereren, dat wij altijd de weg
van uw geboden volgen, opdat ons hart sterk moge zijn in de ware blijdschap.1
In God is de ware blijdschap, en alles wat wij van Hem ontvangen
gaat steeds van die vreugde vergezeld. Toen God de wereld uit het niets
geschapen had, was alles een feest, vooral toen Hij de mens schiep naar zijn
beeld en gelijkenis. Er ligt vreugde vervat in de zin waarmee het
scheppingsverhaal wordt afgesloten: God bezag alles wat Hij gemaakt had, en Hij
zag dat het heel goed was.2
Onze eerste ouders genoten van al wat bestond en juichten van liefde,
lofprijzing en dankbaarheid voor God. Droefheid was hun onbekend.
Toen echter kwam de eerste zonde, en daarmee viel er iets op
het mensenhart dat dit verstoorde. Bij de mens kwam droefheid in de plaats van
de heldere en stralende vreugde; droefenis sijpelde langzaam in alle dingen
door. Met de Onbevlekte Ontvangenis van Maria kwam, geruisloos, de eerste
fonkeling van waarachtige vreugde in de wereld. Haar geboorte was reden tot
onmetelijke vreugde voor de Allerheiligste Drieëenheid, die met welgevallen de
wereld bezag, omdat Maria daar was. En met het fiat van Onze Lieve Vrouw,
waardoor zij haar instemming verleende met de goddelijke heilsplannen, werd
haar hart vollediger met de blijdschap van God vervuld, en deze vreugde, die
haar oorsprong heeft in de Allerheiligste Drieëenheid, heeft heel de mensheid
overstroomd. «Wanneer God een ziel wil 'bewerken', haar tot het hoogste punt
van zijn liefde wil verheffen, vestigt Hij haar eerst in zijn vreugde.»3 Zo deed Hij met de allerheiligste Maagd; en de
volheid van deze vreugde is tweevoudig: in de eerste plaats omdat zij vol van
genade is, vol van God, zoals geen enkel schepsel ooit is geweest of zal zijn;
in de tweede plaats omdat vanaf het ogenblik, waarop zij haar instemming gaf
aan de boodschap van de engel, Gods Zoon het vlees heeft aangenomen in haar
allerzuiverste schoot: met Hem kwam de volle, ware blijdschap tot de mensen.
Zijn geboorte in Betlehem zal dan ook met deze betekenisvolle woorden worden
aangekondigd: Vreest niet, want zie, ik verkondig u een
vreugdevolle boodschap die bestemd is voor het hele volk. Heden is u een Redder
geboren, Christus de Heer, in de stad van David.4
Christus is de grote vreugdebrenger, die de droefheid van hart uitbant; Onze
Lieve Vrouw was de Oorzaak van onze blijdschap,
omdat zij ons door haar woord van instemming Christus gegeven heeft; en ook nu
nog brengt zij ons iedere dag tot Hem en geeft zij Hem weer aan ons. De weg van
het innerlijk leven leidt tot Jezus via Maria. Blijdschap is -dat mogen we
nooit vergeten-: bij Jezus zijn, ook al worden we aan alle kanten omringd door
lijden en tegenslagen; de enige droefheid zou zijn: Hem niet te bezitten. «Deze
levende ervaring van Christus en van onze verbondenheid is de plaats van de
hoop en derhalve smaakbron voor het leven; op die wijze maakt zij blijdschap
mogelijk; een blijdschap die zich niet verplicht ziet iets te vergeten of te
hekelen om bestendig te zijn.»5
46.2 De heilige Maagd brengt de
blijdschap waar zij komt. Zodra Elisabet de groet van Maria
hoorde, sprong het kind van vreugde op in haar schoot; Elisabet werd vervuld
met de Heilige Geest.6 De nabijheid van
Maria, die in haar schoot Gods Zoon draagt, veroorzaakt in dat huis zoveel
uitgelatenheid, dat zelfs Johannes de Doper -nog vóór zijn geboorte- zijn blijdschap
toont in de schoot van zijn moeder. «In tegenwoordigheid van de Heer -schrijft
Johannes Chrysostomus- houdt hij het niet meer uit om de door de natuur
bepaalde tijd af te wachten, maar probeert hij uit de gevangenis van de
moederschoot uit te breken; zo zorgt hij voor het getuigenis, dat de Heiland op
punt van komen staat.»7
De Maagd leert ons oorzaak van blijdschap voor anderen te
zijn, in de familiekring, op het werk, in de betrekkingen met degenen met wie
we omgaan, ook al is het maar kortstondig, zoals ter gelegenheid van een
interview, een reis, van die kleine vriendelijke gestes die het zware verkeer
van de grote stad of het wachten op een openbaar vervoermiddel dat niet al te
snel wil komen wat draaglijker maken. Het moet met ons zijn als met die bronnen
die nog in vele dorpen bestaan, waar de vrouwen van de plaats naar toe komen om
water te halen. Sommigen brengen grote kruiken mee, en de bron vult ze; andere
kruiken zijn kleiner, maar ook die worden tot boven aan toe gevuld, en de bron
maakt ze schoon... Het eindigt er altijd mee, dat elke kruik die bij de bron
komt vol raakt. Zo moet het ook met ons leven zijn: iedereen die tot ons
nadert, moet in grotere vrede, in blijdschap weggaan. Iedereen die ons bezoekt,
omdat we ziek zijn, of vanwege vriendschap, nabuurschap, werk..., moet een beetje
opgewekter terugkeren. Het water dat een bron bereikt, komt gewoonlijk van een
andere plaats vandaan. De oorsprong van onze blijdschap ligt bij God, en de
Maagd leidt ons tot Hem. Wanneer een bron geen water geeft, raakt ze verstopt
van het vuil; zoals een ziel, die geen bron van vrede voor de anderen meer is,
omdat mogelijkerwijs haar betrekkingen met de Heer niet helder zijn. «Ben je de
vreugde kwijt? -Denk dan: er is een hindernis tussen God en mij. -Bijna altijd
zal het zo zijn.»8 En als we die eenmaal ontdekt
hebben, zal Onze Lieve Vrouw ons helpen om hem uit de weg te ruimen.
Blijdschap -zo leert de heilige Thomas van Aquino ons-
ontstaat uit de liefde.9 En de liefde heeft
zoveel kracht «dat wij onze eigen bevrediging vergeten om slechts te behagen
aan Hem die we beminnen. Inderdaad, zelfs de grootste bitterheid wordt zoet bij
de gedachte, dat wij daardoor God behagen.»10 De
omgang met Jezus doet ons heenstappen over geschilpunten of kleine uitingen van
weerzin, die op een gegeven moment kunnen opdoemen, om de diepte van de ziel te
bereiken van hen met wie we verkeren en die vaak dorsten naar een glimlach, een
vriendelijk woord, een hartelijk antwoord.
Op deze vierde dag van de Noveen van de Onbevlekte Maagd
kunnen we nagaan hoe het gesteld is met onze blijdschap, of die een weg is
waarover anderen God kunnen ontmoeten, of wij licht en geen kruis zijn voor hen
met wie we gewoonlijk een wat intensere betrekking onderhouden. We kunnen
vandaag Onze Lieve Vrouw het vaste en oprechte voornemen aanbieden reden tot
blijdschap voor anderen te zijn, «de weg voor anderen aantrekkelijk en
gemakkelijk te maken, want het leven brengt uit zichzelf al genoeg bittere
ervaringen met zich mee.»11 Het is een
hartelijke manier om de Maagd na te volgen, die vanuit de hemel met een
glimlach op ons zal neerzien en ons zal aanmoedigen voort te gaan op deze weg,
waarop we aanstonds haar Zoon zullen ontmoeten. En dat zowel op dagen waarop
het ons gemakkelijk valt anderen te verblijden, alsook wanneer het ons een
beetje meer moeite kost, door vermoeidheid of omdat we een of andere last
meetorsen. Juist dan zal onze hemelse Moeder ons heel bijzonder bijstaan.
46.3 Zij die in de nabijheid van
Onze Lieve Vrouw verkeerden, deelden in de onmetelijke vreugde en
onuitsprekelijke vrede die haar ziel vervulde, want in alles weerspiegelde zich
«de rijkdom en schoonheid waarmee God haar groot gemaakt had. Met name omdat
zij in Christus gered en beschermd was en Gods leven en liefde in haar heersten.
Daarop duiden andere titels van onze litanie: Beminnelijke
Moeder, Bewonderenswaardige Moeder, Allervoorzichtigste, Machtige,
Getrouwe Maagd... Telkens weer ontkiemt uit haar een nieuwe blijdschap, wanneer
zij voor ons staat en wij met eerbied en liefde naar haar opzien. En als dan
een kruimeltje van die schoonheid tot ons komt, onze ziel binnendringt en die
dan ook schoon maakt... hoe groot is dan niet onze blijdschap!»12
Wat is het gemakkelijk om ons voor te stellen hoe allen die
het geluk hebben gehad haar te kennen, dicht bij haar verlangden te zijn! De
buren zullen dikwijls bij haar in huis gekomen zijn, evenals vrienden,
verwanten... Niemand hoorde uit haar mond klachten of pessimistische,
klaagzieke geluiden, maar uitsluitend het verlangen om te dienen, om zich aan
anderen te geven.
Wanneer de ziel blij is -soms met pijn en tranen- dan stort
zij zich naar buiten en is zij een drijfveer voor de anderen; droefheid
daarentegen verduistert de omgeving en richt schade aan. Zijn
kleed uittrekken op een koude dag of azijn gieten op loogzout: dat doet degene
die liedjes zingt in het bijzijn van iemand die bedroefd van hart is13; en ze brengt ook schade toe aan de vriendschap,
aan het gezinsleven..., aan alles. Zij maakt de weg vrij voor het kwaad; daarom
moet aanstonds tegen deze gemoedstoestand gestreden worden, wanneer die een
keer op het hart drukt: Zoek afleiding voor uw zorgen en
troost uw hart en jaag de droefheid ver van u weg. Want door droefheid zijn
velen te gronde gegaan en zij dient tot niets.14
Zichzelf vergeten, zich niet overmatig bekommeren om de eigen zaken, die zelden
daarvoor belangrijk genoeg zijn, meer op God vertrouwen: dat is de
noodzakelijke voorwaarde om blijmoedig te zijn en hen die ons omringen te
dienen. Wie te zeer om zichzelf bekommerd is, zal moeilijk blijdschap vinden,
en blijdschap is toch de opening naar God en de ander toe. Daarentegen moet
onze vreugde vaak de weg zijn om anderen in staat te stellen de Heer te
ontmoeten.
Het gebed stelt de ziel open voor de Heer. Door het gebed
kunnen we tot de aanvaarding komen van een tegenslag, die misschien de oorzaak
is van die toestand van droefheid, of kunnen we wat ons beklemt in Gods handen
leggen. Door het gebed kunnen we edelmoediger zijn, een goede biecht afleggen,
als lauwheid of zonde de oorzaak waren van de verwijdering van de Heer of van
droefheid of slecht humeur.
Wij besluiten ons gebed door ons tot de Maagd te richten:
«Causa nostrae laetitiae!, oorzaak van onze blijdschap, bid voor ons! Zij leert
ons in geloof de paradox te aanvaarden van de christelijke blijdschap, die
geboren wordt en opbloeit uit smart, uit verloochening, uit de vereniging met
haar gekruisigde Zoon; zij zorgt ervoor, dat onze blijdschap altijd waarachtig
en volledig is, opdat wij die kunnen schenken aan allen.»15
Laten wij op deze dag van de Noveen onze hemelse Moeder het
vaste voornemen aanbieden droefheid steeds ver weg te jagen en oorzaak van
vrede en blijdschap voor anderen te zijn.
-1. Missen van de Maagd Maria,
II mis van de heilige Maria, Oorzaak van onze blijdschap. Collectegebed. -2. Gn 1,31. -3. M.D. Philippe, Mystère de Marie. -4. Lc
2,10-11. -5. L. Giussani, La
utopía y la presencia, in Revista 30 dias,
VIII-IX-1990, bl. 9. -6. Lc 1,41. -7. H. Johannes Chrysostomus, Preek
door Metafrasto overgeleverd. -8. H.
Jozefmaria Escrivá, De Weg, 662. -9. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa
Theologiae, II-II, q28, a4. -10. H. Theresia van
Ávila, De Kloosterstichtingen, 5,10.
-11. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 63. -12. F.M. Moschner, Rosa mística, Rialp, Madrid 1957, bl. 180. -13. Spr 25,20. -14. Sir 30,24-25.
-15. Johannes Paulus ii, Homilie 31-V-1979.