Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Twintigste week. Woensdag

51. Op alle uren van de dag

-De Heer roept iedereen om te werken in zijn wijngaard. Hij roept ons om medeverlossers te zijn met Hem in de wereld. -Wij verrichten apostolaat op ieder moment en waar we ook zijn. Het voorbeeld van de eerste christenen. -Iedereen die met ons in contact komt moet de drang voelen om dichter bij Christus te leven.

51.1 In het evangelie van vandaag spreekt de Heer over een vader van een gezin die uitgaat om arbeiders te huren voor zijn wijngaard -vroeg in de morgen, om negen uur 's morgens, om twaalf uur 's middags, om drie uur 's middags...1 Hij belooft de eerste groep een denarie te betalen voor een dag werken. De overige groepen worden achtereenvolgens ook gehuurd met vooruitzicht op hetzelfde rechtvaardige loon. Aan het eind van de dag, om vijf uur 's middags, gaat de vader nogmaals uit en vindt nog meer arbeiders zonder werk. Hij vraagt hun: Wat staat ge heel de dag werkloos? En zij antwoorden: Niemand heeft ons gehuurd. Dus zond de eigenaar ook hen naar de wijngaard.

De Heer wil ons een fundamentele les leren: God roept iedereen en elke persoon tot zijn dienst. Sommige mensen ontvangen Christus' uitnodiging 'vroeg in de morgen', in hun jeugd. Zij zijn gezegend met een speciaal soort goddelijke voorliefde. Anderen ontvangen Christus' roep 'later op de dag'. Iedereen wordt in verschillende omstandigheden geroepen. De denarie die we ontvangen aan het einde van de dag is de eeuwige heerlijkheid, deelname aan het leven van God.2 Bovendien wordt ons een onvergelijkbaar geluk gegeven hier op aarde, omdat we weten dat we werken voor de Meester, dat we ons leven geven aan Christus.

Werken in de wijngaard van de Heer, het maakt niet uit hoe oud we zijn, is samenwerken met Christus aan de verlossing van de wereld: de juiste leer verspreiden, in het seizoen en buiten het seizoen; anderen aanmoedigen om Christus nader te volgen met ons gebedsleven; catechese geven; helpen met het opzetten van fondsen voor nieuwe apostolische middelen; iemand wegleiden van een situatie die zou kunnen resulteren in een belediging van God; anderen de mogelijkheid van een roeping in overweging geven...

Wie zich geroepen voelt om te werken in de wijngaard van de Heer moet inderdaad «deelnemen aan het goddelijke plan van redding. Hij moet persoonlijk vooruitgang boeken naar zijn eigen verlossing en anderen helpen dit ook te bereiken. Door anderen te helpen, redt hij zichzelf.»3

Het zal niet mogelijk zijn Christus te volgen als we er tegelijkertijd niet in slagen de vreugde van onze roeping aan iedereen over te brengen. «Wie volledig opgaat in zijn eigen belangen is nog niet binnengegaan in de wijngaard van de Heer.»4 De mensen die werken voor Christus zijn zij die «altijd waakzaam zijn om nieuwe zielen te winnen. Zij haasten zich om anderen naar de wijngaard te brengen.»5 Er is spoed geboden want ons leven is kort.

51.2 De Heer gaat uit om arbeiders te huren voor zijn wijngaard op verschillende uren en op verschillende plaatsen. Ieder uur, elke minuut is een goede tijd voor apostolaat, om anderen naar de wijngaard te brengen zodat ook zij van dienst kunnen zijn. God roept elkeen van ons in overeenstemming met zijn persoonlijke omstandigheden, met zijn deugden en evengoed met zijn gebreken. Ontelbare aantallen mensen zijn gestorven zonder Christus gekend te hebben omdat niemand hun het nieuws gebracht heeft. Zullen wij ook verlamd raken, niet in staat om over God te praten? «Nu zegt u me misschien: en waarom zou ik me moeten inspannen? Niet ik, maar de heilige Paulus geeft u het antwoord: 'de liefde van Christus laat ons geen rust' (2 Kor 5,14). De tijd die een mensenleven duurt, is maar kort om de grenzen van uw liefde te verruimen.»6

De eerste christenen begrepen heel goed dat het apostolaat geen grenzen kende van personen, plaatsen of situaties. Apostolaat begon gewoonlijk bij hun eigen gezinnen. «Door hun onderlinge liefde overtuigden zij hun knechten en kinderen, als ze die hadden, om christen te worden. Als ze eenmaal christenen waren, noemden ze elkaar zonder onderscheid 'broeders'.»7 Er waren vele gezinnen die het geloof kregen van hun slaven, van de jongste van hun knechten en kinderen tot de oudste. Misschien werden ze gevolgd door hun buren, hun cliënten, hun klanten, hun kennissen... De verspreiding van het evangelie in het hele leger werd versneld door de deugden en het martelaarschap van de eerste christenen. Het leger zelf verschafte martelaars in Italië, in Afrika, in Egypte en langs de oevers van de Donau. De uiteindelijke vervolging begon met een zuivering van de legioenen.8

Alle situaties zijn gunstig om zielen naar Christus te brengen, zelfs de situaties die het minst geschikt lijken te zijn. Voor een Romeins tribunaal in Caesarea spreekt de heilige Paulus die als gevangene gebracht is voor de procurator Festus en koning Agrippa. Hij openbaart de mysteries van het geloof met zo'n overtuiging dat terwijl hij zich zo aan het verdedigen was, Festus met luider stem uitriep: Ge zijt krankzinnig, Paulus, uw grote geleerdheid brengt uw hoofd op hol. De heilige Beda merkt op: «Ze beschouwden het als krankzinnigheid dat een man in ketenen eerder zou kiezen te spreken over zijn innerlijk geloof dan over de lasteringen van zijn vijanden.»9

Later zegt Agrippa tot Paulus: Bijna zoudt ge mij door uw overtuigende woorden christen maken. En Paulus antwoordt: Ik zou God willen bidden, dat vroeg of laat niet alleen gij, maar allen die mij heden aanhoren, zouden worden als ik ben, afgezien dan van deze boeien.10

En waarom kunnen wij onze verwanten, buren en vrienden niet geduldig naar de Heer brengen? Onze liefde voor Christus is duidelijk te zien door onze apostolische geest. Wij zullen geen enkele gelegenheid voorbij laten gaan. Ieder uur is een goed uur om arbeiders naar de wijngaard van de Heer te brengen. Alle leeftijden zijn goede leeftijden voor ons om te dienen als mede-verlossers.

51.3 Het is verrassend dat de vader in de parabel helemaal aan het eind van de dag nog uitging, toen er nog maar weinig te doen was. Het is ook verrassend de verklaring te horen die degenen die zelfs op dat late uur nog werkloos waren, gaven: Niemand heeft ons gehuurd. Niemand heeft ons het goede nieuws verteld dat de eigenaar van het veld arbeiders zoekt om in zijn wijngaard te werken. Is dit niet hetzelfde antwoord dat veel gedoopte christenen vandaag geven? Hun geloof kwijnt weg omdat niemand van hen gebruik gemaakt heeft. «Je hebt een gesprek gehad met deze en gene en met nog iemand anders, want je wordt verteerd door ijver voor de zielen. -Deze werd bang; gene ging te rade bij een 'voorzichtig' iemand, die hem een verkeerd advies heeft gegeven... -Zet door: laat niemand zich later kunnen excuseren door te beweren quia nemo nos conduxit - dat niemand ons heeft geroepen.»11 Niemand van onze verwanten, onze vrienden, onze buren..., zelfs niet iemand met wie we een middag hebben doorgebracht, of een reis gemaakt, of gewerkt in hetzelfde kantoor, of gestudeerd aan dezelfde school... niemand zou onaangedaan moeten zijn door onze liefde voor Christus. Als de liefde groot is, toont ze zich bij de kleinste gelegenheid.

Velen zullen geraakt worden door de woorden die we spreken met kracht en met de vreugde van de Meester. Anderen zullen geholpen worden door ons goede voorbeeld van goed verricht werk, van berusting bij lijden, van klaarblijkelijke naastenliefde jegens anderen... Allen zullen zich aangespoord voelen door ons gebed en door onze diepe vreugde, die de vruchten zijn van de navolging van Christus. Niemand die ons gekend heeft moet aan het eind van zijn leven kunnen zeggen dat hij nooit geroepen is.

Sommigen van de arbeiders klaagden over het loon dat ze kregen. Daar was geen reden toe, daar de Heer aan ieder het overeengekomen bedrag gaf: een denarie. Die ontevredenen begrepen niet dat de Heer dienen een eer is en geen verplichting. Werken voor Christus is regeren. Door God van het openbare plein geroepen worden is een reden om dankbaar te zijn. Terwijl we dienen als apostelen midden in de wereld vinden we meer dan genoeg compensatie. We proberen van Christus te houden en Hem steeds trouwer te dienen, terwijl we nieuwe arbeiders zoeken om voor Hem te werken. De Heer zal die dienst nooit vergeten. We moeten in gedachten houden dat de denarie zelf geslagen is met «de beeldenaar van de Koning».12 God geeft zijn eigen leven voor ons. En aan het einde van de tijd zal Hij ons heerlijkheid zonder einde geven: ieder ontvangt zijn loon naar eigen arbeid.13

«Laten we samen de hulp inroepen van de Moeder van Christus, van haar die Jezus heeft zien opgroeien, van haar die zag hoe Hij zijn tijd onder de mensen benutte: Leer mij mijn dagen nuttig te maken ten dienste van de Kerk en van de zielen. Leer mij te luisteren met de uiterste gevoeligheid van mijn hart naar uw liefdevol verwijt. Lieve Moeder, altijd als het nodig is: laat mijn tijd niet míjn tijd zijn. Mijn tijd is van onze Vader die in de hemel is.»14 We vragen ook de heilige Jozef om ons te leren hoe we ons leven in Christus' dienst moeten benutten terwijl we ons bezighouden met onze gewone activiteiten midden in de wereld.

-1. Mt 20,1-16. -2. Vgl. F.M. Moschner, Parabels van het Koninkrijk der hemelen, 215. -3. Johannes Paulus ii, Over de verstandigheid, 25 oktober 1978. -4. H. Gregorius de Grote, Preken over de evangeliën, 19,2. -5. Ibidem. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 43. -7. Aristides, geciteerd door D. Ramos, El testimonio de los primeros cristianos. -8. A.G. Hamman, La vie quotidienne des premiers chrétiens. -9. H. Beda, Commentaar op de Handelingen van de Apostelen, in loc. -10. Hnd 26,24-32. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor 205. -12. H. Hiëronymus, Commentaar op het evangelie van Marcus, 4,3. -13. 1 Kor 3,8. -14. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 54.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012