Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Negende zondag door het jaar (A)

10. OP ROTS BOUWEN

-Heiligheid bestaat in het volvoeren van de wil van God, in het grote en in wat verwaarloosbaar schijnt. -Willen wat God wil. Overgave in de handen van God. -De goddelijke wil vervullen en beminnen, in het kleine van elke gewone dag en in belangrijke gebeurtenissen.

10.1 De Heer laat een duidelijke voorliefde blijken voor hen die zich erop richten in hun leven in alles de wil van God te vervullen; voor hen die zorgen, dat uit hun daden de woorden en verlangens van hun dialoog met God spreken, die zo omgezet worden in een werkelijk gebed. Immers: Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is, verklaart Jezus in het evangelie van de mis van vandaag.1 Bij die gelegenheid sprak Hij tot velen die het smeekgebed veranderd hadden in een puur opzeggen van woorden en vaste teksten, die verder geen enkel gevolg hadden voor hun schijnheilig en arglistig gedrag. Ons tweegesprek met Christus moet niet zo zijn: «Jouw gebed moet het gebed zijn van een kind van God; niet dat van de schijnheiligen die van Jezus deze woorden moesten horen: Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen.

»Je gebed, je roepen 'Heer, Heer!' moet gedurende de dag, op duizend verschillende manieren vergezeld gaan van het verlangen en het daadwerkelijke pogen de wil van God te volbrengen.»2

Ook is het niet voldoende als je wonderen of buitengewone dingen doet, zoals in zijn naam profeteren of duivels uitdrijven -als dat zonder Hem al mogelijk was-, als wij niet in de eerste plaats zijn beminnelijke wil doen: de grootste offers zouden vergeefs zijn, nutteloos al onze inspanningen. De Heilige Schrift laat ons daarentegen zien hoe God de mens die zich in alles probeert te vereenzelvigen met de goddelijke wil, liefheeft en zegent: Ik heb David gevonden, de zoon van Jesse, een man naar mijn hart, die mijn wil in alles zal volbrengen.3 En de heilige Johannes schrijft: En die wereld gaat voorbij met heel haar begeerlijkheid, maar wie de wil doet van God blijft in eeuwigheid.4 Jezus zelf verklaart, dat zijn voedsel is de wil te doen van de Vader en zijn werk te volbrengen.5 Dat is wat telt, daarin bestaat de heiligheid te midden van onze verplichtingen: «in het doen van zijn wil, in het zijn van wie Hij wil die wij zijn»6, door ons steeds meer los te maken van onze belangen en egoïsme, en ons één te maken met dat wat God voor ons beschikt heeft.

De weg die naar de hemel voert en naar het geluk hier op aarde «is de gehoorzaamheid aan de goddelijke wil, en níet het herhalen van zijn naam».7 Het gebed moet vergezeld gaan van daden, van het zeer sterke verlangen dat te verwezenlijken wat God wil, hetgeen ons op zeer verschillende wijzen blijkt. «Het zou toch afschuwelijk zijn -roept de heilige Theresia uit- als God ons duidelijk hoorde zeggen, dat wij weggevlucht waren van een zaak die Hem aanging en die wij niet wilden, omdat het ons beter uitkwam.»8 Wat jammer, als de Heer ons zou willen leiden langs de ene weg, en wij per se een andere zouden willen nemen. De wil van God volvoeren: een programma om ons hele leven mee te vullen.

«Je zult wel ooit, met heilige naijver, gedacht hebben aan die jonge apostel Johannes, van wie Jezus hield. -Zou jij het niet graag verdienen, dat men van jou zou zeggen: 'hij die houdt van de Wil van God'. Stel daartoe alles in het werk.»9 De geijkte middelen om dat te bereiken zijn: het vervullen van de kleine dagelijkse plichten; het ons in de loop van de dag afvragen 'doe ik op dit moment, wat ik moet doen?'; tegenslagen die zich in het normale leven voordoen, aanvaarden; vastbesloten strijden volgens de adviezen die wij gekregen hebben in de geestelijke leiding; onze mening zuiveren, zo vaak als nodig is, want elke mens heeft de neiging zijn eigen wil te doen, dat te doen waar hij zin in heeft, dat wat makkelijker en aangenamer uitvalt.

Heer, ik wil alleen doen wat Gij verlangt, en op de wijze zoals Gij het wilt. Ik wil niet mijn eigen wil doen, mijn arme bokkensprongen, maar uw wil. Ik zou willen, Heer, dat mijn leven alleen dit was: uw wil vervullen in alles, als U kunnen zeggen, in het grote en in het kleine: mijn spijs, dat wat zin geeft aan mijn leven, is het doen van de wil van God mijn Vader.

10.2 De inspanning om in alles de glorie van God te zoeken, zal ons een bijzondere kracht geven tegen moeilijkheden en tegenspoed die wij moeten lijden: ziekte, laster, economische nood...

In hetzelfde evangelie van de mis spreekt de Heer ons over twee huizen, tegelijkertijd gebouwd en schijnbaar identiek. Het verschil trad echter aan de dag toen zij wat te verduren kregen: regenbuien, overstromingen en harde windvlagen. Een van beide huizen bleek stevig, want het had een goede fundering. Het andere stortte in, omdat het op zand gebouwd was. Er bleef niets van over. Degene die het eerste huis opgetrokken had, het huis dat overeind bleef, wordt door de Heer een wijs en verstandig man genoemd. De bouwer van het tweede huis, een dwaas.

Het eerste huis weerstond de aanslagen van de winter goed, niet door de schoonheid van zijn versiering en zelfs niet door het hebben van een goede dakbedekking, maar dankzij de ondergrond van steenrots. Dat huis hield stand in de tijd, diende tot onderkomen van zijn eigenaar en was een toonbeeld van goede bouw. Zo is het ook met wie zijn leven bouwt op het in de praktijk gebrachte verlangen, de wil van God te vervullen in het kleine van elke dag, in belangrijke gebeurtenissen en, als ze hem overkomen, bij grote tegenslagen. Daardoor hebben wij zieken gezien met een door hun ziekte verzwakt lichaam, maar met een sterke wil en een grote liefde, die hun pijn met vreugde droegen, omdat zij ondanks hun ziekte de voorzienigheid van God erkenden, die altijd degenen zegent die Hem beminnen, maar ieder op een eigen onderscheiden manier. En zij die laster en roddel ondervinden, of wie te maken krijgt met een bankroet en de zijnen daaronder ziet lijden, of wie getroffen wordt door de dood van een geliefde persoon die nog in de bloei van zijn leven was, of wie op zijn werk gediscrimineerd wordt vanwege zijn religieuze overtuiging... Dat huis -het leven van de gelovige die Christus volgt met daden- stort niet in, omdat het gebouwd is op de volledigste overgave aan de wil van God zijn Vader. Een overgave die hem niet verhindert, als het moet, voor zichzelf op te komen, passende arbeidsvoorwaarden af te dwingen of middelen toe te passen om een ziekte te genezen. Maar hij gaat daarbij met rust te werk, zonder benauwdheid en zonder bitterheid of wrok.

In ons gebed van vandaag zeggen wij de Heer, dat wij ons in zijn handen willen overgeven, waar wij ons veilig voelen: dat wij niets voor onszelf verlangen, noch goed, noch kwaad: dat we alleen willen, wat God wil. Bij de Heer wordt alle bitterheid zoet, alle hardheid zacht.

«Jezus, vol vertrouwen leg ik mij in uw armen, mijn hoofd verborgen aan uw liefhebbende borst, mijn hart gevlijd aan uw Hart: ik wil, in alles, wat Gij wilt.»10 Alleen wat Gij wilt, Heer. Meer verlang ik niet.

10.3 Om op moeilijke momenten sterk te blijven is het voor ons een noodzaak, in tijden van voorspoed met goede moed kleine tegenslagen te aanvaarden die opkomen in het werk, in het gezin..., in alle aspecten van het dagelijkse leven, en trouw en onzelfzuchtig onze plichten van staat te vervullen: studie, zorg voor het gezin... Zo wordt het fundament verstevigd en het hele bouwwerk versterkt. Trouw te zijn in het kleine, dat nauwelijks opgemerkt wordt, maakt het voor ons mogelijk ook trouw te zijn in het grote11, sterk te zijn op beslissende momenten.

Als wij trouw zijn in het vervullen van de goddelijke wil in het kleine, in de dagelijkse plichten, in de adviezen die wij krijgen in de geestelijke leiding, in het aanvaarden van de normale dagelijkse tegenslagen..., dan zullen wij de gewoonte krijgen in alles de voorzienigheid van God te zien: in gezondheid en ziekte, in de dorheid van het gebed en de vertroosting, in de kalmte en in de bekoring, in werk en in ontspanning... Het zal ons vervullen van vrede. Daardoor zullen wij onverschillig worden voor menselijk opzicht, omdat het voor ons enkel van belang is te doen wat de Heer wil dat wij doen. Dat geeft ons een grote vrijheid, altijd voor het aanschijn van God te handelen, stoutmoedig in het apostolaat te zijn, openhartig over God te spreken.

Door die trouw in de kleinste dingen, uit liefde tot God, zien we daarin «niet de kleinheid als zodanig, wat eigen is aan kleingeestige types, maar de grootheid van Gods wil, die wij met grootmoedigheid moeten eerbiedigen, ook in de kleine dingen.»12

Een hecht en stevig fundament kan ook dienen als ondergrond voor andere, zwakkere bouwwerken: het blijft nooit alleen. Ons innerlijk leven kan veel anderen ten dienste zijn, die er de nodige sterkte in kunnen vinden als hun krachten verflauwen, omdat moeilijkheden en tegenspoed voor hen hard en zwaar te verduren zijn.

Laten wij ons geen ogenblik afzonderen van Jezus. «Herhaal, als je verdrietig bent..., en ook in het uur waarin je zegeviert: Heer, laat mij niet los, laat mij niet in de steek, help mij als een onervaren schepsel, leid mij altijd aan de hand!»13 En met Hem zullen wij, terwijl wij volbrengen wat Hij ons voor onze bestwil aanwijst, aan het einde van onze weg geraken, waar wij Hem van aangezicht tot aangezicht zullen aanschouwen. En naast Jezus zullen wij zijn Moeder Maria aantreffen, die ook onze Moeder is. Tot haar nemen wij onze toevlucht aan het eind van deze tijd van gebed, opdat onze tweespraak met God nooit een loze kreet wordt, en opdat zíj ons moge geven, dat wij in ons leven nog maar voor een ding aandacht hebben: het vervullen van de allerheiligste wil van haar Zoon in alle zaken. «Heer, laat mij niet los, laat mij niet in de steek, help mij als een onervaren schepsel, leid mij altijd aan de hand!»

-1. Mt 7,21-27. -2. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 358. -3. Hnd 13,22. -4. 1 Joh 2,17. -5. Vgl. Joh 4,34. -6. H. Theresia van Lisieux, Autobiografische geschriften. -7. H. Hilarius van Poitiers, in Catena aurea, vol.1, bl. 449. -8. H. Theresia van Ávila, Het boek der stichtingen, 5,5. -9. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 422. -10. Ibidem, 529. -11. Vgl. Lc 16,20. -12. J. Tissot, La vie intérieure. -13. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 654.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012