Zesentwintigste week. Dinsdag
41. Op weg naar Jeruzalem
-Onze tekortkomingen moeten ons niet ontmoedigen. De Heer
houdt er rekening mee en met onze inspanning ze uit te rukken. -De niet
aflatende hulp van de Heilige Geest. -De hoofdfout.
41.1 Toen de dagen van zijn verheffing hun
vervulling tegemoet gingen, aanvaardde Hij vastberaden de reis naar Jeruzalem.
Toen Hij een Samaritaans dorp binnenging ontvingen de mensen Hem niet, omdat
Jeruzalem het doel van zijn reis was.1
De Heer nam totaal geen aanstoot aan de Samaritanen en hun ongastvrij gedrag.
Hij spreekt er zelfs geen kwaad van. Hij geeft er de voorkeur aan zijn
gezelschap naar een ander dorp te leiden. De apostelen reageren op een heel andere manier. Jakobus en Johannes vragen de
Heer: Heer, wilt Gij dat wij vuur
van de hemel afroepen om hen te verdelgen? De Heer maakt gebruik
van deze kans zijn leerlingen te leren begrip te tonen voor ieder, zelfs voor
degenen die hen niet begrijpen.
De evangeliën staan vol van voorbeelden van de persoonlijke
tekortkomingen van de apostelen. Jakobus en Johannes en de anderen hadden hun
tekortkomingen, zelfs nadat zij de woorden en het voorbeeld van de Meester in
zich opnamen. God weet dat geestelijke groei tijd vraagt. Hij heeft geen
illusies over de zwakten en tekorten van zijn leerlingen in iedere periode van
de geschiedenis. Het was dezelfde verontwaardigde Johannes die vele jaren later
zou schrijven: De mens zonder
liefde kent God niet, want God is liefde.2
Hij was bekeerd tot degene die wij ons herinneren als de apostel van
barmhartigheid en liefde. Zonder zijn identiteit te verliezen, werd Johannes
omgevormd door de werking van de Heilige Geest. Het centrale thema van zijn
brieven is liefde. De heilige Augustinus heeft naar aanleiding van de eerste
brief van Johannes opgemerkt, dat «hij vele dingen heeft gezegd. Bijna alles
had te maken met liefde.»3 Het is Johannes die
ons het nieuwe gebod
van Christus heeft gegeven, het mandatum
novum, dat het bijzondere kenmerk is van zijn leerlingen.4 Johannes leerde een heel wezenlijke les van de
Meester: als wij elkaar liefhebben
woont God in ons en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.5 De traditie heeft voor ons een aantal bijzonderheden
bewaard uit de laatste jaren van Johannes' leven. Hij hield altijd vast aan het
belang van broederlijke liefde. De heilige Hiëronymus vertelt dat, wanneer de
leerlingen Johannes meenamen naar gebedsdiensten, de apostel telkens weer
herhaalde: «Kinderen, bemint elkaar.» Toen de leerlingen vroegen waarom hij
altijd maar weer hetzelfde zei, antwoordde Johannes: «Dit is het gebod van de
Heer. Als ge dit gebod volbrengt, is het genoeg.»6
Telkens, wanneer wij een glimp van onze vele tekorten
opvangen, moeten wij nadenken over de levens van de heiligen. Ook zij hadden
hun tekortkomingen. Maar zij worstelden nederig met hun tekorten en bereikten
uiteindelijk de heiligheid. Zo is het ondanks persoonlijke fouten die leiden
tot onchristelijk gedrag, zoals wij eens zagen in het geval van de heilige
Johannes.
41.2 Aan
de vooravond van Pinksteren heeft de Heilige Geest de vorming van de uitverkorenen
voltooid om de steunpilaren van de Kerk te zijn, ondanks hun zwakheden. Sedert
die tijd heeft de Heilige Geest niet opgehouden te werken in de zielen van de
christenen van alle tijden. De inspiratie van de Heilige Geest treft ons soms
onverwacht als een bliksemschicht: Hij fluistert ons in grootmoedig te zijn in
een of andere kleine versterving; geduldig te zijn als tegenslag ons treft;
onze zintuigen onder controle te houden... Op andere momenten handelt de Heilige
Geest om ons tot iets goeds te inspireren. Hij spreekt tot ons door de raad die
wij krijgen bij geestelijke leiding, door gebeurtenissen in ons leven, door het
indrukwekkende voorbeeld van iemand, door het lezen van een goed boek... De
Heilige Geest wil in het bouwwerk van mijn leven «de steen leggen die daar en
op dat moment nodig is».7 God heeft grote
plannen met ons leven, maar zij zullen slechts verwerkelijkt worden door onze
volgzame medewerking. Alles is geordend, voorzien en besloten door onze Vader
God, opdat wij het tot heiligheid zouden brengen. Dit is precies de reden
waarom wij geschapen zijn. Dit is de manier waarop wij geluk zullen vinden op
aarde en in de hemel. Pijn lijden en tekortschieten worden door God toegelaten,
zodat wij nooit het zicht verliezen op onze uiteindelijke bestemming: In de eerste plaats wil God dat gij u
heiligt.8
God houdt nooit op ons lief te hebben, of Hij ons nu troost
of ons toestaat verdriet, lijden, armoede of tekortschieten te ondervinden...
Sterker nog, «God houdt nooit meer van mij, dan wanneer Hij het lijden
toelaat».9 Dit is een goddelijk teken van
liefde, waarvoor wij dankbaar moeten zijn. In het evangelie van vandaag
herinnert de heilige Lucas ons eraan hoe vastbesloten Jezus was op te gaan naar
Jeruzalem, waar het kruis Hem wachtte.
De heilige Johannes veranderde niet in een oogwenk, zelfs
niet toen hij die terechtwijzing van de Heer gekregen had. Maar hij werd niet
ontmoedigd door zijn tekortkomingen. Hij bleef bij de Heer en genade deed de
rest. Dit vraagt de Heer van ieder van ons. Met het verstrijken van de jaren
herinnerde de apostel zich deze gebeurtenis, en ook andere gelegenheden waarbij
hij afgedwaald was van de geest van de Meester. Hij haalde zich het geduld dat
Jezus met hem had, weer voor de geest. Hoe dikwijls moest hij opnieuw beginnen?
Deze erkenning diende ertoe zijn liefde voor Jezus te verdiepen.
41.3 God
verleende de heilige Johannes een diep begrip van de betekenis van liefde,
zowel in zijn geschriften als in zijn persoonlijk leven. De Heer koos hem uit
om voor Zijn Moeder te zorgen. Geïnspireerd door de Heilige Geest schreef
Johannes deze woorden die getuigen van grote wijsheid: Hieraan kan men de kinderen van God en de kinderen van de
duivel onderscheiden: wie het goede niet doet is Gods kind niet, allerminst hij
die zijn broeder niet liefheeft.10
Wij kunnen niet ontmoedigd zijn bij de gedachte aan onze zonden en tekorten. De
Heer weet heel goed waarvan wij gemaakt zijn. Hij is lankmoedig en gunt ons de
tijd om ons te beteren.
Om in het innerlijk leven
krachtdadig strijd te leveren, dienen wij dat wat geestelijke schrijvers
wel de 'hoofdfout' genoemd hebben, goed te kennen. Dit is de tekortkoming die
de grootste invloed heeft op ons gedrag en ons denken.11
Deze wordt typisch duidelijk in wat wij doen, wat wij willen, wat wij denken:
het kan ijdelheid, luiheid, ongeduld, pessimisme, een kritische geest zijn...
Ieder heeft zijn of haar eigen weg naar heiligheid. Sommigen hebben meer
standvastigheid nodig. Anderen hebben meer hoop of vreugde nodig. «Als wij aan
het innerlijke leven denken als aan een klein bolwerk, dan is de hoofdfout de
zwakke plek in de muur. De vijand van de ziel is nauwkeurig op zoek naar dit
kwetsbare gebied, zodat hij betrekkelijk makkelijk het bolwerk kan binnen
komen. Daarom zouden wij er goed aan doen deze zwakke plek te kennen.»12 Wij zouden ons moeten afvragen: Waarop hebben wij
gewoonlijk onze zinnen gezet? Wat houdt ons het meest bezig? Wat doet ons
lijden, of waardoor wordt onze innerlijke vrede verstoord, of wat maakt ons
bedroefd? De meeste bekoringen die wij ondervinden, zullen op de een of andere
manier verband houden met deze hoofdfout. Deze strategie is volkomen logisch
vanuit het standpunt van de vijand.
Voortgang in het innerlijk leven vraagt om kennis van dit
gebrek. Laten wij God vragen om zijn genade om het te boven te komen: «Heer,
houd alles van mij weg wat mij van U weghoudt.» Wij kunnen dit gebed in de loop
van de dag telkens herhalen. Wij moeten geleidelijk naar het vaste besluit
toewerken om het nooit met onze tekortkomingen op een akkoordje te gooien. Het
'bijzondere gewetensonderzoek' moet gericht zijn op het doen verdwijnen van de
hoofdfout. «Het bijzonder gewetensonderzoek moet erop gericht zijn om een
bepaalde deugd te verwerven of om je hoofdfout uit te roeien.»13 Wij zullen de kracht vinden om deze levenslange
strijd te voeren onder persoonlijke geestelijke begeleiding.
Maria, onze moeder, zal altijd vrede en vreugde geven aan al degenen die besluiten de Heer te volgen.
«Onze tred zal energiek zijn, zoals die van de heilige Maagd. Maar net
als Maria zullen ook wij pijn ondervinden, uitputting door het werk en moeilijke
momenten in het geloof.
»Wij wandelen hand in hand met Maria, die vol van genade is.
God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest hebben haar overstelpt met
gaven. Zij hebben haar geschapen als volmaakt schepsel. Zij is van ons
geslacht. Haar zending is om goedheid uit te delen. Sterker nog, zij is
geworden tot ons leven, onze zoetheid, onze hoop.
»Maria, de Moeder van Jezus, is teken van troost en van hoop
(Tweede Vaticaanse Concilie, Lumen gentium, 68). Zij is het leidende licht dat
het volk Gods op zijn weg voorgaat. Zij is onze moeder. Zij is de weg om de
Heer te bereiken. Maria zal ons leven met vreugde vervullen.»14
-1. Lc
9,51-53. -2. 1 Joh
4,8. -3. H. Augustinus, Commentaar op de eerste brief van de heilige Johannes,
proloog. -4. Vgl. Joh
13,34-35. -5. 1 Joh
4,12. -6. H. Hieronymus, Commentaar op de brief aan de Galaten, III, 6.
-7. J. Tissot, La vie intérieure. -8. 1 Tes
4,3. -9. J. Tissot, o.c. -10. 1 Joh 3,10. -11. Vgl.
R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen,
I, bl. 247 e.v. -12 Ibidem. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 241. -14. J. Urteaga, Los defectos de los santos, Madrid 1982, bl.
380-381.
|