2 februari. Feest (1)
15. OPDRACHT VAN DE HEER IN DE TEMPEL
Veertig dagen na de geboorte van haar Zoon
begeeft Onze Lieve Vrouw zich naar de tempel om Hem aan de Heer op te dragen en
de symbolische, door de Wet van Mozes voorgeschreven losprijs te betalen. Zij
draagt Hem met alle vroomheid en liefde op aan God de Vader en gaf ons zo een
voorbeeld hoe wij onze werken en vooral onszelf in onvoorwaardelijke overgave
aan God dienen op te dragen.
De opdracht van de Zoon is verbonden met de
zuivering van de Moeder. De allerheiligste Maagd wilde vervullen wat in de Wet
beschikt was, ofschoon er in die tempel nooit een schepsel was binnengetreden,
dat zuiverder en meer vervuld van genade was. Beide geheimen zijn in de
liturgie van de heilige mis verenigd. In de loop der eeuwen is dit beschouwd
als een feest van de Heer, zoals thans, ofwel als een Mariafeest. Het werd
reeds aan het einde van de vierde eeuw in Jeruzalem gevierd. Van daaruit
verbreidde het zich over het Oosten en het Westen, en de viering werd
uiteindelijk bepaald op 2 februari.
De processie met de brandende kaarsen duidt
op het licht van Christus, aangekondigd door Simeon in de tempel, Licht om de volkeren te verlichten, dat zich in iedere christen voortplant, want deze dient licht te zijn
op de plaats waar hij zich te midden van de wereld bevindt.
-Maria draagt Jezus op aan de Vader.
-Verlichten met het licht van Christus. -Jezus Christus, teken van tegenspraak.
15.1 En aanstonds treedt dan de Heer zijn heiligdom binnen, de Heer die gij
zoekt, de Engel van het verbond, naar wie gij verlangend uitziet. Let op, Hij
komt...1
Jezus komt aan bij de tempel, in de armen van
Maria, om veertig dagen na zijn geboorte aan de Heer te worden opgedragen, overeenkomstig de Joodse Wet. Alleen
Simeon en Anna herkennen de Messias door een ingeving van de Heilige
Geest. De liturgie neemt in de tussenzang de toejuichingen op die, op
symbolische wijze, hoogstwaarschijnlijk werden gezongen bij de binnenkomst van
de Ark van het Verbond. Thans verkrijgen zij hun volle werkelijkheid: Heft, poorten, uw hoofden omhoog,
verheft u, aloude ingangen, dat inga de koning der ere! 2
Na de besnijdenis
moesten volgens de Wet twee plechtigheden worden vervuld: de eerstgeboren zoon
diende aan de Heer te worden opgedragen en vervolgens worden vrijgekocht; de
moeder moest gezuiverd worden van de wettelijk opgelopen onreinheid.3 In het boek Exodus stond geschreven: ... en de Heer sprak tot Mozes: Wijd Mij
alle eerstgeborenen toe; alles wat bij de Israëlieten de moederschoot opent,
mens of dier, behoort Mij voor altijd toe. Deze opdracht van elke
eerstgeborene herinnerde aan de wonderbare bevrijding van het volk van Israël
uit de gevangenschap van Egypte. Alle eerstgeborenen werden aan Jahwe
opgedragen en vervolgens aan het volk teruggegeven.
Onze Lieve Vrouw
bereidde haar hart voor, zoals alleen zij dat kon doen, om
haar Zoon aan God de Vader op te dragen en om zichzelf met Hem op te dragen.
Toen zij dit deed, hernieuwde zij haar fiat, haar het geschiede, en legde aldus opnieuw haar
eigen leven in handen van God. Jezus werd, in de armen van Maria, aan zijn
Vader opgedragen. Nooit heeft er in die
tempel zulk een opdracht plaatsgehad, en nooit zal er meer zo een
geschieden. De volgende opdracht zal door Jezus zelf volbracht worden, buiten
de stad, op Calvarië.4
Het feest van vandaag nodigt ons uit om wederom
ons leven, onze gedachten, werken... heel ons
zijn aan de Heer aan te bieden; de opdracht van alle kleine, dagelijkse
dingen en van de voorname gebeurtenissen, wanneer deze zich voordoen.
Deze opdracht
kunnen wij op velerlei wijze doen. Vandaag kunnen wij in
ons gebed de woorden van de heilige Alfonsus
van Liguori benutten en de heilige Maria tot onze middelares maken, zoals we zo
vaak gedaan hebben: «Ook ik wil vandaag, o Koningin, naar uw voorbeeld
God mijn armzalig hart aanbieden [...]. Bied mij als uw eigen zaak aan de eeuwige Vader aan, in vereniging met Jezus,
en bid Hem dat Hij mij omwille van de verdiensten van uw Zoon en in uw genade
wil aanvaarden en tot zijn kind nemen.»5 Door de
heilige Maria zal onze lieve Heer andermaal de opdracht van al wat wij zijn en
bezitten aannemen.
15.2 Maria en Jozef kwamen bij de tempel, bereid om trouw de voorschriften van de Wet te vervullen. Als symbolische
losprijs boden zij de gave der armen aan: een paar
tortelduiven.6 En daar trad hen de oude Simeon
tegemoet, een rechtvaardig man, die Israëls vertroosting verwachtte. De
Heilige Geest openbaarde hem wat voor anderen verborgen was. Simeon nam het Kind in de armen en zegende God met de woorden: Uw dienaar
laat Gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil
aanschouwd, dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt,
een glorie voor uw volk Israël. Het is een
vreugdezang. Heel zijn bestaan was een vurig verwachten van de Messias geweest.
In een preek voor
dit feest spreekt de heilige Bernardus ons over een zeer oude gewoonte, waarvan wij nog
vele andere getuigenissen bezitten7: de
processie van de brandende kaarsen. «Vandaag -zo zegt ons de heilige- brengt
de Maagd Maria de Heer van de tempel naar de
tempel van de Heer. Eveneens draagt
Jozef aan God niet zijn zoon op, maar de
welbeminde en geliefde Zoon van God. En ook Anna, de weduwe, verkondigde Hem. Zij hielden, met hun
vieren, de eerste processie, die
daarna met vreugde zou worden voortgezet in alle uithoeken der aarde en
bij alle volkeren.»8
De liturgie van dit feest heeft inderdaad
duidelijk willen maken hoezeer het leven van de christen een opdracht aan de
Heer is, uitgedrukt in de processie van de brandende kaarsen, die langzaam
opbranden, terwijl zij licht geven. Christus wordt voorspeld als het Licht dat
de wereld, die in de schemering is gehuld, uit de duisternis zal halen. Het
licht is in de gewone taal symbool van 'leven' ('voor de eerste maal het licht
zien' is b.v. een uitdrukking die betekent de geboorte); het is ook symbool van
de 'waarheid' ('in duisternis wandelen' is synoniem voor onwetendheid en
verwarring), van 'liefde' (men zegt dat liefde 'ontvlamt', wanneer twee mensen
inniger van elkaar gaan houden...). Schemering duidt daarentegen op eenzaamheid, verwarring,
dwaling... Christus is het 'Leven' van de wereld en van ieder mens, 'Licht' dat
verlicht, 'Waarheid' die redt, 'Liefde' die tot de volheid leidt... Een ontstoken
kaars in de hand dragen tijdens de processie die vandaag gehouden wordt, waar
mogelijk vóór de heilige mis, is een teken van waakzaamheid, delen in de
helderheid van Christus, van het apostolische enthousiasme, die wij op anderen
moeten overdragen.
Zijn
vader en moeder stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd. Maria, die in haar hart de boodschap van de engel en van de herders bewaarde, luistert verwonderd
naar de profetie van Simeon over de wereldomvattende zending van haar Zoon: dat
kleine Kind dat zij in haar armen houdt is
het Licht door God
de Vader gezonden om de
volkeren te verlichten: het is de glorie voor zijn volk. Dit
geheim is nauw verbonden met de offergave die zij
brengen. Ook onze deelname aan de zending van Christus, die we ontvangen
bij het doopsel, is eng verbonden met onze persoonlijke overgave. Het feest van
vandaag is een uitnodiging ons onvoorwaardelijk te geven, om «voor God te branden als dat licht dat men op de
kandelaar plaatst, om de mensen te verlichten die in duisternis
wandelen; zoals die lichtjes die bij het altaar branden en die, al lichtend,
langzaam opteren, totdat ze opgebrand zijn.»9
Geven wij ons zó over aan de Heer?, onvoorwaardelijk? onbegrensd? Heer, zo
zeggen wij Hem, mijn leven is voor U; ik wil het niet tenzij om het heel dicht
bij uw Leven door te brengen. Waarvoor anders zou ik het beminnen?
De heilige
Bernardus zelf herinnert ons eraan, dat «het verboden is voor de Heer met lege
handen te verschijnen.»10 En omdat we alleen
maar kleine dingen aan te bieden hebben (het dagelijks
werk, een glimlach in de droefenis, in de vermoeidheid, vriendelijk en
begrijpend zijn...), moeten wij vandaag in
ons gebed overwegen «hoe Maria tegelijkertijd met die kostbare
offergave nog een ander offer van weinig waarde aanbood: die twee vogels,
overeenkomstig de voorschriften van de Wet. Hieruit mag u leren, dat u uw
armzalig dienstbetoon moet voegen bij dat van Christus, opdat dit met de waarde
en prijs van het zijne wordt aanvaard en als het uwe wordt geschat [...].
»Voeg daarom uw
gebeden bij de zijne, uw tranen bij de zijne, uw vasten en waken bij het zijne,
en bied ze de Heer aan, opdat hetgeen uit zichzelf van weinig waarde is, door
Hem grote waarde verkrijgt.
»Een druppel water, op zich genomen, is slechts
water; maar in een groot glas wijn gegoten, neemt hij een nieuw, edeler wezen
aan en wordt hij wijn; zo worden onze werken die, omdat ze van ons zijn, van
weinig waarde zijn, tot werken van onschatbare prijs, wanneer ze bij die van
Christus worden gevoegd, vanwege de genade die ons in Hem wordt gegeven.»11
15.3 Simeon zegende de ouders en zei tot Maria, zijn Moeder: Zie, dit Kind is bestemd tot
val of opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken wordt,
opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden; en uw eigen ziel zal
door een zwaard worden doorboord.12
Jezus brengt heil voor alle mensen, niettemin
zal Hij voor sommigen een teken van tegenspraak zijn, omdat zij Hem hardnekkig
zullen blijven verwerpen. «De tijden waarin wij leven, bevestigen uitermate
duidelijk de waarheid die in Simeons woorden vervat ligt. Jezus is het licht dat de mensen verlicht en tegelijkertijd teken van tegenspraak.
En als [...] Jezus Christus zich thans wederom aan de mensen openbaart als het
licht der wereld, is Hij dan niet meer dan ooit tot dat teken geworden
waartegen de mensen zich verzetten?»13 Hij blijft
nooit onverschillig tegenover de weg die de mensen bewandelen, Hij blijft nu,
in deze tijd, niet onverschillig ten aanzien van ons leven. Daarom bidden wij
Hem, dat Hij ons Licht en onze Hoop moge zijn.
De evangelist wijst er bovendien op, dat Simeon
na het uitspreken van deze woorden zich plotseling, bijna onverwacht, tot
Maria wendt en in zekere zin de profetie over de
Zoon verbindt met een andere die op de Moeder betrekking heeft: uw eigen ziel zal door een zwaard worden
doorboord.14 «Bij deze woorden van de oude man verplaatst onze blik zich van de Zoon naar de Moeder, van
Jezus naar Maria. Wonderlijk is het geheim van die band waarmee zij zich
met Christus verenigd heeft, die Christus die een teken van tegenspraak is.»15
Deze woorden tot Maria gericht kondigen aan,
dat zij innig verbonden zal zijn met het
heilswerk van haar Zoon. Het zwaard waarover Simeon spreekt, drukt
Maria's deelname uit aan het lijden van haar Zoon; het is een onbeschrijflijke
smart, die haar ziel doorboort. De Heer heeft
aan het kruis om onze zonden geleden; het zijn ook de zonden van ieder
van ons, die het zwaard van smart van onze Moeder hebben gesmeed. Derhalve
hebben wij niet alleen tegenover Jezus een
plicht tot genoegdoening, maar ook tegenover zijn Moeder, die tevens onze
Moeder is.16
-1. Eerste
lezing, Mal 3,1. -2. Tussenzang, Ps 23,7. -3. Vgl. Ex 13,2; 12-13; Lev 12,2-8. -4. Vgl. F. Fernández-Carvajal,
El Evangelio de San Lucas,
noot bij Lc 2,22-24.
-5. H. Alfonsus Maria van
Liguori, De heerlijkheden van Maria, II, 6. -6. Vgl.
Lc 2,24. -7. Vgl. Egeria, Peregrinatio ad loca sancta. -8. H. Bernardus, Preek bij
de zuivering van Maria, I, 1.
-9. H. Jozefmaria
Escrivá, De Smidse,
44. -10. H. Bernardus, Ibidem, II, 2. -11. Fray Luis de Granada, Vida de Jesucristo, 7.
-12. Lc 2,34-35. -13. K. Wojtyla, Teken van tegenspraak. -14. Lc 2,35. -15. K. Wojtyla,
o.c. -16. Vgl. The Navarre Bible, noot bij Lc 2,34-35.