Tweede week.
Donderdag
12. OPNIEUW BEGINNEN
-Strijd
tot aan het einde van onze dagen tegen onze eigen gebreken en hartstochten. Het
leven van een christen is onverenigbaar met middelmatigheid. -Rekening houden
met nederlagen. Vaak opnieuw beginnen. -De Heer verlangt dat we na elke
mislukking opnieuw beginnen: dat is de grondslag voor onze hoop.
12.1 In deze
adventstijd ontmoeten we de persoon van Johannes de Doper als voorbeeld ter
navolging in vele deugden en als de door God voorbeschikte persoon om de komst
van de Messias aan te kondigen. Met hem wordt het Oude Testament afgesloten en
staan wij op de drempel van het Nieuwe.
In het evangelie van de
Mis van vandaag verkondigt de Heer: Van de dagen van Johannes de Doper tot
nu toe breekt het Rijk der hemelen zich met geweld baan, en geweldenaars maken
het buit.1 De
Kerk heeft gewelddadige aanvallen van de kant van de machten van het kwaad te
verduren. De ziel van iedere mens ondergaat gewelddadige aanvallen, nu hij als
gevolg van de erfzonde minder geneigd is tot het goede. Het zal noodzakelijk
zijn tot het einde van onze dagen te strijden om de Heer in dit leven te volgen
en Hem eeuwig te aanschouwen in de hemel. Het leven van een christen is onverenigbaar
met middelmatigheid, gemakzucht en lauwheid. «Sommigen willen voor Hem nog niet
eens opstaan van een plaats waar zij genoeglijk en tevreden zitten. Zij zouden
willen dat de smaak voor God hun zo maar in de mond en in het hart stroomde
zonder dat zij een stap verzetten, zonder dat zij zich versterven door afstand
te doen van iets van hun genietingen, troost en nutteloze liefhebberijtjes.
Maar al roepen zij nog zo hard om God, zij zullen Hem niet vinden, totdat zij
uitgaan om Hem te zoeken.»2
Vandaag hebben we een
moment dat bijzonder geschikt is om na te gaan
hoe wij strijden tegen onze eigen hartstochten, gebreken, de zonde,
slechte trekken in ons karakter... Deze strijd «is niet tegen anderen gericht.
Het is veeleer de kracht in de strijd tegen onze eigen zwakheid en ellende. Het
is de moed de persoonlijke trouweloosheid niet te verhelen. Het is de moed het
geloof te belijden, ook in een vijandige omgeving.
»Vandaag, evenals
gisteren, wordt van de christen verwacht dat hij heldhaftig leeft. Heldhaftig
als het nodig is, in belangrijke omstandigheden. Heldhaftig -en dat zal de
normale toestand zijn- in de kleine alledaagse dingen.»3
Deze strijd vraagt de Heer
in de loop van ons hele leven en in het bijzonder in deze tijd in de liturgie
waarin Hij zich van heel dichtbij doet zien in zijn Allerheiligst Menszijn. De
strijd zal vaak uitmonden in de kracht om op fijnzinnige wijze onze vroomheid
tegenover de Heer te beoefenen, zonder deze te verwaarlozen vanwege iets anders
dat zich voordoet, zonder ons ervan te laten afhouden door de gemoedstoestand
van een bepaalde dag of moment. De strijd zal zich uiten in de wijze waarop we
de naastenliefde beleven, de scherpe kantjes van ons karakter -van het slechte
karakter- bijschaven, ons inspannen de kleine vriendelijkheden, een goed
humeur, fijngevoeligheid in de omgang met de anderen, niet te vergeten. Hij zal
blijken uit het goed doen van ons werk dat we aan God moeten opdragen, uit de
werkzaamheid van ons apostolaat in onze kring, uit het toepassen van de juiste
hulpmiddelen zodat onze vorming niet tot stilstand komt... Gewoonlijk zal het een
strijd zijn in het kleine. «Luisteren wij naar wat de Heer ons zegt: Wie
betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote; en wie
onrechtvaardig is in het kleinste, is ook onrechtvaardig in het grote (Lc
16,10). Het is alsof Hij ons zei: Vecht onverzettelijk op deze schijnbaar
onbelangrijke punten, want ze zijn groot in mijn ogen. Wees stipt in de vervulling van je plichten. Heb een glimlach over voor
hem die het nodig heeft, zelfs als je innerlijk lijdt. Marchandeer niet
met de tijd die je aan het gebed wijdt. Ga hem die jouw hulp zoekt tegemoet.
Beoefen de gerechtigheid en overstijg die zelfs met de genade van de liefde.»4
Onze liefde tot de Heer
zal tot uitdrukking komen in een vaak opnieuw beginnen in onze dagelijkse
inspanning om ons niet te laten overwinnen door gemakzucht en traagheid die
altijd op de loer liggen. «De duivel slaapt niet, en het vlees is nog niet
dood. Stop daarom nooit uw voorbereiding op de strijd. Rechts en links staan uw
vijanden die nooit rust nemen.»5 Laten wij ook geen rust nemen in een blijde strijd, een
strijd met concrete doelen. De Heer staat aan onze zijde en Hij heeft ons een
engelbewaarder gegeven die ons onschatbare hulp zal verschaffen als wij hem
daarom vragen.
12.2 In ons
gaan naar de Heer zullen we niet altijd winnen. Veel nederlagen zijn van
geringe betekenis. Andere zijn wel belangrijk, maar voldoening en berouw zullen
ons dichter bij God brengen. En wij zullen opnieuw beginnen, met de hulp van de
Heer, zonder ontmoediging of pessimisme, die vruchten van de hoogmoed zijn,
maar juist met geduld en nederigheid om nog weer eens te beginnen, ook al valt
er nog niets te oogsten. In veel gevallen zullen we de Heilige Geest horen: Sta
op en pak aan..., wees volhardend, die recente mislukking is niet van belang,
alle negatieve ervaringen van vroeger bij elkaar zijn niet van belang..., begin
opnieuw, maar met meer nederigheid, met een dringender verzoek om hulp aan je
Heer.
Op menselijk vlak is
genialiteit meestal de vrucht van langdurig geduld, van een ononderbroken
herhaald pogen en een onophoudelijk verbeteren. «De geleerde maakt zijn
berekeningen opnieuw en doet zijn experimenten in gewijzigde vorm over tot hij
het doel van zijn werk bereikt heeft. De schrijver neemt zijn werk twintig keer
opnieuw onderhanden. De beeldhouwer breekt het ene ontwerp na het andere
voordat hij zijn innerlijke schepping vorm kan geven. [...] Alle scheppingen van
de mens zijn de vrucht van onvermoeibaar opnieuw beginnen.»6 In het
bovennatuurlijke zal onze liefde tot de Heer niet zozeer tot uiting komen in de successen die we menen bereikt te hebben,
als in de capaciteit opnieuw te beginnen, de innerlijke strijd opnieuw
aan te binden. Geestelijke middelmatigheid, lauwheid liggen daarentegen in het
laten schieten en op zijn beloop laten van onze voornemens en doelstellingen in
het inwendig leven. Op de weg die ons naar God voert: «slapen is sterven»7. Moedeloosheid,
die altijd een stukje hoogmoed en buitensporig zelfvertrouwen in zich voert,
leidt tot het loslaten van de voornemens en doeleinden die de Heilige Geest in
de intimiteit van het hart influisterde.
Heel vaak komt de groei in
het inwendig leven voort uit de, misschien onverwachte, mislukkingen waarop we
met nederigheid reageren om met een sterker verlangen de Heer te volgen. Er
wordt met recht gezegd dat volharding niet bestaat in nooit vallen, maar in
altijd weer opstaan. «Als een soldaat in het gevecht een wond oploopt of een
stukje terugtrekt, is niemand zo veeleisend of onkundig in de krijg, dat hij
denkt, dat dit een misdaad is. De enigen die geen wonden oplopen zijn zij die
niet vechten. Wie zich het vurigst op de vijand werpt, krijgt de hardste
klappen.»8
Laten we de heilige Maagd
de genade vragen nooit onze inwendige strijd op te geven, ook al is onze
ervaring tot nu toe bedroevend en catastrofaal; en bovendien de genade en de
nederigheid altijd opnieuw te beginnen. En vragen we Onze Lieve Vrouw vandaag
ook volhardend te kunnen zijn in ons apostolaat, ook al is er schijnbaar geen
resultaat te zien. Op een dag, als we misschien al in zijn aanwezigheid zijn,
zal de Heer ons de vruchten laten zien van een apostolaat dat ons soms
onvruchtbaar scheen en dat toch altijd iets opleverde. Het zaad dat uitgestrooid
wordt, geeft altijd vrucht, deels honderd-, deels zestig-, deels
dertigvoudig.9 Dat
is veel voor een enkel zaadje.
12.3 Richt
u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt nabij.10 In de Handelingen der Apostelen wordt ons verteld,
dat Petrus en Johannes op een dag naar de Tempel gingen om te bidden, toen ze
een mankgeborene tegenkwamen die om een aalmoes vroeg. Toen zei Petrus: Zilver
of goud heb ik niet; maar wat ik heb, geef ik u. In de naam van Jezus Christus,
de Nazoreeër: gebruik uw voeten.11 In de naam van Jezus Christus... Zo moeten we herbeginnen in
het apostolaat en in onze strijd tegen alles wat erop gericht is ons van God af
te zonderen. Dat is onze kracht. We beginnen opnieuw en niet uit persoonlijke
koppigheid, alsof we zouden trachten te bewijzen dat we de zaken vooruit kunnen
helpen. Wij kunnen zelf niets. Laten wij het liefst van alles roemen op
onze zwakheden. Dan zal de kracht van Christus in ons wonen.12 En dat is een kracht die veel vermag.
Zoals de heilige Petrus
die na die nacht, waarin hij niets gevangen had, de netten opnieuw uitwierp,
alleen omdat de Heer het hem vroeg: Meester -zei hij- de hele nacht
hebben we gezwoegd zonder iets te vangen; maar op uw woord zal ik de netten
uitgooien.13 Ondanks
vermoeidheid, ondanks het feit, dat het niet het goede uur is om te vissen,
gingen die mannen opnieuw het meer op om de netten te vieren die zij al aan het
wassen waren voor de volgende dag. De menselijke elementen die hun afgeraden
zouden hebben te gaan vissen, lieten zij terzijde. Het motief om het werk
opnieuw op te pakken, is het vertrouwen van Petrus in de Heer. Petrus
gehoorzaamt zonder er verder een woord aan vuil te maken.
De grondslag van onze hoop
ligt hierin, dat de Heer verlangt dat wij elke keer opnieuw beginnen, als we
een mislukking, althans zo lijkt het, hebben moeten incasseren in ons inwendig
leven of in het apostolaat. 'Op uw woord, Heer, zal ik opnieuw beginnen.' Als
we zo leven, zullen we voor altijd het spook van de ontmoediging uit ons leven
bannen, dat zoveel zielen teruggebracht heeft tot geestelijke middelmatigheid
en droefheid.
Begin opnieuw...
Jezus zegt het ons met bijzondere warmte in deze dagen waarin zijn
Geboortefeest nadert. «Als u dan gevallen bent, sta dan rustig op en verneder u
diep voor God door de bekentenis van uw ellende, maar zonder u te verbazen dat
u kon zondigen. Het is immers geen wonder, dat de ziekte ziek, de zwakte zwak,
en de ellende ellendig is? Verafschuw niettemin uit alle macht de belediging die
gij de goddelijke majesteit hebt aangedaan. En ga dan vol moed en vertrouwen op
de barmhartigheid van God weer voort op de weg van de deugd die gij verlaten
had.»14
-1.
Mt 11,12. -2. H. Johannes van het
Kruis, Geestelijk Hooglied, 3,2. -3. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt,
82. -4. Ibidem, 77. -5. Thomas à
Kempis, De navolging van Christus, II, 9,8. -6. G. Chevrot, Simon Petrus,
Oegstgeest z.j., bl. 20. -7. H.
Gregorius de Grote, Homiliæ XII in Evangelia. -8. H. Johannes Chrysostomus, Ad
Theodorum, II,5. -9. Mt 13,8. -10. Lc 21,8. -11. Hnd
3,6. -12. Vgl. 2 Kor 12,9. -13. Lc 5,5. -14. H. Franciscus van Sales, Inleiding
tot het devote leven, 3,9.
|