Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede week. Donderdag

12. OPNIEUW BEGINNEN

-Strijd tot aan het einde van onze dagen tegen onze eigen gebreken en hartstochten. Het leven van een christen is onverenigbaar met middelmatigheid. -Rekening houden met nederlagen. Vaak opnieuw beginnen. -De Heer verlangt dat we na elke mislukking opnieuw beginnen: dat is de grondslag voor onze hoop.

12.1 In deze adventstijd ontmoeten we de persoon van Johannes de Doper als voorbeeld ter navolging in vele deugden en als de door God voorbeschikte persoon om de komst van de Messias aan te kondigen. Met hem wordt het Oude Testament afgesloten en staan wij op de drempel van het Nieuwe.

In het evangelie van de Mis van vandaag verkondigt de Heer: Van de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Rijk der hemelen zich met geweld baan, en geweldenaars maken het buit.1 De Kerk heeft gewelddadige aanvallen van de kant van de machten van het kwaad te verduren. De ziel van iedere mens ondergaat gewelddadige aanvallen, nu hij als gevolg van de erfzonde minder geneigd is tot het goede. Het zal noodzakelijk zijn tot het einde van onze dagen te strijden om de Heer in dit leven te volgen en Hem eeuwig te aanschouwen in de hemel. Het leven van een christen is onverenigbaar met middelmatigheid, gemakzucht en lauwheid. «Sommigen willen voor Hem nog niet eens opstaan van een plaats waar zij genoeglijk en tevreden zitten. Zij zouden willen dat de smaak voor God hun zo maar in de mond en in het hart stroomde zonder dat zij een stap verzetten, zonder dat zij zich versterven door afstand te doen van iets van hun genietingen, troost en nutteloze liefhebberijtjes. Maar al roepen zij nog zo hard om God, zij zullen Hem niet vinden, totdat zij uitgaan om Hem te zoeken.»2

Vandaag hebben we een moment dat bijzonder geschikt is om na te gaan hoe wij strijden tegen onze eigen hartstochten, gebreken, de zonde, slechte trekken in ons karakter... Deze strijd «is niet tegen anderen gericht. Het is veeleer de kracht in de strijd tegen onze eigen zwakheid en ellende. Het is de moed de persoonlijke trouweloosheid niet te verhelen. Het is de moed het geloof te belijden, ook in een vijandige omgeving.

»Vandaag, evenals gisteren, wordt van de christen ver­wacht dat hij heldhaftig leeft. Heldhaftig als het nodig is, in belangrijke omstandigheden. Heldhaftig -en dat zal de normale toestand zijn- in de kleine alledaagse dingen.»3

Deze strijd vraagt de Heer in de loop van ons hele leven en in het bijzonder in deze tijd in de liturgie waarin Hij zich van heel dichtbij doet zien in zijn Allerheiligst Menszijn. De strijd zal vaak uitmonden in de kracht om op fijnzinnige wijze onze vroomheid tegenover de Heer te beoefenen, zonder deze te verwaarlozen vanwege iets anders dat zich voordoet, zonder ons ervan te laten afhouden door de gemoedstoestand van een bepaalde dag of moment. De strijd zal zich uiten in de wijze waarop we de naastenliefde beleven, de scherpe kantjes van ons karakter -van het slechte karakter- bijschaven, ons inspannen de kleine vriendelijkheden, een goed humeur, fijngevoeligheid in de omgang met de anderen, niet te vergeten. Hij zal blijken uit het goed doen van ons werk dat we aan God moeten opdragen, uit de werkzaamheid van ons apostolaat in onze kring, uit het toepassen van de juiste hulpmiddelen zodat onze vorming niet tot stilstand komt... Gewoonlijk zal het een strijd zijn in het kleine. «Luisteren wij naar wat de Heer ons zegt: Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote; en wie onrechtvaardig is in het kleinste, is ook onrechtvaardig in het grote (Lc 16,10). Het is alsof Hij ons zei: Vecht onverzettelijk op deze schijnbaar onbelangrijke punten, want ze zijn groot in mijn ogen. Wees stipt in de vervulling van je plichten. Heb een glimlach over voor hem die het nodig heeft, zelfs als je innerlijk lijdt. Marchandeer niet met de tijd die je aan het gebed wijdt. Ga hem die jouw hulp zoekt tegemoet. Beoefen de gerechtigheid en overstijg die zelfs met de genade van de liefde.»4 

Onze liefde tot de Heer zal tot uitdrukking komen in een vaak opnieuw beginnen in onze dagelijkse inspanning om ons niet te laten overwinnen door gemakzucht en traagheid die altijd op de loer liggen. «De duivel slaapt niet, en het vlees is nog niet dood. Stop daarom nooit uw voorbereiding op de strijd. Rechts en links staan uw vijanden die nooit rust nemen.»5 Laten wij ook geen rust nemen in een blijde strijd, een strijd met concrete doelen. De Heer staat aan onze zijde en Hij heeft ons een engelbewaarder gegeven die ons onschatbare hulp zal verschaffen als wij hem daarom vragen.

12.2 In ons gaan naar de Heer zullen we niet altijd winnen. Veel nederlagen zijn van geringe betekenis. Andere zijn wel belangrijk, maar voldoening en berouw zullen ons dichter bij God brengen. En wij zullen opnieuw beginnen, met de hulp van de Heer, zonder ontmoediging of pessimisme, die vruchten van de hoogmoed zijn, maar juist met geduld en nederigheid om nog weer eens te beginnen, ook al valt er nog niets te oogsten. In veel gevallen zullen we de Heilige Geest horen: Sta op en pak aan..., wees volhardend, die recente mislukking is niet van belang, alle negatieve ervaringen van vroeger bij elkaar zijn niet van belang..., begin opnieuw, maar met meer nederigheid, met een dringender verzoek om hulp aan je Heer.

Op menselijk vlak is genialiteit meestal de vrucht van langdurig geduld, van een ononderbroken herhaald pogen en een onophoudelijk verbeteren. «De geleerde maakt zijn berekeningen opnieuw en doet zijn experimenten in gewij­zigde vorm over tot hij het doel van zijn werk bereikt heeft. De schrijver neemt zijn werk twintig keer opnieuw onder­handen. De beeldhouwer breekt het ene ontwerp na het andere voordat hij zijn innerlijke schepping vorm kan geven. [...] Alle scheppingen van de mens zijn de vrucht van onvermoeibaar opnieuw beginnen.»6 In het bovennatuurlijke zal onze liefde tot de Heer niet zozeer tot uiting komen in de successen die we menen bereikt te hebben, als in de capaciteit opnieuw te beginnen, de innerlijke strijd opnieuw aan te binden. Geestelijke middelmatigheid, lauwheid liggen daarentegen in het laten schieten en op zijn beloop laten van onze voornemens en doelstellingen in het inwendig leven. Op de weg die ons naar God voert: «slapen is sterven»7. Moedeloosheid, die altijd een stukje hoogmoed en buitensporig zelfvertrouwen in zich voert, leidt tot het loslaten van de voornemens en doeleinden die de Heilige Geest in de intimiteit van het hart influisterde.

Heel vaak komt de groei in het inwendig leven voort uit de, misschien onverwachte, mislukkingen waarop we met nederigheid reageren om met een sterker verlangen de Heer te volgen. Er wordt met recht gezegd dat volharding niet bestaat in nooit vallen, maar in altijd weer opstaan. «Als een soldaat in het gevecht een wond oploopt of een stukje terugtrekt, is niemand zo veeleisend of onkundig in de krijg, dat hij denkt, dat dit een misdaad is. De enigen die geen wonden oplopen zijn zij die niet vechten. Wie zich het vurigst op de vijand werpt, krijgt de hardste klappen.»8

Laten we de heilige Maagd de genade vragen nooit onze inwendige strijd op te geven, ook al is onze ervaring tot nu toe bedroevend en catastrofaal; en bovendien de genade en de nederigheid altijd opnieuw te beginnen. En vragen we Onze Lieve Vrouw vandaag ook volhardend te kunnen zijn in ons apostolaat, ook al is er schijnbaar geen resultaat te zien. Op een dag, als we misschien al in zijn aanwezigheid zijn, zal de Heer ons de vruchten laten zien van een apostolaat dat ons soms onvruchtbaar scheen en dat toch altijd iets opleverde. Het zaad dat uitgestrooid wordt, geeft altijd vrucht, deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoudig.9 Dat is veel voor een enkel zaadje.

12.3 Richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt nabij.10 In de Handelingen der Apostelen wordt ons verteld, dat Petrus en Johannes op een dag naar de Tempel gingen om te bidden, toen ze een mankgeborene tegenkwamen die om een aalmoes vroeg. Toen zei Petrus: Zilver of goud heb ik niet; maar wat ik heb, geef ik u. In de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: gebruik uw voeten.11 In de naam van Jezus Christus... Zo moeten we herbeginnen in het apostolaat en in onze strijd tegen alles wat erop gericht is ons van God af te zonderen. Dat is onze kracht. We beginnen opnieuw en niet uit persoonlijke koppigheid, alsof we zouden trachten te bewijzen dat we de zaken vooruit kunnen helpen. Wij kunnen zelf niets. Laten wij het liefst van alles roemen op onze zwakheden. Dan zal de kracht van Christus in ons wonen.12 En dat is een kracht die veel vermag.

Zoals de heilige Petrus die na die nacht, waarin hij niets gevangen had, de netten opnieuw uitwierp, alleen omdat de Heer het hem vroeg: Meester -zei hij- de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen; maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.13 Ondanks vermoeidheid, ondanks het feit, dat het niet het goede uur is om te vissen, gingen die mannen opnieuw het meer op om de netten te vieren die zij al aan het wassen waren voor de volgende dag. De menselijke elementen die hun afgeraden zouden hebben te gaan vissen, lieten zij terzijde. Het motief om het werk opnieuw op te pakken, is het vertrouwen van Petrus in de Heer. Petrus gehoorzaamt zonder er verder een woord aan vuil te maken.

De grondslag van onze hoop ligt hierin, dat de Heer verlangt dat wij elke keer opnieuw beginnen, als we een mislukking, althans zo lijkt het, hebben moeten incasseren in ons inwendig leven of in het apostolaat. 'Op uw woord, Heer, zal ik opnieuw beginnen.' Als we zo leven, zullen we voor altijd het spook van de ontmoediging uit ons leven bannen, dat zoveel zielen teruggebracht heeft tot geestelijke middelmatigheid en droefheid.

Begin opnieuw... Jezus zegt het ons met bijzondere warmte in deze dagen waarin zijn Geboortefeest nadert. «Als u dan gevallen bent, sta dan rustig op en verneder u diep voor God door de bekentenis van uw ellende, maar zonder u te verbazen dat u kon zondigen. Het is immers geen wonder, dat de ziekte ziek, de zwakte zwak, en de ellende ellendig is? Verafschuw niettemin uit alle macht de belediging die gij de goddelijke majesteit hebt aangedaan. En ga dan vol moed en vertrouwen op de barmhartigheid van God weer voort op de weg van de deugd die gij verlaten had.»14

-1. Mt 11,12. -2. H. Johannes van het Kruis, Geestelijk Hooglied, 3,2. -3. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 82. -4. Ibidem, 77. -5. Thomas à Kempis, De navolging van Christus, II, 9,8. -6. G. Chevrot, Simon Petrus, Oegstgeest z.j., bl. 20. -7. H. Gregorius de Grote, Homiliæ XII in Evangelia. -8. H. Johannes Chrysostomus, Ad Theodorum, II,5. -9. Mt 13,8. -10. Lc 21,8. -11. Hnd 3,6. -12. Vgl. 2 Kor 12,9. -13. Lc 5,5. -14. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven, 3,9.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012