Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Kerstijd. 25 december
Hoogfeest van Kerstmis

30. OVERWEGING BIJ HET KERSTFEEST

-In Bethlehem wilden ze Christus niet ontvangen. Ook nu willen veel mensen Hem niet ontvangen. -Geboorte van de Messias. De 'leerstoel' van Bethlehem. -Aanbidding van de herders. Nederigheid en eenvoud om Christus in ons leven te herkennen.

30.1 In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus, dat er een volkstelling gehouden moest worden in heel zijn rijk.1

Nu, in onze dagen, kunnen wij helder zien dat dat besluit, dat decreet van de keizer van Rome deel uitmaakte van de voorzienigheid van God. Daardoor gingen Maria en Jozef naar Bethlehem en daar zou Jezus geboren worden, zoals al eeuwen tevoren voorspeld was.2 De heilige Maagd wist dat de geboorte op handen was. Zij ondernam die reis met haar gedachten bij de Zoon die geboren zou gaan worden in de stad van David.

Zij kwamen aan in Bethlehem met de vreugde eindelijk in de stad van hun voorouders te zijn en met de vermoeid­heid van een reis van vier of vijf dagen over wegen die in slechte staat verkeerden. Maria in haar gezegende omstandigheden moet toen wel heel moe geweest zijn. En in Bethlehem vonden zij geen onderkomen. Er was voor hen geen plaats in de herberg3, merkt de heilige Lucas droog op. Misschien vond de heilige Jozef de herberg die boordevol mensen was, geen passende plaats voor Onze Lieve Vrouw, zeker in haar toestand. De heilige Jozef moet aan heel veel deuren aangeklopt hebben, voordat hij Maria direct buiten de stad naar een verblijfplaats voor vee bracht. Laten we ons dat tafereel eens goed voor ogen halen. Keer op keer legt Jozef, met groeiende bezorgdheid, de situatie uit. Steeds hetzelfde verhaal: 'Wij komen uit Nazareth...'. Een paar meter verderop kijkt Maria naar Jozef en hoort de mensen weigeren. Zij lieten Christus niet binnen. Zij sloten de deuren. Maria had verdriet om Jozef, en om die mensen. Wat kil is de wereld tegenover haar God.

Misschien heeft Maria wel aan Jozef voorgesteld zich voorlopig maar een verblijf te maken in een van die grotten die zich in de buurt van het stadje bevonden. Zij heeft Jozef misschien zoiets gezegd als: 'Doe dat maar wel; maak je geen zorgen; alles zal wel terechtkomen...'. Jozef zal door deze woorden van Maria wel getroost en gesterkt zijn en naar zijn jonge vrouw geglimlacht hebben. Zo richtten zij zich daar een verblijf in met de spullen die zij uit Nazareth meegebracht hadden: de doeken en windsels, een bepaalde doek die Maria gemaakt had met de gedachten die alleen een moeder kan hebben over haar eerstgeborene...

Zo vond de grootste gebeurtenis van de hele geschiedenis der mensheid plaats, in volstrekte eenvoud: Terwijl zij daar verbleven, -zegt de evangelist Lucas- brak het uur aan waarop zij moeder zou worden.4 Met onvoorstelbare liefde wikkelde Maria Jezus in doeken en legde Hem neer in een kribbe.

Maria had een volmaakter geloof dan ieder ander, zij had het volmaaktste geloof dat bestond. Elk gebaar, elke handeling van haar was een uiting van dat geloof en van haar tederheid. Zij zal zijn voeten wel gekust hebben, omdat Hij haar Heer was. Zij zal Hem wel innig gekust hebben, omdat het haar Kind was. Zij zal wel heel lang naar Hem gekeken hebben. Daarna heeft zij vast en zeker haar Kind in de armen van Jozef gelegd. Deze wist heel goed dat het de Zoon van de Allerhoogste was, het Kind voor wie hij zou moeten zorgen, dat hij zou moeten beschermen en een vak leren. Het hele leven van Jozef is gericht op dit weerloze Kind.

Jezus is net geboren en kan nog niet praten, maar Hij is het eeuwige Woord van de Vader. Er wordt wel gezegd, dat de kribbe een katheder, een leerstoel, is. Vooral vandaag is het goed «de lessen bij te wonen die Jezus geeft al sinds Hij kind is, pas geboren, sinds zijn ogen zich openden op deze gezegende mensenwereld.»5 Hij wordt arm geboren en Hij leert ons, dat het geluk niet gelegen is in een overvloed aan bezit. Hij komt ter wereld zonder enige pracht en praal en zet ons aan, nederig te zijn en niet afhankelijk van de bijval van mensen. «God vernedert zich, opdat wij naar Hem toe kunnen gaan, opdat onze liefde een adequaat antwoord kan zijn op zijn liefde, opdat onze vrijheid zich niet alleen voegt naar het vertoon van zijn macht, maar ook naar het wonder van zijn nederigheid.»6 

Laten we nu ons voornemen de deugden van onthechting en nederigheid te beoefenen. Laten we opzien naar Maria en zien hoe zij vol blijdschap is. Zij weet dat er voor de mensheid een nieuw tijdperk aangebroken is: de tijd van de Messias, haar Zoon. Vraag haar om nooit de blijdschap te hoeven verliezen vlak bij haar Zoon te zijn.

30.2 Jezus, Maria en Jozef zijn alleen. God echter zoekt eenvoudige mensen om hen gezelschap te houden. Een paar herders. Misschien «omdat eenvoudigen verstaan / wat door geen ingewikkeld zoeken / noch lezen in geleerde boeken / begrepen wordt of nagegaan, / zijn herders toen in uwen stal / geknield en hebben U aanbeden...», zoals Anton van Duinkerken het onder woorden bracht. Deze nederigen van hart waren niet geschrokken hun Messias, hun Redder, hun Vredevorst uiteindelijk in een grot te vin­den, in een krib, in doeken gewikkeld. De profeet Jesaja heeft het over die herders uit de streek rond Bethlehem, als hij zegt: Het volk dat ronddwaalt in duisternis, ziet dan een helder licht.7 In de hoogheilige nacht wordt deze profetie alleen vervuld in de herders. Zij zagen een groot licht, de glorie des Heren omstraalde hen.8 En de engel sprak tot hen: Vreest niet, want zie, ik verkondig u een blijde boodschap die bestemd is voor het hele volk. Heden is u een Redder geboren: Christus de Heer.9 

Die nacht waren zij de eersten en de enigen die dat wisten. «Maar vandaag weten miljoenen mensen verspreid over de hele wereld het. Het licht van die nacht in Bethlehem heeft het hart van vele mensen bereikt. Toch blijft tegelijkertijd de duisternis. En vaak lijkt die duisternis zelfs dichter [...]. De mensen die die nacht het licht ontvingen, ervoeren een grote blijdschap. De blijdschap die voortspruit uit het licht. De duisternis van de wereld overwonnen door het licht van de geboorte van God [...].

»Het doet er niet toe, dat in die eerste nacht, de nacht van de geboorte van God, de blijdschap van die gebeurtenissen slechts een paar harten bereikte. Dat is niet van belang. Die blijdschap is bestemd voor alle mensenharten. Het is in wezen de blijdschap van het menselijk geslacht, een bovenmenselijke blijdschap. Zou er buiten de blijdschap die er was een grotere hebben kunnen zijn, zou er groter Nieuws hebben kunnen bestaan dan dit: God heeft goedgevonden dat de mens veranderd wordt in zijn Kind, in deze Zoon van God die mens geworden is!»10 

God wilde toen, dat deze herders de eerste brengers van het goede nieuws zouden zijn: zij gingen heen en maakten bekend wat hun over dit Kind gezegd was. Allen die het hoorden, stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden.11 Op dezelfde wijze openbaart Jezus zich aan ons in ons dagelijks leven. En om bij Hem te komen hebben wij ook gesteldheden als eenvoud en nederigheid nodig. Het is mogelijk dat Hij ons in de loop van ons leven tekens geeft die, met mensenogen gezien, niets zeggen. Let erop Christus te ontdekken in de eenvoud van het alledaagse, gewikkeld in doeken, in een kribbe gelegd, zonder pracht en praal. En ieder die Christus ziet, voelt zich gedreven Hem direct bekend te maken. Dat kan niet wachten. De herders waren natuurlijk niet zonder geschenken voor de pasgeborene op weg gegaan. In de oosterse wereld van toen was het ondenkbaar dat iemand zich vervoegde bij een verheven persoon zonder een of ander geschenk. Zij brachten mee wat zij bij de hand hadden, zoals deze herder: «Hij zei: De engelen zongen zo blij, / dus al wat ik heb, ik geef het vrij. / Hier, Jezus, hebt U mijn fluit en mijn jas, / mijn broek, mijn fles en mijn herderstas.»12 En anderen brachten een lam, kaas, boter, melk, wrongel... Naar alle waarschijnlijkheid is het niet onjuist ons dat tafereel voor te stellen zoals de ontelbare kerststalletjes doen, of zoals we het kennen uit de kerstliedjes die de gelovigen als kinderen zingen en die velen van ons, misschien, als gebed gebruiken.

Maria en Jozef vragen, verbaasd en blij, de verlegen herders binnen te komen, naar het Kind te kijken, het te kussen, voor het Kind te zingen. En dan leggen zij hun geschenken bij de kribbe neer. Wij kunnen evenmin naar de stal van Bethlehem gaan zonder een geschenk mee te brengen. Maria zal misschien wel erg blij zijn met een ziel die zich meer overgeeft, zuiverder is, meer verblijd, want zich bewust van haar goddelijke afstamming, beter voorbereid door een berouwvolle biecht zodat de Heer meer ten volle bij ons zijn intrek neemt. Die biecht waarvan God zo vaak hoopt dat je er haast mee maakt...

Maria en Jozef zijn daar en vragen ons binnen te komen. En als we eenmaal binnen zijn, zeggen we Jezus samen met de Kerk: «Koning der wereld die de herders in doeken gewikkeld vonden, help ons altijd uw armoede en eenvoud na te volgen.»13

30.3 Laat de hemelen zich verblijden en de aarde juichen voor het aanschijn van de Heer, want Hij is gekomen.14 «We hebben zojuist een boodschap gehoord die overvloeit van blijdschap en die alle erkentelijkheid waardig is: Christus Jezus, de Zoon van God, is geboren in Bethlehem, stad van Juda. Deze aankondiging doet mij huiveren, doet mijn geest van binnen branden, en zet mij, zoals altijd, er­toe aan u deze blijdschap en jubel mee te delen», verkon­digt de heilige Bernardus.15 Venite adoremus, kom, ga allemaal mee om Jezus te zien en te aanbidden, want wij hebben Hem allemaal nodig. «Geen ander gaan, dan gaan naar Hem. / Geen ander doel dan Bethlehem. / Dat zij mijn uitverkoren reis.» Dat zingt een bekend Spaans kerstlied en het zegt ons, dat geen weg die wij gaan de moeite waard is, als deze niet naar het Kind van God voert.

«Onze Zaligmaker is vandaag geboren. Voor droefheid is geen plaats op de geboortedag van het Leven. Weg is de vrees voor de dood: dit Leven stort ons blijdschap in, met zijn belofte van eeuwigheid. Niemand wordt van deze vreug­de uitgesloten, allen bezitten evenveel reden tot blijdschap: want de Heer die zonde en dood vernietigt, is gekomen om allen te bevrijden nu Hij niemand zonder schuld vindt. Heilige, verheug u, uw beloning is nabij. Zondaar, wees blijde, verzoening wordt u aangeboden. Heiden, schep moed, men roept u tot het leven. Immers, Gods Zoon heeft bij de volheid van de tijd [...] de menselijke natuur aangenomen om deze te verzoenen met haar Schepper.»16 Dat is voor allen de bron waaruit, als bij een buiten zijn oevers tredende rivier, de blijdschap van deze feesten stroomt.

Laten we deze kerstdagen met jubelende stem zingen, omdat de liefde in ons haar intree heeft gedaan tot aan het einde der tijden. De aanwezigheid van het Kerstkind is de liefde onder de mensen. De wereld is niet langer een duistere verblijfplaats. Wie liefde zoekt, weet waar die te vinden is. En liefde is dat, wat iedere mens wezenlijk nodig heeft; ook die mensen die doen alsof zij in alles al verzadigd zijn.

Als wij vandaag ergens een Kerstkindje kussen of naar een stalletje kijken, of dit grote geheim overwegen, laat ons dan God danken voor zijn verlangen naar ons af te dalen om gekend en bemind te worden. En laten wij besluiten ook als kinderen te worden om zo ooit in het hemelrijk binnen te kunnen gaan. En aan het slot van dit gebed zeggen we God onze Vader: Wij bidden U, neem ons op in het goddelijk leven van Hem die vandaag ons mens-zijn heeft willen delen: Jezus Christus, onze Heer.17

Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons.

-1. Evangelie uit de Nachtmis, Lc 2,1-14. -2. Mi 5,1 e.v. -3. Lc 2,7. -4. Lc 2,6. -5. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 14. -6. Ibidem. -7. Jes 9,2. -8. Lc 2,9. -9. Lc 2,10-11. -10. Johannes Paulus ii, Homilie in de nachtmis van 1980. -11 Lc 2,17-18. -12. Gabriël Smit, De vrolijke herder, naar een zestiende eeuws Engels handschrift. -13. Gebed uit de Lauden van 5 januari. -14. Offertorium van de Nachtmis. -15. H. Bernardus, In Nativitate Domini, sermo VI, over de aankondiging van Kerstmis, 1. -16. H. Leo de Grote, Preek I over de Geboorte van de Heer, 1-3. -17. Gebed uit de Dagmis.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012