Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zesde zondag door het jaar (C)

45.     Persoonlijke nederigheid en
          vertrouwen op God

-Alleen de nederige kan waarlijk op de Heer vertrouwen. -De grote hindernis is de hoogmoed. Uitingen daarvan. -Zich oefenen in de deugd van nederigheid.

45.1 Heer, wees mij tot onneembare rots, tot een burchtmuur die mij beveiligt..., bidden we in de introïtus van de mis van vandaag.1 Hij is de kracht en de zekerheid tussen alle zwakheid die we in onszelf en om ons heen aantreffen. Hij is ons krachtige houvast op ieder ogenblik, op elke leeftijd en in elke omstandigheid. Gezegend is hij die op Jahwe vertrouwt en zich veilig weet bij Hem, zegt de profeet Jeremia ons in de eerste lezing. Hij is als een boom die aan een rivier staat en  wortels heeft tot in het water. Hij heeft geen last van de hitte, zijn blad blijft groen. Komt er een tijd van droogte, het deert hem niet; altijd blijft hij vrucht dragen.2 Daarentegen is vervloekt hij die op mensen vertrouwt, die bouwt op een schepsel en zich afkeert van de Heer. Zijn leven zal onvruchtbaar zijn zoals een kale struik in de steppe.

Tot U roep ik, Heer die mijn rots zijt: persoonlijke nederigheid en vertrouwen in God gaan altijd hand in hand. Alleen de nederige zoekt zijn geluk en zijn kracht bij de Heer. Een van de redenen waarom hoogmoedigen zo vurig erop uit zijn geprezen te worden, zichzelf overschatten en zich gekrenkt voelen door het minste of geringste dat hen in hun eigen achting of in die van anderen kan verlagen, is het gebrek aan innerlijke sterkte. Zij hebben geen ander steunpunt, geen hoop op geluk dan in zichzelf. Daarom zijn zij vaak overgevoelig voor de minste kritiek, doen zij alles om hun wil door te drijven, verlangen zij ernaar bekend te zijn en zoeken zij de achting van anderen. Ze doen als een schipbreukeling die zich vastklampt aan een dunne plank die hem niet kan houden. En wat ze in hun leven ook bereikt hebben, zij zijn altijd onzeker, onvoldaan, hebben nooit vrede. Zo iemand, die niet nederig is en geen vertrouwen heeft in God, zijn Vader die steeds weer zijn handen naar hem uitstrekt, zal op dorre woestijngrond staan, in een onvruchtbaar gebied, waar niemand woont, zoals ons in de liturgie van de mis van vandaag verteld wordt. De hoogmoedige is onverzadigbaar, nooit tevreden en zal nooit echte vrede en geluk kennen.

De christen stelt zijn hoop op God. Hij kent en aanvaardt zijn eigen zwakheid, vertrouwt niet te zeer op zijn eigen kracht. Hij weet dat hij bij alles wat hij doet alle mogelijke menselijke middelen moet aanwenden, maar hij weet ook goed, dat hij in de eerste plaats op zijn gebed moet rekenen. Hij erkent en aanvaardt vol vreugde, dat hij alles wat hij bezit van God heeft ontvangen. Nederigheid bestaat niet zozeer in het verachten van zichzelf -omdat God ons niet veracht, daar wij het werk van zijn handen zijn-, maar in het vergeten van zichzelf en in oprechte bezorgdheid voor anderen. Innerlijke eenvoud leidt ons tot het bewustzijn dat we kinderen van God zijn.3 «Wanneer we denken dat alles voor onze ogen in elkaar stort, zal er niets instorten, quia tu es, Deus, fortitudo mea, want Gij, God, zijt mijn sterkte (Ps. 43,2). Als God in onze ziel woont, is al het overige -hoe belangrijk het ook lijkt- bijzaak, voorbijgaand. Daarentegen zijn wij, in God, het blijvende.»4  Midden in onze zwakheid -in welke vorm die zich ook aandient- voelen wij ons bij God, in een onverwoestbare sterkte.

45.2 De grootste hindernissen die de ziel tegenkomt om Christus te volgen en anderen te helpen, liggen in een ongeordende eigenliefde, die soms leidt tot overschatting van de eigen krachten en andere keren tot moedeloosheid en wanhoop bij het zien van de eigen fouten en gebreken. Hoogmoed openbaart zich vaak in een inwendige alleenspraak, waarin de eigen belangen overdreven en opgeblazen worden: het eigen 'ik' wordt steeds voorop geplaatst. In een gesprek brengt de trots iemand ertoe over zichzelf en zijn eigen zaken te praten en ten koste van alles de achting van anderen te zoeken. Sommigen streven ernaar hun eigen mening te handhaven, terecht of ten onrechte. Ze laten geen enkele fout van een ander onverbeterd passeren, en ze maken een harmonieus samenleven moeilijk. De slechtste vorm om de eigen waarde te benadrukken is anderen in diskrediet trachten te brengen. Trotse mensen horen niet graag dat anderen geprezen worden en ze staan altijd klaar om de gebreken te ontdekken van iedereen die boven de middelmaat uitkomt. Typerend voor hen is dat zij geen tegenspraak of verbetering dulden.5

Wie vervuld is van trots lijkt God niet erg nodig te hebben in zijn werk, bij wat hij onderneemt en zelfs niet in zijn ascetische strijd om beter te worden. Hij overdrijft zijn bekwaamheden, sluit zijn ogen voor zijn tekortkomingen en beschouwt tenslotte als een goede kwaliteit wat in werkelijkheid een gebrek is. Hij overtuigt zich, bij voorbeeld, dat hij ruimhartig denkt en edelmoedig is, omdat hij zich niet veel gelegen laat liggen aan de kleine verplichtingen van elke dag en vergeet dat men, om trouw te zijn in het grote, ook trouw moet zijn in het kleine. Zo gaat hij zich verheven voelen en anderen met meer deugden dan hij minachten.6

De heilige Bernardus onderscheidt verschillende stadia van de hoogmoed: nieuwsgierigheid -alles van anderen willen weten-; oppervlakkigheid door gebrek aan diepgang in zijn gebed en in zijn doen en laten; dwaze en misplaatste vreugde, vaak gevoed door de gebreken van anderen, die bespottelijk worden gemaakt; grootspraak; het verlangen op te vallen; arrogantie; aanmatiging; het niet erkennen van de eigen fouten, zelfs als ze overduidelijk zijn; het verdoezelen van de fouten tijdens de biecht...

De hoogmoedige ziet niet graag hoe hij echt is. Laten we in ons gebed van vandaag nagaan of we de deugd van de nederigheid naar waarde schatten, of we deze dikwijls aan God vragen, of we ons voortdurend ervan bewust zijn hoezeer wij de hulp van God onze Vader nodig hebben, in de grote en in de kleine dingen. O, God -zeggen we met de psalmist- mijn God, naar U blijf ik zoeken; mijn ziel dorst van verlangen naar U; al wat ik ben smacht naar U in een troosteloos dor land zonder water.8 Dit kan in de loop van deze dag ons schietgebed zijn.

45.3 Zichzelf vergeten is een onmisbare voorwaarde om heilig te worden; alleen dan kunnen we naar God opzien als naar ons absolute Goed, en bezitten we het vermogen ons over anderen te bekommeren. Met het gebed -het eerste middel dat we altijd moeten aanwenden- moeten we ons ook in de deugd van nederigheid oefenen, bij ons doen en laten, in het gezinsleven, als we alleen zijn... altijd. We moeten trachten ons niet te veel in beslag te laten nemen door onze persoonlijke zaken: gezondheid, rust, of men ons acht en waardeert, of men rekening met ons houdt. We moeten proberen niet te veel over onszelf te praten of over onze eigen aangelegenheden, over wat ons in een goed daglicht plaatst. Laten we niet nieuwsgierig zijn en alles willen weten. We hoeven ook niet aan iedereen te laten we­ten dat wij iets weten. Laten we geduldig en met een goed humeur tegenslagen aanvaarden en die vreugdevol aan de Heer aanbieden. Laten we onze eigen mening niet opdringen, tenzij de waarheid of gerechtigheid dit vereist, en laten we dan kalm, maar wel standvastig zijn. We moeten over de fouten van anderen heen stappen, ze verontschuldigen en hen met fijngevoelige liefde helpen ze te overwinnen. We zullen een vermaning aanvaarden, zelfs als ze niet terecht lijkt; laten we soms toegeven aan de wil van anderen, als tenminste naastenliefde of plicht niet in het spel zijn. Laten we nooit opscheppen over talenten, bezit of kennis... Laten we aanvaarden, dat we geminacht worden of niet geraadpleegd op een gebied waarop we over meer kennis of ervaring menen te beschikken. We zoeken geen aanzien of bewondering, en hechten niet aan lofprijzing en eerbetoon. We streven wel naar een groter beroepsprestige, maar dan omwille van God, en niet uit trots of om op te vallen.

We zullen in deze deugd vooral groeien wanneer we vernederd worden en dat vreugdevol omwille van Christus dragen.9 Minachting maakt ons blij en onze eigen gebreken dragen wij met geduld. Bij het tabernakel prijzen wij onze zwakheden aan en wij bidden er de Heer om zijn genade en vragen Hem bij ons te blijven. Nogmaals erkennen we dat alles wat goed is in ons, alleen van Hem komt. Wat van onszelf komt, belemmert de Heilige Geest ons te vervullen met zijn gaven. We zullen nederig leren zijn in de omgang met Jezus en Maria. Veelvuldige overweging van het Lijdensverhaal zal ons brengen tot de beschouwing van Christus, die om onzentwille tot het uiterste toe werd vernederd en mishandeld; daar zal onze liefde en een oprecht verlangen om Hem na te volgen worden ontstoken.

Het voorbeeld van onze Moeder Maria, Ancilla Domini, de Dienstmaagd des Heren, zal ons de deugd van nederigheid doen beoefenen. Tot haar richten wij ons aan het einde van ons gebed, aangezien «zij tegelijkertijd een moeder is van barmhartigheid en van tederheid, tot wie niemand tevergeefs zijn toevlucht heeft gezocht. Leg je vol vertrouwen in haar moederlijke schoot; bid haar die deugd voor jou te verkrijgen die zij zo hooggeacht heeft; wees niet bang dat je niet verhoord wordt, want Maria zal je verzoek bij God brengen die de nederigen verheft en de trotsen neerwerpt; en aangezien Maria almachtig is bij haar Zoon zal ze zeker verhoord worden.»10

-1. Introïtus, Ps 30-3. -2. Jer 17,78. -3. E. Boylan, This Tremendous Love. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 92. -5. E. Boylan, o.c.-6. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen, I. -7. H. Bernardus, Over de graden van de nederigheid, 10. -8. Ps 63,2. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 594. -10. G. Pecci (Leo xiii), De practijk van de nederigheid, 85-86.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012