De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Derde week. Maandag

19. Rechtvaardigheid in woord en oordeel

-De zonden van de tong. Zwijgen als men niet kan prijzen. -Geen overhaast oordeel vellen. De liefde voor de waarheid zal ons brengen tot het zoeken van waarachtige informatie, en tot het bijdragen aan de waarachtigheid in de media, met alle middelen binnen ons bereik. -Respect voor het privé-leven.

19.1 De eenvoudigen van hart staan versteld van de wonderen en de prediking van de Heer. Anderen willen zelfs bij de meest wonderbaarlijke gebeurtenissen niet geloven in Jezus' goddelijkheid. Sint Marcus vertelt ons in het evangelie van vandaag1, dat de Heer juist een duivel had uitgedreven. Terwijl de mensen met stomheid geslagen waren2, zeiden de schriftgeleerden die van Jeruzalem afkwamen: Door Beëlzebub, de vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit. Door hun verkeerde gesteldheid zijn de mensen geneigd om de daden van de Heer uit te leggen als het werk van de duivel. Alles kan verward worden, als een rechtschapen geweten ontbreekt! Als toppunt van hun verblindheid zeggen ze van Jezus zelfs, dat er een onreine geest in Hem huisde.3 Hij die de heiligheid zelf was!

Uit liefde voor God en zijn naaste, uit liefde voor de rechtvaardigheid, moet een christen rechtvaardig zijn ook in zijn spreken, in een wereld waarin zoveel onheil wordt aangericht door woorden. «Een mens heeft recht op een goede naam, op respect, op achting, op de reputatie die hij verdient. Hoe beter we iemand kennen, des te meer worden ons zijn persoonlijkheid, zijn karakter, zijn verstand en zijn hart geopenbaard. Des te meer worden wij ons bewust [...] met welk criterium we hem moeten 'meten' en wat het betekent rechtvaardig jegens hem te zijn.»4 Vaak zijn het slecht beheersen van de tong, en «de onbezonnenheid in handelen en spreken» uitingen van «lichtvaardigheid en frivoliteit»5, van het ontbreken van innerlijke diepgang en tegenwoordigheid van God. Hoeveel onrechtvaardigheid kan men niet begaan door onverantwoord te oordelen over het gedrag van mensen die met ons samenleven, werken of betrekkingen met ons onderhouden! De apostel Jakobus schreef, dat onze tong een wereld van ongerechtigheid kan scheppen.6

Iedereen heeft er recht op, dat zijn goede naam bewaard blijft, zolang hij niet door openbare en evident onwaardige daden heeft laten zien, dat deze hem niet toekomt. Laster, kwaadsprekerij, roddel... houden een groot gebrek aan rechtvaardigheid in jegens onze naasten, omdat een goede naam belangrijker is dan grote rijkdom7, want als men deze verliest, kan de mens niet meer zoveel goed doen als hij anders wel zou hebben kunnen doen.8 De meest voorkomende oorzaak van smaad, negatieve kritiek en roddel is de afgunst, die de goede kwaliteiten van de naaste, het prestige of het succes van iemand of van een instelling niet kan verdragen.

Mensen maken zich ook schuldig aan roddel als ze meewerken aan het verspreiden hiervan, mondeling, via de pers of welk ander communicatiemiddel dan ook; als ze lasterlijke feiten of uitspraken die men 'van horen zeggen' kent, doorvertellen en openbaar maken; maar ook door te zwijgen, bijvoorbeeld als men nalaat op te komen voor iemand die beledigd is. Zwijgen staat immers vaak gelijk aan het instemmen met wat men hoort. Smaad is eveneens mogelijk door te 'prijzen', als men het goede dat gedaan werd ten onrechte wil kleineren. In andere gevallen is het leveren van commentaar op ongefundeerde geruchten, een daadwerkelijke onrechtvaardigheid tegen de goede naam van de naaste. Als de laster verspreid wordt door tijdschriften, kranten, radio, televisie enz. is de verbreiding veel groter, en derhalve ook de ernst ervan. En niet alleen mensen hebben recht op hun eer en goede naam, maar ook instellingen. Laster tegen deze laatste is even ernstig als die tegen individuele personen, en soms nog ernstiger, vanwege de gevolgen die het verlies van aanzien in het openbaar voor de in diskrediet gebrachte instellingen kan hebben.9

We kunnen ons vandaag in ons gebed afvragen, of we in de milieus waarin we leven (gezin, werk, vrienden...) bekend staan als mensen die nooit kwaad over anderen spreken; of we altijd overeenkomstig die wijze raad leven: «Als je niets lovends kunt zeggen, houd dan je mond.»10

19.2 We moeten God vragen ons te leren het gepaste te zeggen, geen holle woorden te gebruiken, op het juiste moment en met mate te spreken, het noodzakelijke weten te zeggen en het geëigende antwoord te geven; «niet te spreken met een stortvloed van woorden, en de woorden die ons te binnen schieten niet in alle heftigheid als een hagelbui te laten neerdalen.»11 Iets dat, jammer genoeg, in veel milieus zo dikwijls voorkomt.

Wij zullen op voorbeeldige wijze dit aspect van de liefde en de rechtvaardigheid beleven, als wij gedurende de dag, met de hulp van de genade, in ons binnenste steeds Gods tegenwoordigheid voor ogen houden, als we negatieve oordelen aanstonds vermijden. Rechtvaardigheid en liefde zijn deugden die we op de eerste plaats in ons hart moeten beleven, want de mond spreekt waar het hart van overloopt.12 Daar, in ons binnenste, dienen we gewoonlijk een sfeer van begrip voor de naaste te hebben, bekrompen oordelen en kleingeestige maatstaven te vermijden, want «veel mensen, ook zij die zich als christenen beschouwen [...] beginnen met aan kwaad te denken. Zonder enig bewijs veronderstellen zij bij voorbaat dat er kwaad is. Méér nog: zij durven die veronderstelling tegenover iedereen uit te spreken, in de vorm van een oordeel in 't wilde weg.»13

De liefde voor de rechtvaardigheid moet ons ertoe brengen, nooit een overhaast oordeel over mensen en gebeurtenissen uit te spreken, gebaseerd op oppervlakkige informatie. We moeten een gezonde kritische geest bewaren tegenover berichten die tendentieus of gewoon onvolledig kunnen zijn. Zeer vaak komen objectieve feiten gehuld in persoonlijke meningen tot ons, en als het berichten betreft over geloof, Kerk, paus, bisschoppen enz., worden die berichten, als ze afkomstig zijn van ongelovigen of fanatiekelingen, maar al te gemakkelijk tot in hun diepste werkelijkheid vervormd.

De liefde voor de waarheid moet ons behoeden voor een gemakzuchtig conformisme en zal ons onderscheidings­vermogen geven, ons afstand laten nemen van gedeeltelijke simplificaties, ons sectarische informatiekanalen doen negeren, het 'men zegt' doen afwijzen, ons altijd de waarheid doen zoeken en een positieve bijdrage laten leveren om juiste informatie aan de mensen te verstrekken. We kunnen dat bijvoorbeeld doen door brieven ter opheldering te sturen naar de pers, of door een gedeeltelijke of verdraaide informatie te benutten om waarheidsgetrouw en in positieve zin over het betreffende onderwerp te spreken met mensen met wie we elke dag in aanraking komen... Natuurlijk mogen we nooit -nog voor geen cent- een krant, tijdschrift of bulletin dat systematisch zulke informatie geeft, steunen. Indien wij, alle christenen, zó handelden, zouden we deze verwarde situatie, die in veel landen veroorzaakt of toelaat, dat de waardigheid van mensen wordt geschonden, spoedig kunnen veranderen.

Laten we vooreerst rechtvaardig zijn in ons eigen oordeel, in onze woorden, en trachten we te bewerken dat deze deugd in onze omgeving beleefd wordt; laten we nooit, om geen enkele reden, laster, smaad of kwaadsprekerij toestaan. Een duidelijk bewijs van rechtvaardig zijn en van liefde voor de waarheid, is de bereidheid om onze mening te herzien -indien nodig ook in het openbaar-, als we bemerken dat wij ons ondanks onze goede bedoeling vergist hebben, of dat we een nieuw gegeven hebben gekregen dat ons dwingt een eerder gevormd oordeel te heroverwegen.

19.3 Het is een feit dat iemand wiens gezichtsvermogen vervormd is, de voorwerpen vervormd ziet. Zo zal degene wiens 'ogen van de ziel' aangetast zijn, scheve en duistere bedoelingen zien waar alleen maar verlangens heersen om God te dienen, of hij zal gebreken zien die in feite zijn eigen gebreken zijn. Reeds de heilige Augustinus gaf de raad: «Zoekt de deugden waarvan gij denkt dat ze bij uw broeders ontbreken, dan zult ge niet langer hun gebreken zien, omdat ge ze niet langer zelf hebt.»14 Laten wij vaak tot God bidden, dat wij altijd en eerst het goede zien -en dat is veel- van de mensen uit onze omgeving. Dan zullen we hun fouten weten te verontschuldigen, en hen kunnen helpen om die te overwinnen.

De rechtvaardigheid beleven in woord en oordeel betekent ook ieders privé-leven respecteren, dit beschermen tegen de nieuwsgierigheid van buitenstaanders, niet in het openbaar bekend maken wat in de persoonlijke levenssfeer, in de familie- of vriendenkring hoort te blijven. Dit is een fundamenteel recht, maar vaak zien we hoe dit aangetast en schade toegebracht wordt. «Het zou niet moeilijk zijn, in onze tijd gevallen van [...] agressieve nieuwsgierigheid te signaleren die tot ziekelijk rondsnuffelen in het privé-leven van andere mensen voert. Een minimum aan gevoel voor rechtvaardigheid eist, zelfs bij het onderzoek naar een vermoedelijk misdrijf, bedachtzaamheid en terughouding, zodat een pure mogelijkheid niet meteen tot feit wordt gebombardeerd. En als iets niet alleen geen overtreding, maar misschien zelfs een achtenswaardige daad blijkt te zijn, dan moet men de ziekelijke zucht om zich daarmee te bemoeien als pervers kwalificeren.

»Tegenover hen die munt willen slaan uit verdachtmakingen en die een 'handeltje met de privé-sfeer' schijnen te drijven, is het noodzakelijk de waardigheid van iedere persoon en zijn recht op privé-leven te verdedigen. Over die verdediging zijn alle rechtschapen mensen het gewoonlijk eens, christen of niet, want er staat een gemeenschappelijke waarde op het spel: de legitieme wil om zichzelf te zijn, het recht om zich niet uit te leveren aan de sensatielust van anderen, maar de vreugden, zorgen en leed van zijn gezin voor zich te houden.»15

«Sancta Maria, Sedes Sapientiae -Heilige Maria, Zetel van Wijsheid. -Roep onze Moeder dikwijls op die manier aan, opdat zij haar kinderen bij hun studie, in hun werken, in hun omgang met elkaar moge vervullen van de waarheid die Christus ons heeft gebracht.»16

-1. Mc 3,22-30. -2. Vgl. Lc 11,14. -3. Mc 3,30. -4. Johannes Paulus ii, Toespraak, 8 november 1978. -5. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 17. -6. Jak 3,6. -7. Spr 22,1. -8. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q73, a2. -9. Vgl. F. Fernández Carvajal, Antología de textos, vgl. Difamación. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 443. -11. H. Gregorius van Nyssa, Homilie I, over de liefde tot de armen. -12. Mt 12,34. -13. H. Jozefmaria Escrivá Als Christus nu langs komt, 67. -14. H. Augustinus, Commentaar op Psalm 30, 6. -15. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 69. -16. Idem, De Voor, 607.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009