Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vijfde zondag van Pasen

29. RECHTVAARDIGHEID

-Rechtvaardigheid in onze verhouding met anderen, met mensen die van ons afhankelijk zijn, met de maatschappij. -Bevorderen van de rechtvaardigheid. -Grondslag en doel van de rechtvaardigheid.

29.1 Want Jahwe's woord is waarachtig, onveranderlijk al zijn daden. Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; van Jahwe's erbarmen is de aarde vol.1 

Rechtvaardigheid is de kardinale deugd, die een juiste en zuivere samenleving onder mensen mogelijk maakt. Zonder die deugd zal de samenleving onmogelijk blijken. De maatschappij, het gezin, de onderneming houden op menselijk te zijn en verworden tot plaatsen waar 'de mens voor de mens een wolf is'. Rechtvaardigheid regelt de menselijke aspecten van de samenleving, dat wil zeggen, baseert haar op de persoonlijkheidsrechten. «Dat is het grondprincipe van het bestaan en naast elkaar bestaan van mensen zowel als van menselijke gemeenschappen, van maatschappijen en volkeren.»2 

Een aspect van deze deugd raakt de relaties met buren, vrienden, collega's en, in het algemeen, met elke andere persoon. Deze deugd regelt de verhoudingen van de mensen onderling, door ieder te geven wat hem toekomt. Een ander aspect van de rechtvaardigheid heeft betrekking op de verplichtingen van de maatschappij jegens ieder individu afzonderlijk. Ten slotte bestaat er nog een ander niveau van rechtvaardigheid, waar datgene geregeld wordt wat ieder individu verschuldigd is aan de gemeenschap waartoe hij behoort, waarvan hij deel uitmaakt.

Rechtvaardigheid in een gemeenschap komt van hen die die gemeenschap vormen. Het zijn de afzonderlijke personen die hun rechtvaardigheid of onrechtvaardigheid in de gemeenschap projecteren. Dat geldt vooral voor mensen met meer verantwoordelijkheid. Dat geldt voor het gezin, voor het bedrijf, het land en voor de hele gemeenschap der volkeren. Als we werkelijk willen, dat er in een gemeenschap -of het nu gaat om een gehucht of een heel land- rechtvaardigheid heerst, zullen we rechtvaardig moeten zijn tegenover de afzonderlijke individuen. Het zou goed zijn als ieder van ons zou beginnen rechtvaardig te zijn op deze drie niveaus: tegenover de mensen met wie we elke dag te maken hebben; tegenover de mensen die van ons afhankelijk zijn; en door aan de gemeenschap waarvan we deel uitmaken, te geven wat we verschuldigd zijn. Dat is de eerste verplichting van rechtvaardigheid, namelijk rechtvaardig zijn in alle aspecten van ons leven; rechtschapen en open met elkaar leven; rechtvaardig zijn tegenover het gezin, de buren... en de staat. De strijd om in de gemeenschap een grotere rechtvaardigheid te laten heersen is de vrucht van een reeks persoonlijke beslissingen, die invloed hebben op wie deze deugd beoefent. Zo zal een mens steeds opnieuw gedreven worden door «een onwankelbare en onveranderlijke wil ieder het zijne te geven»3 want daarin bestaat de kern van deze deugd.

Als er ergens één edele en mooie taak is die overeenstemt met het algemeen welzijn van de medeburgers, dan vinden we die in de persoonlijke verantwoordelijkheid voor een rechtvaardiger, opener samenleving.

29.2 «God roept ons door alles wat er in het dagelijks leven gebeurt, door de vreugde en het leed van onze medemensen, door de aardse zorgen van onze vrienden en kennissen, door de vele kleine dingen van het gezinsleven. En God roept ons ook door de grote problemen, conflicten en wetten die een stempel zetten op de geschiedenis en de hoop en de inspanning van een groot deel van de mensheid onder druk zetten.» 4 Het geloof spoort ons aan om aanwezig te zijn in elke nobele inzet zowel voor «de kleine dingen van het gezinsleven» als voor «conflicten en regelingen die een stempel zetten op de geschiedenis» om zelf geheiligd te worden en die werkelijkheden te heiligen, door deze menselijker en rechtvaardiger te maken door ze naar God te voeren. «Hoe begrijpelijk zijn het ongeduld, de beklemming en de onstuimige wensen van hen, die met hun van nature christelijke ziel (Vgl. Tertullianus, Apologe­ticum, 17), zich niet willen neerleggen bij de individuele en sociale ongerechtigheid, die aan het menselijke hart ontspruiten. Zoveel eeuwen al leven de mensen samen en nog altijd is er zoveel haat, zoveel fanatisme in ogen die niet willen zien en harten die niet willen beminnen.»5 

Het geloof zet ons in beweging, omdat de behoefte aan rechtvaardigheid in de wereld groot is. «De rijkdommen der aarde, slechts verdeeld onder een paar mensen... de cultuurgoederen, aan een kleine kring voorbehouden en daarbuiten alleen maar honger naar brood en kennis... Daarbuiten menselijk leven dat heilig is, omdat het van God komt... en dat behandeld wordt als een louter ding, als getallen van een statistiek. Wij begrijpen dat verlangen naar rechtvaardigheid, dat ons ertoe drijft naar Christus op te zien, die ons voortdurend aanspoort om dat nieuwe gebod van de liefde te verwezenlijken. Alle situaties van ons leven bergen een goddelijke boodschap in zich en eisen van ons een antwoord van liefde en overgave aan de anderen.»6 

De christen zet zich in om onrecht te bestrijden met de liefde tot Jezus en tot zijn broeders en zusters, de mensen. De rechtvaardige, in de ware zin van het woord, is de mens die een spoor van liefde en blijdschap achterlaat en het met het onrecht niet op een akkoordje gooit, als hij het ergens tegenkomt: in het gezin, het werk, in de gemeente waar hij woont... Als we ons gewetensonderzoek doen, is het mogelijk dat we onrecht ontdekken dat hersteld moet worden: overijlde oordelen tegen personen of instellingen, gebrek aan werklust, oneerlijke behandeling van anderen...

29.3 De oorsprong, de grote kracht die de rechtvaardige drijft, is de liefde tot Christus. Hoe meer we de Heer trouw zijn, hoe meer we gebonden zullen zijn door de echte rechtvaardigheid. De gelovige weet, dat de naaste, de 'ander', Christus zelf is, aanwezig in de anderen. «Alleen vanuit het geloof valt te begrijpen, waardoor het oordeel over ons handelen rechtvaardig of onrechtvaardig zal luiden: Christus omhelzen of verwerpen.»7 Dat is de grote motor van ons handelen. Dat is wat alleen wij gelovigen, door ons geloof, kunnen zien: Christus wacht op ons in onze broeders en zusters. Want Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven. Ik had dorst... Nalatigheden: Al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij ook voor Mij niet gedaan.8 

De Heer is in iedere mens die behoeftig is. «De armen in de samenleving, niet alleen beschouwd als individuen, maar ook als etnische of culturele groepen, de zieken, de armsten en de aan de rand van de maatschappij levende lagen van de bevolking moeten een voortdurende zorg voor de Kerk en voor de gelovigen zijn. Het is nodig de inspanningen te verhogen hen bij te staan en hun levensomstandigheden te delen. Het is nodig dat we in de noden van onze broeders en zusters de roeping van God voelen; dat de hele samenleving veranderd wordt in een rechtvaardiger wereld waar ook de allerarmsten welkom zijn en graag vertoeven.»9 

«In onze broeders, de mensen, moeten wij Christus zien, die ons in hen ontmoet.»10 Het zou voldoende moeten zijn te onderzoeken of we aandacht en respect voor de anderen hebben, of we een heftig verlangen naar een door de naastenliefde verrijkte gerechtigheid koesteren, om te weten of onze navolging van Christus echt is. Als de omgang met Christus diep en echt is, zullen deze vertrouwelijkheid en liefde in rijke mate óverstromen naar de anderen.

«De geestelijke en lichamelijke inspanning voor de christen bij zijn dienst aan anderen, is groot: hij moet het doen met zijn wil, zijn gevoel en zijn daden. Tegenover die eisen zal hij, met de hulp van de genade, niet afgeschrikt worden en ook niet met een nerveuze gespannenheid en verrassende 'invallen' onbesuisd aan de slag gaan. Hij zal evenmin 'rustzoekende' te werk gaan: caritas enim urget nos, de liefde van Christus laat ons geen rust (2 Kor 5,14).»11 Dit zal ons aanzetten meer te doen dan nodig is, zonder het essentiële over het hoofd te zien.

«Men moet op de eerste plaats aan de eisen van rechtvaardigheid voldoen -onderricht het Tweede Vaticaanse Concilie-, opdat men niet als een gebaar van naastenliefde aanbiedt, waartoe men reeds op grond van rechtvaardigheid verplicht was.»12 Het beoefenen van de rechtvaardigheid zal ons voeren tot een voortdurende ontmoeting met Christus. In laatste instantie is «aan een mens rechtvaardigheid bewijzen, een erkenning van Gods tegenwoordigheid in hem.»13 

Verder is het ook zo, dat een gelovige geen echte rechtvaardigheid kan beoefenen, als hij niet in de juiste gesteldheid verkeert om liefde te betuigen14, zijn rechtvaardigheid zou dan alleen maar 'aardsgericht' zijn en dus beperkt. Christus verwacht meer van ons in onze contacten met onze naaste. Laten we Hem vragen: «dat Hij ons een goed hart geeft, in staat medelijden te hebben met het leed van alle schepselen: een hart dat in staat is te begrijpen dat de ware balsem om het lijden in deze wereld te verlichten de liefde is, de naastenliefde.»15

-1. Ps 33,4-5. -2. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie, 8 november 1978. -3. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q58, a1. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 110. -5. Ibidem, 111. -6. Ibidem, 111. -7. P. Rodríguez, Fe y vida de fe, Eunsa (Pamplona 1974), bl. 215. -8. Vgl. Mt 25,42-45. -9. Spaanse Bisschoppenconferentie, Testigos del Dios vivo, 28 juni 1985, 59. -10. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 111. -11. F. Ocáriz, Amor a Dios, amor a los hombres, Palabra (3e druk; Madrid 1973), bl. 109. -12 Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem, 8. -13. P. Rodríguez, o.c., bl. 217. -14. H. Thomas van Aquino, o.c., II-II, q4, a7. -15. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 167.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012