Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tiende week door het jaar. Donderdag

25. Redenen om boete te doen

-Hindernissen uit de weg ruimen. Zelfverloochening. Meewerken aan de verlossing. -De uitnodiging van de Kerk om boete te doen. Boete doen en gebed. Vrijdag, dag van boete. -Enige vormen van boetedoening en versterving.

25.1 Jezus verzamelde de menigte en de apostelen rond zich, en sprak tot hen: Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het evangelie, zal het redden.1

De Heer had ons reeds geleerd, dat we ons, als wij zijn leerlingen willen zijn, moesten onthechten van materiële zaken.2 Nu echter vraagt Hij om een dieper gaande onthechting. Men moet zichzelf verloochenen, afstand doen van het meest persoonlijke. Maar voor een leerling van Christus houdt elke vorm van zelfgave, een bevestiging in: niet meer voor zichzelf leven, opdat Christus in mij leeft.3 Leven in Christus, uit liefde tot wie ik alles heb prijsgegeven4, zoals Sint Paulus aan de christenen van Filippi schreef, is een daadwerkelijk gevolg van de genade. Heel het christelijke leven is een bekrachtiging van leven, liefde en vriendschap. Ik ben gekomen, zegt Jezus ons, opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed.5 Christus biedt ons het goddelijk kindschap aan, en het deel hebben aan het innerlijke leven van de allerheiligste Drieëenheid. Wat deze wonderbaarlijke belofte in de weg staat, is de gehechtheid aan onszelf, onze gemakzucht, onze hang naar welvaart en succes. Daarom is versterving noodzakelijk. Dit is niet iets negatiefs, maar maakt ons vrij van onszelf, opdat Jezus in ons kan leven. Vandaar de paradox: «Om te leven moet je sterven.»6 We moeten aan onszelf sterven om het bovennatuurlijke leven te bezitten. Als gij volgens het vlees leeft, zult gij zeker sterven. maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht versterft, zult gij leven.7

Wie mijn volgeling wil zijn... Om aan de uitnodiging van Christus, die met ons meegaat, gehoor te geven, moeten we stap voor stap vooruit gaan, steeds meer vorderingen maken. We moeten elke dag een beetje meer sterven, onszelf verloochenen, de oude mens van onze vroegere levenswandel afleggen8, en die werken opgeven die ons van God scheiden of de vriendschap met Hem bemoeilijken. Om heilig te worden -waartoe God ons geroepen heeft- moeten we onze geneigdheid tot het kwade en onze hartstochten onder controle krijgen, die na de erfzonde en ten gevolge van onze persoonlijke zonden niet meer op de juiste wijze onderworpen zijn aan onze wil. Om Christus te kunnen volgen, moeten we onszelf leren beheersen en in staat zijn om onze weg een duidelijke richting te geven. Zoals het treffend geformuleerd is: «we zijn als een man met een ezel; óf de man leidt de ezel, óf deze leidt hem; óf wij controleren onze hartstochten óf deze controleren ons.»9 Als er geen versterving is, «lijkt het wel of je 'geest' verminderd is, kleiner geworden, tot er nog maar een puntje van over is. En het lichaam wordt groter, reuzengroot, tot het allesoverheersend is. - Voor jou heeft de heilige Paulus geschreven: Ik kastijd mijn lichaam en maak het tot mijn slaaf, opdat ik niet, na anderen gepredikt te hebben, zelf verloren ga.»10

Paulus leert ons nog een andere reden om boete te doen: Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor U mag lijden en in mijn lichaam mag aanvullen wat nog ontbreekt aan Christus' lijden, ten bate van zijn Lichaam, de Kerk.11 «Was het lijden van Christus alleen niet genoeg om ons te redden?», vraagt de heilige Alfonsus van Liguori zich af. «Ongetwijfeld ontbrak er niets aan de waarde van zijn lijden; het was meer dan voldoende om alle mensen te redden. En toch, om de verdiensten van Christus te verkrijgen, moeten we meewerken en geduldig de inspanningen en beproevingen die God ons zendt aanvaarden, om zó meer op zijn Zoon Jezus te lijken.»12

Als we ons edelmoedig versterven, zullen we de eersten zijn die de vruchten plukken van dit deel hebben aan het lijden van Christus.13 Bovendien strekt de bovennatuurlijke uitwerking van de boetedoening zich uit tot ons eigen gezin. Het raakt op een bijzondere manier degenen die het meest in nood zijn, onze vrienden en collega's, de mensen die we dichter bij God willen brengen, ja zelfs de hele Kerk en de hele wereld.

25.2 «Daarom nodigt de Kerk -die deze voorkeur voor de religieuze en bovennatuurlijke waarden van boete doen bekrachtigt (waarden die bijzonder geëigend zijn om de wereld een gevoel voor de aanwezigheid van God terug te geven en voor zijn soevereiniteit over de mens, samen met de betekenis van de aanwezigheid van Christus en zijn verlossing)- iedereen uit om de innerlijke bekering van de Geest vergezeld te laten gaan van de vrijwillige beoefening van uiterlijke daden van boetedoening.»14 Als wij in een geest van boete God ons persoonlijk fysiek of moreel lijden opofferen, dan is dit lijden niet iets nutteloos of schadelijks, maar krijgt het verlossingswaarde «voor de redding van onze broeders en zusters. Daarom heeft dit lijden een onvervangbare waarde. In het Lichaam van Christus, dat onophoudelijk geboren wordt uit het kruis van de Verlosser, wordt het waarachtige lijden doordrongen van de geest van Christus' offer, dat de onvervangbare bemiddelaar en schepper van de goede dingen is, die onmisbaar zijn voor de verlossing van de wereld.»15

De Kerk herinnert ons vaak aan de noodzaak tot versterving. Wie mijn volgeling wil zijn... In het bijzonder heeft zij één dag in de week uitgekozen, de vrijdag, als dag waarop we de noodzaak en de werkzaamheid overwegen van de zelfverloochening, en ons voornemen om een bijzondere versterving te doen: geen vlees eten, of iets doen dat we moeilijk vinden (zoals ons werk perfecter verrichten of het leven voor anderen aangenamer maken), of het doen van een vroomheidsnorm: geestelijke lezing, de rozenkrans, een bezoek brengen aan het heilig sacrament of de kruisweg bidden. We kunnen ook een van de werken van barmhartigheid doen: zieken bezoeken, een tijdje doorbrengen bij iemand die in moeilijkheden verkeert, aalmoezen geven. Maar we mogen ons niet tevreden stellen met één enkele daad van boetedoening per week, ter herinnering aan de Heer die voor ons geleden heeft en gestorven is en ons de waarde van het offer leerde. Elke dag verwacht God van ons dat we onszelf verloochenen in kleine dingen, in zaken waarmee we het bovennatuurlijke leven van onze ziel sterk, en ons apostolaat vruchtbaar maken.

25.3 Vooreerst moeten we hierbij denken aan de zogenaamde passieve verstervingen. Dit zijn dingen -met liefde opgeofferd- die ons plotseling overkomen of buiten onze wil gebeuren: koude, hitte, pijn, geduld als we langer moeten wachten dan we gedacht hadden, niet op gelijke wijze reageren als we een bruusk antwoord krijgen. Naast deze passieve verstervingen zijn er veel andere die ons samenleven met de mensen aangenamer kunnen maken -stiptheid bijvoorbeeld, met echte belangstelling luisteren, spreken als er een pijnlijke stilte valt, vriendelijk zijn en onze stemmingen niet laten bepalen door de omstandigheden, hoffelijk en beleefd zijn ten opzichte van anderen, bedanken en, als we iemand ongewild geërgerd hebben, ons verontschuldigen. Intensief en ordelijk werken, een taak afmaken waarmee we begonnen zijn, en anderen helpen om hun werk beter te doen, kan ons ook de kans geven ons te versterven. Versterving kunnen we eveneens beoefenen met ons verstand, zoals door het vermijden van harde en liefdeloze kritiek, door niet nieuwsgierig te zijn of te snel te oordelen. En er zijn verstervingen van de wil mogelijk: vastberaden strijden tegen de eigenliefde, niet altijd over onszelf spreken of over wat we gedaan hebben, of wat we van plan zijn te gaan doen; niet overdreven spreken over onze eigen voor- en afkeuren.

Actieve versterving van onze zintuigen is een ander terrein voor zelfverloochening: onze blik bewaken, bijvoorbeeld; sober zijn en ons bij elke maaltijd ter versterving iets ontzeggen. En ook de versterving moet niet verwaarloosd worden: het is goed ons te hoeden voor nutteloze gedachten die ons hinderen bij ons streven naar heiligheid, en vooral moeten we verstrooiingen voorkomen bij het bidden, tijdens de heilige mis en onder ons werk.

Laten we in de tegenwoordigheid van God onderzoeken of we ons werkelijk met een opgewekt gemoed verloochenen; of we ons lichaam elke dag beheersen; of we God, met de wil om mee te werken aan de verlossing, het lijden en de tegenslagen die we op onze weg tegenkomen, aangeboden hebben; of we echt bereid zijn ons leven te verliezen, stap voor stap, beetje bij beetje, uit liefde tot Christus en het evangelie.

Onze versterving en boetedoening, midden in de wereld, dienen aan een reeks kwaliteiten te beantwoorden. Boven alles moeten ze vreugdevol zijn. «Soms -zei de zieke, die brandde van ijver voor de zielen- protesteert het lichaam een beetje en beklaagt het zich. Maar ook 'die klachten' probeer ik in een glimlach te veranderen, want dan worden ze heel nuttig.»16 Vele glimlachen en plezierige opmerkingen blijken mogelijk te zijn, als we verstervingsgeest bezitten, temidden van ons lijden en onze ziekte.

Wij zullen ons voortdurend moeten versterven. Zo zal het beleven van Gods aanwezigheid gemakkelijk worden gemaakt, waar we ons ook bevinden; we zullen erdoor geholpen worden intensief te werken en af te maken waarmee we bezig zijn; we zullen vriendelijker en hoffelijker in onze omgang met anderen zijn, en onze apostolische geest zal toenemen.

Onze versterving moet discreet en natuurlijk zijn. Ze zal afgemeten kunnen worden aan de invloed die ze op het gewone leven heeft, veeleer dan door ongebruikelijke uitingen, die vreemd zijn voor een normale gelovige.

Tenslotte moet onze versterving nederig zijn en vervuld van liefde, want hetgeen ons beweegt is het beschouwen van Christus aan het kruis, met wie we zoveel mogelijk verenigd willen worden. We willen niets in ons leven dat ons niet tot Christus leidt.

Bij onze versterving, zoals op de berg van Calvarië, vinden we Maria. Laten we de goede voornemens die we in deze tijd van gebed gemaakt hebben, in haar handen leggen. Laten we haar vragen ons te leren, de noodzaak van een leven van zelfverloochening en versterving in heel zijn diepte te verstaan.

-1. Mc 8,34-35. -2. Vgl. Lc 14,33. -3. Vgl. Gal 2,20. -4. Fil 3,8. -5. Joh 10,10. -6. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 187. -7. Rom 8,13. -8. Ef 4,22. -9. E. Boylan, This tremendous lover. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 841. -11. Kol 1,24. -12. H. Alfonsus Liguori, Meditaties over het lijden van Christus, 10. -13. Vgl. Paulus vi, Apost. const. Paenitemini, 17 februari 1966, ii. -14. Ibidem. -15. Johannes Paulus ii, Apost. brief Salvifici doloris, 11 februari 1984, 27. -16. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 253.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012