Eerste zondag van de
heilige Jozef
20. ROEPING EN HEILIGHEID VAN SINT JOZEF
-De grootste van de
heiligen. -«Zij die door God tot een bepaalde taak worden uitverkoren, worden
door Hem voorbereid en toegerust, opdat zij daartoe in staat zijn». -Onze eigen
roeping: «aangezien wij de genade van de Heer bezitten, zullen wij alle
moeilijkheden kunnen overwinnen».
20.1 Wij beginnen vandaag, volgens aloude gewoonte, aan de zeven weken van
voorbereiding op het feest van de heilige
aartsvader, die met de zorg voor Jezus en Maria op aarde belast was. Op
elk van deze zondagen willen wij het leven van de heilige Jozef overwegen, een
leven waarvan wij veel kunnen leren. We zullen de devotie tot hem bevorderen en
ons onder zijn bescherming stellen.
Sint Jozef is, na Maria, de grootste van de
heiligen in de hemel, zoals de katholieke leer algemeen onderricht.1 De nederige timmerman uit Nazaret munt in genade en
zaligheid uit boven de aartsvaders, de profeten, boven Johannes de Doper, de
heilige Petrus en Paulus, boven alle apostelen, heilige martelaren en
kerkleraren.2 In het eucharistische gebed I
(Romeinse Canon) neemt hij de eerste plaats in na Onze Lieve Vrouw.
Aan de heilige aartsvader zijn, op werkelijke
en mysterieuze wijze, de christenen aller tijden toegewijd. Dit wordt
uitgedrukt in die schitterende litanieën van sint Jozef, die al zijn
voorrechten samenvatten: Heilige
Jozef, roemrijke
afstammeling van David, licht van de aartsvaders, bruidegom van de Moeder van
God [...], voorbeeld van de werklieden,
luister van het huiselijk leven, beschermer van de maagden, steun van de
huisgezinnen, troost van de ongelukkigen, hoop van de zieken, patroon van de
stervenden, schrik van de duivelen, beschermer van de heilige Kerk... Geen
enkel schepsel, behalve Maria, kunnen wij zoveel lof toezwaaien. Geheel
de Kerk erkent sint Jozef als haar beschermer en patroon. Dit beschermheerschap
«heeft de Kerk nodig niet slechts als bescherming tegen de opdoemende gevaren,
maar ook en vooral om haar te steunen in haar hernieuwde inzet voor de
evangelisatie in de wereld en de herevangelisatie van die 'landen en volken
waar [...] de christelijke godsdienst en het christelijke leven bloeiden' en die
'thans zwaar op de proef worden gesteld. Om Christus voor het eerst te verkondigen of om Hem
opnieuw te verkondigen op plaatsen waar Hij veronachtzaamd
of vergeten wordt, heeft de Kerk behoefte aan een bijzondere kracht uit den hoge (vgl.
Lc 24,49; Hnd
1,8),
ongetwijfeld een gave van de Geest des Heren, die niet los staat van de
voorspraak en het voorbeeld van zijn heiligen»3,
heel bijzonder van de grootste onder hen.
In de loop van deze zeven
weken, waarin wij ons voorbereiden op zijn feest, kunnen wij deze
krachtige devotie hernieuwen en verrijken en veel genade en hulp van de heilige
aartsvader verkrijgen. Het zijn dagen om dichter tot hem te naderen, om met hem
om te gaan en hem te beminnen. «Houd veel
van de heilige Jozef, bemin hem met heel je ziel, want hij is de mens
die, met Jezus, het meest van de heilige Maria gehouden heeft en degene die het
meest met God omging: hij heeft, na onze Moeder, het meest van Hem gehouden.
»Hij verdient jouw genegenheid, en het is passend
met hem om te gaan, want hij is de Meester van het innerlijk leven en vermag
veel bij de Heer en bij de Moeder van God.»4
Laten wij in deze dagen zijn machtige voorspraak benutten door hem datgene aan
te bevelen dat ons het meest bedrukt, waaraan wij het meest behoefte hebben.
20.2 Op de heilige Jozef is het beginsel van toepassing, dat sint Thomas
heeft geformuleerd met betrekking tot de
heiligheid van Maria: «Zij die door God voor een bepaalde taak worden
uitverkoren, worden door Hem toebereid en uitgerust, opdat zij voor die taak
geschikt zijn.»5
Daarom ontving de heilige Maagd, toen zij
geroepen werd om de Moeder van God te worden, behalve het vrij zijn van de
erfzonde, vanaf het eerste ogenblik van haar ontvangenis
een volheid van genade die reeds de uiteindelijke genade van alle
heiligen samen overtrof. Maria, die het
dichtst bij de bron van alle genade stond, benutte deze meer dan welk
ander schepsel.6 En na Maria stond niemand dichter bij Jezus dan sint Jozef, die de
rol van zijn vader op deze aarde vervulde. Na Maria heeft niemand zulk
een uitzonderlijke opdracht ontvangen als Jozef, niemand heeft Hem méér bemind,
niemand heeft Hem méér diensten bewezen... Niemand anders stond dichter bij het
geheim van de menswording van Gods Zoon. «Juist Jozef van Nazaret 'deelde' in
dit geheim als niemand anders, behalve Maria, de Moeder van het mensgeworden
Woord. Hij deelde in dit mysterie samen met haar en was betrokken in de
werkelijkheid van hetzelfde heilsgebeuren, omdat hij de bewaarder was van
dezelfde liefde, uit kracht waarvan de eeuwige Vader ons heeft voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus
Christus (Ef 1,5).»7
De ziel van Jozef moest met bijzondere gaven voorbereid worden om zulk een uitzonderlijke
opdracht te kunnen vervullen: de trouwe waker van Jezus en Maria zijn.
Hoe uitzonderlijk moest toch wel niet het schepsel zijn, aan wie God
toevertrouwde hetgeen Hij het meest op deze wereld beminde? De taak van sint
Jozef was zo voornaam, dat híj God méér gediend heeft dan alle engelen samen.8
Een schrijver uit
vroegere tijd leert, dat sint Jozef in de volheid van Christus op meer verheven en volmaakte
wijze deelde dan de apostelen, omdat
«hij in de goddelijke volheid in Christus deelde: hij beminde Hem, leefde met
Hem, luisterde naar Hem, raakte Hem aan. Hij dronk en verzadigde zich aan de van overvloed overlopende bron
van Christus, waardoor zich in zijn
binnenste een bron vormde die tot in het eeuwige leven stroomde.
»Hij deelde in de
volheid van de heilige Maagd op
bijzondere wijze: door zijn liefde als echtgenoot, door
hun wederkerige onderwerping in hun werken en door het delen van hun innerlijke
vertroosting. De heilige Maagd kon niet toelaten, dat sint Jozef verstoken zou
zijn van haar volmaaktheid, vreugde en troost. Zij was een en al goedheid en
door de aanwezigheid van Christus en de engelen genoot zij de vreugde die voor
alle stervelingen verborgen is, die zij alleen aan haar welbeminde echtgenoot
kon doorgeven, opdat hij te midden van zijn arbeid een goddelijke troost bezat;
en zo vervulde, door deze geestelijke band met haar echtgenoot, de ongeschonden
Maagd het voorschrift van de Heer, dat twee één vlees zullen zijn.»9
O, Jozef
-zo zeggen wij tot hem in een gebed om ons voor te
bereiden op het vieren of bijwonen van de heilige mis - gelukkige en zalige
man, aan wie vergund werd God te zien en te horen, God die vele koningen wilden zien en
horen, maar Hem niet hebben gehoord en gezien. En niet slechts Hem zien en
horen, maar Hem in de armen te dragen, te kussen, te kleden en te bewaken: bid
voor ons.10 Schenk aandacht aan
hetgeen wij U in deze dagen vragen en wat wij in uw handen leggen, opdat gij
het aan Jezus aanbiedt, die u zozeer heeft bemind en die gij zozeer op aarde
hebt bemind en nu in de hemel bemint en aanbidt. Hij weigert u niets.
20.3 In navolging van sint Thomas leert de heilige Bernardinus van Siëna,
dat «wanneer God door goddelijke genade iemand uitverkiest
voor een zeer verheven opdracht, Hij hem ook alle gaven schenkt die nodig zijn
om deze taak ten uitvoer te brengen; dit kan men in uitnemende mate zien in
sint Jozef, de voedstervader van onze Heer Jezus Christus en echtgenoot van
Maria.»11 Heiligheid bestaat in het volbrengen
van de eigen roeping. En bij sint Jozef bestond die met name in het beschermen
van de maagdelijkheid van Maria, met wie hij een werkelijk, maar heilig en
maagdelijk huwelijk sloot. De engel van de Heer sprak tot hem: Jozef, zoon van David,
wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is
van de Heilige Geest.12 Maria
is zijn echtgenote en Jozef beminde haar met de meest
zuivere en tedere liefde die men zich kan voorstellen.
Wat Jezus betreft,
Jozef waakte over Hem, beschermde Hem, leerde Hem zijn
vak, leverde zijn aandeel in zijn opvoeding... «Men noemt Jozef de voedstervader
en ook adoptiefvader van Jezus, maar deze benamingen kunnen niet ten volle die
mysterieuze en genaderijke verhouding uitdrukken.
Een mens kan door toeval adoptief- of voedstervader van een kind worden. Maar
Jozef was niet toevallig de voedstervader van het mensgeworden Woord geworden;
hij was daartoe geschapen en op de wereld
gezet; het was het eerste doel van zijn voorbestemming en de reden van
alle genaden.»13 Zijn roeping was juist
adoptiefvader van Jezus en echtgenoot van Maria te zijn; dat gezin te
onderhouden, vaak met offers en moeilijkheden.
Sint Jozef was zo heilig, omdat hij uiterst
trouw de genade beantwoordde die hij ontving
om zulk een uitzonderlijke taak te vervullen. Wij kunnen vandaag, met
de heilige aartsvader, nadenken over de roeping te midden van de wereld, die
ook wij hebben ontvangen, en over de benodigde genade die de Heer ons
voortdurend schenkt om die roeping trouw te beleven.
We mogen nooit
vergeten dat «zij die door God voor een taak worden
uitverkoren, door Hemzelf worden toebereid en uitgerust om die taak naar
behoren te kunnen vervullen.» Twijfelen wij daaraan, wanneer we moeilijkheden
tegenkomen om te vervullen wat God van ons wil: ons gezin onderhouden, de
edelmoedige overgave die de Heer van ons
vraagt beleven, het apostolisch celibaat onderhouden, wanneer God deze
immens grote genade voor ons heeft gewild? Volgen wij de logische gedachtengang
dat ik alle hindernissen kan overwinnen, omdat ik Gods genade bezit, omdat ik
een roeping bezit? Groei ik ten overstaan van de moeilijkheden, omdat ik op God
steun?
«Jij hebt het helder gezien: terwijl zoveel mensen Hem niet kennen, heeft God zijn blik op jou laten
vallen. Hij wil, dat jij een fundament, een blok steen bent waarop het
leven van de Kerk kan steunen.
»Overweeg deze
werkelijkheid en trek er bruikbare conclusies voor je gewone gedrag uit: het
fundament, de draagsteen, hoeft niet schitterend of
opvallend te zijn, maar wel stevig, zonder broosheid; het moet dienen als basis
om het hele gebouw te schragen... Zo niet, dan wordt hij niet gebruikt.»14 Sint Jozef, die het stevige fundament was waarop
Jezus en Maria rustten, leert ons vandaag sterk te blijven in onze eigen
roeping, waarvan het geloof en de vreugde van zovelen afhankelijk zijn. Hij zal
ons helpen altijd trouw te zijn, als wij ons vaak onder zijn bescherming stellen. Sancte Joseph..., ora pro nobis..., ora pro me,
zo mogen we vandaag vele malen tot hem zeggen.
-1. Vgl.
Leo xiii,
Enc. Quamquam pluries,
15 augustus 1899. -2. Vgl. H.
Bernardinus van Siëna, Preek I over sint Jozef. -3. Johannes Paulus ii, Apost.
exhort. Redemptoris
custos, 15 augustus
1989, 19. -4. H.
Jozefmaria Escrivá, De Smidse,
554. -5. H. Thomas van Aquino,
Summa Theologiae,
III, q27, a4, c. -6. Ibidem, a5. -7. Johannes
Paulus ii, ibidem,
2. -8. Vgl. B. Llamera, Teología de San José, BAC,
Madrid 1953, bl. 186. -9. Isidorus van Isolanum, Summa van de gaven van sint Jozef, III, 17. -10. Preces selectae, Adamas Verlag, Keulen 1987, bl. 12. -11. H. Bernardinus van
Siëna, loc. cit.
-12. Mt 1,20; Lc 2,5. -13. R. Garrigou-Lagrange o.p., De Moeder
van de Verlosser, bl. 389.
-14. H. Jozefmaria
Escrivá, De Smidse,
472.