Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zestiende zondag door het jaar (B)

11. Rust en ontspanning

-De rust en ontspanning heiligen. -De christelijke houding ten opzichte van ontspanning. -Het in acht nemen van de Hoogtijdagen.

11.1 In de eerste lezing1 zegt de profeet Jeremia ons: Zelf breng Ik de overgebleven schapen bijeen... Ik breng ze terug naar hun weide; ze worden weer vruchtbaar en talrijk. Deze voorspelling verwijst naar de zorgvuldige aandacht van de Messias voor elk lid van het mensenras. Hij voert mij naar wateren der rust. Hij behoedt mijn ziel voor verdwalen, lezen wij in de tussenzang.2

Het evangelie3 van deze zondag toont ons de aandacht van Jezus voor zijn leerlingen, uitgeput als ze zijn na een apostolische tocht naar naburige steden en dorpen. Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit, zegt Hij hun. En de evangelist legt uit dat er op dat moment zoveel mensen kwamen en gingen dat zij zelfs geen tijd hadden om te eten. En zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Wat zou Jezus hun allemaal niet vragen en vertellen! 4

Ons leven, zoals het hunne, is er een van dienst aan Christus, aan ons gezin en de maatschappij; het is een leven van werken en zelfopoffering. Het is dus vanzelfsprekend dat we ons soms vermoeid voelen en rust nodig hebben. In onze vrije tijd moeten we onze krachten terugwinnen om beter van dienst te kunnen zijn en ook om onze gezondheid niet te schaden. Als dat laatste zou gebeuren, zou het onder andere onaangename gevolgen hebben voor de mensen rondom ons, op de kwaliteit van wat wij aan God opdragen en op onze apostolische opdracht; het zou de juiste aandacht voor de kinderen, voor de echtgenoot of echtgenote, voor onze broers of zussen, voor onze vrienden aantasten. Als resultaat zouden ons apostolaat, en de aandacht voor en de vorming van de mensen die de Heer onder onze hoede heeft geplaatst, er allemaal onder lijden.

Soms kunnen we serieus verplicht zijn rust te nemen. De heilige Gregorius van Nazianze merkt op dat «een touw niet altijd gespannen kan staan, en een boogschutter moet de einden van een boog ontspannen als hij hem later weer wil kunnen spannen.»5 Het is Gods wil dat, zover als het onszelf betreft, wij er zorg voor moeten dragen in een goede fysieke conditie te verkeren, want Hij verwacht veel van ons. «Zie hoeveel God van ons houdt, mijn dierbaren» zegt de heilige Augustinus, «want als wij uitrusten, zegt Hij dat Hij rust.»6 Maar we moeten rusten als goede christenen, in de eerste plaats door ons verlies aan energie te heiligen en in onze vermoeidheid God lief te hebben als wij door omstandigheden een lange tijd achtereen werken. In dergelijke situaties kunnen we troost vinden door onze toevlucht te nemen tot Jezus die zelf zo vaak zijn dag uitgeput eindigde. Hij begrijpt ons goed.

11.2 Heel vaak, soms lange tijd, voelen wij ons niet in een geweldig goede vorm, en moeten we toch doorgaan met onze zaken, ons werk thuis of onze studie. Dit moet ons niet ongerust maken: het hoort bij de menselijke natuur, en het is dikwijls een teken dat we hard werken. «Er komen dagen» zegt de heilige Theresia in alle eenvoud «dat een enkel woord me verontrust en ik er in alle opzichten naar verlang de wereld te verlaten, want alles schijnt me te vermoeien.»7 Ook zulke ogenblikken zijn er om zich naar God te keren, want het betekent dat de Heer heel dicht bij ons is en wil dat wij het gepaste geneesmiddel nemen: misschien naar de dokter gaan en doen wat hij ons zegt; een beetje meer slapen; gaan wandelen of misschien een goed boek lezen. God staat toe dat zulke dingen ons overkomen om ons meer onthecht te maken van onze gezondheid, of om ons te laten groeien in naastenliefde, de inspanning te doen om te glimlachen ofschoon het moeilijk kan zijn, misschien erg moeilijk. Deze toestand opdragen aan God kan geweldig verdienstelijk zijn, zelfs als wij ons volkomen dor voelen en geen zin hebben in godsdienstige gebruiken.

Komt nu mee... en rust daar wat uit, zegt de Meester. Verre van een uitvlucht te zijn om ons in onszelf op te sluiten, is ontspanning een gelegenheid om Christus te zoeken, want er zijn geen vakantiedagen in de Liefde. De heilige Augustinus zegt dat «welke weg de mens ook neemt, als het niet naar U toe is ontmoet hij pijn»8, op zijn minst de pijn God opzij te hebben gezet.

De vakantietijd is niet bedoeld als een tijd van niets doen. «Rust betekent nieuwe krachten opdoen, je idealen opfrissen en plannen maken... Kortom: iets anders doen om daarna met frisse moed tot je normale bezigheden terug te keren.»9 Het moet een tijd zijn van innerlijke verrijking, waar de liefde van God een kans gegeven wordt toe te nemen in een klimaat van zorgzame aandacht voor onze godsdienstige praktijken en een tijd van niet-opvallende dienstbaarheid; een tijd waarin we trachten op een bijzondere manier het leven plezieriger te maken voor de mensen rondom ons: hun tevredenheid en geluk kunnen zeer bijdragen tot onze eigen ontspanning.

Heden ten dage krijgt men de indruk dat veel mensen hun bovennatuurlijk leven helemaal aan de kant zetten wanneer zij plannen maken wáár op vakantie te gaan. Zij kiezen vaak oorden die zo verheidenst zijn dat geen goed levende christen daar gezien zou moeten worden. Het zou erg onnozel zijn van iemand die gewoonlijk in de aanwezigheid van God probeert te leven, stilzwijgend dat soort omgeving goed te keuren, door er op vakantie te gaan, om nog maar te zwijgen van het gevaar zich in een situatie te brengen God zwaar te beledigen. Het zou zelfs nog erger zijn in het geval van ouders die hun kinderen en andere van hen afhankelijke personen toestaan zo te doen, en die daardoor mogelijk onherstelbare schade aan hun ziel lijden: zij zouden dan hun eigen zonden en de zonden van hun kinderen op hun geweten hebben.

Voor dat soort toestanden kan men de woorden van de heilige Augustinus aanhalen: «Wat verdien je door zo te zwoegen en te ploeteren over deze moeilijke en pijnlijke paden? Er is geen rust waar je het aan het zoeken bent. Ga door met te zoeken wat je zoekt, maar zoek het niet daar waar je het zoekt. Je zoekt een gelukkig leven juist in het land van de dood. Daar is het niet te vinden. Want hoe kan een gelukkig leven daar gevonden worden, waar in het geheel geen leven is?»10

Op sommige plaatsen schijnen de mensen zich niet bewust te zijn van de moraal inzake medewerking aan het kwade. Als wij dus als goede christenen willen leven en anderen dat ook willen laten doen, dan moeten we, als de gelegenheid zich voordoet, hun verstand erover opfrissen, en altijd de zaken zeer positief ter sprake brengen. We moeten niet vergeten dat de verplichting om rust te nemen niet iets absoluuts is. Ons geestelijk welzijn -en dat van onze naaste- heeft voorrang boven lichamelijk welzijn. De eenheid tussen geloof en gedrag die er hoort te zijn in het leven van een christen, mag de tijd die gebruikt is voor het herstel van de fysieke krachten, er niet de oorzaak van laten zijn dat de ziel ziek en verlamd wordt of op zijn minst verzwakt. Bovendien, met een beetje goede wil is het altijd wel mogelijk plaatsen te vinden om een vakantie in de nabijheid van God -altijd aanwezig in de ziel in genade- door te brengen, en om goed gebruik te maken van de tijd om vriendschappen te verdiepen en een vruchtbaar apostolaat te doen.

11.3 «De christenen moeten er dus aan meewerken, dat de culturele manifestaties en gezamenlijke ondernemingen die aan onze tijd eigen zijn van een menselijke en christelijke geest worden doortrokken.»11 In de huidige maatschappij hebben veel mensen meer vrije tijd, dankzij de invoering van de korte werkweek, met langere weekeinden en vakantieperioden. Het is aan ons om hun juiste en aantrekkelijke alternatieven te bieden in de besteding van de extra onbezette tijd. We moeten hun ook de wezenlijk godsdienstige aard duidelijk maken van de feestdagen -Kerstmis, Goede Week, zondagen en de andere feestdagen van de Heer en de Heilige Maagd-, zonder welke zij hun betekenis zouden verliezen. Dit is een dringend apostolaat, want steeds meer mensen maken er een korte vakantie van, los van hun dagelijkse verplichtingen maar vaak ook los van God.

Hoogtijdagen spelen een beslissende rol in het helpen van «christenen om de goddelijke genade beter te ontvangen en hen in staat te stellen er edelmoediger aan te beantwoorden.»12 De mis is «het hart van het christelijke feest»13 en wij bieden er Onze Lieve Heer alles aan van wat onze dag uitmaakt. Niets anders kan enige zin hebben als wij dit, onze eerste plicht tot God, verwaarlozen of als het overgelaten wordt om ingepast te worden op een vrij ogenblik en de rest van de dag wordt gevuld met zaken die als belangrijker worden gezien. Voor een christen die wil dat God het middelpunt van zijn of haar leven is, zou zo'n gedrag op zijn minst een teken van lauwheid zijn. Wij behoren Hem het beste te geven van wat wij hebben, in het bijzonder op feestdagen, zelfs als dat betekent dat we onze plannen een beetje moeten wijzigen. Als wij edelmoedig zijn, zullen we de diepe vreugde ervaren die altijd samengaat met het beantwoorden van de liefde van God, onze Vader.

Het evangelie van de mis gaat verder met ons te vertellen dat velen begrepen waar zij heen gingen, toen Jezus met zijn leerlingen in de boot wegvoer om van dat alles weg te zijn, en daar te voet naar toe gingen en er nog eerder waren dan zij. Toen Jezus aan land kwam, zag Hij een grote menigte en Hij had medelijden met hen want zij waren als schapen zonder herder; en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten. Die dag kregen noch Jezus noch zijn leerlingen enige rust. Hier leert het voorbeeld van Jezus ons dat de noden van anderen vóór die van onszelf komen. Bij veel gelegenheden moeten ook wij onze rustpauze laten varen, en tot later uitstellen omwille van mensen die zorg en aandacht van ons verwachten. Laten wij dat dan net zo vlot doen als de Heer, die de plannen die Hij had gemaakt terzijde schoof om voor de menigte te zorgen die Hem nodig had. Het is een goed voorbeeld van onthechting voor ons om op onze eigen situatie toe te passen.

-1. Jer 23,1-6. -2. Ps 22,1-6. -3. Mc 6,30-34. -4. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 470. -5. H. Gregorius van Nazianze, Oratio 26. -6. H. Augustinus, Commentaar op de Psalmen, 131,12. -7. H. Theresia van Ávila, De Weg der Volmaaktheid, 38,6. -8. H. Augustinus, Belijdenissen, 4,10,15. -9. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 514. -10. H. Augustinus, Belijdenissen, 4,12,18; Vgl. Commentaar op de Psalmen, 33,2. -11. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 61. -12. Spaanse Bisschoppelijke Conferentie, Hoogtijdagen, 13 december 1982, 1,5. -13. Ibidem.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012