Tweede zondag na Pinksteren. Hoogfeest
41. SACRAMENTSDAG
Dit hoogfeest gaat terug tot de dertiende
eeuw. Aanvankelijk werd het ingesteld voor het bisdom Luik, maar paus
Urbanus iv bepaalde het in 1264 voor heel de Kerk. De betekenis van dit feest is
de overweging en de eredienst van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus
in de eucharistie. De kern van het feest moest, reeds volgens de beschrijving
van paus Urbanus iv, een volkseredienst zijn die weerspiegeld zou worden in gezangen en
vreugdebetoon. De heilige Thomas van Aquino componeerde op verzoek van de paus
in 1264 twee officies die gedurende de eeuwen de vroomheid van vele christenen
hebben gevoed. De processie met de monstrans door de versierde straten van vele
plaatsen getuigt van het geloof en de liefde van het christenvolk jegens
Christus die weer door onze steden en dorpen trekt. De processie ontstond tegelijk
met het feest.
Waar dit hoogfeest niet op donderdag wordt
gevierd, wordt het gevierd op de zondag na Drievuldigheidszondag.
-Liefde voor en
verering van Christus in het Sacrament. -Voedsel voor het eeuwige leven. -De
Sacramentsprocessie.
41.1 Lauda, Sion, Salvatorem... Loof, o Sion, uw Verlosser, loof uw leidsman en uw herder in gezangen en liederen.1 Vandaag vieren wij dit grote hoogfeest ter ere van
het eucharistisch mysterie. Hierin verenigen zich liturgie en volksvroomheid,
die geen talent en schoonheid hebben gespaard om de Liefde der liefden te
bezingen. Voor deze dag componeerde de
heilige Thomas die schitterende teksten voor de heilige mis en het
goddelijk officie. Vandaag moeten wij de Heer oprecht danken, dat Hij onder ons
is willen blijven; we moeten het goedmaken met Hem en Hem onze vreugde betonen,
omdat Hij ons zo nabij is: Adoro te, devote, latens Deitas..., ik aanbid U, in overgave, God in verborgenheid..., zo zullen wij vandaag vaak tot Hem zeggen in
het binnenste van ons hart.
Bij het Bezoek aan het Allerheiligste zullen we, langzaam en liefdevol, tot de Heer mogen zeggen: plagas, sicut Thomas,
non intueor..., ik zie
niet de wonden, zoals Thomas die gezien heeft, maar ik belijd dat Gij
mijn God zijt; maak dat ik steeds meer in U geloof, steeds meer op U hoop, U
steeds meer liefheb.
Het geloof in de
werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de heilige
eucharistie leidde tot de devotie tot het Allerheiligste ook buiten de heilige
mis. De reden dat in de eerste eeuwen van de
Kerk de heilige Gedaanten werden bewaard was om de communie te kunnen
brengen aan de zieken en aan degenen die zich vanwege het belijden van hun
geloof in de gevangenissen bevonden en op het punt stonden gemarteld te worden.
Mettertijd verrijkten het geloof en de
liefde van de gelovigen de openbare en persoonlijke devotie tot de
heilige eucharistie. Dit geloof leidde tot een
uiterst eerbiedig omgaan met het Lichaam van de Heer en tot een openbare
eredienst. Van deze verering bezitten wij veel getuigenissen in de oudste
documenten van de Kerk, en deze verering werd de aanleiding tot het feest dat
wij vandaag vieren.
Onze God en Heer bevindt zich in het
tabernakel; daar is Christus aanwezig, en
daar moeten wij onze aanbidding en onze
liefde betonen. Deze verering van Jezus in het Sacrament komt op velerlei manieren tot uitdrukking: zegening met
het Allerheiligste, processies, gebed vóór Jezus in het Sacrament, kniebuigingen -allemaal daadwerkelijke handelingen
van geloof en aanbidding... Onder deze devoties en vormen van eredienst «verdient het hoogfeest van Sacramentsdag
een aparte vermelding als openbare geloofsbetuiging aan Christus, die in de
eucharistie tegenwoordig is [...]. Kerk en
wereld hebben grote behoefte aan de eucharistische eredienst. Jezus
wacht op ons in dit Sacrament van liefde. Laten we niet beknibbelen op onze
tijd, als we Hem gaan ontmoeten in aanbidding, in aanschouwing, vol geloof en
bereidheid om de ernstige fouten en wandaden van de wereld te herstellen. Laat onze aanbidding nooit ophouden.»2 Met name de dag van vandaag dient vervuld te
zijn van daden van geloof en liefde tot het allerheiligst Sacrament.
Als wij aan de
processie deelnemen en Jezus vergezellen, zullen we dat
doen zoals die eenvoudige mensen die, vol
vreugde, de Meester volgden tijdens diens leven op aarde en die Hem spontaan
hun veelsoortige noden en smarten voorlegden, maar ook het geluk en de
vreugde om met Hem te mogen verkeren. Als wij Hem, uitgesteld in de monstrans,
door de straat zien gaan, moeten wij Hem vanuit het binnenste van ons hart
tonen hoeveel Hij voor ons betekent... «Aanbid Hem met eerbied en devotie. Hernieuw
in zijn tegenwoordigheid de eerlijke offerande van uw liefde. Zeg Hem zonder vrees dat u Hem bemint. Bedank Hem voor
dat dagelijkse bewijs van zijn zo tedere barmhartigheid en vermeerder uw
verlangen om met vertrouwen tot Hem te naderen in de communie. Ik sta opgetogen
voor dat mysterie van liefde. De Heer wil van mijn arm hart zijn troon maken om
me niet te verlaten als ik mij niet van Hem scheid.»3
Op deze troon van ons hart zal Jezus nog méér verheugd zijn dan in de
schitterendste monstrans.
41.2 De Heer
heeft zijn volk gevoed met tarwebloem. Hij heeft het verzadigd met honing uit
de rots4, zo herinnert ons de introïtus van de heilige mis.
Jarenlang heeft de
Heer het volk van Israël, dat door de woestijn doolde, met
manna gevoed. Dat was het beeld en symbool
van de pelgrimerende Kerk en van ieder mens die op weg is naar zijn
uiteindelijke vaderland, de hemel; dat woestijnvoedsel
is de voorafbeelding van het ware voedsel, de heilige eucharistie. «Dit
is het sacrament van de pelgrimstocht der mensen [...]. Daarom juist bevat het
jaarlijkse feest van de eucharistie, dat de Kerk vandaag viert, in de liturgie
zoveel verwijzingen naar de pelgrimstocht van het volk van het Verbond in de
woestijn.»5 Mozes zal veelvuldig de Israëlieten
herinneren aan deze wonderdaden van God met zijn volk: Denk aan de Heer, uw God, die u uit Egypte, dat land van
slavernij, heeft geleid...6
Vandaag is een dag van dankzegging en vreugde, omdat de Heer bij ons heeft willen blijven om ons
te voeden, ons te sterken, opdat wij ons nooit alleen voelen. De heilige
eucharistie is het 'viaticum', het voedsel
voor de lange weg van het leven naar
het ware Leven. Jezus vergezelt ons en sterkt ons hier op aarde, die als
het ware een schaduw is in vergelijking met
de werkelijkheid die ons wacht; en
het aardse voedsel is een bleke afbeelding van het voedsel dat wij in de
communie ontvangen. De eucharistie opent ons hart voor een volkomen nieuwe
werkelijkheid.7
Ofschoon wij dit feest maar één keer per jaar
vieren, verkondigt de Kerk in feite elke dag deze waarheid: Hij geeft zich
dagelijks als voedsel aan ons en blijft in onze tabernakels onder ons om kracht
en hoop te zijn op een nieuw leven, zonder einde. Dit is een altijd levend en
actueel mysterie.
Heer, dank U dat U bij ons bent gebleven. Wat
zou er van ons zijn geworden zonder U? Waar zouden wij nieuwe krachten kunnen
opdoen, waar om verlichting van onze lasten bidden? Wat maakt Gij de weg voor
ons gemakkelijk vanuit het tabernakel!
41.3 Toen Jezus eens de stad Jericho reeds had verlaten en zijn weg naar Jeruzalem wilde vervolgen, kwam hij vlak voorbij een
blinde die langs de weg zat en een aalmoes vroeg.
Bij het horen van het lawaai van het kleine gevolg dat Jezus vergezelde, vroeg
hij wat er aan de hand was. En men vertelde hem dat Jezus de Nazoreeër voorbijging.8
Als vandaag in al
die steden en dorpen, waar die aloude traditie in stand
wordt gehouden om met de Sacramentsprocessie rond te trekken, iemand zou vragen
bij het horen van het lawaai van de mensen: 'wat is er?', 'wat gebeurt daar?',
dan zou men hem kunnen antwoorden met
dezelfde woorden die tot Bartimeüs werden gezegd: Jezus gaat voorbij. Hij zelf is het, die door
de straten trekt en de eerbetuiging van ons
geloof en onze liefde in ontvangst
neemt. Hij is het zelf! En zoals bij Bartimeüs zou ook onze hart moeten
ontbranden om uit te roepen: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij! En de Heer,
die zegenend en weldoende voorbij gaat9, zal medelijden krijgen met onze blindheid en al
dat kwaad dat soms op onze ziel
drukt. Want het feest dat wij vandaag vieren, met uitbundige geloofs-
en liefdebetuigingen, «wil de geheimvolle stilte
die de eucharistie omgeeft verbreken en haar een zege verlenen die buiten de
muren van de kerken treedt, de straten van de stad binnendringt en in elke
mensengemeenschap de betekenis en de vreugde ingiet van Christus'
tegenwoordigheid, Christus, de stille en levende metgezel van de mens die over de paden van de tijd en de aarde
pelgrimeert.»10 Het is dan ook begrijpelijk, dat
de gezangen waarmee Jezus wordt begeleid, gezangen van aanbidding, van liefde,
van diepe vreugde zijn. Laten wij de Liefde der liefden bezingen, laat ons de
Heer bezingen; God is hier, komt, laat ons Christus
de Verlosser aanbidden... Pange,
lingua, gloriosi... Loof, mijn tong, het mysterie van het
glorierijke Lichaam van Christus...
De plechtige processie die in zoveel dorpen en
steden met een christelijke traditie wordt gehouden, dateert al van oude tijden en is de uitdrukking, waarmee het
christenvolk in het openbaar getuigt van zijn eerbied jegens het
allerheiligst Sacrament.11 Vandaag neemt de Heer
bezit van onze straten en pleinen, die op veel plaatsen vol vroomheid zijn
bekleed met tapijten van bloemen en takken; voor dit feest werden schitterende
monstransen ontworpen, waar de versieringselementen des te rijker worden
naarmate die de geconsacreerde Hostie dichter benaderen. Vele christenen
vergezellen vandaag in processie de Heer, die komt bij degenen die Hem willen
zien, «hen kruisend die Hem niet zoeken. Zo verschijnt Jezus opnieuw tussen de
zijnen. Hoe reageren wij op die roep van de Meester? [...].
»De processie van Sacramentsdag brengt Christus
tegenwoordig in de dorpen en steden van de
wereld. Maar die tegenwoordigheid [...]
mag niet zijn een eendagsverschijnsel, een gerucht dat men verneemt en
vergeet. Dat voorbijgaan van Jezus is voor ons een vingerwijzing, dat
wij Hem ook moeten ontdekken in onze dagelijkse bezigheden. Het gaat niet
alleen om de plechtige processie van vandaag, maar
ook om de stille, eenvoudige 'processie' van het dagelijkse leven van
iedere christen. Die is mens tussen de mensen, maar hij heeft de genade van het
geloof gekregen en de goddelijke zending om de boodschap van Christus op aarde
in daden om te zetten [...].
»Laten wij dus aan de Heer de genade vragen om
eucharistische zielen te zijn, om ons te helpen opdat onze persoonlijke
betrekkingen met Hem hun uitdrukking vinden in de vreugde, de sereniteit en het
verlangen naar rechtvaardigheid. Dan zullen wij de anderen helpen Christus te
herkennen, en ertoe bijdragen Hem aan de top van alle menselijke activiteiten
te plaatsen. Zo zal de belofte van Jezus verwezenlijkt worden: En wanneer Ik van de aarde omhoog ben
geheven, zal Ik allen tot Mij trekken (Joh 12,32).»12
-1. Sequentie Lauda,
Sion, Salvatorem. -2. Johannes
Paulus ii, Brief Dominicae
Cenae, 24-II-1980, 3. -3. H.
Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 161. -4. Introïtus. Ps 80,17. -5. Johannes Paulus ii, Homilie 4-VI-1988. -6. Eerste lezing (Cyclus A) Vgl. Dt 8,2-3;14-16. -7. Vgl. Evangelie van de heilige mis (Cyclus C) Lc 9,11-17. -8. Lc 18,37. -9. Vgl. Hnd 10,38. -10. Paulus vi, Homilie 11-VIII-1964.
-11. Vgl. J.
Abad y M. Garrido, Iniciación a la liturgia de la Iglesia, Palabra, Madrid 1988, bl. 656-657. -12. H.
Jozefmaria Escrivá, o.c.,
156.