Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierde zondag van de heilige Jozef

23. SMART EN VREUGDE (I)

-De Heer verlicht steeds degene die met zuivere intentie handelt. Het geheim van de maagdelijke ontvangenis van Maria. -Geboorte van Jezus in Betlehem. De besnijdenis. -De voorspelling van Simeon.

23.1 Wanneer wij het leven van de heilige Jozef beschouwen, dan ontdekken we hoe dit vervuld was van leed en blijdschap, van smarten en vreugden. Meer nog: de Heer wilde ons door zijn leven leren, dat het geluk nooit ver afstaat van het kruis en dat, wanneer duisternis en lijden in bovennatuurlijke zin worden gedragen, spoedig helder­heid en vrede bezit nemen van de ziel. Met Christus wordt smart tot vreugde.

Het evangelie vertelt ons van de eerste smart en de eerste vreugde van de heilige aartsvader. Matteüs schrijft: Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef, bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de Heilige Geest.1 Jozef was zeer goed op de hoogte van de heiligheid van zijn vrouw, ondanks de tekenen van haar moederschap. En dit deed hem belanden in een toestand van versteldheid, van innerlijke duisternis. Niemand kende beter dan hij de deugdzaamheid en goedheid van Maria's hart, en hij hield van haar met een menselijke, reine, allerzuiverste en mateloze liefde. En omdat hij rechtschapen was, voelde hij zich gedrongen te handelen in overeenstemming met Gods wet. Om Maria niet in opspraak te brengen, dacht hij er in zijn hart over in stilte van haar te scheiden. Dit was voor hem -zoals ook voor Maria- een zeer harde beproeving die zijn hart verscheurde.

Zo ontzettend groot als de smart te midden van de duis­ternis was, zo onmetelijk zou ook de vreugde zijn, toen het licht in zijn ziel kwam. Terwijl hij dit overwoog..., datgene wat hij niet begreep, waarin zijn ziel het zonder licht moest stellen, waarvan hij niemand deelgenoot kon maken; ter­wijl hij zich in deze toestand bevond, verscheen hem in een droom een engel, die tot hem sprak: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de Heilige Geest.2 Alle twijfels verdwijnen nu, alles is nu verklaard. Zijn ziel, vervuld van vrede, is als een heldere en lichte hemel na het voorbijtrekken van een flinke regenbui. Hij ontvangt twee goddelijke schatten, Jezus en Maria, die de reden van zijn leven zullen vormen. Hem wordt de meest beminnelijke en waar­dige echtgenote gegeven, de Moeder van God, en daarbij de Zoon van God, die ook zijn zoon wordt, omdat Hij tegelijk de Zoon van Maria is. Jozef is reeds een ander mens: «hij werd de bewaarder van het geheim dat van eeuwigheid verborgen was in God (vgl. Ef 3,9).»3

Van deze smart en deze vreugde kunnen wij vooreerst leren, dat God altijd degene verlicht, die met oprechte bedoeling en vertrouwen in God, zijn Vader, handelt in situaties die het begrip van de menselijke rede te boven gaan.4 Wij begrijpen niet altijd Gods plannen, zijn concrete wilsbeschikkingen, het 'waarom' van veel gebeurtenissen; maar als wij op Hem vertrouwen, zal na de duisternis van de nacht altijd de helderheid van de dageraad aanbreken. En daarmee de vreugde en vrede in de ziel.

23.2 Maanden later begeeft Jozef zich met Maria naar Betlehem om zich te laten inschrijven voor de volkstelling, overeenkomstig het bevel van keizer Augustus.5 Ze kwamen na drie of vier dagreizen oververmoeid in Betlehem aan, met name Maria, gezien de staat waarin zij verkeerde. En daar, in de plaats van hun voorouders, vonden zij geen plek om te verblijven. Er was voor hen geen plaats in de herberg, noch in de huizen waar Jozef om onderdak verzocht voor Gods Zoon in de allerreinste schoot van Maria. Met vertwijfeling in zijn ziel, zal Jozef van huis tot huis gegaan zijn om daar overal hetzelfde verhaal te vertellen:... we zijn net aangekomen, mijn vrouw staat op het punt een kind te baren... Maria, enkele meters achter hem, met het ezeltje waarop zij een groot deel van de weg zouden afleggen, moest aanschouwen hoe hij bij de ene na de andere deur werd afgewezen. Hoe kunnen wij in de ziel van Jozef doordringen om zulk een grote droefheid te aanschouwen? Hoe smartelijk zal hij zijn vrouw hebben aangekeken, die zo moe was en wier sandalen en kleren onder het stof van de weg zaten?

Mogelijk heeft iemand hem gewezen op het bestaan van enkele natuurlijke grotten even buiten het dorp. En Jozef begaf zich naar een van die grotten, die als stal dienst deed, gevolgd door Maria die eigenlijk geen stap meer verder kon. Terwijl zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, en legde Hem neer in een kribbe...6

Alle leed was volkomen vergeten vanaf het ogenblik waarop Maria Gods Zoon in haar armen nam; vanaf dat moment was Hij ook haar zoon. En zij kust en aanbidt Hem... En bij al die armoede en eenvoud, de hemelse heerschare, die God loofde met de woorden: Eer aan God in den hoge...7 Jozef deelde eveneens in het stralende geluk van haar die zijn echtgenote was, van de wonderbare vrouw die hem was toevertrouwd. Hij zag hoe Maria naar haar Zoon keek; hij aanschouwde haar geluk, haar buitengewone liefde, elk van haar handelingen die zo fijngevoelig en betekenisvol waren.8

Dit leed en deze vreugde leren ons beter begrijpen, dat het de moeite waard is God te dienen, ook al ontmoeten we moeilijkheden, armoede, smart... Uiteindelijk zal één blik van de Maagd Maria het kleine, soms wat grotere leed dat wij omwille van het dienen van God moeten doorstaan, dubbel en dwars vergoeden.

Nadat de acht dagen voorbij waren en men Hem moest besnijden, ontving Hij de naam Jezus, zoals Hij door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen.9 Door deze ritus werd elk kind van het manne­lijk geslacht in het uitverkoren volk opgenomen. De besnij­denis werd uitgevoerd in het ouderlijk huis of in de syna­goge door de vader of iemand anders. Bij de besnijdenis ontving het kind zijn naam.

Bij de Joden heeft het geven van de naam een speciale betekenis. Jezus -dat betekent 'Redder'- ontving zijn naam van God zelf, door de boodschap van de engel die ge­zegd had: Gij moet Hem Jezus noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.10 En het was door de Heilige Drieëenheid bepaald, dat de Zoon naar de aarde zou afda­len en ons zou verlossen onder het teken van het lijden; het was nodig, dat de naamgeving -die de zending aangaf die Hij zou gaan volbrengen- vergezeld zou gaan van een begin van lijden. Toen hij aldus de daad bij het woord voeg­de, wijdde Jozef het mysterie van de verlossing in, door het vergieten van de eerste druppels van het bloed van de verlossing die in het smartelijk lijden van Golgota tot algehele voltooiing zou komen. Dat Kind dat huilde bij het ontvangen van zijn naam, begon zo zijn taak als Redder.

Het deed sint Jozef pijn, toen hij dat eerste bloed dat werd vergoten zag, want, daar hij de Schrift kende, hij wist, hoewel verhuld, dat Hij, die nu zijn zoon was, ooit tot de laatste druppel zijn bloed zou vergieten om te vol­brengen hetgeen zijn naam betekende. Hij werd echter ook vervuld van vreugde, toen hij Hem in zijn armen nam en Hem Jezus mocht noemen, zoals hij Hem van toen af, vol eerbied en liefde, zo vaak zou noemen.

23.3 Toen de tijd aanbrak, waarop zij volgens de Wet van Mozes gereinigd moesten worden, brachten zij het Kind naar Jeruzalem om het aan de Heer op te dragen.12 Daar vond, in de tempel, de reiniging van Maria plaats van een wettelijke onreinheid die zij niet had opgelopen, en de opdracht, het aanbieden van Jezus en zijn vrijkoping, zoals in de Wet van Mozes was voorgeschreven. In de tempel kwam, gedreven door de Heilige Geest, een reeds oude, rechtschapen man naar de Heilige Familie toe. Hij nam de Messias met grote vreugde in zijn armen, en loofde God.

Simeon verkondigt hun, dat dit Kind van enkele dagen oud een teken van tegenspraak zal zijn, omdat sommigen Hem hardnekkig zullen afwijzen, en hij wijst er ook op, dat Maria zeer nauw verbonden zal zijn met het verlossingswerk van haar Zoon: een zwaard zal haar hart doorboren. Het zwaard waarover Simeon hun sprak, drukt Maria's deelname aan het lijden van haar Zoon uit; het is een on­beschrijfelijke smart, die haar ziel doorboort. Maria kreeg aanstonds een eerste zicht op de geweldige omvang van het offer van haar Zoon en zodoende ook van haar eigen offer. Een immense smart, vooral omdat zij, op het ogenblik dat zij medeverlosseres wordt genoemd, weet dat sommigen niet zullen willen delen in de genade van het offer van haar Zoon. De aankondiging van Simeon, «het zwaard in het hart van Maria -en wij voegen er meteen aan toe: in het hart van Jozef, die immers één met haar is- is slechts de afspiegeling van de strijd vóór of tegen Jezus. Maria is aldus verbonden [...] met het dra­ma van de honderd verschillende daden, die de geschiede­nis van de mensen zullen vormen. Maar voor ons is over­duidelijk, dat ook Jozef daarmee verbonden is, in de mate waarin het voor een vader mogelijk is verbonden te zijn met het leven van zijn zoon, in de mate waarin een trouwe en liefhebbende echtgenoot verbonden kan zijn met alles wat zijn vrouw aangaat.»13 Dit geldt des te meer voor sint Jozef: toen hij Simeon aanhoorde, doorboorde een zwaard ook zijn hart. Die dag werd weer een tipje opgelicht van de sluier van het geheim van de verlossing, die volbracht zou worden door het Kind dat hem was toevertrouwd. Door dat nieuwe, open venster in zijn ziel aanschouwde hij het lijden van zijn Zoon en van zijn vrouw. En hij maakte hen tot de zijne. Nooit meer zou hij de woorden vergeten die hij die ochtend in de tempel vernomen had.

Bij deze smart echter ook de vreugde van de voorspelling van de universele redding: Jezus was voor het aange­zicht van alle volken geplaatst, Hij zou het licht zijn dat voor alle volken straalt en een glorie voor zijn volk Israël. Geen groter leed dan het zien van het verzet tegen de genade; geen vreugde vergelijkbaar met de constatering, dat de verlossing vandaag de dag werkelijkheid wordt en dat velen tot Christus naderen. Hebben wij niet in deze vreugde gedeeld, wanneer een van onze vrienden zich opnieuw tot God heeft gekeerd in het sacrament van boete en vergeving of wanneer hij besluit zijn leven onvoorwaar­delijk aan God te wijden?

«O, allerheiligste en welbeminde Maagd! -zo bidden we tot Onze Lieve Vrouw-, help ons te delen in het lijden van Jezus, zoals Gij gedaan hebt, en in ons hart een diepe afkeer van de zonde te voelen, een heviger verlangen naar heiligheid, een edelmoediger liefde tot Jezus en zijn kruis, opdat wij, zoals gij, met onze vurige en meelijdende liefde zijn immense vernederingen en lijden herstellen.»14 Heilige Jozef, onze vader en heer, help ons met uw machtige voorspraak velen tot Jezus te brengen, die ver van Hem verwijderd of op zijn minst niet voldoende nabij zijn, zoals Hij verlangt.

-1. Mt 1,18. -2. Mt 1,20. -3. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Redemptoris custos, 15-VIII-1989, 5. -4. Vgl. The Navarre Bible, noot bij Mt 20. -5. Vgl. Lc 2,1. -6. Lc 2,6-7. -7. Lc 2,13-14. -8. Vgl. F. Suárez, Jozef van Nazareth. -9. Lc 2,21. -10. Mt 1,21. -11. Vgl. M. Gasnier, Los silencios de San José, bl. 101. -12. Lc 2,22. -13. L. Cristiani, San José, Patrón de la Iglesia universal, Madrid 1978, bl. 66. -14. A. Tanquerey, La divinización del sufrimiento, bl. 116.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012