Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zesde zondag door het jaar (A)

43. Sterk in het geloof

-De geloofsschat. Een schat die elke generatie ontvangt uit handen van de Kerk, die haar trouw bewaart met de bijstand van de Heilige Geest en haar gezagsvol uitlegt. -Alles vermijden wat de deugd van het geloof ondermijnt. -Voorzichtigheid met lectuur.

43.1 De Heer vertelt ons in het evangelie van vandaag1 dat Hij de Oude Wet niet komt afschaffen maar haar tot vervulling brengen; Hij herstelt, vervolmaakt en verheft de voorschriften uit het Oude Testament tot een hogere orde. De leer van Christus heeft een eeuwigheidswaarde voor de mensen van alle tijden. Zij is «de bron van alle heilswaarheid en ordening van zeden.»2 Zij is een schat die elk geslacht ontvangt uit handen van de Kerk, die haar trouw bewaart onder de bijstand van de Heilige Geest en haar met gezag uiteenzet. «Als we het geloof dat de Kerk ons voorhoudt aanvaarden, stellen we ons in rechtstreekse verbinding met de apostelen [...] en door hen met Jezus, onze eerste en enige Leraar. We gaan bij hen naar school, en overbruggen de afstand van de eeuwen die ons van hen scheiden.»3 Dankzij dit levend Leerambt kunnen we in zekere zin zeggen, dat de hele wereld zijn leer ontvangen heeft en in Galilea veranderd is: heel de aarde is Jericho en Kafarnaüm, de mensheid ligt aan de oevers van het meer van Genesareth.4

Het trouw bewaren van de geloofswaarheden is een onmisbare vereiste voor het heil van de mensen. Welke andere waarheid kan de mens redden behalve de waarheid van Christus? Welke «nieuwe waarheid» kan van belang zijn -zelfs als ze van de wijste der mensen zou komen- als deze ons wegvoert van de leer van de Meester? Wie zou het Goddelijke Woord naar eigen smaak durven uitleggen, wijzigen of aanpassen ? Dit verklaart waarom de Heer ons vandaag waarschuwt: Wie dus een van die voorschriften, zelfs het geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen.

De heilige Paulus vermaande Timoteüs aldus: Bewaar wat u is toevertrouwd, en keer u af van het profaan en leeg geredeneer en de opwerpingen van de zogenaamde gnosis; sommigen die haar verkondigen zijn het spoor van het geloof reeds bijster geraakt.5 De Kerk bewaart als een schat het geheel van waarheden, dat zij van Christus heeft ontvangen en dat zij dient te bewaren tot het einde der tijden.

De waarheid van het geloof «verandert niet met de tijd; zij slijt niet af in de loop van de geschiedenis. Zij kan een pedagogische vitaliteit en een eigen pastoraal inzake het taalgebruik toelaten of zelfs vereisen, en aldus een ontwikkelingslijn beschrijven, op voorwaarde dat, volgens de welbekende traditionele uitspraak van de heilige Vincentius van Lérins [...]: 'quod ubique, quod semper, quod ab omnibus': 'wat overal, altijd, door iedereen geloofd is, dat dìt behouden blijft als deel uitmakend van het geloofsgoed [...] Deze dogmatische vastheid verdedigt het authentieke erfgoed van de katholieke godsdienst. Het Credo verandert niet, veroudert niet, gaat niet verloren.»6 Het is de krachtige pilaar waarvoor we niet mogen wijken, zelfs niet in het kleinste, hoewel we van nature geneigd kunnen zijn toegeeflijk te zijn. «Het stuit je tegen de borst te kwetsen, verdeeldheid te scheppen, je niet tolerant te tonen... Vandaar je meegaandheid ten aanzien van verschillende houdingen en standpunten -het gaat om niets ernstigs, verzeker je me- die rampzalige gevolgen voor velen met zich meebrengen.

»Neem me mijn openhartigheid niet kwalijk: met die manier van doen kom je terecht in de domste en schadelijkste vorm van intolerantie en daar heb je zo'n hekel aan: verhinderen dat de waarheid wordt verkondigd.»7 En de waarheid bekend maken is dikwijls het grootste goed dat we de mensen om ons heen kunnen geven.

43.2 De christen, bevrijd van de elke dwingelandij van de zonde, voelt zich geprikkeld door de Nieuwe Wet van Christus om zich voor God, zijn Vader, te gedragen als zijn kind. Morele normen zijn dan niet louter richtingaanwijzers die de grenzen aangeven van wat toegestaan of verboden is. Ze zijn openbaringen van de weg die naar God leidt; ze zijn uitingen van liefde.

We moeten grondig het geheel van waarheden en voorschriften kennen die het geloofsgoed vormen, aangezien dit de schat is die de Heer ons via zijn Kerk geeft om het heil te verkrijgen. Deze rijkdom van waarheden wordt vooral beschermd door godsvrucht (gebed en sacramenten), door een serieuze leerstellige vorming, en ook door verstandig te zijn in het uitkiezen van wat we lezen.

Niemand vindt het vreemd dat bijvoorbeeld een hoogleraar in de natuurkunde of biologie bepaalde boeken aanbeveelt, maar de studie van andere afraadt, het lezen van een concrete uitgave nutteloos of zelfs schadelijk verklaart voor iemand die echt geïnteresseerd is om een serieuze wetenschappelijke opleiding te krijgen. Daarentegen zijn er mensen die zich erover verbazen dat de Kerk opnieuw haar leer bevestigt dat het noodzakelijk is boeken te vermijden die schadelijk voor het geloof of de moraal zijn, en dat ze haar recht en plicht uitoefent om boeken die in strijd zijn met de geloofswaarheid te onderzoeken, te beoordelen en in uiterste gevallen te veroordelen.8 De wortel voor deze ongemotiveerde verbazing zou men kunnen zoeken in een zekere vervorming van de 'zin voor de waarheid' die een leergezag alleen wil erkennen op wetenschappelijk gebied, maar oordeelt dat op het terrein van religieuze waarheden slechts min of meer gefundeerde meningen gegeven mogen worden.

Als wij in ons gebed de trouw aan de schat van de openbaring hernieuwen, herinneren wij ons tegelijkertijd, dat ook de natuurwet, die de Heer in ons hart geschreven heeft, ons van binnenuit ertoe prikkelt om de gaven van de hemel naar waarde te schatten en ons dientengevolge ertoe «verplicht naar vermogen alles te vermijden wat de deugd van het geloof ondermijnt»9, zoals ze ons bij voorbeeld vraagt het fysieke leven in stand te houden. Daarom «zou het een zonde zijn als we ons geloof vrijwillig in gevaar zouden brengen door schadelijke boeken te lezen, zonder dat hiertoe redenen aanwezig zijn, ofschoon hierop tegenwoordig geen enkele kerkelijke straf staat.»10

Na het langdurig bestuderen van het werk van schrijvers die onbekend waren met het geloof of niet geloofden, gaf de heilige Basilius de raad: «Ge moet dus tot in details het voorbeeld van de bijen volgen. Zij gaan niet naar elke bloem toe en ze proberen ook niet alles van de bloemen mee te nemen waarop ze neerdalen op hun vlucht. Als ze eenmaal genoeg genomen hebben voor hun doel laten ze de rest met rust.

»Als we voorzichtig zijn, zullen ook wij van deze auteurs nemen wat geschikt is, wat het meest aansluit bij de waarheid en de rest achterlaten. Zoals we de doornen vermijden wanneer we een roos plukken, moeten we oppassen voor wat de belangen van de ziel kan schaden, als we de best mogelijke vruchten uit zulke geschriften willen halen.»11

Bedachtzaamheid bij het kiezen van wat we lezen is een uiting van trouw aan de leer van Jezus Christus. Het geloof is onze grootste schat, en voor niets ter wereld mogen we ons aan het risico blootstellen het te verliezen of af te zwakken. Niets is de moeite waard, vergeleken met het geloof. We moeten op onszelf passen en op anderen, maar heel bijzonder op degenen die God ons op enigerlei wijze heeft toevertrouwd: kinderen, leerlingen, broers en zussen, vrienden...

43.3 Gelukkig degenen wier levensweg rein is, die voortgaan volgens de wet van de Heer. Gelukkig die acht slaan op wat Hij verordent, Hem zoeken met heel hun hart12, zo spreekt de tussenzang van vandaag, onze gesteldheid opwekkend om Jezus Christus trouw te volgen.

Onder de buitengewoon delicate situaties die de onkreukbaarheid van het geloof in gevaar kunnen brengen, heeft de Kerk altijd gewezen op het lezen van boeken die direct of indirect een aanslag plegen op de godsdienstige waarheden of de goede zeden. De geschiedenis laat immers overduidelijk zien, dat een christen -zelfs als hij aan alle voorwaarden van godvrucht en kennis van de leer voldoet- zich niet zelden op een dwaalspoor laat brengen door het deel of de schijn van waarheid die elke dwaling altijd bevat.13

Geef mij begrip om uw wet na te leven, om hem te volgen met heel mijn hart, zeggen wij tot Jezus met de woorden van de tussenzang.14 En Hij zal ons geweten vormen en ons ertoe aanzetten nederig te zijn. zo zullen wij ons laten adviseren en een verstandige keuze maken wanneer we wetenschappelijke, humanistische, en literaire vraagstukken moeten bestuderen, waarbij de zuiverheid van ons geloof gevaar zou kunnen lopen. Als we ons geloof als een schat bewaken, zullen we zonder valse complexen zijn -zoals zoveel christelijke intellectuelen zich altijd hebben gedragen: professoren, leraren, onderzoekers enz.-, zonder oppervlakkig 'met mijn tijd mee' te willen gaan. Als we nederig en voorzichtig zijn, als we 'gezond verstand' hebben, zullen we niet zo zijn «als degenen die vergif vermengd met honing innemen.»15

Trouw aan het evangelie en het leerambt van de Kerk hebben wij een vorming nodig, die ons in staat stelt in te schatten wat er aan waardevols is in de verschillende uitingen van de cultuur. Want de christen moet altijd openstaan voor wat werkelijk positief is. Tegelijkertijd zullen we aan het licht brengen wat tegen de christelijke levensvisie ingaat. Laten we de heilige Maagd, Zetel van wijsheid bidden om zulk een onderscheidingsvermogen bij onze studie, bij het lezen en op het gehele terrein van denkbeelden en cultuur. Laten we haar ook bidden ons te leren meer en meer de schat van ons geloof lief te hebben en op haar waarde te schatten.

-1. Mt 5,17-37. -2. Vaticanum ii, Dogm. const. Dei Verbum, 7. -3. Paulus vi, Toespraak, 1 maart 1967. -4. P. Rodríguez, Fe y vida de fe. -5. 1. Tim 6,20-21. -6. Paulus vi Algemene audiëntie, 29 september 1976. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 600. -8. Wetboek van Canoniek Recht, cn. 822-832. -9. J. Mausbach-G. Ermecke, Katholische Moraltheologie. -10. Vgl. Ibidem. -11. H. Basilius, Het lezen van heidense literatuur. -12. Ps 119,1-2. -13. Pius xi, Const. Deus scientiarum Dominus, 24 mei 1931. -14. Ps 118,34. -15. H. Basilius, loc. cit.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012