De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT

Edward Poppe
De tot nu toe beste bloemlezing van de zalig verklaarde Belgische priester Edward Poppe. Meer ...

Home >  Sterkte in het dagelijks leven

Vierde week. Vrijdag

32. Sterkte in het dagelijks leven

-Het voorbeeld van de martelaren. Ons getuigenis als gewone christenen. De deugd van de sterkte. -Sterkte om Christus te volgen, trouw te zijn in de kleine dingen, een daadwerkelijke onthechting van aardse goederen te beleven, om geduldig te zijn. -Heldhaftigheid in het eenvoudige en normale leven van een christen. Het goede voorbeeld geven.

32.1 Het evangelie van de heilige mis van vandaag verhaalt ons over het martelaarschap van Johannes de Doper1, die zo trouw is gebleven aan de zending die hij van God had gekregen, dat hij daarvoor zelfs zijn leven gegeven heeft. Als hij op de moeilijke momenten gezwegen had of zich afzijdig had gehouden bij die gebeurtenissen, zou hij niet onthoofd zijn in de kerker van Herodes. Maar Johannes was niet een riethalm door de wind bewogen. Tot het einde toe bleef hij trouw aan zijn roeping en de beginselen die zin aan zijn leven gaven.

Het bloed dat Johannes heeft vergoten, zal zich, mèt dat van de martelaren aller tijden, hebben verenigd met het verlossende bloed van Christus, om ons een voorbeeld te geven van liefde, van standvastigheid in het geloof, van moed en van vruchtbaarheid. Het martelaarschap is de krachtigste uitdrukking van de deugd van sterkte en het hoogste getuigenis van de waarheid die men kan belijden door zelfs zijn leven hiervoor te geven. «Het voorbeeld van de martelaren herinnert ons eraan dat we een [...] persoonlijk, duidelijk en zo nodig moeizaam, onverschrokken getuigenis moeten afleggen van het geloof. Het herinnert ons er uiteindelijk aan, dat de martelaar omwille van Christus geen vreemde held is, maar dat hij er voor ons is en dat hij één van ons is.»2 Zijn voorbeeld leert ons, dat indien nodig, elke christen bereid moet zijn om zijn leven te geven als getuige van zijn geloof.

De martelaren zijn niet alleen een onvergelijkbaar voorbeeld uit het verleden. Onze tijd is ook een tijd van martelaren, van vervolging, zelfs van bloed vergieten. «De vervolgingen om het geloof zijn in onze tijd vaak gelijk aan die welke het martelaarsboek in de afgelopen eeuwen heeft opgetekend. Ze nemen onderscheiden vormen aan van discriminatie van de gelovigen en van de hele Kerkgemeenschap [...].

»Ook nu zijn er vele honderdduizenden geloofsgetuigen, heel vaak onbekend of vergeten door de publieke opinie die meer aandacht heeft voor heel andere zaken. Vaak kent alleen God deze geloofsgetuigen. Ze ondervinden dagelijks ontberingen, in de meest verschillende gebieden van elk van de continenten.

»Het betreft gelovigen die gedwongen zijn in het geheim samen te komen, omdat hun religieuze gemeenschap niet langer toegestaan is. Het gaat om bisschoppen, priesters en religieuzen aan wie verboden werd hun heilig dienstwerk in hun kerk of in openbare samenkomsten te verrichten [...]. Het betreft edelmoedige jongeren, die verhinderd worden naar een seminarie of een plaats voor godsdienstige vorming te gaan om hun eigen roeping te volgen [...] We spreken over ouders aan wie de mogelijkheid wordt ontzegd hun kinderen van een opvoeding te verzekeren die door het eigen geloof geïnspireerd wordt.

»Het gaat om mannen en vrouwen, arbeiders en intellectuelen, om mensen uit alle beroepen, die vanwege het simpele feit dat ze hun geloof belijden, het risico lopen beroofd te worden van een briljante toekomst inzake hun loopbaan of studie.»3 God vraagt van de meerderheid van de christenen geen bloedvergieten als getuigenis van het geloof dat ze belijden. Maar God verlangt wel van iedereen een heroïsche standvastigheid in het uitdragen van de waarheid in ons leven en door onze woorden in een omgeving die wellicht moeilijk is en vijandig staat tegenover de leer van Christus. Hij vraagt ons de christelijke deugden ten volle te beleven midden in de wereld, in de omstandigheden waarin het leven ons geplaatst heeft. Dat is de weg die de meerderheid van de gelovigen zal moeten gaan. Zij moeten zich heiligen door heldhaftig te zijn in de verplichtingen en de omstandigheden van elke dag. De christen van onze tijd heeft heel bijzonder deze deugd van sterkte van node. Behalve dat deze deugd menselijkerwijs gesproken zo aantrekkelijk is, is ze onmisbaar, gezien de materialistische mentaliteit van velen, die kan variëren van gemakzucht tot afschuw van alles wat versterving, onthechting of opoffering veronderstelt: elke daad van deugdzaamheid houdt een daad van moed in, van sterkte; zonder deze kan men God niet trouw blijven.

De heilige Thomas leert4, dat deze deugd zich uit in twee categorieën van handelingen: goed doen zonder terug te deinzen voor moeilijkheden en gevaren die dit met zich mee kan brengen, en weerstand bieden aan kwaad en aan alle moeilijkheden, zodanig dat deze ons niet tot droefheid brengen. In het eerste geval vinden moed en durf hun eigen werkterrein; in het tweede geval geduld en volharding. Elke dag weer doen zich vele gelegenheden voor om deze deugden te beoefenen: trachten onze stemming in de hand te houden, niet onnodig willen klagen, volharden in ons werk ook al dreigt vermoeidheid toe te slaan, glimlachen ook als het ons moeite kost, verbeteren wat nodig is, ons best doen om elk werk op het juiste moment te beginnen, er voortdurend naar streven om met onze familieleden en vrienden volhardend te zijn in het apostolaat...

32.2 Als we het van nabij volgen van Christus tot doel van ons leven maken en daarin altijd vooruitgang willen boeken, zullen we kracht nodig hebben, want Christus navolgen is nooit een gemakkelijke onderneming geweest. Het navolgen van Christus is een vreugdevolle, onmetelijk vreugdevolle opdracht, maar ook een die offers vraagt. Na de fundamentele beslissing volgt de beslissing van elke dag, van elk moment. De christen moet sterk zijn om de weg naar de heiligheid in te slaan en om die op elke etappe opnieuw weer in te slaan, om vol te houden zonder dat wij ons laten ontmoedigen door allerlei in- en uitwendige hindernissen die zullen opdoemen.

We hebben kracht nodig om trouw te blijven in de kleine dingen van elke dag, die ons uiteindelijk dichter bij de Heer brengen of ons van Hem scheiden. Deze standvastige houding komt tot uitdrukking in de wijze waarop wij ons werk doen, in ons gezinsleven, bij lijden en ziekte... Zeer zeker moeten wij vastberaden strijd leveren wanneer moedeloosheid onze innerlijke rust dreigt te verstoren of zelfs te ondermijnen. Wij worden daarbij altijd gesteund door de overweging dat God onze Vader is Die elk van zijn kinderen nabij blijft.

We hebben de deugd van de sterkte nodig om te voorkomen dat we van de weg afraken, om de valse aanlokkelijkheden van het aardse terzijde te schuiven, om ervoor te zorgen dat ons hart zich niet daaraan hecht. We leven immers in een tijd waarin veel mensen het verwerven van wereldse goederen tot doel van hun leven maken en vergeten dat God hun hart zodanig heeft geschapen, dat alleen Hij hun verlangen naar geluk kan bevredigen. Veel christenen schijnen vergeten te zijn dat Christus echt de verborgen schat, de kostbare parel is.5 Om die te bezitten is het de moeite waard ons hart vrij te houden van geringe en betrekkelijke zaken, want «hij die de rijkdom van Christus onze Heer kent, veracht omwille daarvan alle dingen: voor zo iemand zijn bezit, rijkdom en roem als afval. Niets kan de vergelijking doorstaan met of de plaats innemen van die grootste rijkdom die wij kennen.»6 Om daadwerkelijk onthecht te zijn van de dingen die we moeten gebruiken, om ze niet als doel op zichzelf te zien, moeten we sterk zijn.

De deugd van de sterkte doet ons geduldig zijn tegenover onaangename gebeurtenissen of berichten, bij de hindernissen die we elke dag tegenkomen. We zullen het juiste moment weten af te wachten om een broederlijke vermaning te geven. Een christen die voor het aanschijn van God de Vader leeft, past het niet zich verbitterd, slechtgehumeurd of bedroefd te tonen, als hij langer moet wachten dan hij verwacht had, of als onvoorziene omstandigheden hem dwingen zijn plannen op het laatste moment te veranderen, of als hij geconfronteerd wordt met de kleine -of grote- mislukkingen die elk normaal leven met zich meebrengt. Geduld helpt ons ook begrip te hebben voor andere mensen, als zij zich niet lijken te verbeteren of zich er niet helemaal op toeleggen hun leven te beteren. Geduld helpt ons hen altijd te behandelen met menselijk respect, met naastenliefde, waarbij wij gesteund worden door de goddelijke genade. Wie belast is met de vorming van anderen (ouders, leraren, superieuren...) heeft heel bijzonder behoefte aan geduld, want «'leiding geven' houdt dikwijls in, dat men de mensen 'op sleeptouw moet nemen', geduldig en vriendelijk.»7 Deze raad kan ons helpen om ons gedrag te onderzoeken: «Je moet in het dagelijkse contact met de mensen om je heen veel begrip en hartelijkheid tonen, maar gepaard met de nodige flinkheid -dat moge duidelijk zijn; anders komt het van begrip en hartelijkheid tot medeplichtigheid en egoïsme.»8 Naastenliefde is absoluut geen zwakheid. Evenmin zal kracht zich manifesteren in knorrigheid, ontstemdheid of in hardheid des harten.

32.3 In verhouding met het totale aantal gelovigen die de Kerk vormen, zijn er in feite maar weinigen van wie de Heer een geloofsgetuigenis vraagt door hun bloed te vergieten, door hun leven te geven in het martelaarschap ('martelaar' betekent 'getuige'), maar Hij vraagt wel van ons allen, dat wij ons leven geven, heel geleidelijk, met verborgen heldhaftigheid, in het trouw vervullen van onze plichten: op ons werk, in het gezin, in onze strijd om altijd in overeenstemming te leven met ons christelijk geloof, door een voorbeeld te geven dat anderen stimuleert en meetrekt. Daarom is het niet genoeg als we de leer van Christus alleen maar innerlijk beleven. Het geloof zou vals zijn, als iedere uiterlijke uitdrukkingsvorm zou ontbreken. Christenen mogen nooit, door passiviteit of door vrees om in opspraak te worden gebracht, bij anderen de indruk doen ontstaan, dat ze hun geloof niet voor het belangrijkste in hun leven houden of de leer van de Kerk niet als een vitaal element van hun gedrag beschouwen. «De Heer heeft sterke en moedige zielen nodig die geen compromis sluiten met de middelmatigheid en met vaste tred alle milieus binnentreden.»9 Er kunnen soms belangrijke redenen van naastenliefde bestaan om hen die nog weifelen te sterken door het getuigenis van ons geloof: een vastberaden belijdenis zoals die van Johannes de Doper, ongecompliceerd, die hen over de streep trekt en hen in beweging brengt.

De eer van God staat boven alle menselijke overwegingen. We mogen niet passief blijven, als men God in het gewone leven wil negeren, of wanneer een sektarische mentaliteit Hem tracht te verbannen naar een uithoek van het geweten. We kunnen niet zwijgen met zoveel mensen om ons heen die op een getuigenis wachten dat in overeenstemming is met het geloof dat we belijden. Zo'n getuigenis zal soms bestaan in het geven van het goede voorbeeld in ons beroep, in onze naastenliefde en het begrip hebben voor iedereen, in de vreugde die de vrede openbaart welke voortkomt uit de omgang met God...; andere keren in het zwijgen tegenover een valse beschuldiging, of in een rustige maar vastberaden verdediging van de hiërarchie van de Kerk, in het verwerpen van een valse en misleidende leer... We moeten dit altijd overtuigd maar op een rustige manier doen, zonder driftig te worden, want dat doet alleen maar kwaad en past niet bij een christen.

De sterkte van Johannes en zijn standvastig leven is voor ons een voorbeeld ter navolging. Wanneer wij dit voorbeeld navolgen in de gewone en eenvoudige gebeurtenissen van elke dag, dan zullen veel van onze vrienden zien wat ons leven motiveert, en ze zullen geraakt worden door dit kalme geloofsgetuigenis, net zoals zo velen die zich bekeerden toen ze het martelaarschap -het geloofsgetuigenis- van de eerste christenen aanschouwden.

-1. Mc 6,14-29. -2. Paulus vi, Toespraak, 3 november1965. -3. Johannes Paulus ii, Meditatiegebed in Lourdes, 14 augustus 1983. -4. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q123, a6. -5. Mt 13,44-46. -6. Romeinse Catechismus, IV, 11,15. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 405. -8. Ibidem, 803. -9. Ibidem, 416.






Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. 020 416 00 99

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur