Vierde week. Vrijdag
32. Sterkte in het dagelijks leven
-Het voorbeeld van de martelaren. Ons
getuigenis als gewone christenen. De deugd van de sterkte. -Sterkte om Christus
te volgen, trouw te zijn in de kleine dingen, een daadwerkelijke onthechting
van aardse goederen te beleven, om geduldig te zijn. -Heldhaftigheid in het
eenvoudige en normale leven van een christen. Het goede voorbeeld geven.
32.1 Het evangelie van de heilige mis van vandaag verhaalt ons over het
martelaarschap van Johannes de Doper1, die zo trouw is gebleven aan de zending
die hij van God had gekregen, dat hij daarvoor zelfs zijn leven gegeven heeft.
Als hij op de moeilijke momenten gezwegen had of zich afzijdig had gehouden bij
die gebeurtenissen, zou hij niet onthoofd zijn in de kerker van Herodes. Maar
Johannes was niet een riethalm door de
wind bewogen. Tot het einde toe bleef hij trouw aan
zijn roeping en de beginselen die zin aan zijn leven gaven.
Het bloed dat Johannes heeft vergoten, zal
zich, mèt dat van de martelaren aller tijden, hebben verenigd met het
verlossende bloed van Christus, om ons een voorbeeld te geven van liefde, van
standvastigheid in het geloof, van moed en van vruchtbaarheid. Het
martelaarschap is de krachtigste uitdrukking van de deugd van sterkte en het
hoogste getuigenis van de waarheid die men kan belijden door zelfs zijn leven
hiervoor te geven. «Het voorbeeld van de martelaren herinnert ons eraan dat we
een [...] persoonlijk, duidelijk en zo nodig moeizaam, onverschrokken getuigenis
moeten afleggen van het geloof. Het herinnert ons er uiteindelijk aan, dat de
martelaar omwille van Christus geen vreemde held is, maar dat hij er voor ons
is en dat hij één van ons is.»2 Zijn voorbeeld leert ons, dat indien nodig, elke christen bereid moet
zijn om zijn leven te geven als getuige van zijn geloof.
De martelaren zijn niet alleen een
onvergelijkbaar voorbeeld uit het verleden. Onze tijd is ook een tijd van
martelaren, van vervolging, zelfs van bloed vergieten. «De vervolgingen om het
geloof zijn in onze tijd vaak gelijk aan die welke het martelaarsboek in de
afgelopen eeuwen heeft opgetekend. Ze nemen onderscheiden vormen aan van
discriminatie van de gelovigen en van de hele Kerkgemeenschap [...].
»Ook nu zijn er vele honderdduizenden
geloofsgetuigen, heel vaak onbekend of vergeten door de publieke opinie die
meer aandacht heeft voor heel andere zaken. Vaak kent alleen God deze
geloofsgetuigen. Ze ondervinden dagelijks ontberingen, in de meest
verschillende gebieden van elk van de continenten.
»Het betreft gelovigen die gedwongen zijn in
het geheim samen te komen, omdat hun religieuze gemeenschap niet langer
toegestaan is. Het gaat om bisschoppen, priesters en religieuzen aan wie
verboden werd hun heilig dienstwerk in hun kerk of in openbare samenkomsten te
verrichten [...]. Het betreft edelmoedige jongeren, die verhinderd worden naar
een seminarie of een plaats voor godsdienstige vorming te gaan om hun eigen
roeping te volgen [...] We spreken over ouders aan wie de mogelijkheid wordt
ontzegd hun kinderen van een opvoeding te verzekeren die door het eigen geloof
geïnspireerd wordt.
»Het gaat om mannen en vrouwen, arbeiders en
intellectuelen, om mensen uit alle beroepen, die vanwege het simpele feit dat
ze hun geloof belijden, het risico lopen beroofd te worden van een briljante
toekomst inzake hun loopbaan of studie.»3 God vraagt van de meerderheid van de
christenen geen bloedvergieten als getuigenis van het geloof dat ze belijden.
Maar God verlangt wel van iedereen een heroïsche standvastigheid in het
uitdragen van de waarheid in ons leven en door onze woorden in een omgeving die
wellicht moeilijk is en vijandig staat tegenover de leer van Christus. Hij
vraagt ons de christelijke deugden ten volle te beleven midden in de wereld, in
de omstandigheden waarin het leven ons
geplaatst heeft. Dat is de weg die de meerderheid van de gelovigen zal
moeten gaan. Zij moeten zich heiligen door heldhaftig te zijn in de
verplichtingen en de omstandigheden van elke dag. De christen van onze tijd
heeft heel bijzonder deze deugd van sterkte van node. Behalve dat deze deugd
menselijkerwijs gesproken zo aantrekkelijk is, is ze onmisbaar, gezien de
materialistische mentaliteit van velen, die kan variëren van gemakzucht tot
afschuw van alles wat versterving,
onthechting of opoffering veronderstelt: elke daad van deugdzaamheid houdt een
daad van moed in, van sterkte; zonder deze kan men God niet trouw blijven.
De heilige Thomas leert4, dat deze deugd
zich uit in twee categorieën van handelingen: goed doen zonder terug te deinzen
voor moeilijkheden en gevaren die dit met zich mee kan brengen, en weerstand
bieden aan kwaad en aan alle moeilijkheden, zodanig dat deze ons niet tot
droefheid brengen. In het eerste geval vinden moed en durf hun eigen
werkterrein; in het tweede geval geduld en volharding. Elke dag weer doen zich
vele gelegenheden voor om deze deugden te beoefenen: trachten onze stemming in
de hand te houden, niet onnodig willen klagen, volharden in ons werk ook al
dreigt vermoeidheid toe te slaan, glimlachen ook als het ons moeite kost,
verbeteren wat nodig is, ons best doen om elk werk op het juiste moment te beginnen,
er voortdurend naar streven om met onze familieleden en vrienden volhardend te
zijn in het apostolaat...
32.2 Als we het van nabij volgen van Christus tot doel van ons leven maken
en daarin altijd vooruitgang willen boeken, zullen we kracht nodig hebben, want
Christus navolgen is nooit een gemakkelijke onderneming geweest. Het navolgen
van Christus is een vreugdevolle, onmetelijk vreugdevolle opdracht, maar ook
een die offers vraagt. Na de fundamentele beslissing volgt de beslissing van
elke dag, van elk moment. De christen moet sterk zijn om de weg naar de
heiligheid in te slaan en om die op elke etappe opnieuw weer in te slaan, om
vol te houden zonder dat wij ons laten ontmoedigen door allerlei in- en
uitwendige hindernissen die zullen opdoemen.
We hebben kracht nodig om trouw te blijven in
de kleine dingen van elke dag, die ons uiteindelijk dichter bij de Heer brengen
of ons van Hem scheiden. Deze standvastige houding komt tot uitdrukking in de
wijze waarop wij ons werk doen, in ons gezinsleven, bij lijden en ziekte... Zeer
zeker moeten wij vastberaden strijd leveren wanneer moedeloosheid onze
innerlijke rust dreigt te verstoren of zelfs te ondermijnen. Wij worden daarbij
altijd gesteund door de overweging dat God onze Vader is Die elk van zijn
kinderen nabij blijft.
We hebben de deugd van de sterkte nodig om te
voorkomen dat we van de weg afraken, om de valse aanlokkelijkheden van het
aardse terzijde te schuiven, om ervoor te zorgen dat ons hart zich niet daaraan
hecht. We leven immers in een tijd waarin veel mensen het verwerven van
wereldse goederen tot doel van hun leven maken en vergeten dat God hun hart zodanig
heeft geschapen, dat alleen Hij hun verlangen naar geluk kan bevredigen. Veel
christenen schijnen vergeten te zijn dat Christus echt de verborgen schat, de
kostbare parel is.5 Om die te bezitten is het de moeite waard ons hart vrij te houden van
geringe en betrekkelijke zaken, want «hij die de rijkdom van Christus onze Heer
kent, veracht omwille daarvan alle dingen: voor zo iemand zijn bezit, rijkdom
en roem als afval. Niets kan de vergelijking doorstaan met of de plaats innemen
van die grootste rijkdom die wij kennen.»6 Om daadwerkelijk onthecht te zijn van de
dingen die we moeten gebruiken, om ze niet als doel op zichzelf te zien, moeten
we sterk zijn.
De deugd van de sterkte doet ons geduldig zijn
tegenover onaangename gebeurtenissen of berichten, bij de hindernissen die we
elke dag tegenkomen. We zullen het juiste moment weten af te wachten om een
broederlijke vermaning te geven. Een christen die voor het aanschijn van God de
Vader leeft, past het niet zich verbitterd, slechtgehumeurd of bedroefd te
tonen, als hij langer moet wachten dan hij verwacht had, of als onvoorziene
omstandigheden hem dwingen zijn plannen op het laatste moment te veranderen, of
als hij geconfronteerd wordt met de kleine -of grote- mislukkingen die elk
normaal leven met zich meebrengt. Geduld helpt ons ook begrip te hebben voor
andere mensen, als zij zich niet lijken te verbeteren of zich er niet helemaal
op toeleggen hun leven te beteren. Geduld helpt
ons hen altijd te behandelen met menselijk
respect, met naastenliefde, waarbij wij gesteund worden door de goddelijke
genade. Wie belast is met de vorming van anderen (ouders, leraren,
superieuren...) heeft heel bijzonder behoefte aan geduld, want «'leiding
geven' houdt dikwijls in, dat men de mensen 'op sleeptouw moet nemen', geduldig
en vriendelijk.»7 Deze raad kan ons helpen om ons gedrag te onderzoeken: «Je moet in het
dagelijkse contact met de mensen om je heen veel begrip en hartelijkheid tonen,
maar gepaard met de nodige flinkheid -dat moge duidelijk zijn; anders komt het
van begrip en hartelijkheid tot medeplichtigheid en egoïsme.»8 Naastenliefde is
absoluut geen zwakheid. Evenmin zal kracht zich manifesteren in knorrigheid,
ontstemdheid of in hardheid des harten.
32.3 In verhouding met het totale aantal gelovigen die de Kerk vormen, zijn
er in feite maar weinigen van wie de Heer een geloofsgetuigenis vraagt door hun
bloed te vergieten, door hun leven te geven in het martelaarschap ('martelaar'
betekent 'getuige'), maar Hij vraagt wel van ons allen, dat wij ons leven
geven, heel geleidelijk, met verborgen heldhaftigheid, in het trouw vervullen
van onze plichten: op ons werk, in het gezin, in onze strijd om altijd in
overeenstemming te leven met ons christelijk geloof, door een voorbeeld te
geven dat anderen stimuleert en meetrekt. Daarom is het niet genoeg als we de
leer van Christus alleen maar innerlijk beleven. Het geloof zou vals zijn, als
iedere uiterlijke uitdrukkingsvorm zou ontbreken. Christenen mogen nooit, door
passiviteit of door vrees om in opspraak te worden gebracht, bij anderen de
indruk doen ontstaan, dat ze hun geloof niet voor het belangrijkste in hun
leven houden of de leer van de Kerk niet als een vitaal element van hun gedrag
beschouwen. «De Heer heeft sterke en moedige zielen nodig die geen compromis
sluiten met de middelmatigheid en met vaste tred alle milieus binnentreden.»9 Er kunnen soms
belangrijke redenen van naastenliefde bestaan om hen die nog weifelen te
sterken door het getuigenis van ons geloof: een vastberaden belijdenis zoals
die van Johannes de Doper, ongecompliceerd, die hen over de streep trekt en hen
in beweging brengt.
De eer van God staat boven alle menselijke
overwegingen. We mogen niet passief blijven, als men God in het gewone leven
wil negeren, of wanneer een sektarische mentaliteit Hem tracht te verbannen
naar een uithoek van het geweten. We kunnen niet zwijgen met zoveel mensen om
ons heen die op een getuigenis wachten dat in overeenstemming is met het geloof
dat we belijden. Zo'n getuigenis zal soms bestaan in het geven van het goede voorbeeld
in ons beroep, in onze naastenliefde en het begrip hebben voor iedereen, in de
vreugde die de vrede openbaart welke voortkomt uit de omgang met God...; andere
keren in het zwijgen tegenover een valse beschuldiging, of in een rustige maar
vastberaden verdediging van de hiërarchie van de Kerk, in het verwerpen van een
valse en misleidende leer... We moeten dit altijd overtuigd maar op een rustige
manier doen, zonder driftig te worden, want dat doet alleen maar kwaad en past
niet bij een christen.
De sterkte van Johannes en zijn standvastig
leven is voor ons een voorbeeld ter navolging. Wanneer wij dit voorbeeld
navolgen in de gewone en eenvoudige gebeurtenissen van elke dag, dan zullen
veel van onze vrienden zien wat ons leven motiveert, en ze zullen geraakt
worden door dit kalme geloofsgetuigenis, net zoals zo velen die zich bekeerden
toen ze het martelaarschap -het geloofsgetuigenis- van de eerste christenen
aanschouwden.
-1. Mc 6,14-29. -2. Paulus vi, Toespraak, 3
november1965. -3. Johannes
Paulus ii, Meditatiegebed in Lourdes, 14
augustus 1983. -4. H. Thomas van
Aquino, Summa Theologiae, II-II, q123, a6. -5.
Mt 13,44-46.
-6. Romeinse Catechismus, IV, 11,15. -7. H. Jozefmaria
Escrivá, De Voor, 405. -8. Ibidem, 803. -9. Ibidem, 416.
|